Het zal morgen ook al dertig jaar geleden zijn dat Billy Tipton is overleden. Who the fuck is Billy Tipton? denk je nu en niet ten onrechte, het is één van de grote mysteries uit de muziek. Uit de jazzmuziek om precies te zijn…

Jazz is lange tijd bijna uitsluitend een mannenzaak geweest. Gezien de ontstaansgeschiedenis zaten vrouwen zoals de pianiste Mamie Desdoumes in de oertijden zelfs ergens in de schemerzone tussen entertainment en prostitutie. Iedereen weet stilaan wel wat “jazz” eigenlijk betekent en dat het een activiteit is die in de bordelen van New Orleans ontstond en later in de nightclubs ging het er niet veel anders aan toe, zoals de film “Lady sings the blues” (over het leven van Billie Holiday) ons leert.
De eerste jazzvrouw met een zekere reputatie was Lil Hardin, pianiste bij King Oliver en in die tijd ook getrouwd met Louis Armstrong. Niet zelden was het trouwens een huwelijk dat de deur van de jazz voor vrouwen opende, b.v. ook voor de legendarische pianiste en arrangeur Mary Lou Williams. Typisch is trouwens dat de inbreng van de vrouwen zich meestal beperkte tot zang of piano, wat – in tegenstelling tot de tuba – als een “vrouwelijk” instrument werd beschouwd.
In de jaren twintig ontstonden er ook zuiver vrouwelijke jazzgroepen, maar die konden zelden een alternatief zijn: promotoren en publiek zagen er algauw niet meer in dan een curiosum, niets om muzikaal echt ernstig te nemen. Denken we maar aan de manier waarop het vrouwenorkest in de film Some like it hot wordt voorgesteld. Het was zelfs zo erg dat Dorothy Lucille Tipton uit Oklahoma een mannelijke identiteit aannam (Billy Tipton) om sax te kunnen spelen in de big bands in het midden van de jaren dertig (b.v. Jack Teagarden). Later vormde hij ook nog een trio onder zijn eigen naam, waarbij hij ook piano speelde. Toen hij overleed op 21 januari 1989, wisten zelfs zijn drie vrouwen en drie (geadopteerde) zonen niet dat hij eigenlijk een vrouw was.
In de jaren veertig werd de trompettiste Tiny Davis de vrouwelijke Louis Armstrong genoemd, maar ze werd niet naar waarde geschat. Evenmin trouwens als haar vriendin, de slagwerkster Ruby Lucas, waarmee ze meer dan veertig jaar samenleefde. In 1988 draaide Andrea Weiss de documentaire “Tiny and Ruby: Hell Divin’ Women” over hen.
Over het algemeen waren de swingbands uiteraard een mannenaangelegenheid. Sommige orkesten hadden wel zangeressen (Peggy Lee, Sarah Vaughan, Dinah Washington, Dinah Shore, zelfs Dorothy Lamour bij Herbie Kay, tevens haar eerste echtgenoot), maar deze wogen niet op tegen het succes van crooners als Bing Crosby of Frank Sinatra. Bovendien werden ze aangetrokken als “kanarie” (Didier Wijnants in “De Morgen) om de commerciële aantrekkingskracht van de band te vergroten.
In de marge van de populariteit van de swing kende ook de classic blues enige bijval. Charles Keil merkt op dat de vrouwen (Billie Holiday, Bessie Smith, Ma Rainey) hier “bevoordeeld” waren, maar dan toch op een zeer dubieuze basis: een blanke mocht wel “heet lopen” van een zwarte zangeres, een blanke vrouw mocht echter niet opgewonden raken door een zwarte zanger. Later kregen we dan toch een aantal vertolksters die hun roem louter aan hun vocale capaciteiten dankten: Ella Fitzgerald, Anita O’Day, Carmen McRae…
Wat componisten betreft, moet Carla Bley zowat de enige zijn. In eigen land is er de pianiste Claudine Simon met haar groep Lilith, die evenwel buiten haarzelf uit negen mannen bestaat!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.