Een mens leert altijd bij: zo verneem ik pas nu dat niet enkel Aldous Huxley, maar ook zijn collega Clive Staples Lewis, beter gekend als C.S.Lewis, de auteur van o.a. “The chronicles of Narnia”, op dezelfde dag is gestorven als John Kennedy. Ook voor hem geldt dus wat ik bij Huxley heb geschreven: zijn dood zal wel zo goed als onopgemerkt voorbijgegaan zijn. De christelijke schrijver Peter Kreeft heeft het boek Between heaven and hell geschreven, over de hypothetische ontmoeting tussen deze drie beroemdheden na hun dood in een soort hiernamaals.

Lewis werd geboren in Noord-Ierland maar zijn voorouders kwamen uit Wales. Zijn vader was de eerste van de familie die kon gaan studeren en weerd uiteindelijk advocaat. Zijn moeder was een dochter van een anglicaanse dominee. Gedurende zijn jeugd las Lewis veel en samen met zijn drie jaar oudere broer Warren Hamilton (Warnie) schreef hij op jonge leeftijd al diverse fantasieverhalen met zelfgemaakte illustraties. Als kind vond hij zijn naam niet mooi en al gauw noemde hij zichzelf Jack. Warnie en de rest van Clives vrienden hebben hem daarna altijd zo genoemd.
Hij had een gelukkige jeugd totdat zijn moeder stierf aan kanker. Een maand later moest hij naar een kostschool (Wynyard School) in Engeland. Hij was toen tien jaar oud. In zijn autobiografie Surprised by Joy (1955) schrijft hij over het liefdeloze en intellectueel afstompende milieu op deze scholen. In The Silver Chair (1953), één van de zeven boeken uit de kronieken van Narnia, verwijst hij onverholen naar deze episode uit zijn leven.
Bij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog nam hij zijn intrek bij een privéleraar, William T. Kirkpatrick. Hier had hij het zeer goed naar zijn zin. Onder leiding van Kirkpatrick bereidde hij zich voor op het vergelijkend examen waarmee hij in 1916 een beurs voor de Universiteit van Oxford verwierf. Zijn studie aldaar begon met een lange onderbreking doordat hij in militaire dienst ging. Dit deed hij vrijwillig, want de dienstplicht gold niet voor Ieren.
In Noord-Frankrijk, in de buurt van Arras, raakte hij in april 1918 gewond. Omdat hij niet meer kon vechten, mocht hij naar huis. Na de oorlog hervatte hij zijn studie in Oxford. Hij studeerde er cum laude af in de klassieke talen, de klassieke filosofie en de Engelse taal- en letterkunde. Daarna doceerde hij tot 1954 aan deze universiteit.
Nadat hij na zijn gelukkige jeugd vervreemd was geraakt van het christendom, begon er in Oxford een proces van religieuze heroriëntatie. Mede als gevolg van gesprekken met gelovige collega’s als J.R.R.Tolkien en Hugo Dyson bekeerde hij zich opnieuw tot het anglicanisme en dus niet tot het katholicisme zoals Tolkien. Lewis maakte Tolkien attent op “Een reis naar Arcturus” (1920) van David Lindsay (1876-1945) en “The Worm Ouroboros” (1922) van E.R.Eddison (1882-1945), die Tolkien tot zijn “Lord of the Rings” zouden inspireren.
In 1938 verscheen van zijn hand een sciencefictionverhaal, Out of the Silent Planet, in 1943 gevolgd door Perelandra (ook uitgegeven onder de titel Voyage to Venus) en in 1945 door That Hideous Strength. Deze drie boeken worden samen wel de Ruimte-trilogie of Ransom-trilogie genoemd, naar de hoofdpersoon van de eerste twee delen. Ze zijn ook uitgegeven onder de titel Space Trilogy.
Voor het grote publiek werd hij pas bekend toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog een aantal filosofische en religieuze lezingen bij de BBC gaf. Uit de vele positieve reacties van luisteraars bleek dat Lewis in de moeilijke oorlogsjaren veel mensen een riem onder het hart stak. Lewis bestreed het sciëntisme en het vooruitgangsgeloof, de filosofie die verwacht dat alle vragen en problemen door de natuurwetenschappen opgelost kunnen worden. Hij was geen expliciete creationist maar neigde meer naar een door God geleide evolutie (theïstisch evolutionisme).
In 1950 verscheen The Lion, the Witch and the Wardrobe, het (naar chronologie) tweede deel van de zeven Kronieken van Narnia die hij als eerste had geschreven. Deze kinderboeken zijn de meest verkochte, meest gelezen en meest vertaalde boeken van C.S. Lewis.
Hij werkte tot 1954 in Oxford. Toen werd hij aan de Universiteit van Cambridge benoemd op een speciaal voor hem ingestelde leerstoel voor de Engelse letterkunde van Middeleeuwen en Renaissance.
In 1956 trouwde hij met de Amerikaanse Joy Davidman Gresham, een gescheiden vrouw van Joodse afkomst en voormalig communiste, die zich onder invloed van Lewis’ boeken tot het christendom bekeerd had. Ze hadden van tevoren al een jarenlange briefwisseling onderhouden en ze ontmoetten elkaar pas vlak voor hun huwelijk. Zij was al ziek toen hij met haar trouwde en stierf vier jaar later aan kanker. Dit verhaal wordt beschreven in de film “Shadowlands” van Richard Attenborough. Daarin geven Anthony Hopkins en Debra Winger gestalte aan de twee auteurs. Ondanks het feit dat de meeste critici (Hopkins zelf incluis) de prestatie van Debra Winger (gekend van Urban cowboy, An officer and a gentleman, Terms of endearment, Mike’s murder, Sheltering sky, Betrayed, Black Widow, Legal Eagles, Leap of Faith, Dangerous woman, maar vooral als Moeilijk Karakter) prijzen, komt zij oorspronkelijk ongeloofwaardig over wat de aantrekkingskracht betreft die ze op Lewis uitoefent. Ze is niet bijzonder mooi, ze komt niet uit haar woorden en ze is “typisch Amerikaans”.
Het duurt eigenlijk tot ze een misogyne collega van Lewis op zijn plaats zet (John Wood doet als Christopher Riley nogal nichterig, maar in de mannenwereld van Oxford is dit ongetwijfeld te verdedigen, een bekend Oxford-gezegde in die tijd was: “Er zijn drie soorten vrouwen, mooie, slimme en de overgrote meerderheid”), vooraleer men begint te geloven dat ze inderdaad misschien wel de uitzonderlijke begaafdheid zou kunnen hebben die de échte Joy Gresham had.
Omgekeerd portretteert Hopkins een veel sympathiekere Lewis dan getuigen verklaren. De echte C.S.Lewis kon helemaal niet met kinderen omgaan, was demagogisch tijdens zijn redevoeringen (zoals alle bekeerlingen, inclusief Joy Gresham, wou hij katholieker zijn dan de paus, al is dit voor een Anglicaan wat ongelukkig uitgedrukt) en voor sommigen (zoals John Betjeman) ronduit onuitstaanbaar. Zijn lessen waren vervelend en hij legde het erop aan om zijn studenten te kleineren.
Hoe dan ook, Lewis wenst Joy nog terug te zien, waarbij blijkt dat ze eigenlijk op de vlucht is voor haar man William Gresham, een Hollywood-scenarist (net als zijn vrouw, die ironisch genoeg niet aan de bak kwam in een periode dat “Goodbye Mr.Chips” werd gedraaid, een film die net als “American friends” met “Shadowlands” kan worden vergeleken) die bij gebrek aan succes (hij was net als Joy een lid van de KP geweest) aan de drank geraakt en agressief wordt als hij dronken is (Hopkins wordt hier wel nogal brutaal met zijn eigen verleden geconfronteerd).
Ondanks zijn maagdelijke bestaan tot op gevorderde leeftijd voelt Lewis nog een late midlife-crisis opduiken en vraagt hij zich (o.m. door contacten met één van zijn studenten, de opstandige Peter Whistler, rol gespeeld door James Frain en alweer een afschaduwing van Hopkins’ eigen rebelse jeugd) af of hij er wel goed heeft aangedaan om zijn leven totaal aan God en de literatuur te wijden.
Stilaan wordt hij verliefd op Joy, al wil hij dat voor zichzelf niet toegeven. Zo trouwt hij wel met haar om haar een verblijfsvergunning te bezorgen, maar het blijft een puur “technische” kwestie die voor de buitenwereld verborgen moet blijven. Joy van haar kant kan op een bepaald moment de afstandelijkheid niet meer aan en besluit hun vriendschap dan maar te verbreken.
Als Jack voor zichzelf moet toegeven dat hij niet zonder haar kan, is het te laat: ze heeft beenderkanker in een ver gevorderd stadium. Ze besluiten toch nog eens “echt” te huwen (oorspronkelijk heeft de Church of England dat geweigerd omdat Joy gescheiden was) en blijkbaar wordt het huwelijk ook geconsumeerd, al blijft die bedscène ons gelukkig bespaard.
In een korte tijdsspanne proberen zowel de ten dode opgeschreven Joy als de oudgeworden Jack hun leven nog in te halen (hij heeft tot dan toe altijd in “the shadowlands” geleefd: de zon scheen altijd elders, the grass is always greener on the other side), maar de dood wint het uiteindelijk. Op dat moment begint Jack dan toch de twijfelen aan de zekerheden die hij steeds meende te hebben.
Dit klopt niet meer met de biografie van Lewis (die tussen haakjes amper drie jaar later stierf aan een hartaanval, wat er wel op wijst dat ze in werkelijkheid wel nog langer samen hebben geleefd, bijna drie jaar om precies te zijn, dan in de film) als men afgaat op wat de volwassen Douglas Gresham, die nochtans de productie van nabij heeft gevolgd en zegt dat ze vrij waarheidsgetrouw is.
Volgens Douglas heeft zijn stiefvader bij de dood van zijn moeder juist ontdekt dat “zelfs in de diepten van ellende er nog altijd God is”! Douglas werd na de dood van Jack en de ongeveer gelijktijdige zelfmoord van zijn natuurlijke vader verder opgevoed door Warnie, al was diens drankprobleem steeds maar groter geworden. Bijgevolg trouwde Douglas reeds op 21-jarige leeftijd met een meisje uit Tasmanië, waar hij ook ging wonen. Hij leefde er eerst in een woonwagen, maar werd uiteindelijk toch een radio-beroemdheid. Nu leidt hij een christelijke sekte.
Wellicht heeft de scenarist (die zelf zegt fictie te hebben geschreven “binnen historische krijtlijnen”, als we de makers van de serie over “onze” koning Albert mogen citeren) hier zijn eigen twijfels gestalte gegeven ofwel… ofwel krijgen we hier Anthony Hopkins zelf aan het woord, want hij is een overtuigd existentialist, bewust van de absurditeit van het leven, de futiliteit ervan die wordt beklemtoond door de onafwendbare dood. Maar aangezien dit voor Hopkins geen reden is om morbiede rond te lopen, maar integendeel volop van het leven te genieten, ontmoeten de gelovige Lewis en de ongelovige Hopkins elkaar toch nog op zo’n cruciaal moment.
Zoals gebruikelijk heeft Hopkins niet veel research gedaan. “Het kan zijn dat ik een beetje lui ben,” zegt hijzelf, “maar ik vind dat alle elementen voor een goede vertolking in het script moeten zitten.” Persoonlijk ben ik geneigd hem gelijk te geven. Vooral als je het resultaat ziet. Hopkins is één van de weinige acteurs die onmogelijke situaties geloofwaardig kunnen doen overkomen. Natùùrlijk bestaan er Hannibal Lecters in het werkelijke leven en Jack Lewis is zelfs op een bestaande schrijver gebaseerd, het zal dus wel kloppen dat iemand pas op late leeftijd de lichamelijke liefde ontdekt, denk aan het spreekwoord van de oude schuur die in brand schiet (*), maar dat wil daarom nog niet zeggen dat eender wie zoiets aannemelijk op het scherm kan brengen. Hopkins wél. En of hij daarvoor nu tien boeken heeft gelezen dan wel tien whisky’s gedronken blijft mij glad eender. Het resultaat telt.

Ronny De Schepper

(*) Al had Lewis volgens zijn biograaf A.N.Wilson een ongelukkige affaire gehad in zijn jeugd en zou dàt de oorzaak van zijn terughoudendheid geweest zijn; hij zou ook een verhouding gehad hebben met zijn 25 jaar oudere huishoudster, de moeder van een vriend die aan het front was gesneuveld. Je zou kunnen zeggen: zoals àlle pastoorsmeiden, maar misschien toch ook weer niet, want Wilson spreekt over een SM-verhouding, maar hij bedoelt wellicht dat Lewis de vrouw vernederde: pas als ze ouder en onaantrekkelijk wordt, beroept hij zich op zijn bekering om niet meer met haar te moeten vrijen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.