Het is vandaag al veertig jaar geleden dat in de Gentse Vooruit de live-elpee van Raymond van het Groenewoud, “Kamiel in België”, werd opgenomen. Uiteraard was ik daarbij, want in die tijd liep ik als een hondje (Kamiel?) achter Raymond en zijn Centimeters aan. En ik begon mijn recensie in De Rode Vaan dan ook met een krachtige openingszin…

Live-elpees van Raymond van het Groenewoud zouden moeten verboden zijn. Dat zouden dubbele live-elpees moeten zijn! Want het enige wat we op “Kamiel in België” – een elpee, waarvan ik aan mijn kleinkinderen zal kunnen zeggen: “Ik was erbij” – kunnen aanmerken, is de selectie van de nummers. Extra-korte versies van “Gelukkig zijn”, “Tache de beauté”, “Ik wil de grootste zijn” en “Meisjes” en inside-jokes als de drie Kamiel-liedjes zijn erg prettig in een zaal; je tilt er niet zwaar aan, want je weet dat er nog andere dingen zullen volgen. Op een elpee die dan al niet van de langste is, begint dit echter door te wegen.
Deze elpee valt gemakkelijkheidshalve in twee helften uiteen: een Kamiel-kant en een Louisette-kant. Het is vrij duidelijk dat wij de voorkeur geven aan die B-kant, waarop buiten de drie legendarische Louisette-singles ook nog een schitterende versie van “M’n lieve schatje” staat. Bij Kamiel staan nog “Zjoske”, “Waar ik niet tegen kan” en “Vlaanderen boven”. Ook nog een nieuw nummer: “‘k Heb je graag”, dat mij enigszins weemoedig stemt, maar dat ik toch aan mijn boezem druk.
Er is veel overeenkomst tussen onze Raymond van het Groenewoud en de Nederlander Herman Brood. Ten eerste zijn ze elk in hun land ontzettend populair en ten tweede dragen ze die populariteit ook uit over de respectievelijke grenzen. Als het hun zo uitkomt gaan ze dan ook nog samen op het podium staan (Bilzen, Mallemunt). Het zijn allebei rockers en tenslotte is Brood vooral in het nieuws gekomen door zijn drugsverslaafdheid en de daarbij horende ontwenningskuur; kwatongen beweren dat Raymond hier in Moeilijke Tijden ook last heeft van gehad. Ik geef dat voor wat het waard is, zelf gebruik ik het alleen als bladvulling.
Volgens mij is er ook veel verschil tussen Raymond en Herman. Raymond vind ik namelijk zeer goed en Herman niet. Maar ik sta in dit oordeel redelijk alleen en – wie weet – misschien is dergelijk onderscheid totaal onbelangrijk…
Alleszins kunnen we “Kamiel in België” van Raymond en zijn Miljonairs 100% aanraden. 100% dat betekent dat wij echter elk nummer staan, wat we van “Cha Cha” van Brood en zijn Wild Romance zeker niet kunnen zeggen. Dat wil niet zeggen dat we geen kritiek hebben op Kamiel. Zoals gezegd: dit moest op z’n minst een dubbelalbum geworden zijn. Jammer, vooral omdat dit de laatste elpee is geweest van de Miljonairs, aangezien een Hollands flutgroepje met dezelfde naam met een proces dreigt. Maar niet te vroeg getreurd: ze zijn al lang weer opnieuw opgestaan (in dezelfde formatie) en ze heten nu “De Centimeters”.
Terwijl zijn Centimeters luidruchtig aan het bekomen waren van het daverende succes in de Gentse Vooruit n.a.v. de opname van hun eerste live-elpee, trok ik R.V.H.G. even bij de mouw om over één of ander koetje of kalfje te praten, een schaapje wit te wassen en een aap uit diezelfde mouw te laten komen.
Bestiale toestanden waren er ook bij de ingang geweest, toen duizenden (jawel) fans waen komen opdagen, in de overtuiging dat het festijn gratis was, slecht ingelicht als ze waren door een populair weekblad…
Raymond: De informatie in Humo klopte gewoon niet. Er is nooit gezegd geweest dat wij voor niks speelden. In Humo stond dat wel en de gevolgen heb je gezien…
– Kwatongen waren al ontgoocheld in hun Idool…
Raymond:
Het is wel triestig dat dit misverstand ontstaan is.
– In datzelfde blad doet een lezer er zijn beklag over dat je voor de Nederlandse televisie de zin “waar de koning geen kind heeft” (uit “Vlaanderen boven“) zou hebben veranderd in “waar de koning geen zin heeft”.
Raymond:
Ik amuseer mij soms met teksten te veranderen. Maar die brave mens dacht dat ik dat uit angst voor censuur deed of zo, maar daar is niks van aan. Bovendien lijkt me “waar de koning geen zin heeft” beter als beschrijving van het huishouden in het paleis. Ik zie de koning daar al geen zin hebben, tot grote ontstemming van zijn vrouw, de “Spaanse Furie”.
– Je optreden op het feest van De Rode Vaan heeft ook heel wat stof doen opwaaien. Nog speciale herinneringen? (*)
Raymond:
Het onderscheidt zich wellicht van andere dergelijke feesten door een ietwat warmbloediger karakter. iets lievere mensen, naar ik de indruk had. Maar het wordt natuurlijk wel zielig wanneer het over de taal gaat. Dan slaan ze de bal steeds weer mis, als ze zich manifesteren als Vlaams- of Waalshaters. Ik bedoel: ze mogen blij zijn dat ze wat te bieden krijgen. In elk geval mag het publiek blij zijn dat er wat op het podium gebeurt, ze hoeven maar één ding niet over hun kant te laten gaan, dat zijn beledigingen vanop het podium. Maar voor de rest vind ik dat een publiek hier nog veel kan leren op het gebied van zich te gedragen. Daarmee bedoel ik niet het ganse publiek, maar vooral “kerels”. Zoals ook vanavond weer.
– Maar dat kwam misschien omdat het een opname betref, anders reageert het publiek veel…
Raymond:
spontaner, inderdaad. Dit is flauwe kul. Wat het publiek betreft, bedoel ik, wijzelf waren wel goed op dreef. We waren ontspannen genoeg aan de ene kant en energiek genoeg aan de andere kant, maar we kunnen niet toveren. Als ’t publiek zo onnozel doet… Nogmaals, niet het hele publiek maar die individuen die naar zo’n opname komen met de bedoeling van ook eens op de plaat te staan. Dat stond dus ook in Humo en dat is ook ter harte genomen.
– Ook je optreden op Nekka is veel besproken geweest. Ikzelf was nogal onder de indruk, zelfs al was het dan via de televisie en met een erbarmelijke klank.
Raymond:
In het Sportpaleis zelf zal de klank al niet veel beter geweest zijn, veronderstel ik. Ze hebben er voor de televisie één ding uitgeknipt, als je dat wil weten, namelijk wanneer ik de zwarte vendelzwaaier aankondig als het zoontje van Mobutu dat bij de koning logeert. Dat zal wel niet toevallig geweest zijn, denk ik. Dat zal wel niet aan een technisch fout te wijten zijn.
– Kort maar krachtig was je interventie in Noord-Zuid. Merkwaardig was dat Leo Tindemans applaudisseerde voor het liedje dat je tégen hem gemaakt had. Heb je met hem daarover voor of na de uitzending gesproken?
Raymond:
Dat hij applaudisseerde, dat kwam omdat hij verdomd goed wist dat hij in beeld was. En dat hij verder niet met mij heeft gesproken, kan ik ook wel uitleggen als het feit dat hij het in werkelijkheid helemaal niet zo plezierig vond. Dat is een interpretatie, hé, dat is niet de Waarheid.
– En de waarheid over Harnanas (**)? Ben je er tevreden over?
Raymond:
Wat is tevreden? Ik heb er lol aan beleefd oook wel lastig stukjes te tikken zonder te weten wat het zal worden. Nu hebben we het dus gezien en nu weet ik beter wat ik wil. Maar dat van dat nieten, dat vind ik flauwe kul, hoor. Ik heb dat gelezen in uw vakblad, maar ik vind dat iets voor Jef Anthierens of zo om daarover te praten.
– Ik heb het dan zelf maar geniet. Ik geniet immers graag. Heb jij genoten van “Verschrikkelijk verstandig“?
Raymond:
Wel, het is weer wat anders, hé Ronny. Ik ben niet zo dol op toneel zoals het nu is, maar dat is dan wéér wat anders.
– Akkoord dat je de nadruk niet wenste te leggen op RVHG de zanger, maar moesten daarom de paar liedjes die er dan tóch inkomen nu noodzakelijk zo zwak zijn?
Raymond:
Ik vind ze wél goed. Ik vind dat ze goed in het stuk passen. En de teksten vind ik ook goed en de melodietjes zijn wel geschikt voor a capella, zoals ze ook worden uitgevoerd.
– Voor de rest vond ik het wel veel beter dan de professionele toneelcritici die het na de première werkelijk afgekraakt hebben.
Raymond:
Die zeggen me toch niet zoveel, ik kijk daar niet meer naar om.
– Een minder belangrijke rol dan die van jou wordt in het stuk vertolkt door Mich Verbelen, bassist en Miljonair (***). Mich heeft ook een kwartet met zijn naam…
Mich Verbelen:
Dat kwartet bestaat eigenlijk uit dezelfde mensen als de Miljonairs (dus Raymond, Jean Blaute, Stoy Stoffelen en ik) met daarbij dan Johan Verminnen. Maar het kind moest een naam hebben, hé? Oorspronkelijk was het de bedoeling van veel samen te zingen (close harmony), maar al vlug werd het een heel gekke toestand met Johan aan de drums en zo. Ook Firmin Timmermans met zijn Elvis-imitatie wil wel eens meekomen. Kortom, het ludieke primeert. Wij zingen dan ook in het Engels, Frans, Duits, Italiaans (Que sera, sera), enz. Meestal komisch en geen nummers die eigenlijk op het repertoire van Raymond of Johan staan. Die groep bestaat puur voor ons plezier, we maken geen publiciteit en we hebben geen plannen voor de toekomst. We spelen voor onze lol al wat er in ons hoofd opkomt: punk, jazz, country, rock’n’roll, slepers, enz.
– Er is sprake van dat één van de succesnummers van het kwartet, een punkversie van La vie en rose, op single zal verschijnen?
Raymond:
Ze doen maar, hé. Ik doe alleen maar mee. Ik ben blij dat ik ook eens in een groep speel, waarvan ik me niets aantrek wat er gebeurt.
– Voelt Johan Verminnen zich niet wat geïsoleerd tussen die vier Miljonairs?
Raymond:
Ik hoor echo’s die elkaar tegenspreken, namelijk dat hij het niet zo graag doet en ermee wil stoppen en dat hij het fantastisch vindt.
– Jij schijnt je alvast elke avond wel fantastisch te voelen. Is dat nu toeval? Kom ik telkens uist op een spetterend optreden terecht (dat ziekelijke bal in Beveren even buiten beschouwing gelaten) of voel jij je nu altijd even goed? Of is het allemaal maar show?
Raymond
: Neen. Gisteren bijvoorbeeld (in Dilbeek) voelde ik me de meeste tijd rot en dat zal wel duidelijk zo overgekomen zijn. Ik had ook de pest aan hinderlijke publieke reacties.
– Nu, met die live-opname zou dat natuurlijk niet gaan, maar in een normaal geval, verander je dan de nummers naar gelang van de stemming?
Raymond
: Meestal niet. Wel hadden we op een bepaald moment een volledig bestudeerd optreden gemaakt: nummer, aankondiging, enz. zodanig achter elkaar dat er zelfs geen plaats was voor applaus. Dat vond ik zeer plezant. Vooral in de Beurs (Brussel) en in de Roma (Antwerpen). Maar we kwamen met dat programma ook terecht in feesttenten, waar de mensen zich toch al niet koest konden houden, omdat de bar openbleef, zodanig dat de stille nummers totaal de mist ingingen. Dan is er niet veel keus meer. Ofwel hang je de Gekwetste Artiest uit en zeg je: ik speel hier niet verder. Ofwel smijten we die stille eruit en we staan lijk varkens te dreunen. En dat is wat gedaan hebben. En dan denk ik bij mezelf: welja, varkens… en dan spelen we navenant. Dikwijls hebben we dan nóg heel veel succes en daar vermag ik wel eens cynisch over te denken, jawel…
– Succes met hopen, inderdaad. Ben je erdoor veranderd?
Raymond
: Het is wel heel druk geworden. Vooral omdat ik nooit ‘neen’ kan zeggen. Dan wordt het soms wel eens te veel. Dan zou ik liever eens alleen thuis zijn, al was het maar om liedjes te maken. Als ik dan vanaf nu wat meer ‘neen’ zal zeggen, is dat dan ook niet uit “dikkenekkerigheid” maar om praktische redenen.
– En hoe is de verhouding met je muzikanten? Primus inter pares?
Raymond
: Ik speel natuurlijk wel mijn repertoire, dat is geweten, hé. Dan moeten zij niet afkomen met “ik zou toch ook graag eens een kwartierke zingen”. In dat opzicht kan je me primus inter pares noemen. Maar verder zijn we alle vier betrokken bij het project, waarin we allemaal weten hoe we ons interessant kunnen maken. Er is niemand die zich zit op te vreten van “ik sta hier alleen maar gitaar te spelen” of zo. Dat kan je misschien eens checken?
Another time, another place. Laten we het nu liever eens hebben over een boek waarvan we allebei erg veel houden: Winnie the Pooh van Alan Alexander Milne. Wat betekent dat “kinderboek” voor jou?
Raymond
: Voor mij is dat een aspect van het kind-zijn dat nooit verloren mag gaan, ook niet bij wat volwassen heet. Maar er zijn helaas veel volwassenen die zo bang zijn van niet volwassen bevonden te worden dat ze aan een imago vastkleven. Zo bij mannen: de Daad, viriliteit, sigaretten roken, motorrijden, stoere uitspraken dat ze het afgelopen nacht twintig keer gedaan hebben of twee flessen whisky hebben uitgedronken, al dat soort dingen. Ik heb daar geen boodschap aan, aan dat soort mensen. Ik heb een soort van openheid die ik associeer met het kind. Kinderen zeggen fantastische dingen, volwassenen veel minder. Ik ben blijer wanneer kinderen van gelijk welke leeftijd enthousiast zijn over wat ik doe dan wanneer een ernstig ogende heer mij komt vertellen “dat hij het niet slecht vindt”.
– Daar kan ik inkomen. Ook “Verschrikkelijk Verstandig” lijkt de kinderen aan te spreken. Ze schreeuwden althans toch vanuit de zaal de naam van Viktor…
Raymond
: Ja, het héle publiek vindt “Verschrikkelijk Verstandig” over het algemeen goed. Dat is juist zo fijn van die sfeer te hebben met de toeschouwers. En als er dan een paar grijze mensen me komen zeggen dat het niet het toneel is zoals zij het wensen… Ik ken die mensen gelukkig niet eens. In de muziek gebeurt het wel eens dat er van die figuren zijn die ik liever niet wens te zien en die toch steeds terugkeren, maar deze mogen gerust terugkomen: ik kén ze niet eens.

Ronny De Schepper

(*) Door de redactie van Kritis, het blad van de communistische jeugd, waarin dit interview werd gepubliceerd, werd hieraan toegevoegd: “waar RVHG door de comprend pas flamands nogal minachtend werd onthaald.”
(**) Mijn tekst in De Rode Vaan: “Overigens was er ook de eerste aflevering van zijn “fanzine” (fan-magazine) Harnanas. “Voor mensen die kunnen lezen” is de ondertitel ervan. Er is natuurlijk plaats voor muziek, seks en roddel, maar ook voor sport & spel (RWDM en een kruiswoordraadsel mochten hoegenaamd niet ontbreken). Urbanus van Anus steelt echter de show met een strip van en over zichzelf (en dat terwijl Kamagurka ook meewerkt!). Enige maatschappijkritiek is deze Miljonairs niet vreemd, maar meestal voelen zij zich geroepen om met olifantenpoten heilige huisjes in te trappen. Waar we natuurlijk vooral zaten op te wachten is een rechtvaardiging van “Italianen”, opheldering rond “Vlaanderen Boven” en de eetgewoonten van Mich Verbelen. Een rubriek als “zingt allen mee met er vee ha gee” is hier uiteraard ook op zijn plaats. “Harnanas” is over het algemeen wel lollig (voor wie RVHG lollig vindt), maar is technisch enigszins onverzorgd (zestien niet geniete bladzijden).”
(***) In het begin gebruik ik reeds de benaming Centimeters en nu kom ik opnieuw met “Miljonair” af. Mogelijke verklaring: tijdens het interview waren het nog de Miljonairs en de naamsverandering is er gekomen bij het uitschrijven?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.