Het is vandaag precies 230 jaar geleden dat Carl Philipp Emanuel Bach, de tweede overlevende en bekendste zoon van Johann Sebastian Bach is overleden.

Hij studeerde aan de gymnasia van Köthen en Leipzig. Oorspronkelijk studeerde hij rechten in Leipzig en Frankfurt aan de Oder, maar hij werd in 1740 hofmusicus van Frederik de Grote in Potsdam, niet ver van Berlijn. Hij moest daar onder andere de koning, die een bekwaam fluitist en componist was, begeleiden op het klavecimbel. Hij schreef er voor diverse adellijke personen beroemd geworden muziek: de Preußische Sonaten (1742) voor Frederik II, de Württembergische Sonaten (1744) voor de jonge hertog Carl Eugen von Württemberg en de Sechs Klaviersonaten mit veränderten Reprisen (1760) voor prinses Anna Amalia. Zijn brede, algemene ontwikkeling was hem hierbij erg van nut: hij verkeerde met groot gemak in de hoogste kringen en was charmant, hoffelijk en onderhoudend – eigenschappen die zijn vader wel eens miste.
Het lukte Carl Philipp Emanuel niet om de plaats van zijn in 1750 overleden vader als cantor-organist aan de Leipziger Thomaskirche over te nemen. In plaats daarvan volgde hij in 1767 zijn peetoom Georg Philipp Telemann op als Kapellmeister van de vijf hoofdkerken van Hamburg. Hij legde zich vanaf dan hoofdzakelijk toe op het schrijven van kerkmuziek. Tot zijn dood bleef hij in Hamburg, waar sinds 2015 een museum aan zijn werk en leven is gewijd.
Als componist geldt Carl Philipp Emanuel als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Empfindsame stijl, die sterk de nadruk legt op een gevoelvolle expressie en dicht bij de Sturm und Drang ligt. In dit opzicht is hij een overgangsfiguur tussen de barokstijl van zijn vader en het classicisme van de Eerste Weense School. Zelf heb ik op CD zijn celliconcerti (uit 1995), uitgevoerd op historische instrumenten door het Concerto Armonico, geleid door Peter Szüts, en solist Balazs Maté. Verder heb ik ook nog een fluitconcerto (in d, Wq.22) door Ingrid Dingfelder samen met het English Chamber Orchestra geleid door Charles Mackerras en een “Sinfonia” (Wq.177) van Il Fondamento onder leiding van Paul Dombrecht, die tevens de solist is in twee hoboconcerti (Wq.164 & 165).
Maar dus niets op klavier, terwijl deze Bach toch een belangrijk muziektheoreticus voor klavierinstrumenten was. Hij kende alle mogelijke theorieën en technieken en men mag hem zelfs beschouwen als de vader van de moderne pianotechnieken. Zijn Versuch über die wahre Art das Klavier zu spielen (1753-1762) is fundamenteel voor de kennis van de stijl van klavierinstrumenten in de tweede helft van de achttiende eeuw.
Er bestaan twee catalogi met de indeling van de werken van C.Ph.E.Bach. Uit 1905 stamt de indeling van Alfred Wotquenne, herkenbaar aan de code “Wq” met een volgnummer, maar sinds 1989 is er ook de catalogus van E.Eugene Helm, aangeduid met H en een volgnummer. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.