Morgen zal het vijftig jaar geleden zijn dat Guy Mortier (foto Michiel Hendryckx via Wikipedia) hoofdredacteur werd van het weekblad Humo. Ik heb Guy verscheidene keren geïnterviewd, maar eigenaardig genoeg nooit over Humo als zodanig, tenzij één maal, telefonisch in onze reeks Aan het lijntje in 1986 omdat het blad toen zijn vijftigste verjaardag vierde.

In 1986 stond, zo niet Vlaanderen, dan toch de cover van « Humo » op zijn kop omdat dit blad zijn vijftigste verjaardag vierde. Ondanks onze krasse leeftijd (65 jaar) waren wij er nog als de kippen bij om het jonge broekje te feliciteren. En bij wie konden wij niet onze heilwensen beter terecht dan bij Guy Mortier, reeds 25 jaar (o tempora !) op dat blad werkzaam en sedert 1969 (o mores !) hoofdredacteur ? In welke negorij is hij destijds eigenlijk terechtgekomen ?
G.M.: Het blad was uit een uiterst katholiek brein ontsproten, zijnde de gekende heer Dupuis die op de Franstalige markt reeds “Moustique„ uitbracht.
Aanvankelijk was “Humoradio„ hier een letterlijke vertaling van, maar toen men uit Nederland ene Jan Kuipers aantrok als hoofdredacteur is men meer en meer voor eigen stukken gaan opteren, zodat het heel zoetjesaan toch wel een apart blad werd. Toen hij dan werd opgevolgd door Jef Anthierens, die daar al werkte, mocht je beginnen spreken van een fris blad, dat ikzelf alleszins zeer interessant vond, vooral omdat het in zo’n uitstekend Nederlands gesteld was. Dat stak echt af legen de andere weekbladen en kranten. Dat kwam dan vooral omdat er hier altijd wel één of twee Nederlandse redacteurs hebben gewerkt. Dat wil zeggen, tot ik kwam, want ik vond dat toen niet langer nodig.
— Toen jij het roer in handen nam was het 1969, wat in Vlaanderen (altijd een jaar achterop) was wat elders 1968 was. Dus : meteen tabula rasa ?
G.M.:
Neenee, want let op : daartussen kwam nog Karel Anthierens, die trouwens al een hele tijd de praktische organisatie op zich had genomen en daarin erg goed was. Hij heeft Humo uitgebouwd tot een zeer goed televisieblad en die stevige infrastructuur heb ik dus geërfd. Daar maak je dan ook geen tabula rasa mee. Het is wel zo dat ik niet erg tevreden was over sommige mensen, maar die zijn nogal snel weggegaan. Louis Van Raak is b.v. opgestapt om de Vlaamse „Story„ te stichten, om maar te zeggen… Ik had dus de kans om een aantal nieuwe redacteurs aan te trekken en die heb ik dan gezocht in een richting die me nogal nauw aan het hart lag, namelijk allemaal mensen die de humor zeker niet versmaadden en op dat vlak reeds iets betekenden. Piet Piryns kende ik van Dagboek op de radio, Guido Van Meir van zijn Volksguerilla en Wonderboy en zelfs Herman De Coninck is nog begonnen met het schrijven van cursiefjes.
– Op de eerste plaats humor zeg je, maar ’t Pallieterke kan toch ook soms aardig uit de hoek komen?
G.M.:
Dat vind ik niet, maar je bedoelt natuurlijk dat het allemaal knaapjes waren uit een bepaalde hoek en het is inderdaad zo dat humor de verpakking was die andere ideeën moest verteerbaar maken. Hoewel je het ook niet zo strikt mag bekijken, want eigenlijk is het steeds gewoon mijn bedoeling geweest een goed blad te maken. Ik ben dus niet per se zo’n wereldverbeteraar maar als je als fatsoenlijk mens een goed blad wil maken dan moet je sowieso belangrijke informatie meedelen die buiten de gewone televisie-informatie staat en dan kom je automatisch terecht in een hoek die men dan links pleegt te noemen.
– En het verhaal is verder bekend. De katholieke Dupuis moest met lede ogen aanzien dat die linkse rakkers zijn beurs spekten. Kun je daar cijfers opplakken ?
G.M.
: Toen ik het overnam schommelde de bruto-oplage rond de 137.000 exemplaren en nu is dat 250.000. Na een lichte stagnatie zitten we sinds vorig jaar opnieuw in de lift.
— En wie klopt daar aan de deur van de lift ? Een vreemdeling die verdwaald is, zeker ? Murdoch ?
G.M. (zucht gelaten):
Naar een aloude traditie die wordt verdergezet op het hoogste vlak moet ik je naar waarheid zeggen dat wij daar niks van afweten. Wij zijn in een internationale trust terechtgekomen die voor het grootste deel in handen is van Editions Mondiales, maar toch zitten wij met een raad van beheer die is samengesteld uit leden van verschillende maatschappijen, de ene al conservatiever dan de andere. En al merk ik daar in de praktijk nog niet veel van, dan bestaat het gevaar toch dat men met het verstrijken van de jaren zal proberen een en ander meer naar z’n politieke hand te zetten. Maar dan zal het spelletje zich herhalen dat we bij Dupuis hebben gespeeld : dan zullen wij vechten voor onze onafhankelijkheid !
— De messen worden gescherpt
G.M. :
Die liggen al lang klaar!

Wat mezelf betreft, was Marc Didden me in de jaren zeventig eens komen opzoeken (in de cafetaria van Gent-Sint-Pieters) omdat hij mijn artikels in Tliedboek blijkbaar op prijs kon stellen. Of nee, nu herinner ik het me, ik had een stuk geschreven over Rod Stewart en dat naar Humo gestuurd, waar men het wel wou opnemen, maar op hetzelfde moment kocht WEA (Rods platenfirma) een volledige bladzijde reclame voor zijn jongste elpee, zodat men wou vermijden dat het zou lijken alsof men precies dààrom dat nogal lange Rod Stewart-stuk zou hebben geplaatst. Didden vroeg me toen om een ander stuk te schrijven. Aangezien ik op dat moment juist een nieuwe betrekking had in het onderwijs (daarom zat ik trouwens in het station, want ik moest naar Aalst, als ik het mij goed herinner), vroeg ik hem of hij me een onderwerp wou aanreiken. Hij vond echter dat het bepalen van het onderwerp mede deel zou uitmaken van de beoordeling en dus liet hij dat aan mij over. Zoals te verwachten en te voorzien was, kwam ik er tussen de drukke voorbereiding van al die nieuwe lessen niet toe om een keuze te maken (ik geloof dat The Eagles nog het meest in aanmerking kwamen), zodat dit een doodlopend spoor zou worden. Oh ja, wat ik ook nog moet vermelden (in het licht van wat volgt): Didden vroeg mij als verwelkoming of ik soms de nieuwe sterreporter van Humo wou worden? Ik dacht dat enige nederigheid wel op z’n plaats was en antwoordde dus dat ik desnoods al met een plaatsje op het archief tevreden zou zijn. Verkeerd antwoord natuurlijk. Bij Humo verwachtte men wel degelijk wat meer assertiviteit.

Maar goed, niet lang daarna begon ik bij De Rode Vaan en daar was ik zo gelukkig dat ik niet veel meer heb nagedacht over deze gemiste kans. Bovendien deden er zich daar een paar incidentjes voor die mij bij Humo nu niet direct vreselijk populair hebben gemaakt. Het voornaamste verwijt was dat ik te vaak uit Humo-interviews citeerde zonder aan bronvermelding te doen. Ik moet toegeven dat dit een terecht verwijt was, niet zozeer omdat ik die pluimen op mijn eigen hoed wou steken, maar gewoon uit slordigheid wat bronvermelding betreft, iets waarmee men op deze blog ook nog vaak geconfronteerd wordt. Een minder belangrijk (en grappiger) incident betrof de overhandiging door Paul Evrard van “Ethisch reveil”, de nieuwste elpee van Raymond Van het Groenewoud, op een persconferentie t.g.v. het Feest van De Rode Vaan. Ik had zelf nog gewaarschuwd dat de publicatie van die foto reacties zou uitlokken en zo geschiedde dus ook. Jammer genoeg kan ik de betreffende foto niet meer terugvinden.

Maar nà De Rode Vaan, met name op zaterdag 27 juni 1998, heb ik dan toch nog eens een brief geschreven aan Guy Mortier, na diens oproep in Humo voor een eindredacteur:

“Uiteraard ben ik er ook weer bij,” schreef ik. “Niet zozeer omdat ‘de aanhouder wint’ (want dat denk ik nu juist niet), maar veeleer omdat nu ook de mogelijkheid geboden wordt om in dienst te treden als eindredacteur. Niet alleen heb ik deze job een jaar of tien uitgeoefend bij De Rode Vaan, met mijn vorming als germanist en vooral met mijn beperkte ambities ben ik daarvoor de geknipte man.

Met die ‘beperkte ambities’ bedoel ik dan dat alle wonderknaapjes wel op de job van ‘sterreporter’ zullen willen springen, zoals Marc Didden mij dat in 1975 (Reeds! zou wijlen Sjef Van Oekel zeggen) voorspiegelde. ‘En zo hoort het ook,’ zou ik nu weer Godfried Bomans (*) kunnen citeren. Jonge wolven moeten huilen onder de volle maan. Grijze muizen zullen in de anonimiteit dan wel de dt-fouten uit hun overigens schitterende stukken halen.

Destijds nam Marc mij (wellicht terecht) kwalijk dat ik toen al ‘grijze muis’ wou spelen, maar op 46-jarige leeftijd ga je nu toch niet meer van mij verwachten dat ik nog altijd een tafelspringer zou willen zijn. En met tafelspringers alleen maak je trouwens geen Humo. Bovendien, af en toe moet zelfs een Guy Mortier toch eens met een gerust hart op vakantie kunnen gaan, zeker…”

Een kleine maand later kwam het antwoord…

Referentie
Ronny De Schepper, Guy Mortier aan het lijntje, De Rode Vaan nr.14 van 1986

(*) Het grote voorbeeld voor Guy, dus dat was niet toevallig…

Een gedachte over “Vijftig jaar geleden: Guy Mortier wordt hoofdredacteur van Humo

  1. Toen ik haverwege de jaren vijftig Elvis plaatjes grijs speelde en naar Bill Haley, Frankie Lane en The Platters ging kijken in ’t Kuipke (de Wielerpiste) in Gent was dat niet dank zij die uitzendingen van Mortier,(die ik niet gehoord heb, wie wel?) maar door die radio schepen en Franstalige zenders. Onze informatie kwam uit het tijdschrift Juke Box (later uit Rolling Stone, Melody Maker, OOR), niet uit Humo. . Humo is altijd een parasiet geweest die zich kleefde aan dingen die begonnen te floreren en dan doen alsof zij het aangebracht hebben. Zoals met Jazz Bilzen en Torhout-Werchter. Ik herinner mij dat die zeiker die met zijn eigen onzin stond te lachen op het podium enorm op mijn zenuwen werkte. Tliedboek heeft Bob Dylan, Punk, The Eagles, Bruce Springsteen, Patti Smith, Tom Waits bij ons geintroduceerd, niet Humo. Er was grote boel toen ik Tom Waits interviewde voor tLiedboek, alleen Humo mocht dat,. toen ik vernam dat Tom Robinson een brave huisvader was,een getrouwde vent was met kinderen, maar wel op het podium stond te brullen van “Glad to be gay’ heb ik geweigerd hem te interviewen voor Humo was hij een linkse held. (klein detail: mijn goede vriend Tuur Praet organiseerde zijn optredens en zei “als ge een interview wilt doen, geen probleem). Humo was een blad voor pseudo-linkse pseudo-intellectuelen, mislukkelingen en pseudo-studenten met een chagrijnige ongeloofwaardige egocentrische zeveraar op kop. Nepverhalen en nepinterviews avant-la-lettre. Waardeloze schrijvers en dichters opblazen.En ge weet wel, alleen wie voor Humo schrijft kan schrijven Eigen pretentie eerst..

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.