Morgen viert Jan Ullrich (foto René S. op Wikimedia) zijn 45ste verjaardag. Sinds het einde in mineur van zijn wielercarrière is het helaas van kwaad naar erger gegaan met hem, maar ik herinner mij hem toch vooral als een formidabele wielrenner. De enige om echt weerwerk te bieden tegen “de Amerikaan”. En aangezien hij eigenlijk afkomstig was uit de DDR kon je die tweestrijd nog een politiek tintje geven ook!

Jan Ullrich was een uitzonderlijk talent. Hans Vandeweghe citeert in zijn boek “Wie gelooft die renners nog?” zijn mentor Rudy Pevenage: “Ze hadden allemaal epo, ze deden allemaal aan bloeddoping, maar US Postal was wel erg fanatiek bezig en ze werden blijkbaar niet zo gecontroleerd als wij. Maar als Armstrong samen met Ferrari weken aan een stuk op de Teide zat, denk je echt dat ze dan al met epo bezig waren? Armstrong was superserieus in de training. Jan niet. Jammer, want hij had meer talent.” (p.60)
Hans geeft als voorbeeld de Tour 2003: “De Tour van 2003 had Armstrong nooit gewonnen als Jan Ullrich niet ziek was geworden aan het begin van de Tour. Dat was eigen schuld dikke bult, want Ullrich had zich een koortsaanval op de nek gehaald omdat hij met slecht bewaarde Actovegin (*) had gewerkt. Pas in de tweede week kwam Ullrich weer een beetje bij en reed hij in de tijdrit naar Cap Découverte Armstrong in de vernieling. In de laatste tijdrit naar Nantes verkende Armstrong het parcours wel en Ullrich niet. De Duitser kwam ten val op een rotonde en verloor de Tour met één luttele minuut.” (ibidem)
In zijn enthousiasme gaat Hans echter daarna zelf uit de bocht: “Een jaar later zou het dan gebeuren. Maar Armstrong beschikte in 2004 over een betere fysieke conditie. Ullrich trouwens ook. Hij was begonnen te `werken’ met dokter Eufemiano Fuentes in Madrid om bloeddoping te organiseren buiten de ploeg. Ullrich reed dat jaar bij Bianchi, een slecht georganiseerde ploeg die eerder dat jaar als Coast bijna failliet was gegaan.” (p.60-61)
Het was echter juist in 2003 dat Ullrich voor Bianchi reed en het gaat nog verder: “Armstrong had Manuel Beltrán overgekocht van T-Mobile en wist heel goed dat Ullrich bij Fuentes klant was, net als enkelen van zijn eigen ploegmaten.” (p.61) Uiteraard heeft Beltran nooit voor T-Mobile gereden, maar wel een tijdje voor het zopas genoemde Team Coast. Nog vóór Coast door Bianchi werd overgenomen, was Beltran reeds verkast naar US Postal.
Maar goed, wat Vandeweghe voor de rest schrijft, is wel interessant: “Halverwege die Tour, toen de karavaan in de Pyreneeën was aanbeland en een levering bloed uit Madrid op weg was naar een appartement dat dokter Fuentes maanden van tevoren al had gehuurd, liet Armstrong een niet nader genoemde renner van zijn US Postal-ploeg de bestelling afblazen. Het was te gevaarlijk, er was te veel politiecontrole. Een insider vertelt: ‘Zo zorgde hij ervoor dat een levering bloedzakjes voor zijn ploegmaten Rubiera en Beltrán en nog een derde renner nooit de Tour bereikte.’ Het bloed van Ullrich bereikte evenmin de Pyreneeën. Armstrong had drie van zijn pionnen ingeruild voor de koningin van de andere kant. Checkmate.” (p.61)

Voor mijn 71ste verjaardag kreeg ik van mijn zoon John uit Tenerife de Nederlandse vertaling (door Edwin Krijgsman en Erik de Vries) van “Jan Ullrich, the best there never was”, het met lof omgeven boek van de Engelse wielerjournalist Daniel Friebe. Eén van de eerste anekdoten die het onthouden waard zijn is dat “der Jan” als één van de eerste verwezenlijkingen na “Die Wende” naar… Tenerife trekt (p.68). Nee, niet om op de Teide te gaan trainen (alhoewel dat met de nationale jeugdploeg wel de bedoeling was), maar gewoon om op vakantie te gaan door zowel te luieren op het strand als er ’s avonds in te vliegen in de discotheken. Gevolg: hij komt slechter terug dan hij is vertrokken. Toch wordt hij kort daarna opnieuw kampioen van Berlijn in het veldrijden, op de baan en in de ploegentijdrit. Volgens Jan zelf ligt hier de oorzaak van alle latere problemen: omdat hij zo snel opnieuw in vorm was, liet hij zich tijdens de winter te vaak gaan omdat hij dacht zonder al te veel trainingsarbeid terug de vroegere vormcurve terug te vinden.

Men kan deze anekdote nog min of meer grappig vinden, maar de rest van het boek is ronduit onthutsend. Ik was bereid veel te slikken (desnoods grote hoeveelheden epo), maar het is vooral de post-wielrenner Jan Ullrich die me deerlijk heeft ontgoocheld. Op een bepaald moment schrijft Daniel Friebe dat Ullrich op het punt heeft gestaan de weg van Pantani op te gaan (Jan Ullrich heeft geweigerd met hem te spreken bij het schrijven van het boek, maar heeft hem via gemeenschappelijke contacten wel bepaalde informatie overgemaakt). Als je weet dat Lance Armstrong Ullrich nog ter hulp is moeten schieten om hem te leren afkicken van drank en drugs, dan weet je het wel, zeker! En niet alleen was Ullrich net als Pantani een gevaar voor zichzelf maar ook voor zijn omgeving en dat vind ik nog veel erger!

Een benadering die men langs twee kanten kan bekijken is die van het DDR-verleden van Ullrich. Zijn oorspronkelijke discipline en strikte volgzaamheid wordt door de auteur als positief gevolg van dit verleden bekeken. Over een overeenkomst tussen het DDR-dopingprogramma en de vroegste resultaten van Jan wordt warm en koud geblazen (er bestaat alleszins geen bewijs voor), maar het ergste vind ik persoonlijk iets dat weggemoffeld wordt in een voetnoot (namelijk nr.39 p.522): “In 2013 meldde Der Spiegel evenwel, met verwijzing naar opnieuw ingeziene documenten van het ministerie van Volksgezondheid van de DDR, dat de West-Duitse fabrikant van epo Boehringer Mannheim in het Charité-ziekenhuis in Berlijn epo had uitgeprobeerd op dertig te vroeg geboren baby’s. Het tijdschrift voerde bewijs aan dat Boehringer een van de vele West-Duitse farmaceutische bedrijven was die eind jaren tachtig bescheiden bedragen betaalden voor het rekruteren van zo’n 50.000 Oost-Duitse vrijwilligers voor experimentele behandelingen. Daarbij zouden diverse deelnemers zijn overleden.”

Ronny De Schepper

(*) “Aktovegin was toen nog toegestaan, maar op het randje. Het is afkomstig van kalfsbloed en bevordert de zuurstofhuishouding in het bloed.” (voetnota van Hans Vandeweghe zelf)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.