Gisteravond heb ik naar “Basmannetjes” gekeken, een uitzending van NTR van het begin van dit jaar, waarin Henny Vrienten en zijn zoon Xander hun visie geven op de rol van de basgitarist in een rockgroep. Ik wil daarop enige commentaar geven en daarom heb ik dit gekoppeld aan een (sterk ingekorte) versie van zijn Wikipedia-pagina.

Henny Vrienten groeide op in Tilburg. In de jaren zestig speelde hij in diverse beatgroepen, waaronder de in Tilburg en omstreken bekende band Les Cruches. Zoals zovele bassisten speelde Vrienten oorspronkelijk gitaar, maar omdat hij minder goed was dan de sologitarist van de groep, werd hij verzocht bas te spelen. Na een optreden in Tilburg van (toen nog) The Golden Earrings met als bassist Rinus Gerritsen kreeg hij de smaak te pakken.
In de jaren zeventig schreef Vrienten muziek voor andere artiesten, waaronder twee Engelstalige nummers voor het kerstalbum uit 1975 van The Cats. Zelf bracht hij twee singles uit onder het pseudoniem Ruby Carmichael (1974; onder andere “Little yellow shop”) en een album als Paul Santos (1977).
Ondertussen werden de eerste contouren van Doe Maar zichtbaar; Vrienten speelde met Ernst Jansz in de begeleidingsband van Boudewijn de Groot. Op die manier heb ik hem destijds ontmoet in het Cultureel Centrum, maar mijn belangstelling ging toen meer uit naar drummer Tony Ghyselinck, Fred Beeckman en natuurlijk Boudewijn zelf. Doe Maar was wel al in 1978 opgericht, maar Vrienten kwam er pas in 1980 bij. Doe Maar groeide uit tot een van de belangrijkste groepen van de Nederpopscene, maar de overmatige populariteit deed hen in 1984 besluiten te stoppen. Vrienten had op dat moment zijn eerste Nederlandstalige soloalbum uitgebracht, “Geen ballade”. De eerste single, “Als je wint”, was een duet met Herman Brood. Daarna produceerde Vrienten voor Raymond van het Groenewoud het album “Habba”, met de Doe Maar-achtige single “Stapelgek op jou”.
Vrienten legde zich meer en meer toe op het schrijven van filmmuziek, waarvoor hij in 1996 een Zilveren Harp ontving. Daarnaast bleef hij samenwerken met Pijnenburg en Belinfante; tussen 1986 en 1991 was dat in het filmorkest The Magnificent 7 waarmee ze een aantal theatertournees deden (ik zag en hoorde ze zelf op het pleintje bij Sint-Jacobs tijdens de Gentse Feesten) en een album uitbrachten.
In 1992 verscheen de langverwachte opvolger van “Geen ballade”: “Mijn hart slaapt nooit”. In 1997 schreef Vrienten de muziek voor de BRT-serie “Kongo”. In 1998 schreef Vrienten de muziek voor de film “Abeltje” waarin hij ook een bijrol had.
Na het overlijden van Harry Bannink in 1999 nam Vrienten diens taak over als componist van liedjes voor de jeugdprogramma’s Het Klokhuis en Sesamstraat. Eerder dat jaar had hij al de cd “Harry Bannink zingt!” geproduceerd.
In 2000 kwam Doe Maar voor het eerst sinds 1984 bijeen voor een laatste studioalbum en een eerste reeks reünieconcerten. Daarna begon Vrienten aan de muziek voor de film “Left Luggage” van Jeroen Krabbé.
In 2006 maakte Vrienten samen met dj Junkie XL (JXL) het campagnelied van de Partij van de Arbeid voor de Tweede-Kamerverkiezingen, ‘Neem mijn hand’. In hetzelfde jaar verscheen “Nacht”, een (naar mijns inziens saai) duet-album. Het jaar daarop schreef Vrienten de muziek van alle nummers van een musicalversie van “Ciske de Rat”, op één nummer na, de van de filmversie overgenomen titelsong “Ik voel me zo verdomd alleen” (tekst: Karin Loomans; muziek: Herman van Veen en Erik van der Wurff).
In januari 2008 staat Vrienten met het orkest Holland Symfonia in een aantal theaters met een eerbetoon aan Bannink, genaamd “In de Ban van Bannink”. In augustus 2008 wordt er een live registratie van dit eerbetoon op cd uitgebracht.
In augustus 2008 verscheen “Aardige jongens”, een album gemaakt met vrienden Frank Boeijen en Henk Hofstede. In deze bezetting gingen ze samen op tournee.
In september 2008 ging Vrientens hoogmis in première in de Janskerk te Utrecht, nadat in een interview met Trouw Vrienten had gezegd ooit nog eens een hoogmis te willen schrijven.
In 2013 maakte hij samen met regisseur Erik de Bruyn een documentaire over bekende Nederlandse gitaristen. Aanleiding hiervoor was de show “Gitaarjongens”, die eenmalig in Carré is gehouden. In de documentaire komen onder anderen Jan Akkerman, Anne Soldaat en Daniël Lohues voor.
In 2014 verscheen “En toch…”, Vrientens eerste soloalbum in 23 jaar tijd, nog geen jaar later gevolgd door “Alles is anders”. Tijdens de bijbehorende tournee werd hij begeleid door zoon Xander (bassist bij Jett Rebel) en de band My Baby.
In 2016 vormde Henny Vrienten samen met Boudewijn de Groot en George Kooymans het trio Vreemde Kostgangers; ze begonnen dat jaar aan hun eerste theatertournee en brachten in 2017 twee albums uit.
In januari 2019 verscheen de documentaire “Basmannen” als vervolg op “Gitaarjongens”. Hierin geeft Henny Vrienten samen met zijn zoon Xander zijn visie op basgitaar spelen. Hijzelf vindt dat een basgitarist zich ten dienste moet stellen van de groep, waarop Xander schamper: “Zei de man die Doe Maar helemaal naar zijn hand zette”. En aan de hand van het nummer “Smoorverliefd” bewijst hij zijn gelijk natuurlijk. Toch geef ik de voorkeur aan Henny’s zienswijze, die deze zelf illustreert door aan te geven hoe een bassist gewoon heel simpel de melodielijn kan ondersteunen door de akkoorden na te spelen (maar dan lager uiteraard), maar ook hoe hij deze baslijn toch wat meer kleur kan geven, zonder daarom tegen de melodielijn in te gaan. Xander daarentegen is meer een voorstander van briljante bassolo’s (Henny noemt dat “basballerina’s”). Xanders eigen solo’s vind ik persoonlijk nog wel te genieten, maar die van een paar vrienden die hij erbij haalt, vind ik er wel “over”. Of om het met de woorden van Henny te zeggen: “Horen zij wel wat de anderen spelen?” Als Groot Voorbeeld haalt Henny dan ook James Jamerson van Motown aan, terwijl Xander eerder aanleunt bij iemand als een Jaco Pastorius b.v. Maar als als voorbeeld dan “What’s going on” van Marvin Gaye wordt gespeeld, moet Henny toegeven dat Jamerson hier helemaal niet zo “simpel” klinkt als hij zich had voorgesteld. Maar dat komt natuurlijk dat we hier al ver af zitten van die eerste Motown-hits die Jamerson begeleidde!

Een gedachte over “Henny Vrienten

  1. Lijkt me een keurig commentaar, en correcte weergave.
    Ik heb het programma ook gezien. Ik kan Henny wel bijtreden. Een bas mag buiten de lijntjes kleuren maar moet finaal in dienst staan van de band.
    Niemand kan rond Jaco Pastorius. Maar niemand speelt meer ‘echt bas’ dan James Jamerson.
    Objectief gezien is Xander een pak begaafder dan zijn vader Henny. Hij heeft echt meer technische bagage. Maar als het op “feel” aankomt is Henny de meerdere, meer bassist.
    In de USA hebben ze Marcus Miller, super-bassist, super-muzikant, die momenteel hoge ogen scoort met onze eigenste Selah Sue. Top !
    Ik zet mijn transistorradiootje graag wat luider voor hun Que sera.
    Maar in België hebben we toch ook wel wat aanstormend basgeweld in huis. Toen ik voor de eerste keer Loneliness van Lady Linn hoorde liep ik naar mijn radiootje om wat volume bij te draaien
    omwille van de baspartij. Ik heb het gegoogeld (als dat een werkwoord is). Blijkbaar is de bassist Filip Vandebril, tevens echtgenoot van de zangeres en auteur van het nummer.
    Zijn baspartij is uitdagend en toch fundamenteel, en met een bijzonder toffe klank. Het klinkt oneerbiedig maar ik durf zijn manier van spelen (bijna) prefereren.
    Een gedurfd standpunt dat me niet door iedereen in dank zal afgenomen worden. Maar met alle respect voor Marcus Miller natuurlijk.

    GR Jean-Pierre Goossens

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.