De Afrikaanse saxofonist Manu Dibango (foto Emmanuel Dautant via Wikipedia) viert vandaag zijn 85ste verjaardag.

Emmanuel ‘Manu’ N’Djoké Dibango werd geboren in Douala, wat toen nog in Frans-Kameroen lag. Op vijftienjarige leeftijd verhuisde hij naar Frankrijk om bij familie in te trekken. Hij had, zoals hij later zou zeggen, slechts drie kilo koffie bij zich om aan zijn nieuwe familie te geven.
In 1971 nam hij het nummer “Soul Makossa” op. Een jaar later bracht hij het uit. (Makossa is een Kameroenese muziekstijl.) Het nummer was een mengeling van jazz, funk, disco en Afrobeat. De Afro-beat was een mogelijkheid om het tij te doen keren voor de Afrikaanse muziek. Om import te vervangen door export. Bij groepen die het gezicht van de jaren tachtig bepaalden, klonk dit geluid goed door: Talking Heads, Bowwowwow, Adam and the Ants … Maar beter nog zou het zijn indien de Afrikanen zelf de toon aangaven.
“De Afrikaanse muziek”, schreef Jean-Jacques Dufayet destijds in ‘Le Monde de la Musique’, “is een beetje zoals het monster van Loch Ness: dat is nu al tien jaar dat men het een schitterende internationale toekomst voorspelt en nog kennen we het niet precies, wat gaat er dan mis?”
Hij stelde de vraag aan Manu Dibango, die net zowaar in België zo’n twintig jaar eerder Charlies Parker en de saxofoon kwam ontdekken…
Manu Dibango: “Waarom? Omdat de platenfirma’s in Afrika geen poot aan de grond krijgen wegens de piraterij. Hoop en al verkopen ze honderd singles, juist genoeg om de piraten – gaande van amateurs tot industriëlen – te bevoorraden. da’s alles”.
Dufayet: “Maar dat verklaart nog niet waarom zij niet zouden proberen de Afrikaanse muziek naar Europa of de Verenigde Staten te exporteren?”
Dibango: “Daar is het misschien een psychologische kwestie. De platenfirma’s weten immers wel welk onthaal een Afrikaanse plaat op westerse radiostations te wachten staat. En zelfs al is dit niet altijd het geval dan nog volstaat de idee alleen reeds om ze te weerhouden van investeringen. Komt daarbij nog, laten we elkaar niet voor het lapje houden, dat vele Afrikaanse muzikanten er zelf hebben toe bijgedragen dat men van hen niet meer wil weten. Zo ken ik er die niet minder dan drie contracten voor zogezegd exclusieve optredens hebben getekend. Je kan je voorstellen welke ogen de inrichters van zo’n exclusief optreden opzetten, als ze zagen dat er in hun omgeving nog twee andere waren …”
“Soul Makossa” werd zijn grootste hit, vooral omdat het een bijzonder refrein bevatte: “ma-mako, ma-ma-sa, mako-mako ssa”. Dit refrein zou in 1983 door Michael Jackson worden gebruikt in “Wanna Be Starting Something” en later in 2007 door Rihanna in het nummer “Don’t Stop the Music”. In 2009 zou de Belgische groep K3 de tekst “Mama-se, mama sá” in hun nummer “MaMaSé!” verwerken.
In Nederland was deze tekst de inspiratie voor het radioprogramma “Mama Appelsap”. Hier werden onverstaanbare liedteksten van een nieuwe betekenis (mondegreen) voorzien. Het eerste voorbeeld was natuurlijk de tekst “ma-mako, ma-ma-sa, mako-mako ssa” waarin de Nederlanders “Mama appelsap” verstonden.
In 2015 was Dibango te horen in het nummer “Musica” van de Italiaanse zanger Jovanotti. Het nummer “Reggae Makossa” is één van de soundtracks van het computerspel “Scarface: The World Is Yours”.
In 1994 publiceerde Dibango zijn autobiografie, genaamd “Three Kilos of Coffee: An Autobiography”. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.