45 jaar geleden gaf ik les in de handelsafdeling van de Broedersschool van Sint-Niklaas. Het lokale amateurgezelschap De Goudbloem bracht toen in een regie van Dré Poppe een toneelvoorstelling gebaseerd op de roman “De idioot” van Fjodor Dostojewski. Wij gingen daar toen met de school naar kijken (tijdens de schooluren) en natuurlijk werd er dan van de leraar Nederlands verlangd dat dit een beetje werd voorbereid…

Fjodor Dostojevski schreef zijn tweede grote roman “De idioot” (1868) grotendeels in het buitenland. Het boek over een gedegenereerde epilepticus is voor het grootste deel een geromantiseerd zelfportret en zal geen kassucces worden…
Vorst Ljev Nikolajevitsj Mysjkin keert terug uit Zwitserland, waar hij bij Dr.Schneider onder behandeling was voor idiotie, op last van zijn voogd Nikolaj Andrejevitsj Pavlitsjev, die ondertussen overleden is. Op de trein naar Sint-Petersburg hoort hij Rogoshin, een jonge vrijbuiter die een talrijk gevolg heeft van dronkelappen (o.a. Lebedef en Keller), vertellen over een betoverende vrouw, Natasja Filipovna, die onteerd werd door haar voogd, Affanassyj Ivanovitsj Totsky.
De vorst wordt geïntroduceerd bij de familie Jepantschin: generaal Iwan Fjodorovitsj, de moeder Lisaveta Prokovjevna en de dochters Adelaïde, Alexandra en Aglaja Ivanovna. Op de hoogte gebracht van zijn “toestand” onderwerpen zij de vorst aan een “test”, die hij glansrijk doorstaat. De generaal leent hem geld, zodat hij zijn intrek kan nemen bij het gezin Ivolgin: generaal Ardaljon Alexandrovitsj, die aan de drank verslaafd is, zijn vrouw Nina Alexandrovna, de dochter Varvara Ardaljonovna, verloofd met Ptitzin, de oudste zoon, Ganja Ardaljonitsj en de jongste zoon Kolja. Deze laatste wordt snel bevriend met Mysjkin en stelt hem Hyppoliet voor, de zoon van een kapiteinsweduwe die onderhouden wordt door generaal Ivolgin, achttien jaar en ten dode opgeschreven (tering). Hij is een nihilist. Ondertussen erft Mysjkin een fortuin van een verre tante.
Het is Natasja’s verjaardag. Zij zal haar echtgenoot aanduiden bij deze gelegenheid. Haar twee aanbidders zijn op post: Rogoshin, die gezworen heeft haar voor 100.000 roebel te kopen, en Ganja, die enkel op haar geld uit is. Myskin verschijnt ook, onuitgenodigd. Een onuitstaanbare vent, Ferdyschtschenko, heeft de avond tot zijn climax gebracht: ieder moet de gemeenste daad uit zijn leven vertellen. Als Natasja aan de beurt komt, zegt zij dat zij deze daad nù zal stellen, zij zal namelijk aan Mysjkin vragen of zij Ganja moet huwen en zijn antwoord zal beslissend zijn. Mysjkin antwoordt ontkennend. Rogoshin smijt dan de 100.000 roebel op tafel, maar Natasja gooit ze in het vuur om Ganja te vernederen. Ganja reageert echter niet en daarom geeft ze ze hem ten geschenke (gelukkig was enkel het omslagpapier nog maar verbrand). Mysjkin raadt haar ook Rogoshin af en biedt zichzelf aan. Zij antwoordt echter dat ze hem toch maar ongelukkig zou maken en vlucht met Rogoshin. ’s Avonds brengt Ganja het geld naar de vorst en zegt hem dat hij op wraak zint. In Moscou krijgt Mysjkin Natasja op bezoek: zij is van Rogoshin weggevlucht, net toen zij gingen huwen. Hetzelfde gebeurt echter in omgekeerde richting enkele tijd later. Ondertussen heeft Mysjkin een brief geschreven naar Aglaja, die dit heeft opgevat als een liefdesverklaring. In Sint-Petersburg ontmoeten Rogoshin en Mysjkin elkaar. Zij sluiten vriendschap (symbool: zij verwisselen van kruis en Mysjkin wordt gezegd door Rogoshins moeder), maar toch pleegt Rogoshin dezelfde avond nog een moordaanslag op de vorst, waaraan deze ontkomt, omdat hij net een aanval van epilepsie krijgt.
Hij herstelt in een villa van Lebedef in Pavlovsk, waar ook de Jepantschins en Natasja zijn. Adelaïde is ondertussen gehuwd met vorst Schtsch, terwijl Jevgeni Pavlovitsj om de hand van Aglaja dingt. Aglaja vernedert de prins uit jaloersheid, terwijl hij nu juist voor haar een zekere liefde begint te voelen. Nastasja wil een verzoening bewerken door brieven te sturen naar Aglaja en door Jevgeni in het openbaar te compromitteren. Mysjkin krijgt ondertusen het bezoek van enkele nihilistische vrienden van Hyppoliet, namelijk Dokotorenko, Keller en Boerdovsky. Door valsheid in geschrifte trachten zij (vooral de laatstgenoemde) een deel van zijn erfenis op te strijken. Dankzij de hulp van Ganja mislukt dit plan echter.
Ondertussen hebben Aglaja en Mysjkin besloten hun verloving bekend te maken. Dit valt echter in het water door een hernieuwde aanval van epilepsie. Wij vernemen ook dat generaal Iwolgin is gestorven en dat Hyppoliet heeft gepoogd zich het leven te ontnemen.
’s Anderendaags gaan Mysjkin en Aglaja naar Nastasja en Rogoshin. Aglaja beledigt Nastasja, zodat deze laatste haar uitdaagt te bewijzen dat Mysjkin haar meer bemint. De aarzeling van de vorst om de zijde van Aglaja te kiezen is voor deze genoeg om hem te verlaten. Nastasja belooft nogmaals met de vorst in het huwelijk te treden en verjaagt Rogoshin. Aglaja is erg ziek en haar ouders ontzeggen Mysjkin de toegang tot het huis. Zij vertrekken naar Petersburg.
Op de dag van het huwelijk ontmoet Nastasja Rogoshin weer en vlucht opnieuw met hem weg. De vorst neemt alles nogal filosofisch op en voelt zich steeds meer aangetrokken tot Vjera, de dochter van Lebedef.
In Petersburg ontmoet hij Rogoshin en samen gaan ze naar diens huis: het blijkt dat Rogoshin Nastasja heeft vermoord. Zij sluiten zich beiden op bij het reeds ontbindende lijk. De politie vindt hen later: Rogoshin met een herontsteking, Mysjkin compleet idioot. De eerste wordt veroordeeld tot vijftien jaar dwangarbeid in Siberië, de vorst vertrekt terug naar Zwitserland. Jevgeni onderhoudt de contacten tussen Mysjkin en Vjera. De Jepantschins komen hem op het einde van het boek nog eens een bezoek brengen: het blijkt dat Aglaja is gevlucht met een vermeende Poolse graaf.
Korte bespreking
Vooraf: ik ben helemaal niet tevreden over de spelling van de eigennamen (vitch/vitsj; sky/ski; veelvuldig gebruik van het Duitse “sch”), maar ik heb ze gelaten zoals ze in het boek stonden. Alleen de “w” heb ik systematisch in “v” veranderd, aangezien ik op dat vlak een aanhanger ben van de theorie van Johan Daisne.
Dit immense werk speelt zich in feite af in één jaar. Wat eraan voorafgaat wordt opgeroepen door flashbacks.
De auteur heeft geopteerd voor een “multiple viewpoint”, wat noodzakelijk is om alle personages psychologisch te kunnen benaderen.
Hij heeft het verhaal ook dikwijls herwerkt.
Een aantal zaken keren geregeld terug (leidmotieven).
De dialogen zijn onnatuurlijk lang en filosofisch getint.
Het uiterlijk wordt slechts weergegeven in functie van het innerlijk.
Ideeën die behandeld worden: nihilisme, atheïsme, patriottisme, literatuur (Gogol, Toergenjev, Poesjkin).
De hitte speelt een belangrijke rol. Daarover gesproken, om te besluiten deze anekdote. In de zomer van 1970 gingen Marc De decker en ik met vakantie naar onze kust. Daarbij brachten we ook een bezoek aan mijn ondertussen overleden “zus” Christine De Schepper (Christine was helemaal geen familie van mij, het was enkel omwille van de overeenkomst van onze familienamen dat wij mekaar broer en zus noemden), die daar woonde en haar tweede zit voorbereidde. Toen we haar opzochten, lag ze op het strand “De idioot” te lezen, als voorbereiding van het examen bij prof.Bolckmans. Later gingen we een eindje wandelen langs de vloedlijn. Plotseling zegt Christine: Zie me hier nu lopen met de idioot! Waarop Marc en ik haast gelijktijdig: “Wie bedoel je nu: hem of mij?”

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.