Morgen zal het precies honderd jaar geleden zijn dat de Sovjetrussische dissidente schrijver Alexander Solsjenitsin werd geboren. Zoals The Times Literary Supplement schrijft: “Aleksandr Solzhenitsyn did not make himself popular with Soviet authorities, with books such as The Gulag Archipelago – and though he won international literary acclaim, and a Nobel Prize, he did not make himself terribly popular in the West either. Spending twenty years in exile, travelling through a number of countries and settling mainly in the United States, he found much in the West to condemn, while his conservative Christianity and his sharp criticisms of the moral void he perceived in the liberal world put him at odds with Western academics and commentators.”

29 goelash archipelIn De Standaard van 17 augustus 1974 schreef Kris Merckx (de redactie achtte het noodzakelijk om onder zijn naam te vermelden: “de redactie heeft de echtheid van deze brief gecontroleerd”) een brief n.a.v. het verschijnen van zijn boek “De Goelag Archipel” (en niet “De Goelash Archipel” zoals een grappenmaker ervan heeft gemaakt) van de Russische dissidente schrijver Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008). De openingszin van de brief van Kris Merckx gaf meteen reeds aan waarover het precies ging: “De ‘Goelag Archipel’ is een uiterst leugenachtig, eentonig en walgelijk anti-communistisch pamflet.” Ik schreef hierop een reactie, die op 30 augustus 1974 eveneens in de brievenrubriek van De Standaard werd gepubliceerd…
Ik ben het met Kris Merckx eens dat de ‘Goelag Archipel’ weinig met literatuur te maken heeft. Solzjenitsyn kreeg de Nobelprijs wegens de politieke inslag van zijn werk. Pablo Neruda ook, maar zelfs de meest conservatieve criticus moet toegeven dat die een uitstekend dichter is en dat zijn sociale bewogenheid zijn poëzie alleen maar verheft tot de algemeen geldende tragiek van het lijden van een volk. Solzjenitsyn veracht het Russische volk en haalt voor het zweet van elke proletariër zijn neus op. Toch is hij nu het grote idool van critici, die linkse schrijvers afwijzen omdat ze te geëngageerd zijn. Dàt zijn dan “pamfletten” i.p.v. literatuur.

Toch ga ik niet helemaal akkoord met wat de h.Merckx schrijft. Trotsky in één adem met Hitler noemen (“Dit is het soort voorspellingen waarmee Hitler en Trotsky aankondigden dat de gevangen en uitgehongerde Russische massa’s de nazi-invallers als bevrijders zouden begroeten”), is de oude vete weer eens oprakelen met een dooddoener die (wellicht) van alle wetenschappelijke grond ontbloot is. Men kan moeilijk dit Solzjenitsyn verwijten en dan zelf dezelfde fout maken. Daarbij komt nog dat hij en zijn vrienden tegen beter weten in voortgaan met de Stalin-cultus. Wie aansluiting zoekt met de arbeidersklasse zou dit beter achterwege laten. Trouwens, mensen die nog bij Amada geweest zijn toen die nog de opgestoken vuist als embleem had en niet “de vijf koppen”, kunnen beter dan ik bewijzen dat Stalin niet de logische voortzetter is van het marxisme-leninisme. De bewondering van Mao (die dat wel is) voor de tiran is eerder psychologisch te verklaren: mede dankzij hem kon de Chinese revolutie slagen. Voor Mao, die ook een dichter en dus een gevoelsmens is, is vriendschap nog geen hol woord. Begrijpelijk dus, maar met wetenschappelijk marxisme-leninisme heeft het niets te maken.

Ronny DE SCHEPPER, Sint-Niklaas

Alhoewel de redactie niet “de echtheid van mijn brief had gecontroleerd”, hadden ze wel iets anders gedaan, namelijk er fameus de schaar in gezet. Later zou ik maar al te goed begrijpen dat zoiets vaak noodzakelijk is, maar het was toch wel zeer opvallend dat ongeveer de helft van mijn brief was weggeknipt en dat die als het ware toevallig helemaal op rekening van de eerste paragraaf was te schrijven, m.a.w. het gedeelte van mijn brief waarin ik Kris Merckx gelijk geef. Mijn kritiek op Merckx daarentegen die werd wel “ongecensureerd” weergegeven. Daarom vond ik het noodzakelijk om Kris van die onrechtvaardigheid op de hoogte te stellen. Ik herinner me nog goed dat ik hem vanuit de kliniek hierover heb gebeld. Dat betekent dus ook dat mijn vrouw daar toen nog altijd in lag na de geboorte van Roddy op 23 augustus. Nu gebeuren bevallingen bij wijze van spreken ambulant!

Ook grappig is dat ik uit de vele lezersbrieven over het onderwerp er, buiten deze twee, nog één heb geselecteerd (13/9/1974) en die was dan van de hand van “Drs.Walter CEUPPENS, moraaltheoloog, Heverlee”. Op dat moment deed ik dat wellicht louter omwille van de inhoud van de brief, die ook alweer in de eerste paragraaf kan worden samengevat: “De ‘Goelag Archipel’ is een rancuneus en slecht leesbaar pamflet. Het geeft geen werkelijke analyse van feiten en toestanden. Het geeft geen enkele bruikbare oplossing en wijst geen mogelijke weg naar een betere maatschappij.”

Maar het grappige zit ‘m in het feit dat ik die Walter Ceuppens later goed zal leren kennen. En dan heb ik het natuurlijk over de Walter Ceuppens van de KP en niet over die andere Walter Ceuppens die ik nog later bij de socialisten nog béter zal leren kennen en met wie ik vandaag precies twintig jaar geleden De Morgen-journalist Jan De Zutter ben gaan interviewen over hekserij…

Twee jaar later mengde ook Miel Swillens zich in Tliedboek nr.40 in deze discussie. In zijn “robotfoto” van een Liedboeker (zoals ik dus) heeft hij het o.a. over diens afkeer van godsdienst, terwijl hijzelf juist een nieuw soort religiositeit voorop stelt. “Dergelijke metafysische betrachtingen,” tracht hij op voorhand de kritiek van Tliedboek te pareren, “hoeven echter niet te leiden tot politieke apathie of reactionair conservatisme in de trant van Solzjenitsyn (wiens recente politieke uitlatingen des te betreurenswaardiger zijn daar het hier ongetwijfeld een groot schrijver betreft; de vergelijking met Dostojevski dringt zich op).”

Daarna komt Solzjenitsyn nogmaals ter sprake als Miel het heeft over kunstkritiek als “de weergave van een subjectieve ervaring”. “Wat is daar trouwens zo verkeerd of verdacht aan?” vraagt Miel. En hij stelt daar tegenover: “een star dogmatisme, zoals men dat aantreft bij de neopositivisten die de kunst trachten te reduceren tot wiskundige formules (binnenkort zullen computers in staat zijn kunst te reproduceren) en bij de marxistische critici die de kunst dienstbaar maken aan hun ‘wetenschappelijke’ maatschappij-analyses (zo beweerde de bekende criticus Lukasz in een enige jaren geleden gepubliceerd essay dat Solzjenitsyn pas een werkelijk groot auteur zou worden wanneer zijn levensvisie in marxistische richting zou evolueren…)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.