Morgen zal het al zestig jaar geleden zijn dat de Amerikaanse acteur Tyrone Power op amper 44-jarige leeftijd is gestorven aan een hartaanval. Hij zal door de (ondertussen “iets oudere”) vrouwen vooral worden herinnerd door zijn prestaties op het witte doek, maar door de mannen wordt hij vooral vereerd omwille van zijn prestaties op het witte laken. Hij schonk aan de mensheid immers Romina, “geboren uit zonnegloren en een zucht van de ziedende zee” (*). Het arme kind was overigens pas zeven geworden toen ze haar vader al moest missen.

Tyrone Power werd geboren in Cincinnati in 1914 als enige zoon van acteur Tyrone Power Sr. Zijn familie was trouwens al generaties werkzaam als acteur, allemaal afstammende van de Ier Tyrone Power (1795-1841).
De jonge Power was vaak ziek. De dokters vertelden zijn ouders dat het aan het klimaat lag en adviseerden dat het beste was naar Californië konden verhuizen. De familie verhuisde er naartoe in 1915 en brachten daar een film uit in 1917, genaamd The Planter, waarin de driejarige Tyrone Power dus al te zien was.
Nadat zijn vader in december 1931 stierf aan een hartaanval in de armen van zijn zoon, kwam Power niet meer aan de bak in de film en ging hij het theater in. In Chicago ontmoette hij Don Ameche, een radiopersoonlijkheid met wie hij goede vrienden zou worden. Ik weet niet of ik “goede vrienden” tussen aanhalingstekens moet plaatsen, maar het zou kunnen, volgens bepaalde biografen, die hem (Power dus) b.v. ook een relatie met Errol Flynn aanrekenen.
Hoe dan ook, Power vertrok niet veel later echter om naar New York te gaan. Hier ontmoette hij Katharine Cornell, een bekende theateractrice die ervoor zorgde dat Power de rol van Benvolio kreeg in Romeo and Juliet. Hier werd hij eindelijk ontdekt en kreeg hij screentests aangeboden.
Power vertrok naar Hollywood in 1936, waar hij een contract kreeg bij 20th Century Fox. Al snel kreeg Power enkele hoofdrollen in speelfilms. Alice Faye, die al een ster was bij de studio, vroeg Power voor haar aankomende film Girls’ Dormitory. Hier kreeg hij voor het eerst aandacht. In zijn volgende film, Ladies in Love (1936), kreeg Power een grotere rol. Daarna kreeg hij de hoofdrol in Lloyd’s of London, hoewel Darryl F. Zanuck liever… Don Ameche wilde inzetten voor de rol. Toen de film in première ging, was Power nog een onbekende acteur maar als hij het theater uitliep, was hij een ster. Toch zou Zanuck zich later wreken door hem een rol te weigeren in Gone with the wind.
Power was van dan af in de ene hitfilm na de andere te zien tussen 1936 en 1943, toen zijn carrière werd onderbroken om te dienen in het leger. Power was in romantische komedies te zien, zoals Thin Ice en Day-Time Wife, in drama’s zoals Suez, Blood and Sand, The Rains Came en In Old Chicago, in musicals zoals Alexander’s Ragtime Band, Second Fiddle en Rose of Washington Square, in de westerns Jesse James en Brigham Young, in de oorlogsfilms Yank in the R.A.F en This Above All en vooral in mantel- en degenfilms die zich afspelen in de 16e eeuw, zoals The Mark of Zorro en The Black Swan.
In 1943 werd zijn carrière stopgezet, omdat Power in militaire dienst ging voor de U.S.Marines. Power kwam in 1946 terug, toen hij naast Gene Tierney te zien was in The Razor’s Edge. De regie was in handen van Edmund Goulding, die volgens mij een totaal verkeerde toon aanslaat. Het is waar dat de zoektocht van Larry (én van auteur Somerset Maugham) naar de zin van het bestaan op een bepaald moment de spirituele richting inslaat (dit is misschien wel onvermijdelijk), maar uiteindelijk blijft bij Maugham het existentialisme overheersen, meen ik me te herinneren, terwijl Goulding ongeremd de christelijke weg inslaat, bovendien gedrenkt in zo’n typische geëxalteerde Hollywoodsaus als het godsbestaan ter sprake komt. Tyrone Power is redelijk kleurloos als Larry en Anne Baxter ongeloofwaardig als Sophie. Gene Tierney is “gewoon mooi” als Isabel, maar dat is eigenlijk wat de rol ook inhoudt, vind ik. In de twee sleutelmomenten die ze heeft (de seksuele verleiding van Larry, waarvan ze op het laatste nippertje afziet, en de verdoemenis van Sophie) was ze wel overtuigend. De show wordt echter gestolen door Clifton Webb als Elliott en vooral Herbert Marshall als Somerset Maugham zelf. Buiten het feit dat er natuurlijk nergens wordt gealludeerd op zijn homoseksualiteit was het zo natuurgetrouw dat ik mij soms afvroeg of de schrijver zijn eigen rol niet vertolkte! (Dat kon natuurlijk niet wegens de leeftijd, maar kom…)
De volgende film van Tyrone Power werd de film noir Nightmare Alley. Power moest hard werken om de rol te bemachtigen, aangezien Darryl F. Zanuck nog altijd geen potentie zag in Power als een duister personage. En het is waar: Power maakte niet veel dramatische films. Hij was daarna nog te zien in de kostuumfilm Captain from Castile voordat hij weer terugkeerde naar romantische komedies.
Op 2 oktober 1951 werd zijn dochter Romina geboren, die veel later samen met Al Bano een zangcarrière zou uitbouwen.
In de jaren 50 werd Power erg ongelukkig met de filmrollen die hij kreeg. Zo was hij niet trots in de films American Guerrilla in the Philippines en Pony Soldier te hebben gespeeld. Hij vroeg om toestemming om naar filmrollen te zoeken buiten Fox. Fox gunde hem dit en zo was Power in 1953 te zien in The Mississippi Gambler, een film van Universal Studios. Niet veel later was Power tegenover Kim Novak te zien in The Eddy Duchin Story. Zijn oude baas, Darryl F. Zanuck, zorgde ervoor dat Power in 1957 ook in The Sun Also Rises te zien was. Powers laatste film werd ook zijn meest geprezen film. Hij was toen tegenover Marlene Dietrich te zien in Witness for the Prosecution, een film die gebaseerd is op een verhaal van Agatha Christie en werd geregisseerd door Billy Wilder. De film wordt gestolen door Marlene Dietrich in een dubbelrol, maar eigenlijk draait het verhaal rond advocaat Sir Wilfrid Roberts (gespeeld door Charles Laughton) die de verdediging op zich neemt van de handelsreiziger Leonard Vole (Tyrone Power) die van moord wordt beschuldigd en enkel op een alibi verstrekt door zijn vrouw (Marlene Dietrich) kan rekenen.
In september 1958 vertrok Power naar Spanje om de film Solomon and Sheba op te nemen. 75% van de opnamen zaten er al op toen Power plotseling een hartaanval kreeg. Yul Brynner verving hem. (**)

(*) Jacques Perk, Iris (uit de sonnettencyclus “Mathilde”).
(**) Met mijn excuses aan Wikipedia: ik dacht dat ikzelf meer informatie te melden had over Tyrone Power, maar dat viel enigszins tegen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.