Ik had veel respect voor schrijver Stefan Brijs (foto Librairie Mollat via Wikipedia) tot hij enkele dagen geleden in “Winteruur” grote onzin begon uit te kramen over het onafhankelijkheidsstreven van Catalonië.

Toen ik bericht kreeg dat mijn vader op sterven lag, sprongen wij uiteraard onmiddellijk in de wagen zonder veel na te denken over wat mee te nemen en wat niet. In Temse aangekomen bleek mijn vader echter aan de beterhand en al gauw zaten we daar dus met onze vingers te draaien. Recht tegenover het verzorgingstehuis bevindt zich echter een Standaard Boekhandel en dus stapte ik daar binnen om mij de nieuwste Umberto Eco aan te schaffen. Uiteraard kregen we “Heldere hemel” van Tom Lanoye daar bovenop als boekenweekgeschenk en het is uiteindelijk dàt boekje dat ik daar dan heb gelezen. Toen we zaterdagmorgen echter bericht kregen dat mijn vader alsnog was overleden, kregen we net hetzelfde scenario natuurlijk: opnieuw onmiddellijk de auto in, zonder omzien naar hoe of wat. Maar ook een overlijden wordt al bij al redelijk snel afgehandeld en tegen de namiddag zaten we alweer met niets omhanden. Dus opnieuw die Standaard Boekhandel binnen, deze keer voor “Post voor mevrouw Bromley” van Stefan Brijs, een boek waarmee ik al in mijn handen had gestaan, toen ik toch nog voor Umberto Eco had geopteerd…
Alhoewel in zekere zin dus “tweede keus”, ben ik toch erg tevreden over mijn aankoop, maar ik heb me wel voortdurend afgevraagd waarom een “volbloed Vlaming” (*) zo’n verwoede poging heeft ondernomen om zich zo in te leven in een puur Britse situatie. De tweede helft van het boek verplaatst zich b.v. naar het front, maar dan naar de streek rond Arras (Noord-Frankrijk) en alhoewel de finale zich in Poperinge afspeelt, blijft het mij toch bezighouden. Ik heb tijdens het lezen van dit boek b.v. vaak aan “Un long dimanche de fiançailles” van Sébastien Japrisot gedacht, maar die beschrijft dan wel Fransen in een typische Franse situatie. Men moet deze opmerking dan ook niet zien in de zin van een kortzichtige “eigen volk eerst”-visie maar ik begrijp niet waarom de schrijver het zichzelf zo moeilijk heeft gemaakt (achteraan vindt men een lange lijst van werken die hij nauwgezet heeft doorgenomen gedurende de vijf jaar dat hij aan het boek heeft gewerkt). Hij zal daar wellicht wel een verklaring voor hebben, maar die ben ik nog niet tegengekomen. De Engelsen zullen er alvast van smullen als binnenkort ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Groote Oorlog dit boek wordt vertaald.
Wat ik wél ben tegengekomen, is een heel merkwaardige opmerking over Karl Marx. Ik heb altijd beweerd (en velen met mij, dacht ik toch) dat het marxisme geen kans op slagen had, omdat Marx was vertrokken van de opvatting van Jean-Jacques Rousseau dat de mens van nature goed was en dat het de maatschappij was die hem slecht maakte. Verander dus de maatschappij en dan verander je de mens was toch de opvatting van Marx en later mensen als Marcuse en zo, of vergis ik me?
Welnu, Stefan Brijs laat in zijn boek één van zijn personages zeggen: “(Marx) gaat ervan uit dat een maatschappij waarin elk individu naar vermogen levert en naar behoefte neemt, wat toch een nobel streven is, nietwaar, in eerste instantie onmogelijk is omdat zoiets van de goedheid van de mens uitgaat, terwijl bij velen toch kwaadheid en hebzucht domineren.” (p.116)
En ik heb nog een vraagje, zij het van een heel andere orde. Op p.419 schrijft Brijs: “De vorige nacht was de zomertijd ingegaan.” Moet ik dat heel letterlijk nemen? Bestond dat m.a.w. al zomertijd tegenover wintertijd? Dan moet het nadien toch nog eens zijn afgeschaft, want de (her)invoering van de zomertijd heb ik zelf nog meegemaakt (al kan ik me niet meer herinneren wanneer dat precies was).
En met deze (voor het boek zelf niet terzake doende) vragen zal Stefan Brijs het moeten stellen. Dit is immers een blog en geen echte recensie. Ik herhaal dus nog eens dat ik het een goed boek vond, maar ik denk niet dat ik het zo maar aan iedereen kan aanraden. Daarvoor is het te pessimistisch van toon. Let op, het pessimisme past natuurlijk uitstekend bij het onderwerp, maar niet iedereen is daartegen opgewassen. En waar ik het wel niet mee eens ben, is het schuldgevoelen waarmee de schrijver zijn hoofdpersonage (en dus ook zichzelf én de lezer) opzadelt. Nee, zijn houding in het eerste deel van het boek was wel degelijk de juiste, hoe moeilijk die ook vol te houden was.
En, oh ja, op de valreep toch nóg een kritiek (ik moet toegeven dat ik erover had gelezen, maar mijn vrouw wees mij erop): Stefan Brijs houdt er wel vrij eigenaardige opvattingen over anatomie op na. Op p.62 schrijft hij over Mary: “Zij was de enige van de familie Bromley met lichte ogen, grijsblauw, een kleur die mooi paste bij het vlasachtige haar dat ook Martin en de meisjes hadden.” En dan een paar lijnen verder: “Volgens wat Martin vroeger een keer had gezegd, had ze van onderen ook al haar, zwart als kool.” Tenzij hij wil zeggen dat Martin maar wat uit zijn nek kletste natuurlijk. Weet je wat? Ik denk dat je dit best als antwoord geeft, Stefan, als zo’n criticaster je erop wijst…
Meer dan twee jaar later ben ik dan aan “De engelenmaker” begonnen, het boek waarmee Brijs is doorgebroken. Ik had er eigenlijk nooit bij stilgestaan waarom dat boek zou heette en wat het dan eigenlijk wel zou betekenen. Ik vermoed dat ik ervan uitging dat het over abortus zou gaan of zo. Maar het bleek dus precies het omgekeerde te zijn…
Ook nu situeert Brijs zijn boek op een plaats waar je het niet zou verwachten, namelijk het drielandenpunt tussen Duitsland, Nederland en België. Alweer vind ik geen echte verklaring daarvoor, tenzij dan dat het hele boek rond het getal drie draait: “Het drielandenpunt was zoals God. De mens werd erdoor aangelokt, maar tegelijkertijd door bedrogen.” (p.334) Het is toch onmogelijk om bij zo’n zin tevens niet aan de zogenaamde goddelijke drievuldigheid te denken?
En dan nog dit: het eerste deel eindigt zoals ook de seizoensfinale van “Thuis” deze zomer (2014 dus). Moet ik nu schrijven: “Stefan Brijs gebruikt ook elementen die in soaps voorkomen” of Thuis gebruikt ook elementen die door ‘ernstige’ schrijvers als Stefan Brijs worden toegepast”? Ik vind namelijk dat beide stellingen opgaan…
Het tweede deel is met zijn uitgebreide theorieën over in vitro-fertilisatie en klonen een beetje een afknapper, ook al omdat je met je ellebogen al voelt aankomen dat in deze contekst de uitdrukking “onbevlekt ontvangen” alweer verkeerd zal worden gebruikt (p.379). Akkoord, het wordt in de mond gelegd van een volks personage, dus de vergissing is zeker plausibel, maar door het dan daarna niet recht te zetten, zorgt Brijs er natuurlijk voor dat het misverstand in stand wordt gehouden. (**)
In het derde deel krijgt het verhaal opnieuw meer vaart. Is de slogan van het boek dan ook niet: “Soms is wat onmogelijk is alleen maar moeilijk”?

Ronny De Schepper

(*) Met deze eigenaardige uitdrukking wil ik de schrijver onderscheiden van Vlamingen (zoals b.v. filmregisseur Robbe de Hert of voetballer Désiré Bastin) die door de oorlogsomstandigheden in Engeland zijn geboren. Dat zou nog enigszins verstaanbaar zijn, maar zelfs dan nog…
(**) Het feit dat hij ook iemand “een riem onder het hart” laat steken (p.417) wijst er m.i. ook op dat hij de échte betekenis van “onbevlekt ontvangen” zelf niet eens kent. Tu quoque, fili mi!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.