De Noorse schrijver Knut Hamsun werd geboren op 4.8.1859 te Hamaroy (Nordland), het uiterste punt van het vasteland, als Kurt Pedersen.

Zijn vader was kleermaker en hield er een bescheiden boerenbedrijf op na waar de jonge Knut op werd ingeschakeld (de hoeve heette Hamsund, het pseudoniem is hieraan – afgezien van een later ingeslopen drukfout – aan ontleend). Tot hij, negen jaar oud, naar een oom gestuurd werd als ‘secretaris’; hij kon immers lezen en mooi schrijven. Helaas beleefde hij daar ellendige jaren. Hij was zeer gevoelig; gelukkig slaagde hij er in veel te lezen. Zijn moeder stamde trouwens uit een kunstzinnige familie. En hij werd tenslotte leraar. In 1877 publiceerde hij zijn eerste novelle. Enkele boerenromans volgden. Dankzij de financiële steun van vrienden kon hij naar Amerika reizen waar hij twee jaren allerlei baantjes beoefende, én bevriend werd met Mark Twain.

HONGER

Hamsun begon zijn beroemde, wel meest beklijvende roman ‘Honger’ te schrijven in 1888 toen hij terugkeerde van zijn tweede reis naar Amerika met het Deense schip Thingvalla. Dit deed voor een korte stop Christiania aan, de hoofdstad van Hamsuns thuisland, op weg naar Kopenhagen. Dit oponthoud – hijzelf zou doorreizen naar Denemarken – maakte trieste herinneringen wakker: aan een grauwe, troosteloze stad, werkloosheid, verbittering, armoede, honger. Een impressie die hij in later werk wel wat zou herroepen (in ‘Mysterieën’ en in ‘Hoe het groeide’). Hij zou dadelijk een begin maken met het schrijven van een eerste hoofdstuk voor een nieuwe roman dat eerst gepubliceerd werd in het Deense tijdschrift Ny Yord. In 1890 zou de roman verschijnen.
Wie is de hoofdpersoon van deze roman? De honger, ongetwijfeld. Meer dan een centraal thema is het een dramatis persona. Hoewel we die honger moeten meebeleven met de ik-persoon. Die de lezer in vier etappes, vier hoofdstukken, vier gradaties steeds meer honger ziet lijden. We maken zijn ellende mee. Zijn aftakeling. Zijn pijn. Een echt verhaal is er niet, geen vertelling. De enige evolutie is de evoluerende honger, de lichamelijke en geestelijke regressie van de verteller. Tenzij heel terloopse ontmoetingen als rode draad zouden gezien worden maar ze ontwikkelen zich niet dramatisch, zijn louter dienstig om de gemoedsgesteldheid van de ik-persoon (en zijn evoluerende ellende) aan te toetsen. Confrontaties met een uitgever, een jongedame die hij ‘zomaar, verveeld’ volgt, en die hem later opzoekt; het zijn haakjes waaraan hij zijn wijzigende emoties ophangt. Hij, een jongeman met de ambitie om schrijver te worden. Vruchteloos op zoek naar werk om het hoofd boven water te houden in een wereld van armoede en werkloosheid. Af en toe plaatst een welwillend hoofdredacteur een artikel of verhaal van hem in de krant – verdient hij enkele kronen. Voldoende om zich door het bestaan verder te slepen. Maar welk bestaan…
Reeds in het eerste hoofdstuk zien we hem geconfronteerd met de gevolgen van de honger die hem af en toe kwelt. Wanhoop, agressie, verbittering, schaamte. Soms flakkert de hoop op. Hij ontmoet leugens, bedrog. En reeds duiken, beperkt nog, hallucinaties en fantasieën op. Iets staat voor hem vast: ondanks alle ellende verkiest hij het eerlijk te blijven. Zijn, voorlopige, trots verbiedt het hem een beroep te doen op de gaarkeuken voor de armen.

Waar de natuur in het werk van Hamsun steeds een grote rol speelt, zien we nu, vermits we ons in de stad bevinden, een andere focus. Geen landschap, zelden iets over bomen of planten: het zijn insecten en straathonden die deze wereld bevolken. In het volgende hoofdstuk evolueert de verteller – zijn monoloog wordt steeds indringender – naar moedeloosheid. We zien hem enerzijds afstompen; hij knaagt – moegetergd door het hongergevoel – op een houtje. Zijn gedachten grenzen soms aan waanzin, het lijkt een delirium. Zijn woede richt zich nu opstandig tegen god. Smeken, bedelen – een uitweg die hij eerst afzweert maar waar hij tenslotte toch zijn toevlucht toe neemt; vergeefs. De honger betekent inmiddels ook fysieke pijn, lichamelijke aftakeling. Hij overweegt: is het niet beter te sterven? Dan krijgt hij onverwacht van een vriend een beetje geld; voldoende om zich nog een week in leven te houden.
Zo zal het in de loop van de roman vaker geschieden: wanneer de nood het hoogst is duikt er nog net een aalmoes op, letterlijk als gift of verdiend door zijn geschrift of als voorschot (voor iets dat nooit zal geschreven worden…), zodat hij het bestaan nog even weet te rekken. En hij daarna de honger nog enkele dagen, weken langer zal kunnen voelen. Een duivels spel. In het derde hoofdstuk blijkt dat hij zich op deze wijze reeds bijna een jaar door het bestaan sleept. Zijn afkeer van, en woede tegen, de mensheid, is soms groot. Soms: want evenzeer vervalt hij in medelijden met iedereen, blijft hij meestal welwillend en zelfs mede-lijdend. We zien hoe hij zelf nochtans aftakelt: chronische hoofdpijn, haaruitval, nervositeit, gemoedswisselingen, braken – hij slaagt er niet meer in voedsel (indien het al uitzonderlijk voorradig is) binnen te houden. In zijn wanhoop daagt nu wel de idee op te gaan stelen. De opportuniteit wordt hem toevallig gegeven wanneer een verkoper hem ‘wisselgeld’ geeft op iets dat hij niet betaalde. Maar zijn geweten is belast en ondanks de knagende honger schenkt hij het ontvreemde bedrag aan een arme vrouw – hij weigert er voordeel van te hebben. Meer nog, hij keert naar de winkel terug om de ‘diefstal’ te bekennen. Heel even is er dan toch een lichtpunt in zijn bestaan: hij ontmoet een jongedame. Het blijkt tot een wederzijdse verliefdheid uit te groeien. Een korte euforie. Even later is hij echter alweer ten prooi aan een wanhopig doodsverlangen. Een leven van ups en downs, gedicteerd door het besef dat voedsel noodzakelijk is. Hoe erg kan het worden: hij wordt geconfronteerd met zichzelf terwijl hij zit te kauwen op een been dat bedoeld is voor een hond; en zelfs die armzalige restjes vlees weet zijn maag niet meer te verdragen.
Dankzij een voorschot op wat uiteindelijk nooit zal geschreven worden vindt hij gedurende enkele weken onderdak en beperkt eten. Het schrijven – een wanhopige poging om een toneelstuk klaar te stomen – zal uiteindelijk mislukken. Via zijn ogen worden we nu ook geconfronteerd met de ellende die alom tegenwoordig is in de stad: werkloosheid, armoede, vervuiling, agressie. De vrouw die hij liefheeft blijkt inmiddels een andere partner te hebben. En eens tenslotte het kleine bedrag ‘opgesoupeerd’, is hij nu werkelijk dakloos. Totaal ontmoedigd verscheurt hij zijn laatste hoop: het manuscript, en meteen zijn schrijverscarrière. Wat rest hem? Hij zal verbijsterd door zoveel ellende, aanmonsteren op een vrachtschip dat hem als lichtmatroos meeneemt naar Engeland.  

De honger als hoofdthema, het ligt voor de hand, de titel van het boek kan niet duidelijker zijn. En ik omschreef hem meteen graag als de hoofdpersoon. Maar uiteraard kon de roman niet zonder de verteller, de ik die ons in een monoloog over vier etappes meeneemt in zijn ellende. Met hem, door zijn woorden, heeft Hamsun een krachtige figuur neergezet. Niet als persoonlijkheid – hoewel zijn strijd bijwijlen heroïsch lijkt, zijn schrijversambitie bewondering afdwingt – maar vooral in de evoluerende schets van fysische en psychische aftakeling. Een individuele tekening die zichzelf overstijgt. Want hij bezit overduidelijk een symboolfunctie. Zoals hij zijn er velen: werkloosheid, armoede, honger… hij is slechts één der velen. Geeft de auteur niet een hint wanneer hij hem zo vaak, zonder reden of aanleiding, bij diverse ontmoetingen telkens weer een andere naam laat gebruiken, hij zich voorstelt met een andere naam en identiteit, achtergrond. Enerzijds uit schaamte om zijn ware ik prijs te geven; anderzijds, en dat lijkt me essentieel, wordt hij op deze wijze van zijn te persoonlijke lijden ontdaan. Hij is niet meer geïndividualiseerd – achter wat hem overkomt gaan zoveel anderen schuil. Dat verklaart ook dat hij er telkens opnieuw in slaagt zijn gevoelens te registreren, te analyseren zelfs, en hen tenslotte met enige zelfironie hoe bitter ook, te lijf te gaan. Uiteraard in zijn lucide ogenblikken. 
‘Honger’ is een magistrale roman. Een aanklacht, een pamflet. Hamsun had geen strijdleus nodig om ten strijde te trekken tegen armoede, vervuiling, agressie, werkloosheid; geen spandoek. Het indringende verhaal van één hongerlijder zou volstaan.
Ik geef nog mee dat het boek in 1966 in Noorwegen verfilmd werd, en in 2001 in de US door Maria Giese.           

PAN
In 1893 trok hij voor drie jaren naar Parijs.
Daar schreef hij ‘Pan’ in 1894. Men zou kunnen zeggen dat het een liefdesverhaal is. Maar het is veel meer, heel anders. Het is vooral een gedicht in proza. Verteld door luitenant Thomas Glahn die zich twee jaren heeft teruggetrokken in een hutje, zijn zelf ingerichte ‘berenhol’ in Nordland tussen de zee en de bossen, met in de verte de bergen, op enkele kilometers van een vissersdorp. Hij wandelt, mijmert, vist en jaagt (dit louter als eigen voedselvoorziening). Gezelschap: zijn hond Aesop.
Dan duikt Edvarda op, dochter van rijke koopman Mack, zij zal trots, eigenzinnig, bijwijlen leugenachtig blijken; maar ook attent, liefdevol. Er bloeit iets tussen beide. Een ingewikkelde relatie wegens beider inborst; en gezien er kapers op de kust zijn, de dokter, en later een Finse baron met wie (zullen we pas in een ‘aanhangsel’ leren) Edvarda tenslotte huwt.
Slechts af en toe laat Glahn zich verleiden om deel te nemen aan feestjes en uitstappen die steevast faliekant aflopen: hij is geen sociaal mens. Bovendien zijn alle jonge vrouwen in hem geïnteresseerd, tot jaloezie van Edvarda. Ter gelegenheid van zo’n uitstap schenkt hij haar twee groene veren die een cruciale rol spelen in het uiteindelijk verloop. Na dergelijk bizar feest schiet hij zichzelf opzettelijk in de voet en is gedurende weken immobiel en afhankelijk.
Eén der vrouwen die zich aan Glahn vastklampen is Eva, die hij eerst denkt de dochter van de smid te zijn; tot hij ontdekt dat zij de echtgenote is. Met haar begon hij een relatie toen de breuk met Edvarda quasi definitief was.
Steeds meer ergert hij zich aan de mensen, aan het dorp, de gemeenschap. Tot overmaat brandt zijn hut af, kwaadwillig allicht (vermoedelijk door koopman Mack). Hij laat zich zijn uniform toesturen, besloten afscheid te nemen van het natuurleven. Als apotheose zorgt hij voor een explosie die een groot rotsblok richting kade laat rollen; dit doodt Eva. Niemand kent evenwel de oorzaak.
De Finse baron vertrekt. En nu ook Glahn. Edvarda lijkt zijn afscheid onverschillig te aanvaarden, zij vraagt hem als souvenir zijn hond Aesop. Hij doodt het dier en laat het lichaam bij haar bezorgen!
In 38 zeer korte hoofdstukjes (3 à 4 pagina’s), scènes veeleer, beleven we niet zozeer dit hele avontuur maar veeleer de loop van de seizoenen, van de natuur. Want daar is het in ‘Pan’ om te doen. Al is het verhaal niet ten einde. Er komt nog een vervolg getiteld ‘De dood van Glahn’, geschreven door een vriend van hem die het raadselachtig verdwijnen van de luitenant verklaart.
Ze woonden beiden in hetzelfde huis en besloten een tocht door Indië te maken. Hoofdzakelijk om te gaan jagen. Daar verbleven ze geruime tijd in een dorp waar de vriend verliefd werd op een inheems meisje, besloot zelfs met haar te trouwen. Maar, ook hier werd Glahn de spelbreker met zijn fascinerend uiterlijk en innemende persoonlijkheid, het meisje wordt op hem verliefd. Dan ontvangt hij een brief, een omslag met een adellijk kroontje (de Finse baron!) en bevattend alleen de twee groene pluimen die hij Edvarda ooit schonk… Hij sukkelt in zo’n depressie dat hij het meisje van zijn vriend verleidt in de hoop dat deze hem zal doden. En uiteindelijk weet hij hem tot deze moord, tot een ‘jachtongeval’ te bewegen. De zelfmoord is voltrokken.
Als gezegd is het verhaal slechts een stramien. ‘Pan’ is poëzie. De zintuiglijke waarnemingen van Glahn zijn aanleiding tot droombeelden, fantasieën. Hamsun hanteert personificaties, levenloze voorwerpen krijgen een ziel, een steen wordt een levend wezen. En de hond is de enige echte menselijke kompaan in het verhaal. Glahn slaagt erin het tijdstip van de dag te bepalen aan de hand van de kleur van het gras, het zingen der vogels, de tint van de bloemen of gewoon zijn gevoel – maar in welke bewoordingen telkens! Hij leeft met en in het bos, of met de golven. Hij doorleeft de seizoenen, dag na dag, alle weersomstandigheden, op een gevoelige wijze. En toch kan hij – als verdediging – onverwacht brutaal, scherp, vooral onhandig zijn als hij met de mensen in aanraking komt.
Slaagt hij er in de om in de zielen van de mensen te lezen, of toch niet? Vraagt hij zich af. En is dat zijn ondergang. Er is ruimte voor het mysterie van de natuur en van de mens. En uiteraard zijn er de mythen die soms opdagen. Wie is het mysterieuze herderinnetje Henriette dat hij enkele malen ontmoet? En dan is er het verhaal over Diderik en Iselin dat ook meermaals opduikt. Iselin, een soort ‘belle dame sans merci’. Een hoofdstuk is zelfs volledig aan hun lotgevallen gewijd. Dit verhaal zal Hamsun later gebruiken in zijn toneelstuk ‘Munken Vendt’ (1902).
Het is niet verwonderlijk dat ‘Pan’ door velen beschouwd wordt als het beste dat Hamsun schreef. De rijke taal, de beelden, de liefde voor de natuur, en – ondanks de afkeer van zijn hoofdpersonage voor de mensen – de indringende wijze waarop de auteur die mensen heeft neergezet, niet als types maar met heel eigen karakters, dit alles maakt dit kleine boek tot een kostbaar bezit.
‘Pan’ trok dus de aandacht. Vanaf nu werden zijn boeken vertaald. Hij schreef een toneeltrilogie over leven en strijd die in Rusland door Stanislavski op de scène werd gezet. Romans, theater… ‘Victoria’ is een meesterwerk.

VICTORIA

“Reeds in 1900 dwepen wij met Victoriaschreef Lode Baekelmans in zijn voorwoord bij de  tiendelige uitgave (zo’n 6.000 pagina’s) in het Nederlands van het verzameld proza van Hamsun in 1961, naar aanleiding van het eeuwfeest van de geboorte van de auteur. Inderdaad, ‘Victoria’ is de meest populaire roman van Hamsun geworden. Hij publiceerde dit vrij kleine werk in 1898, het jaar waarin hij huwde met Bergljat Bech. Het werd in vrijwel alle wereldtalen vertaald. Het thema: de liefde. Een ode? Veeleer een analyse. Een mijmering. Een poëtische afdruk. Een omcirkeling. Waarbij hij gebruik maakte van een verhaal. En van twee hoofdpersonages die elkaar aantrekken en steeds weer – ondanks zichzelf – afstoten. Johannes, zoon van een molenaar. Victoria, dochter van de kasteelheer. Hij is veertien bij het begin van het boek, zij is vier jaar jonger. 

Al dadelijk is met Johannes de toon gezet. Hij, wij met hem, zijn verbonden met de natuur. Maar we worden ook meegesleept in zijn droomwereld: een wereld onder water, op een eilandje, in een verlaten groeve waar hij zich inkapselt in een grot. Poëzie… op stenen grift hij tekens, letters, en hij ordent hen, plaatst hen als symbool van de mensengemeenschap waaraan hij bewust geen deel heeft. In deze wereld is reeds een plaatsje voorbehouden voor de (kinderlijke?) verliefdheid voor de rijke nog heel jonge freule Victoria.

Wanneer hij negentien is studeert Johannes in de stad, het was voorbestemd dat hij gedichten zou schrijven. Net zoals het in de sterren geschreven stond dat hij tijdens de vakantie Victoria zou ontmoeten en dat dit weerzien veelbelovend zou zijn. Daar redt hij een klein meisje Camilla, van de verdrinkingsdood – zij zal ooit haar rol in het verhaal, in hun leven opeisen.

Enkele jaren later, enig poëtisch werk van Johannes werd reeds gepubliceerd, bekennen hij en Victoria elkaar hun liefde – aarzelend nog. Helaas, ontnuchterend – nauwelijks twee dagen later zal zij hem op de onmogelijkheid ervan wijzen: het standsverschil is te groot. Vanaf nu begint het ‘spel’, het drama van ja en nee. In drie maanden voltooit Johannes een eerste roman waarvan wij het slot te lezen krijgen. Het is “een ruisende wereld van stemmingen, stemmen en visioenen” omschrijft hij zelf. Ook een in de roman verhaalde droom gaat beladen onder symbolen. Een succesvolle publicatie van zijn eerste werk… vluchtend voor de treurnis van de liefde gaat hij op reis en schrijft een tweede, een derde roman. Victoria? Zij zal, hoewel zij het is die steeds weer een verbintenis als onmogelijk bestempelt, telkens een nieuwe impuls aan de relatie geven of tot hernieuwde bekentenissen overgaan, soms expliciet, soms heel omfloerst zoals b.v. zij gaat onschuldig, terloops informeren bij Johannes’ ouders hoe hij het maakt. Wanneer hij tenslotte, inmiddels succesvol schrijver, naar huis terugkeert, nodigt zij hem uit op een feest. Daar zijn aanwezig: Otto, een rijke officier met wie Victoria plots verloofd blijkt, en Camilla die tot mooie jongedame uitgegroeid als partner voor Johannes aangeboden wordt door Victoria!  Inderdaad, veeleer uit vertwijfeling zal hij de jongedame bijna halsoverkop een aanzoek doen nu zijn echte geliefde voor hem verloren is. Terwijl dit alles in feite ook voor Victoria een wanhoopsdaad is, haar verloving én het koppelen.

Het (nood)lot: Otto komt om in een jachtongeval. En Victoria spreekt nogmaals haar liefde uit voor Johannes, verduidelijkend dat niet het klassenverschil maar financiële overwegingen aan de basis lagen van haar beslissing. Haar vader is failliet en het gezin kan uitsluitend gered worden via haar huwelijk met een bemiddelde partner. Nu is het de beurt aan Johannes om haar af te wijzen: hij heeft zich immers verloofd… Drama ten top: de kasteelheer steekt de brand in het slot, daarbij meteen zelfmoord plegend. Op een positief einde mogen we niet hopen. Niet voor Johannes: Camilla wordt verliefd op een andere man en laat hem in de steek. Victoria kwijnt weg en sterft met achterlaten van een brief voor Johannes waarin zij nogmaals haar liefde uitschreeuwt.

Een melodramatisch verhaal zo rudimentair verteld. Maar het is uiteraard veel meer. Hamsun is erin geslaagd een ode aan de verliefdheid te schrijven, aan de liefde, het geluk, de inspiratie, het schrijven zelf. Het boek is een vuurwerk van woorden en gedachten waarbij die ganse verhaallijn veeleer een voorwendsel is. ‘Victoria’ is één lang gedicht. Het ademt de natuur. Het stroomt over van de emoties, botsende gevoelens. Terwijl de personen evolueren, zich tegen elkaar uitspreken, last Hamsun voortdurend beschrijvingen in, vertellingen, parabels die steeds weer dat ene thema omhelzen, de liefde. “Ja, wat was de liefde? Een wind die door de rozen suist, nee, een geel fosforescerend lichten der zee in het bloed. De liefde was een hels hete muziek die zelfs de harten van grijsaards dansen deed. Zij was als de margriet die wijd zich opent als de avond komt, en zij was als de anemoon die zich sluit voor een ademtocht en sterft indien ze wordt beroerd. Zo was de liefde.” De auteur had personages en een intrige nodig om een poëtisch werkstuk te laten doordringen bij miljoenen lezers, hen te ontroeren – zijn visie op dat complexe van de liefde mee te delen. Dus schreef hij een gedicht dat leest als een roman.  
HOE HET GROEIDE
Inmiddels evolueert hij van romantiek naar nieuw realisme. Privé mislukt zijn eerste huwelijk, het tweede is positiever. En het boerenleven uit zijn jeugd trekt hem weer: hij settelt zich, eerst op zijn geboortegrond, later zal hij elders een nieuwe hoeve kopen. Maar het schrijven stopt niet.
In 1917 publiceert hij ‘Hoe het groeide’ dat hem in 1920 definitief onder de aandacht brengt en de Nobelprijs bezorgt. ‘Hoe het groeide’ (‘Markens grode’) start als een bijbelepos. Er loopt een mens in de natuur, eenzaam. Het bos, de planten, de dieren in het kreupelhout, vogels, de zon, de maan en sterren, een beek, moeras, hij de mens… alleen, hij zou Adam kunnen zijn. Maar dit is niet het paradijs, dit is Noorwegen. En toch, de mens keek en zag dat het goed was, hier bakent hij zijn terrein af: hier zal het groeien! De man is Isak. Hem ontbreekt het aan een vrouw.
Hij ontgint het land, langzaam; en na een hele poos dient zich van over de heuvel een vrouw aan: Inger. Zij is weliswaar getekend, zij heeft een hazenlip, maar wie maalt daarom. Ver van het dorp zwoegen beiden en vergroten hun bezittingen, akker na akker, schaffen zich dieren aan. En Inger bevalt van twee zonen, Eleseus en Sivert; maar zij stuurt Isak steeds weg op het tijdstip van de bevalling. Dan daagt de burgemeester (Geissler) van het nabijgelegen dorp op. In feite diende Isak de grond van de staat te kopen. Geissler regelt alles voorspoedig. Een minzaam man die spoedig ontslagen zal worden en een wrok zal blijven koesteren tegen het dorp, maar zich blijft bekommeren om de mensen van de kleine nederzetting die hij de definitieve naam ‘Sellanra’ toebedeelt.
Inmiddels stapt ook Oline, familielid van Inger, binnen bij het gezin: een kwaadaardige roddeltante die steeds bedelt. Inger is opnieuw zwanger, stuurt Isak naar het dorp… Wanneer deze terugkomt is er geen kind, een misval? Het is Oline die het grafje ontdekt en het aan Isak toont. Wat was er gebeurd… tijdens de zwangerschap kwam een Lap (de Lappen stonden als niet gunstig gekend) een haas aanbieden aan Inger, en dit derde kind werd – de grote vrees van Inger die een ellendige jeugd beleefde wegens haar handicap – met een hazenlip geboren. Dus doodde zij het kind. Er komt een officieel onderzoek, Inger wordt veroordeeld, en zal dan terwijl zij in gevangenschap heeft leren lezen, schrijven, naaien, weven, terugkeren met een dochter Leopoldine (zij was zwanger bij de opsluiting). Zij werd ook geopereerd en haar hazenlip werd weggewerkt. Haar vervroegde vrijlating dankt zij aan de inmiddels afgezette Geissler. Deze heeft ook grond gekocht die blijkbaar vol zit met koper, en verkoopt deze deels aan enkele Zweden. Ook Isak verkoopt lucratief een deel van zijn grond.
De kopermijn moet ontgonnen worden, er komen arbeiders – er wordt gefeest en Inger neemt soms deel aan de uitbundigheid. Er treedt een vervreemding op tussen het echtpaar; zij is meer sociaal zoals zij was toen zij nog over de heuvel leefde; hij is zwijgzaam, een eenzaat, stug. Terwijl de jongste zoon Sivert graag helpt in de nederzetting, heeft Eleseus twee linkerhanden: hij trekt naar de stad om secretaris te worden. Tegen de zin van Isak.
Sellanra is ondertussen uitgebreid van de kleine hut tot een groot woonhuis met meerdere stallen, er is nu veel vee, schapen, koeien, paarden, en de akkergronden werden steeds groter. Een klein incident laat Inger tot inkeer komen. Zij wordt opnieuw zwanger: Rebekka wordt geboren. Ze nemen nu zelfs een dienstmeisje, Jensine, in huis. Het stadsavontuur van Eleseus liep met een sisser af, hij komt terug. Maar beleeft een ongelukkige liefde met Barbro; dit verandert hem – hij helpt nu in de boerderij maar keert tenslotte toch, zonder perspectief, naar de stad terug. Deze Barbro, meisje uit het dorp, is meid bij de wat oudere Aksel; ze hebben zich na een poos verloofd, zij is zwanger… Maar zij verdrinkt de baby, wat Aksel ontdekt – hij begraaft het lijkje. Ook hier zal het tot een proces komen (het is alweer Oline die er de hand in heeft om het aan het licht te brengen). Geissler treedt nogmaals op, samen met in dit geval de vrouw van de huidige burgemeester: vrijspraak voor Barbro en Aksel. De scène in de rechtbank levert de knapste bladzijden van de roman! Uiteindelijk, uit opportuniteit, zal Barbro met Aksel huwen. Terwijl Geissler nog machines aan Aksel schenkt.
De ganse nederzetting in de buurt van Sellanra is in de loop der jaren uitgebreid. Sellanra zelf heeft een molen, een zagerij, een smidse… En rondom hebben zich meerdere landbouwersgezinnen gevestigd. Er kwam een schooltje en een winkel. Deze laatste vooral in functie van de uitbating van de kopermijn die veel arbeiders lokt. Dat lukt eerst tot een deel van de grond uitgeput is en de grote rest van het terrein eigendom blijkt van Geissler; deze weigert zijn grond aan de Zweden te verkopen – de verdere uitbating zou ten goede komen aan het dorp dat hem ooit verstoten heeft! Wel helpt hij de mensen van Sellanra met goede raad, zijn hart blijft bij de nederzetting en bij hen die niet tot het dorp behoren. Inger heeft een korte relatie met een jonge Zweedse arbeider; zij blijkt haar bloed niet te kunnen loochenen. Alleen wroeging is het gevolg. Sivert is verliefd op het dienstmeisje Jensine. En nu de arbeiders weg zijn en de winkel niks opbrengt, koopt Isak hem voor Eleseus. Deze neemt meteen de procuratiehouder Andresen ook in dienst en hijzelf gaat voortdurend op reis om inkopen te doen. Dan plots, maanden later, wordt het werk aan de mijn hervat… heeft Geissler toch verkocht? Maar de uitbating geschiedt aan de andere kant van de heuvel, zonder voordeel voor het dorp.
Isak begint te beseffen dat zijn krachten afnemen; ook Inger is niet meer de krachtige vrouw van weleer. Onder het mom een huisje te bouwen voor eventuele gasten, richt hij een kleinere woning in die dienst zal kunnen doen voor hen. Sivert kan dan verder Sellanra beheren met Jensine. En Eleseus, die zou de winkel hebben maar hij vertrekt met het laatste geld dat Isak kreeg voor de verkoop van zijn stuk land van de mijn naar Amerika, om nooit weer te keren. Allicht zal Andresen de winkel verder uitbaten met Leopoldine.
‘Hoe het groeide’ is niet het epos van een gevecht van de mens met de natuur, maar over de liefde van de mens voor de natuur en hoe deze perfect kunnen samengaan. En wat er bereikt kan worden met werk, doorzettingsvermogen, eerlijkheid. Hamsun schreef een ode aan de natuur, maar ook aan de mens. Hij confronteert ons met het ruwe leven, het primitieve, het bijgeloof, het dorpsleven: ook dit maakt de roman boeiend. En tenslotte – verrassend – pleit hij voor vrouwenrechten, komt hij op voor de ongehuwde moeder in een sterke redevoering in de rechtbank; zijn vrouwenfiguren zijn ook schitterend en genuanceerd getekend, Inger, Barbro, Oline… Niet verwonderlijk dat hij met deze roman de definitieve aandacht kreeg die zijn totale werk verdient.
En hij gaat maar door, met o.m. een August-trilogie. Na WO II werd hij aangehouden, niet wegens actieve collaboratie maar gezien morele steun voor Duitsland dat zoveel betekende voor de verspreiding van zijn werk. Hamsun overleed te Norholm op 19.2.1952.
In Nederland werd zijn roman ‘Mysteriën’ verfilmd met Rutger Hauer en Sylvia Kristel in de hoofdrollen.

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.