De Noorse schrijver Knut Hamsun werd geboren op 4.8.1859 te Hamaroy (Nordland), het uiterste punt van het vasteland, als Kurt Pedersen.

Zijn vader was kleermaker en hield er een bescheiden boerenbedrijf op na waar de jonge Knut op werd ingeschakeld (de hoeve heette Hamsund, het pseudoniem is hieraan – afgezien van een later ingeslopen drukfout – aan ontleend). Tot hij, negen jaar oud, naar een oom gestuurd werd als ‘secretaris’; hij kon immers lezen en mooi schrijven. Helaas beleefde hij daar ellendige jaren. Hij was zeer gevoelig; gelukkig slaagde hij er in veel te lezen. Zijn moeder stamde trouwens uit een kunstzinnige familie. En hij werd tenslotte leraar. In 1877 publiceerde hij zijn eerste novelle. Enkele boerenromans volgden. Dankzij de financiële steun van vrienden kon hij naar Amerika reizen waar hij twee jaren allerlei baantjes beoefende, én bevriend werd met Mark Twain.
In 1890 verscheen ‘Honger’, in 1893 trok hij voor drie jaren naar Parijs. PAN
Daar schreef hij ‘Pan’ in 1894. Men zou kunnen zeggen dat het een liefdesverhaal is. Maar het is veel meer, heel anders. Het is vooral een gedicht in proza. Verteld door luitenant Thomas Glahn die zich twee jaren heeft teruggetrokken in een hutje, zijn zelf ingerichte ‘berenhol’ in Nordland tussen de zee en de bossen, met in de verte de bergen, op enkele kilometers van een vissersdorp. Hij wandelt, mijmert, vist en jaagt (dit louter als eigen voedselvoorziening). Gezelschap: zijn hond Aesop.
Dan duikt Edvarda op, dochter van rijke koopman Mack, zij zal trots, eigenzinnig, bijwijlen leugenachtig blijken; maar ook attent, liefdevol. Er bloeit iets tussen beide. Een ingewikkelde relatie wegens beider inborst; en gezien er kapers op de kust zijn, de dokter, en later een Finse baron met wie (zullen we pas in een ‘aanhangsel’ leren) Edvarda tenslotte huwt.
Slechts af en toe laat Glahn zich verleiden om deel te nemen aan feestjes en uitstappen die steevast faliekant aflopen: hij is geen sociaal mens. Bovendien zijn alle jonge vrouwen in hem geïnteresseerd, tot jaloezie van Edvarda. Ter gelegenheid van zo’n uitstap schenkt hij haar twee groene veren die een cruciale rol spelen in het uiteindelijk verloop. Na dergelijk bizar feest schiet hij zichzelf opzettelijk in de voet en is gedurende weken immobiel en afhankelijk.
Eén der vrouwen die zich aan Glahn vastklampen is Eva, die hij eerst denkt de dochter van de smid te zijn; tot hij ontdekt dat zij de echtgenote is. Met haar begon hij een relatie toen de breuk met Edvarda quasi definitief was.
Steeds meer ergert hij zich aan de mensen, aan het dorp, de gemeenschap. Tot overmaat brandt zijn hut af, kwaadwillig allicht (vermoedelijk door koopman Mack). Hij laat zich zijn uniform toesturen, besloten afscheid te nemen van het natuurleven. Als apotheose zorgt hij voor een explosie die een groot rotsblok richting kade laat rollen; dit doodt Eva. Niemand kent evenwel de oorzaak.
De Finse baron vertrekt. En nu ook Glahn. Edvarda lijkt zijn afscheid onverschillig te aanvaarden, zij vraagt hem als souvenir zijn hond Aesop. Hij doodt het dier en laat het lichaam bij haar bezorgen!
In 38 zeer korte hoofdstukjes (3 à 4 pagina’s), scènes veeleer, beleven we niet zozeer dit hele avontuur maar veeleer de loop van de seizoenen, van de natuur. Want daar is het in ‘Pan’ om te doen. Al is het verhaal niet ten einde. Er komt nog een vervolg getiteld ‘De dood van Glahn’, geschreven door een vriend van hem die het raadselachtig verdwijnen van de luitenant verklaart.
Ze woonden beiden in hetzelfde huis en besloten een tocht door Indië te maken. Hoofdzakelijk om te gaan jagen. Daar verbleven ze geruime tijd in een dorp waar de vriend verliefd werd op een inheems meisje, besloot zelfs met haar te trouwen. Maar, ook hier werd Glahn de spelbreker met zijn fascinerend uiterlijk en innemende persoonlijkheid, het meisje wordt op hem verliefd. Dan ontvangt hij een brief, een omslag met een adellijk kroontje (de Finse baron!) en bevattend alleen de twee groene pluimen die hij Edvarda ooit schonk… Hij sukkelt in zo’n depressie dat hij het meisje van zijn vriend verleidt in de hoop dat deze hem zal doden. En uiteindelijk weet hij hem tot deze moord, tot een ‘jachtongeval’ te bewegen. De zelfmoord is voltrokken.
Als gezegd is het verhaal slechts een stramien. ‘Pan’ is poëzie. De zintuiglijke waarnemingen van Glahn zijn aanleiding tot droombeelden, fantasieën. Hamsun hanteert personificaties, levenloze voorwerpen krijgen een ziel, een steen wordt een levend wezen. En de hond is de enige echte menselijke kompaan in het verhaal. Glahn slaagt erin het tijdstip van de dag te bepalen aan de hand van de kleur van het gras, het zingen der vogels, de tint van de bloemen of gewoon zijn gevoel – maar in welke bewoordingen telkens! Hij leeft met en in het bos, of met de golven. Hij doorleeft de seizoenen, dag na dag, alle weersomstandigheden, op een gevoelige wijze. En toch kan hij – als verdediging – onverwacht brutaal, scherp, vooral onhandig zijn als hij met de mensen in aanraking komt.
Slaagt hij er in de om in de zielen van de mensen te lezen, of toch niet? Vraagt hij zich af. En is dat zijn ondergang. Er is ruimte voor het mysterie van de natuur en van de mens. En uiteraard zijn er de mythen die soms opdagen. Wie is het mysterieuze herderinnetje Henriette dat hij enkele malen ontmoet? En dan is er het verhaal over Diderik en Iselin dat ook meermaals opduikt. Iselin, een soort ‘belle dame sans merci’. Een hoofdstuk is zelfs volledig aan hun lotgevallen gewijd. Dit verhaal zal Hamsun later gebruiken in zijn toneelstuk ‘Munken Vendt’ (1902).
Het is niet verwonderlijk dat ‘Pan’ door velen beschouwd wordt als het beste dat Hamsun schreef. De rijke taal, de beelden, de liefde voor de natuur, en – ondanks de afkeer van zijn hoofdpersonage voor de mensen – de indringende wijze waarop de auteur die mensen heeft neergezet, niet als types maar met heel eigen karakters, dit alles maakt dit kleine boek tot een kostbaar bezit.
‘Pan’ trok dus de aandacht. Vanaf nu werden zijn boeken vertaald. Hij schreef een toneeltrilogie over leven en strijd die in Rusland door Stanislavski op de scène werd gezet. Romans, theater… ‘Victoria’ is een meesterwerk.
Inmiddels evolueert hij van romantiek naar nieuw realisme. Privé mislukt zijn eerste huwelijk, het tweede is positiever. En het boerenleven uit zijn jeugd trekt hem weer: hij settelt zich, eerst op zijn geboortegrond, later zal hij elders een nieuwe hoeve kopen. Maar het schrijven stopt niet.
HOE HET GROEIDE
In 1917 publiceert hij ‘Hoe het groeide’ dat hem in 1920 definitief onder de aandacht brengt en de Nobelprijs bezorgt. ‘Hoe het groeide’ (‘Markens grode’) start als een bijbelepos. Er loopt een mens in de natuur, eenzaam. Het bos, de planten, de dieren in het kreupelhout, vogels, de zon, de maan en sterren, een beek, moeras, hij de mens… alleen, hij zou Adam kunnen zijn. Maar dit is niet het paradijs, dit is Noorwegen. En toch, de mens keek en zag dat het goed was, hier bakent hij zijn terrein af: hier zal het groeien! De man is Isak. Hem ontbreekt het aan een vrouw.
Hij ontgint het land, langzaam; en na een hele poos dient zich van over de heuvel een vrouw aan: Inger. Zij is weliswaar getekend, zij heeft een hazenlip, maar wie maalt daarom. Ver van het dorp zwoegen beiden en vergroten hun bezittingen, akker na akker, schaffen zich dieren aan. En Inger bevalt van twee zonen, Eleseus en Sivert; maar zij stuurt Isak steeds weg op het tijdstip van de bevalling. Dan daagt de burgemeester (Geissler) van het nabijgelegen dorp op. In feite diende Isak de grond van de staat te kopen. Geissler regelt alles voorspoedig. Een minzaam man die spoedig ontslagen zal worden en een wrok zal blijven koesteren tegen het dorp, maar zich blijft bekommeren om de mensen van de kleine nederzetting die hij de definitieve naam ‘Sellanra’ toebedeelt.
Inmiddels stapt ook Oline, familielid van Inger, binnen bij het gezin: een kwaadaardige roddeltante die steeds bedelt. Inger is opnieuw zwanger, stuurt Isak naar het dorp… Wanneer deze terugkomt is er geen kind, een misval? Het is Oline die het grafje ontdekt en het aan Isak toont. Wat was er gebeurd… tijdens de zwangerschap kwam een Lap (de Lappen stonden als niet gunstig gekend) een haas aanbieden aan Inger, en dit derde kind werd – de grote vrees van Inger die een ellendige jeugd beleefde wegens haar handicap – met een hazenlip geboren. Dus doodde zij het kind. Er komt een officieel onderzoek, Inger wordt veroordeeld, en zal dan terwijl zij in gevangenschap heeft leren lezen, schrijven, naaien, weven, terugkeren met een dochter Leopoldine (zij was zwanger bij de opsluiting). Zij werd ook geopereerd en haar hazenlip werd weggewerkt. Haar vervroegde vrijlating dankt zij aan de inmiddels afgezette Geissler. Deze heeft ook grond gekocht die blijkbaar vol zit met koper, en verkoopt deze deels aan enkele Zweden. Ook Isak verkoopt lucratief een deel van zijn grond.
De kopermijn moet ontgonnen worden, er komen arbeiders – er wordt gefeest en Inger neemt soms deel aan de uitbundigheid. Er treedt een vervreemding op tussen het echtpaar; zij is meer sociaal zoals zij was toen zij nog over de heuvel leefde; hij is zwijgzaam, een eenzaat, stug. Terwijl de jongste zoon Sivert graag helpt in de nederzetting, heeft Eleseus twee linkerhanden: hij trekt naar de stad om secretaris te worden. Tegen de zin van Isak.
Sellanra is ondertussen uitgebreid van de kleine hut tot een groot woonhuis met meerdere stallen, er is nu veel vee, schapen, koeien, paarden, en de akkergronden werden steeds groter. Een klein incident laat Inger tot inkeer komen. Zij wordt opnieuw zwanger: Rebekka wordt geboren. Ze nemen nu zelfs een dienstmeisje, Jensine, in huis. Het stadsavontuur van Eleseus liep met een sisser af, hij komt terug. Maar beleeft een ongelukkige liefde met Barbro; dit verandert hem – hij helpt nu in de boerderij maar keert tenslotte toch, zonder perspectief, naar de stad terug. Deze Barbro, meisje uit het dorp, is meid bij de wat oudere Aksel; ze hebben zich na een poos verloofd, zij is zwanger… Maar zij verdrinkt de baby, wat Aksel ontdekt – hij begraaft het lijkje. Ook hier zal het tot een proces komen (het is alweer Oline die er de hand in heeft om het aan het licht te brengen). Geissler treedt nogmaals op, samen met in dit geval de vrouw van de huidige burgemeester: vrijspraak voor Barbro en Aksel. De scène in de rechtbank levert de knapste bladzijden van de roman! Uiteindelijk, uit opportuniteit, zal Barbro met Aksel huwen. Terwijl Geissler nog machines aan Aksel schenkt.
De ganse nederzetting in de buurt van Sellanra is in de loop der jaren uitgebreid. Sellanra zelf heeft een molen, een zagerij, een smidse… En rondom hebben zich meerdere landbouwersgezinnen gevestigd. Er kwam een schooltje en een winkel. Deze laatste vooral in functie van de uitbating van de kopermijn die veel arbeiders lokt. Dat lukt eerst tot een deel van de grond uitgeput is en de grote rest van het terrein eigendom blijkt van Geissler; deze weigert zijn grond aan de Zweden te verkopen – de verdere uitbating zou ten goede komen aan het dorp dat hem ooit verstoten heeft! Wel helpt hij de mensen van Sellanra met goede raad, zijn hart blijft bij de nederzetting en bij hen die niet tot het dorp behoren. Inger heeft een korte relatie met een jonge Zweedse arbeider; zij blijkt haar bloed niet te kunnen loochenen. Alleen wroeging is het gevolg. Sivert is verliefd op het dienstmeisje Jensine. En nu de arbeiders weg zijn en de winkel niks opbrengt, koopt Isak hem voor Eleseus. Deze neemt meteen de procuratiehouder Andresen ook in dienst en hijzelf gaat voortdurend op reis om inkopen te doen. Dan plots, maanden later, wordt het werk aan de mijn hervat… heeft Geissler toch verkocht? Maar de uitbating geschiedt aan de andere kant van de heuvel, zonder voordeel voor het dorp.
Isak begint te beseffen dat zijn krachten afnemen; ook Inger is niet meer de krachtige vrouw van weleer. Onder het mom een huisje te bouwen voor eventuele gasten, richt hij een kleinere woning in die dienst zal kunnen doen voor hen. Sivert kan dan verder Sellanra beheren met Jensine. En Eleseus, die zou de winkel hebben maar hij vertrekt met het laatste geld dat Isak kreeg voor de verkoop van zijn stuk land van de mijn naar Amerika, om nooit weer te keren. Allicht zal Andresen de winkel verder uitbaten met Leopoldine.
‘Hoe het groeide’ is niet het epos van een gevecht van de mens met de natuur, maar over de liefde van de mens voor de natuur en hoe deze perfect kunnen samengaan. En wat er bereikt kan worden met werk, doorzettingsvermogen, eerlijkheid. Hamsun schreef een ode aan de natuur, maar ook aan de mens. Hij confronteert ons met het ruwe leven, het primitieve, het bijgeloof, het dorpsleven: ook dit maakt de roman boeiend. En tenslotte – verrassend – pleit hij voor vrouwenrechten, komt hij op voor de ongehuwde moeder in een sterke redevoering in de rechtbank; zijn vrouwenfiguren zijn ook schitterend en genuanceerd getekend, Inger, Barbro, Oline… Niet verwonderlijk dat hij met deze roman de definitieve aandacht kreeg die zijn totale werk verdient.
En hij gaat maar door, met o.m. een August-trilogie. Na WO II werd hij aangehouden, niet wegens actieve collaboratie maar gezien morele steun voor Duitsland dat zoveel betekende voor de verspreiding van zijn werk. Hamsun overleed te Norholm op 19.2.1952.
In Nederland werd zijn roman ‘Mysteriën’ verfilmd met Rutger Hauer en Sylvia Kristel in de hoofdrollen.

Johan de Belie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.