Wie er het eerst met de zogenaamde « actiejaren » is komen aandraven weet ik niet meer, noch wanneer het precies was. Ik meen me wel te herinneren dat het Jaar van de Vrouw het eerst aan de beurt kwam. Sedertdien werden we geteisterd door monumenten, dorpen en nog allerlei dingen die op het punt staan te verdwijnen. Is het uit die reflex dat de UNESCO voor 1979 het kind centraal wil plaatsen ? Is het omdat het kind anno 2001 misschien in proefbuisjes verwekt zal worden en opgroeien op een of andere haveloze planeet, die net zo goed de onze zou kunnen zijn ?

Misschien. En in die optiek is het natuurlijk lovenswaardig dat men niet tot 2001 heeft gewacht om ermee voor de dag te komen. Maar anderzijds heeft onze maatschappij ook genoeg kansen laten voorbijgaan. 1879 b.v. zou dat geen mooi « actiejaar » voor het kind kunnen zijn geweest ? We hadden ons dan eens kunnen buigen over de kinderarbeid, de slechte hygiëne, de mensonwaardige omstandigheden waarin arbeiderskinderen moesten opgroeien.

SENSIBILISATIEJAAR
Maar neen, toen moesten onze folkloristen, die dit jaar ongetwijfeld een Kind van het Jaar, het meest kroostrijke gezin, de slimste klas, de braafste leerling enz. zullen bekronen, nog geboren worden. Waarom dan deze oude koeien uit de gracht halen ? Omdat het in vele uithoeken van deze aardkloot nog steeds 1879 is. Vandaar ook dat wij — ondanks al onze schroom tegenover de zopas genoemde uitwassen — toch wel ergens blij zijn met dit sensibilisatiejaar, dat bovendien vooral in het teken staat van het kind in de Derde Wereld.
Maar hier mocht Rika De Backer bij de officiële opening zich reeds op de borst(en) slaan : terwijl allerlei folkloristische aspecten ons reeds om de oren vliegen en, toegegeven, ook reeds een aantal interessante binnenlandse projecten, was juist voor de Derde Wereld nog quasi niks uitgewerkt. Op vragen uit de zaal wist ze enkel op te merken dat er een uitwisseling zal plaatsvinden tussen Vlaamse kinderen en kinderen uit de Nederlandse Antillen.
Iemand wilde ook weten of er in het kader van dit Jaar van het Kind iets aan ontwapening zou gedaan worden, wat alvast inderdaad een kindvriendelijke daad zou zijn. De minister antwoordde hierop instemmend, maar refereerde daarbij — voor wie dacht dat hier een afkeuring van de neutronenbom zou zijn gevolgd — naar die uitwisseling. Dat is een bijdrage tot de wereldvrede, poneerde ze. inderdaad, maar dan toch slechts een kleine…
ONDERWIJS
Ook Pépé Ramaekers was aanwezig op die opening (hij stelde zichzelf voor als een soort van oude wijze grootvader) en dat was gerechtvaardigd, niet enkel voor het politieke evenwicht zoals men dat pleegt te. noemen, maar vooral omdat hij als minister van onderwijs terecht een zware verantwoordelijkheid heeft in dit jaar.
Zo zou hij b.v. werk kunnen maken van beginsel 7 van de verklaring van de rechten van het kind (reeds aanvaard door de algemene vergadering van de Verenigde Naties op 20 november 1959), waarin staat dat elk kind aanspraak moet kunnen maken op kosteloos onderwijs. In ons land is het immers nog steeds zo dat reeds bij middelbare studies de kosten tamelijk hoog kunnen oplopen, om van de universiteit (denk aan de 10.000, nietwaar mijnheer Ramaekers) nog maar te zwijgen…
Hij zou ook de klasnormen kunnen verlagen, wat niet alleen psycho-pedagogisch verantwoord zou zijn, maar bovendien nog werkgelegenheid zou scheppen. Vooral in de kleuterscholen zijn de toestanden hemeltergend. Sommige kleuterleidsters vroegen zelfs de aandacht van koningin Fabiola voor hun probleem bij een receptie op het koninklijk paleis.
Toch heeft het ministerie van nationale opvoeding ook reeds een positief initiatief genomen : in 1979 wordt in elke Vlaamse provincie één school uitgerust met een avontuurlijk speelterrein. Voortaan zullen bovendien in de planning van nieuwbouw of verbouwing dergelijke speelterreinen in de school voorzien worden. Het is natuurlijk slechts een zwakke start, dit om financiële redenen (moeten we nog herhalen dat er voor dit Jaar van het Kind geen speciale kredieten werden vrijgemaakt ?), maar het positieve ligt in het feit dat dit beantwoordt aan een vraag van de kinderen zelf, waarmee zij nog maar eens blijk geven van een grote dosis gezond verstand die in de administratieve bureaucratie soms ver te zoeken is.
Die bureaucratische reflex verhindert trouwens de toepassing van een reeds lang van kracht zijnde verordening dat de speelplaatsen van de (rijks-)scholen ook na schooltijd moeten openblijven. Evenzo ontbreekt de nodige soepelheid om lesgeven in open lucht aan te moedigen (in sommige scholen zelfs gewoonweg te tolereren) of om langere speeltijden in te voeren. Alles bij elkaar strekt deze speelpleinenactie zich verder uit dan het zuivere schoolvlak, want de erbarmelijke toestand van openbare speelpleinen (om nog maar te zwijgen van de levensgevaarlijke privéterreinen verbonden aan lusthoven, waarin de kinderen “op eigen risico” los worden gelaten tot meerdere eer en glorie van het consumptieverbruik) doet omzichtige ouders uitkijken naar veiliger speeloorden voor hun kroost.
HET GEZIN
In zijn toespraak maakte koning Boudewijn van zijn kant van de gelegenheid gebruik om nog maar eens het gezin als enig leefmodel te poneren, als “onvervangbaar brandpunt van de gevoelsrelaties”, waar « de beste voorwaarden geschapen worden voor de opvoeding en het geluk van het kind. Daarom is het zo belangrijk dat het gezin steun en aanmoediging krijgt vanwege de openbare macht en vanwege de natie zelf. »
Deze laatste reflex vinden we trouwens ook terug in de verklaring van de rechten van het kind, waarbij men vooral de steun aan grote gezinnen op het oog heeft. Ik vraag me af of deze paragraaf in het kader van de bevolkingsexplosie niet voor herziening vatbaar is. Voortwoekerend op dezelfde conservatieve tendens komt wellicht ook de legalisering van abortus geen stap dichterbij, al is de eerbied voor de kwaliteit van het leven m.i. « kindvriendelijker » dan de betoelaging van de kwantiteit.
Terecht merkte iemand van de vereniging voor de derde leeftijd op waar zij bleven in dit alles. Inderdaad voor de optimale opvang van het kind opteer ook ik voor een soort van sibbeopvatting zoals die door de DDR-auteur Reiner Rank werd uiteengezet in de r.v. nr. 46 van vorig jaar.
VREDE
Al deze opmerkingen in acht genomen zouden wij ons ter gelegenheid van dit Jaar van het Kind, maar ook later nog, willen aansluiten bij het tiende beginsel van de verklaring van de rechten van het kind, dat zegt : « Het kind moet beschermd worden tegen praktijken, die een onderscheid naar ras, geloof of anderszins beogen. Het kind dient te worden grootgebracht in een geest van begrip, verdraagzaamheid, vriendschap onder de volken, vrede en wereldbroederschap en in het volle bewustzijn, dat zijn werkkracht en gaven behoren te worden gewijd aan het dienen van zijn medemens. »
Moge deze hoop eens werkelijkheid worden.

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.