Tijdens het seizoen 1981-82 ging “Het haar van de hond” van Hugo Claus in première in zijn eigen regie. Het Reizend Volkstheater heeft er zeven jaar later zijn tanden in gezet.

In veertien taferelen volgen we de lijdensweg van Mira (Marijke Pinoy), een entraineuse in de Mimosa, een baancafé tussen Gent en Kortrijk. Ze leeft er samen met haar moeder Mimi (Mieke Verheyden), een hoer op leeftijd, en de pooier Joris (Ben Snijers), een wat bizarre figuur die nooit bereikt wat hij verlangt en voortdurend meer wil zijn dan wat hij is. Na de begrafenis van Janine, de vermoorde vriendin en collega van Mira, komt Frans Simons (Dirk Tuypens) op bezoek, evenals Bob van de BOB (Guido Horckmans).
Daarmee hebben we het zowat gehad, want veel meer gebeurt er eigenlijk niet in dit stuk. Dit flinterdunne verhaaltje is het doek waarop Claus de personages schildert en hun onderlinge relaties in de verf zet. Centraal staat de afwezige figuur van Poema, de vader van Mira, die ze amper heeft gekend. Rond deze afwezige, die moeder en dochter eigenlijk in de steek liet en ze zo aan de prostitutie overleverde, is er een mythevorming ontstaan, die hem voor beide vrouwen zowel tot ideale man als tot ultieme vader verheft. Zo raken ze beiden alle contact met de realiteit kwijt (Mimi koestert haar opgezette hond als was het Poema zelf) en ook Joris verliest zijn wanhopige strijd om op hem te proberen gelijken.
Zei Claus niet ooit eens: « In drie dagen kan ik een toneelstuk schrijven dat niet slechter is dan ‘Vrijdag’ of ‘Een bruid in de morgen’: een goede intrige, de personages en, hop, daar gaan we… » ? Het lijkt er sterk op dat dit zo één van die stukken is. Doorspekt natuurlijk met zijn vertrouwde thema’s als daar zijn : de Vlaamse pietluttigheid, de frustraties voortspruitend uit een katholieke opvoeding, het Oedipuscomplex en verwijzingen naar de Christus-figuur (de veertien taferelen komen overeen met de veertien « staties » van de kruisweg). Dat alles is toch iets te veel voor een stuk dat zich laat bekijken als een slechte thriller. Regisseur Carry Goossens zet die symboliek echter nog eens extra in de verf, zodat we hier werkelijk de karikatuur flaneren. Deze vormgeving slaat als een tang op een varken, zodat het een wonder mag heten dat de acteurs in bepaalde scènes zelfs nog enigszins overtuigend overkomen.

Ikzelf zag het stuk drie jaar later (in 1991) in het NTG in een regie van Jean-Pierre De Decker. Helaas heb ik er blijkbaar geen nota’s van bijgehouden…

Referentie
Piet Loose, Het hoekje van de miereneukers, De Rode Vaan nr.49 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.