Morgen wordt de Vlaamse actrice Chris Lomme tachtig jaar. In 2009 kreeg zij nog uit handen van Lukas De Vos (rechts) een onderscheiding van de Vlaamse Filmpers.

Chris Lomme werd opgevoed in een francofoon bourgeoismilieu in Kortrijk en, ondanks het feit dat haar eerste opvallende rol, die van het brave Marieke uit “Schipper naast Mathilde”, het omgekeerde zou doen vermoeden, rebelleerde ze hier sterk tegen. Zo is ze b.v. één van de weinige B.V.’s die er openlijk voor uitkomt abortus te hebben laten plegen.
Merkwaardig is dan wel dat ze heel haar leven heeft verbonden met dat van de veel oudere Nand Buyl, die ze dus reeds als “Schipper” had leren kennen (“Hij was mijn Pygmalion,” zegt ze zelf en ze aarzelde geen moment toen hij – toch nog op erg jeugdige leeftijd – bevel gaf dat ze haar voorste tanden zou laten trekken omdat die een goede uitspraak in de weg zaten). Ze hebben overigens doelbewust voor een kinderloos bestaan geopteerd.
Na Marieke was Chris Lomme haast niet meer weg te branden van het tv-scherm. Ze speelde in bijna honderd tv-films en reeksen. Op toneel kende ze de ene triomf na de andere en op het witte doek werkte ze met heel wat bekende Vlaamse, Waalse en Nederlandse regisseurs, zoals Guido Pieters (Dokter Vlimmen), René van Nie (Een stille liefde en Doodzonde), Guido Henderickx (De proefkonijnen en Skin), George Sluizer (Two Women), Robbe De Hert (De Witte, Blueberry Hill en Elixir d’Anvers), Ben Verbong (Het meisje met het rode haar), Chantal Akerman (Toute une nuit), Peter Simons (Het einde van de reis), Hugo Claus (Het Sacrament). De laatste jaren speelde ze vooral bijrolletjes, die ze echter steeds met evenveel overgave neerzette in films als She Good Fighter (Marc Punt), Blinker (Filip Van Neyghem), Confituur (Lieven De Brauwer) en Happy Together (Geoffrey Enthoven). Een belangrijke dragende rol kreeg ze in Christmas in Paris (Hans Royaards) en Soeur Sourire (Stijn Coninx). In deze opsomming vergeten de confraters van de Vlaamse Filmpers, al dan niet opzettelijk, Wildschut van Bobby Eerhart te vermelden.
Het was nochtans naar aanleiding daarvan dat ik destijds een telefonisch gesprek had met haar. In de inleiding maak ik meteen al duidelijk waarom: “Ik heb de film nog niet gezien en ik zál hem ook niet zien. « Wildschut » dus. Met een lanceerfilmpje dat afstotend genoeg was om mij thuis te houden. En nochtans. Nochtans had de film reeds zonder dat-ie gedraaid werd één reden om er alvast wél te gaan naar kijken. Chris Lomme vertolkt er immers één van de hoofdrollen in. Zou ze ook zo geschrokken zijn toen ze de film uiteindelijk zag ?”
Chris Lomme : Het is voor mij ook een heel groot probleem geweest, in die zin dat ik deze film heb gedraaid voor een vriend, Bobby Eerhart, waarvan ik steevast geloof dat het een heel goed regisseur is. En bij het zien van de film is gebleken dat ik daarmee toch moet oppassen. Het is niet mijn stijl. Ik ben anti-geweld en met die humor daarrond… Ik vind dat persoonlijk veel te ernstig om daar zo maar over te gaan. Maar aan de andere kant wil die man dat nu eenmaal zo doen en het scenario is van Felix Thijssen, dus niet van hemzelf en, ja, je beseft het eigenlijk maar als je ’t ziet, hé ? Maar… (aarzelt) ik heb het er een beetje moeilijk mee voor mezelf.
— Je schrok m.a.w. óók ?
— C.L. (zacht):
Ja, eigenlijk wel, ik had een beetje beter moeten kijken.
— « Het is niet mijn stijl », zeg je. Wat is dan wel je stijl?
C.L. :
Ik ben nogal geëngageerd in humanitaire zaken, maar op dit moment ben ik in een twijfelperiode, ik weet het allemaal niet meer zo goed. Ja, wij doen een heel vreemd vak, hé ? Als acteur moet je alle soorten rollen doen, zeker als je in een vast verband zit (zoals zij in de KVS, red.) en wat je dan daarbuiten neemt, daarin zou je ontzettend kieskeurig moeten zijn. Maar ja, als je zo graag filmt, dan denk je daar niet meteen aan.
— Laat ik het dan anders formuleren : in welke filmrol heb je je tot hiertoe het meest thuis gevoeld ?
C.L. :
Oh, verschillende ! In Vlaanderen b.v. in « Proefkonijnen » en in « Het einde van de reis », dat vond ik heel fijn, maar ja, daar komt geen kat naar kijken… En in Nederland « Het meisje met het rode haar ». « Vlimmen » niet, dat vind ik spijtig, maar nogmaals, het is een heel merkwaardig vak en daarom zit ik erg te twijfelen op dit moment. Men heeft me b.v. gevraagd om met Gaston en Leo mee te werken en ik denigreer niets, maar dat ligt me toch niet zo goed. De rol in « Wildschut » lag me echter wel goed, ik bedoel dus die vrouw, dat mens. Och god, als je gegijzeld wordt en je maakt dat allemaal mee, de normale reactie is dan wellicht zo’n soort revolte. Ik weet het niet, ik heb het nog nooit meegemaakt. Maar ik vind wel dat je het moet laten zien, zo’n gijzeling en wat dat allemaal met zich meebrengt. Ik vroeg me ook af hoe je reageert als je een revolver op jou gericht ziet. Dat boeide me wel. Ik heb dus geprobeerd mensen op te zoeken die dat ooit al eens hebben meegemaakt, ik heb die echter niet gevonden. Maar ik haat revolvers en geweren e.d. en ik kan me dus best voorstellen dat je in een soort hysterie van tegen dat geweld in te gaan, dat je dan domme dingen zou kunnen gaan doen. En dat had ik wat meer willen zien in de film.
— De rol zelf lag me wel zeg je en inderdaad, je bent vaker uitstekend in het uitbeelden van, ja, nogal slonzige vrouwen.
C.L. :
Ik hou van nogal volkse mensen, absoluut ! Echte mensen, warm van binnen en écht levend, die boeien mij, daar heb je ook meteen contact mee, als je die ontmoet. En waarom doe ik het nog ? Misschien om het imago van bourgeois dat ik de laatste tijd meestal meekrijg af te breken ? Ik wil namelijk geen etiket dragen van iets omdat ik toevallig uit die opvoeding kom. En het is ook een challenge voor jezelf natuurlijk.
— Een andere challenge tot slot : je gaat in september de baan op met een soloprogramma rond gedichten van Herman De Coninck. Wat treft je zo bij hem ?
C.L. (zonder aarzelen):
Authenticiteit. Eerlijkheid. Het zijn gedichten die je aan mensen kan vertellen. En ik vind ze ongelooflijk mooi, anders zou ik ze echt niet doen. Ik heb zelf aan Herman gevraagd of ik het mócht doen en ik heb hem zelfs een cassette opgestuurd om te zien hoe hij erover dacht. Want iedereen denkt dat ik een soort opportuniste ben die zich met zowat van alles inlaat, maar ik heb toch een duidelijke lijn. Alleen, in ons land is het moeilijk om die helemaal te handhaven. Ik heb trouwens ook een cassette met poëzie van Anton van Wilderode ingesproken, een stuk moeilijker omdat het hermetischer is.
In die tijd was Chris ook actief in een beweging die zichzelf “Beton” noemde…
C.L. :
Er is een nefaste tendens, die in enkele theaters de kop jeeft opgestoken, om vooral jonge mensen in nepstatuten, als « vrijstelling van stempelcontrole, of tewerkgestelde werkloze », te laten presteren, en dat is onder meer door tussenkomst van BETON geneutraliseerd. Overigens door een niet agressief, maar wél collegiaal overleg met de Vlaamse theaterdirecteurs. Waarvan we als mensen van hetzelfde vak de financiële problemen ook kennen en begrijpen, maar de oplossingen niet altijd kunnen bijtreden… Als zij van de overheid meer financiële middelen voor het theater willen verkrijgen, vinden ze in BETON uiteraard een bondgenoot.
– Zijn er nog concrete actiepunten?
C.L.:
Er is nog zoveel werk op de plank. Het acteren voor de BRT bijvoorbeeld, is in vergelijking met de RTBF, en a fortiori met het buitenland, ongelooflijk onderbetaald. En ondanks het « Theaterdecreet » bestaat er nog steeds geen degelijke pensioenregeling voor de theatermensen… Maar hoe concreet en hoe dringend deze punten ook zijn: voor mij is misschien het belangrijkste: het stimuleren van het onderlinge solidariteitsgevoel tussen de theatermensen. Het grote of het kleine theater, het officiële of het margetheater, theater in de grootstad of in de provincie, experimenteel of traditioneel theater, jonge acteurs of zogenaamde gevestigde waarden: we werken allemaal in hetzelfde vak, voor hetzelfde doel: we willen allemaal dat het goed, en nog beter gaat met ons theater. En we zetten ons, via ons werk, allemaal in, voor de verbetering van ons geestelijk en cultureel leefmilieu.
Toen Franz Marijnen de directie van de KVS van Nand Buyl overnam, verkoos Chris Lomme op te stappen: “Als je twintig jaar de vrouw van de directeur bent geweest, kun je niet doen alsof er niets gebeurt als die man verdwijnt. Maar dat was niet de enige reden, ik wou ook vrij zijn, een frisse neus kunnen halen. (…) Ik ben lang vast bij een gezelschap geweest en ik heb er genoeg van. Op de duur raak je op mekaar uitgekeken. Ik had veel vroeger moeten weggaan trouwens. Tien jaar lijkt me de limiet.” (Doén, 2de jg., nr.18)
En dus speelde ze in 1996 voor Malpertuis samen met Jakob Beks en Wim Wullaert in “De stoelen” van Eugène Ionesco. De regie was in handen van Chris Vanneste. Daarna ging ze voor Blauwe Maandag op tournée met de monoloog “Het Mens”. Begin 1997 was ze dan weer te zien bij Antigone in “De kersentuin” van Tsjechov in een regie van Ignace Cornelissen.
In datzelfde nummer van “Doén” verklaart ze ook nog: “Het theater is elitair geworden. Behalve dingen als het Echt Antwerps Theater en dat moet ook kunnen, vind ik. Spijtig genoeg zijn er alleen nog extremen. Nand (Buyl) vertelt altijd: vroeger had je in Brussel de Folies Bergères, waar ze de revues opvoerden, operette-theater en de KVS. En dat was een logische overgang, die veel mensen namen: van simpel naar veeleisender, ’t was een beetje zoals leren eten, je kweekte een publiek. Maar dat tussenstadium dreigt momenteel weg te vallen en da’s heel jammer. (…) We bereiken de mensen die socialistisch stemmen niet. Maar het strijdtoneel van een paar decennia geleden heeft dat ook niet gedaan. Terecht, denk ik: ik vraag me af of het de rol van de theatermakers is om het publiek op te voeden. Je geeft hen iets te zien, dat ze moeten aanvoelen: daar gaat het mij om. Als je pamfletten en slogans nodig hebt, zit je fout. Theater speelt zich af op een onderhuids niveau. Subtieler. Komt daarbij dat onze mensen, door een overdaad aan televisie en Tien om te Zien-gedoe niet meer nadenken. Ik weet niet of het vroeger allemaal veel beter was, maar slechter was het zeker niet. Ach, de maatschappij is ook zo hard geworden, dat de mensen niet meer willen nadenken. Ze willen ontspanning, wat het ook is.”
En ze voegt eraan toe: “Het theater bereikt de mensen die socialistisch stemmen niet. Maar het strijdtoneel van een paar decennia geleden heeft dat ook niet gedaan. Terecht, denk ik: ik vraag me af of het de rol van de theatermakers is om het publiek op te voeden. Je geeft hen iets te zien, dat ze moeten aanvoelen: daar gaat het mij om. Als je pamfletten en slogans nodig hebt, zit je fout. Theater speelt zich af op een onderhuids niveau. Subtieler. Komt daarbij dat onze mensen, door een overdaad aan televisie en Tien om te Zien-gedoe niet meer nadenken. Ik weet niet of het vroeger allemaal veel beter was, maar slechter was het zeker niet. Ach, de maatschappij is ook zo hard geworden, dat de mensen niet meer willen nadenken. Ze willen ontspanning, wat het ook is. (…) Het theater is elitair geworden. Behalve dingen als het Echt Antwerps Theater en dat moet ook kunnen, vind ik. Spijtig genoeg zijn er alleen nog extremen. Nand (Buyl) vertelt altijd: vroeger had je in Brussel de Folies Bergères, waar ze de revues opvoerden, operette-theater en de KVS. En dat was een logische overgang, die veel mensen namen: van simpel naar veeleisender, ’t was een beetje zoals leren eten, je kweekte een publiek. Maar dat tussenstadium dreigt momenteel weg te vallen en da’s heel jammer.” (Doén, 2de jg., nr.18)

Referentie
Jan Draad, Chris Lomme aan het lijntje, De Rode Vaan nr.12 van 1985

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.