Reeds van in de twaalfde eeuw, maar vooral in de dertiende eeuw, krijgen we een opleving van mystieke lyriek waarin vooral vrouwen uitblonken. De zogenaamde gevoelsmystiek (die tegenover de meer “mannelijke” speculatieve mystiek staat van een Meister Eckhart en zijn leerling Heinrich Suso b.v.) is dan ook bijna een uitsluitend vrouwelijke aangelegenheid met de Duitse nonnen Mechthild von Magdeburg (ca.1207-ca.1282) en Mechtild von Hackeborn (ca.1241-1299) op kop.

“Bijna uitsluitend” zeg ik, want hun inspiratiebron was toch wel degelijk een man, met name de Cisterciënzer Bernardus van Clairvaux (1091-1153) die met zijn symbolisch-mystieke verklaring van het Hooglied als een bruidsallegorie van de ziel en Christus een gevoelige snaar had geraakt. De man is er overigens heilig voor verklaard…
In ons land, meer bepaald in Brabant in het midden van de 13de eeuw, vinden we binnen de “exemplarische” begijnenbeweging vrouwen terug als Beatrijs van Nazareth (“Van seven manieren van minnen”) of Hadewijch (“Alle dinge syn mi te inge”).

In ons land, meer bepaald in de omgeving van Brussel, was er een gelijkaardig figuur, maar dan toch van mannelijke signatuur: Jan van Ruusbroec. Hij werd geboren in Ruisbroek in 1293 en werd later kapelaan van de Brusselse St.Goedelekerk. In 1350 trad hij in het klooster. Daar schreef hij elf tractaten van uiteenlopende lengte (zoals opgesomd in de Latijnse biografie door Pomerius):
1.”Vanden rike der gelieven”: over de goddelijke genade als enige mogelijkheid om de godsaanschouwing te bereiken;
2.”Die chierheit der gheesteliker brulocht”: over de drie stadia van de mystiek, nl. het werkende leven (de beoefening van de deugden), het God-begerende leven en het God-schouwende leven (volkomen vereniging tussen de mysticus en God, uiteraard niet voor iedereen weggelegd);
3.”Hantvingherlijn” of “Vanden blickenden steen”: nog altijd over deze “eenheid zonder differentie”;
4.”Vier becoringhen” (erg kort);
5.”Vanden kerstenen ghelove”: een parafrase van het Credo;
6.”Vanden gheestelijken tabernacule” (nog begonnen in Brussel): deze uitgebreide allegorie over de Ark des Verbonds (zijn grootste werk) bevat ook veel kritiek op de geestelijkheid en werd als dusdanig zijn meest verspreide werk;
7.”Van seven sloten”: onderrichtingen aan een kloosterlinge hoe ze zich op zeven manieren van de wereld kan afsluiten (en ongetwijfeld ook “fifty ways to leave your lover”);
8.”Spieghel er ewigher salicheit” (1359): over de eucharistie;
9.”Van seven trappen”: zeven stadia in de opgang van de ziel tot god;
10.”Samuel” of “Boec der hoechster waerheit” of “Dat boecsken der verclaringhe” (met autobiografie);
11.”Vanden twaelf beghinen”: onsamenhangend ouderdomswerk.
Al deze tractaten werden in de 16de eeuw door Surius in het Latijn vertaald met daarbij nog “Vanden twaelf dogheden” dat ook aan Ruusbroec werd toegeschreven maar dat eigenlijk van G.van Wevel is.
Hij overleed op 2 december 1381.

Deze tekst is dan weer vooral gebaseerd op de lessen van prof.Van Elslander aan de universiteit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.