Morgen zal het ook al vijf jaar geleden zijn dat de Franse cineast Georges Lautner, de zoon van actrice Renée Saint-Cyr, is overleden. Hij is niet de geschiedenis ingegaan als een groot vernieuwer van de Franse Cinema, maar wel als een eerlijke werker, een professioneel vakman: in een tijdspanne van 34 jaar draaide hij 42 langspeelfilms, waaronder 16 komedies en 10 politiekomedies, waarvoor hij heel dikwijls samenwerkte met dialoogschrijver Michel Audiard.

Ik zal hem alvast eeuwig dankbaar zijn dat hij Mireille Darc heeft ontdekt. In 1965 toonde zij haar prille borstjes in “Galia”, iets wat haar handelsmerk zou worden, denk verder maar aan “La grande sauterelle” (1967), aan Fantasia chez les ploucs of Il était une fois un flic (1971). In 1964 was ze ook al het vrouwelijke hoofdpersonage in “Les barbouzes”, maar dan hield ze voor het grootste deel van de tijd haar kleren aan. Bovendien was deze spionage-parodie toch vooral rond de mannelijke spionnen, “les barbouzes”, opgebouwd zoals Lino Ventura, Bernard Blier of Francis Blanche.
Lautner werkte echter ook soms zonder Mireille Darc. Zo draaide hij “The road to Salina” in 1970 met Mimsi Farmer. Deze film was gebaseerd op een boek van Maurice Cury en de andere hoofdrollen werden vertolkt door Robert Walker en Rita Hayworth, die op dat moment reeds aan de ziekte van Alzheimer leed en geen lijn kon onthouden. Ze had ook last van hallucinaties, een merkwaardig gegeven als men het thema van deze film bekijkt. Wie naar deze film gaat met de bedoeling een magisch-realistisch werkstuk te zien, komt niet bedrogen uit. We hopen alleen maar dat hij of zij dan de originele Amerikaanse en niet de gepostsynchroniseerde Franse versie (“La route de Salina”) te zien krijgt.
Spoiler alert!
Let op, wie de film nog niet heeft gezien, wacht best nog even met verder te lezen.

Het is een stevig verhaal dat echter maar matig verfilmd is met, zoals gebruikelijk bij Lautner, een flinke portie commercieel naakt. Aangezien het deze keer echter Mimsi Farmer betreft, wil ik het door de vingers zien (anders betreft het meestal Mireille Darc en daar heb ik, eerlijk gezegd, ook al geen bezwaar tegen, het moet zijn dat de smaak van Lautner overeenkomt met die van mij). Toch is het meest sensuele aan witharige Mimsi haar mond (aldus “kenner” Lukas De Vos, met wie ik deze film voor de eerste keer zag in wijlen Select te Gent).
De muziek van Clinic, Bernard Gérard en Christophe is één en al plagiaat van Jethro Tull en andere Pink Floyds (samen met Mimsi een duidelijke hint naar “More” van Barbet Schroeder), maar toch niet slecht.
De film is eigenlijk één lange flashback. Hij begint (en zal zich bijna uitsluitend afspelen) in een cafetaria langs een eenzame baan (naar Salina) door de Californische woestijn. Een jonge zwerver, Jonas Amstrong, wees, op zoek naar werk, gaat er zich verfrissen. Mara, de eigenares, meent in hem haar weggelopen zoon Rocky te herkennen. De eenzaamheid en de hitte spelen haar parten. Warren, “un vieux bonhomme”, en Billie, de dochter van Mara, herkennen hem echter ook als Rocky !?!
Behoefte aan shelter – en voedsel – zetten Jonas ertoe aan het spel verder te spelen. Hij gaat op zoek naar “zijn” verleden en ontdekt dat Rocky een verhouding had met Linda, de dochter van Warren, die hij echter “in de steek heeft gelaten” (hij wilde er met haar vandoor gaan, maar kwam nooit opdagen). Linda heeft nu een restaurant in Salina. Jonas gaat erheen en… zij herkent hem niet. Er is dus helemaal geen gelijkenis tussen hem en Rocky (ook een paar oude foto’s bewijzen dat). Waarom dan die komedie?
Billie is ondertussen reeds met Jonas/Rocky naar bed geweest. Deze wil weten met wie ze denkt dat ze nu eigenlijk geslapen heeft. Ze geeft toe dat ze weet dat hij niet Rocky is en even later blijkt dat ook Warren de waarheid weet, maar deze wil Jonas “gebruiken” om Mara te veroveren.
Dan passeert toevallig Jonas’ beste vriend Charley, op doortocht met een paar pseudo-hippies. Hij vraagt hem mee te gaan en op te houden met komedie te spelen. Jonas weigert, maar als Charley vertrokken is, komt hij op zijn beslissing terug. Hij vraagt of Billie meegaat, want u had al geraden dat hij ondertussen op haar verliefd is geworden natuurlijk.
Tot zijn grote voldoening stemt ze in, maar dan verknalt hij alles door nog wat vragen te stellen over Rocky. Nu heeft het er even de schijn van dat de film gaat ontaarden in een doodgewone detective-story, maar het magisch-realisme komt gauw weer bovendrijven (*). Billie moet na een aantal contradicties toegeven dat ze Rocky ongewild heeft gedood na een jaloerse scène over Linda (ze had met haar broer immers een incestueuze verhouding). Jonas gaat haar echter niet aangeven, omdat hij zonder haar niet meer kan leven. ’s Anderendaags en nog een paar dagen nadien doet Billie echter zeer onverschillig tegen hem. Ten einde raad wil hij uitleg.
Billie: “Ik kan je niet meer luchten. Nu ben je Rocky niet meer. Je hebt hem vermoord! Je bent maar een pietluttig ventje.” In zijn woede doodt ook hij haar ongewild. Hij wil zich gaan aangeven bij de politie maar Mara heeft het gezien en houdt hem tegen. Mara: “We zullen zeggen dat ze weg is gegaan. Haar lijk kunnen we verbergen in de petroleumtank.” (Daar ligt ook Rocky’s stoffelijk overschot overigens; weet zij het?) Hij weigert haar te gehoorzamen. Ze roept hem nog na: “Rocky ! Jonas !!!” (Is zij soms verliefd op hem? Neen, hij blijft voor haar een zoon, zelfs al heet hij Jonas, want even later roept ze weer: “Rocky!!!”)
Haar koele houding na de dood van haar dochter wordt in de film psychologisch verantwoord: zij heeft getracht de incestueuze verhouding te doen stranden en daarom was Billie razend op haar; omgekeerd heeft zij Billie steeds de schuld van het “vertrek” van Rocky gegeven.

In 1972 is er “Quelques messieurs trop tranquilles” met een nog erg jonge Miou-Miou. “Ha ja natuurlijk,” zal men zeggen, “dat is die film over hippies, waarin de meisjes heel de tijd half naakt rondlopen.” En jazeker, dat is helemaal waar, maar Miou-Miou is juist de uitzondering: zij houdt haar kleren aan. In 1973 keert Michel Lautner terug naar zijn vertrouwde Mireille Darc die hij in “La valise” op haar eentje de crisis in het Midden-Oosten laat oplossen door met alle betrokken partijen naar bed te gaan. Of beter gezegd: eigenlijk is het scenarist Francis Veber (en dus niet Michel Audiard) die dit heeft bedacht. In 1975 doet hij opnieuw een beroep op Miou-Miou voor “Pas de problème”. Zij wordt als kleine crimineel totaal toevallig met een lijk opgescheept en moet daar dus vanaf zien te geraken. Zij krijgt daarbij hulp van Bernard Menez en Henri Guybet, maar de voornaamste mannelijke rol is voor een naast de pot pissende Jean Lefèbvre, die het aan de stok krijgt met zijn minnares Anny Duperey. De opvallendste rol is echter voor een zekere Paula Moore, die gestalte geeft aan een parodie op Emmanuelle. Een jaar later draait hij opnieuw met Miou-Miou, maar ook met Henri Guybet, Gérard Jugnot en natuurlijk ook weer zijn mama Renée St.Cyr “On aura tout vu”. Nieuw zijn Pierre Richard en Jean-Pierre Marielle in deze parodie op het salonfähig worden van pornofilms. Lautner overspeelt echter zijn hand en is zelden komisch. Integendeel, de passage waarbij Miou-Miou als auditie naakt een fragment uit “L’école des femmes” van Molière moet voorlezen, is zelfs eerder tragisch.
In 1981 is voor “Le professionnel” Michel Audiard opnieuw van de partij. Zijn scenario is op het lijf geschreven van Jean-Paul Belmondo. Georges Lautner verfilmde het met minder humor dan gewoonlijk wellicht omdat de onherroepelijke afloop al van bij het begin duidelijk is. Wat wél gebleven is: een leuke hoeveelheid totaal nutteloos, maar erg mooi bloot zowel van Cyrielle Clair, Marie-Christine Descouard als Elisabeth Margoni, allemaal onbekende actrices dus die duidelijk om andere redenen dan hun acteertalent werden uitgekozen. Maar terecht! De tegenstander van Belmondo is Robert Hossein, die zich echter met wat kruimels moet tevreden stellen. In 1983 keert Lautner terug naar Miou-Miou voor “Attention: une femme peut en cacher une autre”. Als hij echter dacht hiermee grappig te zijn, dan heeft hij zich wel erg vergist!
98 patrick bruelBLOEDERIGE WRAAK
«La maison assassinée» werd in 1987 dan weer gedraaid naar een roman van Pierre Magnan. Wij hebben dit boek niet gelezen maar tijdens zijn bezoek aan onze hoofdstad verklaarde Georges Lautner dat hij er de hoofdlijn van behouden had, dat hij het einde ervan iets aangepast had maar… dat alles op een echt gebeurde geschiedenis berustte.
Dit laatste hebben wij moeilijk kunnen geloven maar ja, in de afgelegen Franse dorpen uit het Zuiden was en is misschien nog heel wat mogelijk dat in « arm Vlaanderen » als onwaarschijnlijk of voorbijgestreefd zou bestempeld worden. Hoe dan ook « het vermoorde huis » waarover hier sprake is, wordt met de voorhamer afgebroken door zijn rechtmatige bezitter, een gewezen Franse frontsoldaat van W.O.I, die in 1920 naar zijn geboortestreek terugkeert.
Hij wordt er door de dorpsbewoners — die hem reeds als dood op het oorlogsmonument lieten inbeitelen — met argwaan bekeken. Zijn ouders en broertjes werden in 1896, aan de vooravond van Saint-Michel, uitgemoord in hun eenzame afspanning, ergens hoog gelegen in het gebergte. Hij kan zich niet in de gemeenschap van destijds inwerken, wekt wel enkele verhitte gevoelens op bij meisjes die zich in een man-arme samenleving al lang met zelfhulp hebben moeten inlaten (W.O.I maakte veel slachtoffers) maar enkel als hij de namen van drie schuldenaars bij zijn vader ontdekt, meent hij een spoor van de daders te vinden.
Onze brave jongen is natuurlijk verkeerd met zijn redenering maar… ondertussen vallen er steeds meer doden in deze bloederige wraakfilm. Het laatste half uur wordt dan ook bijna een klucht met zijn verdronken, platgemalen, door honden opgepeuzelde of neergeschoten doden. Om niet over opgezette of in vergeetputten geworpen lijken te spreken.
Voor acteur-zanger Patrick Bruel was het waarschijnlijk een hele opluchting om eens in de vrije natuur te kunnen optreden. En ook Georges Lautner vermaakte zich daar gedurende enkele maanden. Maar… « La maison assassinée» is enkel een goedkoop afkooksel van de « Florette »- en « Manon »-producties die wel vrij veel volk lokten maar op cinematografisch gebied ook niet dat waren. Is er dan toch nog een toekomst voor de Vlaamse boerenfilm?

Ronny De Schepper over Mireille Darc en “The road to Salina”
Lode De Pooter over “La maison assassinée” in De Rode Vaan nr.8 van 1988

(*) Lukas De Vos zal zijn aversie van het MR toch niet aan deze film overgehouden hebben, zeker? :-)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.