Vandaag is het al dertig jaar geleden dat de Amerikaanse Mediëviste Barbara Tuchman (foto Wikipedia) is overleden. Ik heb niet zozeer een stuk aan hààr als zodanig gewijd, maar in mijn bijdrage over “erotiek in de Middeleeuwen” besteed ik wel veel aandacht aan haar afwijkende visie op de zogenaamde “hoofse liefde”…

De kerkelijke inzegening van het huwelijk dateert van 1215. Via de Normandiërs was immers de vrouw-vriendelijke Arabische cultuur opnieuw tot ons is gekomen (jaja, de tijden kunnen veranderen). Niet alleen veroveren de voorvaderen van Jacques Anquetil immers Engeland (1066, slag bij Hastings), ze richten hun schreden ook naar Spanje dat ze heroveren op de Moren (de zogenaamde Spaanse reconquista). Deze hadden hun Arabische schonen achtergelaten en menig Zuid-Franse edelman ging toen over tot “culturele uitwisseling”. Deze schonen zongen immers over de hoofse liefde, die onder invloed van het neoplatonisme reeds van in de 9de eeuw in Bagdad “in” was, en speelden luit, vedel en hakkebord (een voorloper van het klavecimbel). Nu wordt dit genre nog beoefend door de Marokkaanse groep Ikhlasse, maar typisch is dat dit nu binnen de Islam niet meer ten volle getolereerd wordt.
Anderzijds is het wél waar dat in de middeleeuwen de Arabieren veel verder stonden wat erotiek betreft dan wij, westerlingen. Niet alleen de split en de décolletée dateren uit die tijd en uit die oorden, maar ook de rage van het geëpileerde schaamhaar. Toen dit – uiteraard, zou ik bijna zeggen – werd veroordeeld door de paus, keerde men de rage gewoon om en probeerde men ferme haarbossen te kweken. En daarin draaide men dan zogenaamde “Turkse moustachen”!
Door de Arabische invloed kreeg ook de godsdienst een wat “vrouwelijker” karakter, in die zin dat de Mariadevotie een grotere plaats ging innemen, omdat de kerk de Madonna-verering naar voren schoof als bliksemafleider. De zangeres Madonna die ook seksualiteit en religie aan elkaar koppelt, heeft haar pseudoniem dus nog niet eens zo slecht gekozen…
De Amerikaanse mediëviste Barbara Tuchman heeft echter een totaal andere kijk op de hoofse liefde: “Hoofse liefde werd door mensen uit die tijd gezien als liefde zelf, romantische liefde, ware liefde, lichamelijke liefde, niet gebonden aan bezit of gezin, en dientengevolge gericht op de echtgenote van een ander, daar alleen een dergelijke ongeoorloofde liaison geen enkel ander doel kon hebben dan uitsluitend de liefde. (De liefde voor een jong meisje was vrijwel uitgesloten daar dit ernstige problemen met zich mee zou brengen en bovendien was het voor adellijke jongedames maar één sprong van hun kinderjaren naar het huwelijk met nauwelijks enige tussenruimte voor romances.) Het feit dat de hoofse liefde een ongeoorloofde liefde idealiseerde, voegde nog een complicatie toe aan het doolhof waarin de middeleeuwse mens zich tijdens zijn leven een weg trachtte te banen. Volgens de stelling die de ridderschap verkondigde, werd de romance voorgesteld als een buitenechtelijke aangelegenheid, omdat liefde binnen het huwelijk als irrelevant werd beschouwd en ook zeker niet werd aangemoedigd, teneinde de huwelijksafspraken tussen de dynastieën niet te verstoren.
Om de hoofse liefde te rechtvaardigen werd deze geacht van een man een edeler mens te maken en hem in alle opzichten een beter mens te doen zijn. Hij zou zich hierdoor beijveren een goed voorbeeld te stellen, zijn uiterste best doen zijn eer te bewaren en zichzelf of de vrouwe die hij beminde nooit met schande in aanraking te laten komen. Sprekend over een ander, lager niveau: hij zou erdoor worden aangespoord zijn gebit en zijn nagels schoon te houden, zijn kostbare kleding tot in de puntjes te verzorgen, geestig en amusant te converseren, zich tegenover iedereen hoffelijk, niet arrogant, te gedragen, geen grofheden te debiteren en in aanwezigheid van een dame nooit ruzie te maken. Maar bovenal zou hij er moediger, meer preux (dapperder) door worden, en dat was wel het voornaamste argument. Hij zou tot grote dapperheid geïnspireerd worden, meer overwinningen in toernooien behalen, boven zichzelf uitstijgen in moed en durf en, zoals Froissart zei, ‘voor twee tellen’. Door deze theorie verbeterde de status van de vrouw, niet zozeer ter wille van de vrouw zelf als wel omdat zij de glorie van de man kon vergroten, wat als een nobeler taak werd gezien dan slechts te dienen als seksueel object, voortbrengster van kinderen of overdraagster van bezittingen.
De ridderlijke liefdesaffaire leidde van aanbidding via een verklaring van hartstochtelijke devotie, deugdzame afwijzing door de jonkvrouwe, hernieuwd dingen naar haar gunsten gepaard gaande met bezweringen van eeuwige trouw en jammerklachten over een naderende dood ten gevolge van onbevredigd verlangen, staaltjes van heldenmoed waardoor het hart van de jonkvrouwe door middel van dapperheid werd veroverd, consummatie van de geheime liefde, gevolgd door eindeloze avonturen en uitvluchten, naar een tragische ontknoping. (…) Deze verhalen waren ‘droefgeestig, amoureus en barbaars’ en verheerlijkten overspelige liefde als zijnde de enige ware liefde, terwijl overspel in het werkelijke leven van diezelfde maatschappij een misdaad was, om van de zonde nog maar te zwijgen. Als het ontdekt werd, was de vrouwe onteerd en haar echtgenoot, een broeder-ridder, te schande gemaakt. Het sprak vanzelf dat hij het recht had zowel de ontrouwe echtgenote als de minnaar te doden.
Elke logica ontbreekt hier. Het streven naar het vrolijke, het verheffende, liet nobele is gebaseerd op zonde en brengt de schande die men nu juist wordt geacht te vermijden. De hoofse liefde was meer nog dan de woekerwinst, een grote warboel van zaken die niet met elkaar in overeenstemming te brengen waren. Ze bleef iets kunstmatigs, een literaire conventie, een fantasie (zoals de hedendaagse pornografie), meer voor discussiedoeleinden dan voor dagelijks gebruik.
” (*)
Ook de kuisheidsgordel kwam in die tijd uit het oosten overwaaien, maar volgens Barbara Tuchman was dit eerder een “gezochte literaire stijlfiguur dan als een veel gebruikt voorwerp. Vermoedelijk kwam het voort uit het mohammedaanse gebruik, waarbij de schaamlippen werden voorzien van een slot en was het via de kruistochten samen met andere gebruiken naar Europa overgewaaid. Er bestaat een enkel authentiek exemplaar, doch niet-literaire bewijzen, bijvoorbeeld rechtszaken, verschijnen pas in de renaissance en daarna. De middeleeuwse vrouwen werden door de kuisheidsgordel als een uitvinding van waanzinnige mannelijke bezitsdrang minder gekweld dan hun opvolgsters.” (**)
Dat is ergens logisch want “meer dan in latere tijden werd in de middeleeuwen de seksualiteit van vrouwen erkend en werden de huwelijksplichten als wederkerig beschouwd.” (***)
Deze politiek leidde dan ook tot een iets grotere tolerantie op het vlak van seksualiteit. In zijn traktaat “Over de liefde” (1185) tracht Andreas Capellanus of André le Chapelain, de hofkapelaan van Marie de Champagne, de lossere zeden zelfs in overeenstemming te brengen met de aloude christelijke moraal: “God heeft de mens nu eenmaal ook instincten gegeven en omdat de geestelijke goed doorvoed is, staat hij nog veel meer bloot aan de verleidingen van het lichaam.” Dat deed hij dan allemaal “op uitdrukkelijk verzoek” van zijn zeer geëmancipeerde meesteres.
Een merkwaardig voorbeeld uit zijn werk is de parabel van een vrouw die twee geliefden heeft en die deze op de proef stelt door ze te laten kiezen voor haar onderste of bovenste helft. Uiteraard getuigt het kiezen voor de bovenste helft van de grootste liefde, maar zelf wijst ze erop dat de onderste het meeste genot schenkt. Eigenlijk staat deze parabel voor het ideaal dat een man tegelijk echtgenoot en minnaar is.
Toch staat zijn meesteres toe dat hij schrijft dat “aangezien mannen tot het kuise geslacht behoren en vrouwen tot het onkuise, het voor een vrouw hoogst onbetamelijk is meerdere minnaars tegelijk te hebben.” Hoe dit te rijmen valt met een andere passage waarin wordt gesteld dat “een vrouw de liefde niet mag weigeren” is me een raadsel.
“De liefde,” zo leren we verder in dit geschrift, “kan slechts buiten het huwelijk bestaan en dan nog bij voorkeur met een geestelijke, want die is voorzichtiger, gematigder en veel beter op de hoogte dan de simpele leek, zoals de Heilige Schrift ons leert in Malakias 2:7.”
Het is zelfs zo dat de eerste regel van de 31 voorschriften van het liefdeshof van Koning Arthur, waarmee het tweede boek eindigt, is: “Het huwelijk is geen geldig excuus om niet te beminnen.”
Het standenverschil bleef evenwel gehandhaafd: het gewone volk had van liefde geen verstand, volgens mijnheer de kapelaan. “Boerenwijven, beste Walter (een jonge en onervaren vriend aan wie het boek is gericht), kun je maar beter verkrachten. Die zijn zo onbuigzaam dat je wel een beetje dwang moet uitoefenen als gepaste remedie tegen hun schuwheid.” Merkwaardig is wel dat ook nonnen als “niet geschikt voor de dienst” worden afgedaan. Aangezien logica nooit de sterkste kant is geweest van de Middeleeuwers volgt er ook nog een derde boek, waarin zowat het omgekeerde staat van alles wat voorafgaat. Zo blijkt de seksuele liefde (de “fin amor“) nu plotseling totaal onverenigbaar met de seksuele moraal en bovendien vreselijk ongezond, omdat het lichaam erdoor uitgeput geraakt. De redenering die erachter schuilt is dat hij al die wetenswaardigheden aan Walter heeft verteld, juist om er géén gebruik van te maken, maar zich integendeel aan god te wijden, wat zijn verdienste des te groter zal maken.
Een oplossing is ook natuurlijk de “zuivere” liefde te scheiden van de “gemengde” liefde. Die zuivere liefde (waarin zowat alles toegelaten is, behalve coïtus) is immers wél toegestaan. De vrouw daarentegen mag de gemengde liefde niet afwijzen als haar minnaar daarop aandringt.
De hypocriete rol van de geestelijkheid (in theorie is zowat alles onkuis, in de praktijk waren ze zelf haantje-de-voorsten) komt ook tot uiting in geschriften als “Phillis en Flora” of “Het Concilie van Remiremont”, waarin b.v. discussies voorkomen tussen ridders en klerken (geestelijken dus) over wie de beste minnaars zijn. En aangezien het door geestelijken is geschreven, is het niet moeilijk te raden wie als winnaar uit de strijd komt. Een vergadering van nonnetjes spreekt zelfs een banvloek uit over kloosterlingen die hun gunsten aanbieden aan ridders i.p.v. de “rechthebbende” geestelijken. En dat dit niet louter “literatuur” is, moge blijken uit de “abbatium pellicum” in Niort, een abdij speciaal voor “vrouwen van lichte zeden”, gesticht door Guillaume IX, hertog van Aquitanië, en geleid door een strenge meesteres. Of de gemengde abdij van Fontevrault, gesticht door de dubieuze boeteprediker Robert d’Arbrissel (ere wie ere toekomt: hij had wel een vrouw, van 22 jaar dan nog wel, aan het hoofd geplaatst), waar de beide vrouwen van diezelfde Guillaume overigens hun laatste levensjaren sleten.
Al deze moorse invloeden zorgden ervoor dat de volkse Vaganten de plaats moesten ruimen voor de meer “hoofse” troubadours, al werd het behoud van de kuisheid ook door de meeste troubadours nog weggelachen, alleen in de laatste ontwikkelingsfase van de troubadourslyriek vinden we daar een zekere waardering voor, om uiteindelijk uit te monden in “De Hoveling” van Baldassare Castiglione waarin een dame zowaar zes maanden met haar geliefde “de zuivere liefde” bedrijft, vooraleer tot “het laatste werk van Venus” over te gaan.
Meestal waren troubadours edelen (b.v. Guillaume IX) die schreven, componeerden en uitvoerden voor andere edelen. Minnestrelen daarentegen waren enkel uitvoerders, niet van adellijke afkomst, rondtrekkend en zich verhurend voor een bepaalde tijd aan een of ander hof. Eigenlijk waren het trouwens “ministeriales” (dienstknechten), maar aangezien ze veel over de “minne” zongen, maakte de volksetymologie daar “minnestrelen” van.
Reeds van in de twaalfde eeuw, maar vooral in de dertiende eeuw, krijgen we een opleving van mystieke lyriek waarin vooral vrouwen uitblonken. Nu is mystiek altijd al een beetje doorweven van erotiek, net zoals flagellantisme niet los te koppelen is van sadomasochisme (Abelardus b.v., om niet al te zeer te doen opvallen dat hij met zijn leerlinge Eloïse een verhouding had, gaf haar af en toe een flink pak slaag. “Deze vorm van liefde overtrof in genot alle andere vormen,” schrijft hij). De poëzie van deze vrouwen, waarin Christus hen ’s nachts bezoekt en hen “doorwondt met zijn speer” laat echter nog nauwelijks wat aan de fantasie over. Niet te verwonderen overigens in een tijd waarin van vrouwelijke seksualiteit omzeggens geen sprake was. Vrouwen dienden enkel maar om de mannelijke lusten te stillen en om kinderen voort te brengen. Punt aan de lijn.
Deze vrouwen weken daar heel doelbewust van af, maar een leven van kuisheid en onthouding prikkelt de fantasie dan misschien zelfs nog meer. De zogenaamde gevoelsmystiek (die tegenover de meer “mannelijke” speculatieve mystiek staat van een Meister Eckhart en zijn leerling Heinrich Suso b.v.) is dan ook bijna een uitsluitend vrouwelijke aangelegenheid met de Duitse nonnen Mechthild von Magdeburg (ca.1207-ca.1282) en Mechtild von Hackeborn (ca.1241-1299) op kop.
ducberry-printemps.jpgBovendien waren er de zogenaamde “jardin clos” (afbeelding), de voorlopers van de begijnhoven, waarbij de kerkelijke overheid de beweging reeds in de hand had. De vrouwen uit de “jardin clos”, geleid door de Henegouwse Margareta Porete, hielden het initiatief echter in eigen hand. De bloedbanden die ze aangingen of het gebruik van een egelvacht om tot extase te komen wezen zo expliciet in een erotische richting dat Margareta uiteindelijk op de brandstapel terechtkwam.

Ronny De Schepper
(voor verdere lectuur, zie ook mijn interview met Roger Linskens en dat met Frans Denissen)

(*) Barbara Tuchman, De waanzinnige 14de eeuw (A distant mirror, 1978), Brussel/Amsterdam, Elsevier, 1980, p.89-90.
(**) Tuchman, p.243-244.
(***) Tuchman, p.246.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.