Van 3 tot en met 6 november 1988 liep in Gent het vijfde kindertheaterfestival van (Oud Huis) Stekelbees. Op de persconferentie begon programmatrice Christel De Weerdt met te zeggen dat de organisatoren er eigenlijk niet veel zin meer in hadden, maar dat ze gezwicht zijn voor de internationale vraag die er nog altijd naar is. Die bijval in het buitenland is erg mooi natuurlijk, maar waarom die twijfels in het eigen (oude) huis?

Christel De Weerdt: Eigenlijk is Oud Huis Stekelbees een reizend gezelschap dat erkend en gesubsidieerd is om theater te maken in Vlaanderen en Nederland en op andere plaatsen, en wijzelf vinden dit ook een prioriteit. Daarnaast hebben we in Gent ook een receptieve werking uitgebouwd, die we niet minder belangrijk vinden, maar daarvoor krijgen we echter geen geld. En op een bepaald moment stel je vast dat die werking toch wel heel veel geld en energie vergt en dan kan je je toch afvragen: waarom moeten we daarmee verder gaan ? Ik vind wel dat dit in Gent moet blijven voortbestaan, de vraag is alleen maar of wij het wel moeten doen? Een praktische consequentie is b.v. dat er bij ons een aantal mensen een paar maanden in het jaar moeten gaan stempelen omdat het geld naar die receptieve werking gaat! Als men dan vaststelt dat een festival met zo’n uitstraling in het buitenland niet gesubsidieerd wordt, dan stel je je toch wel eens vragen.
— Die buitenlandse belangstelling is natuurlijk wel vleiend, maar het betreft hier uiteraard organisatoren e.d. Als men bij het theater ‘voor volwassenen’ soms al eens mort dat ze enkel nog ‘voor elkaar’ spelen, dan stelt dat probleem zich bij kindertheater uiteraard nog scherper.
C.D.W.:
Dat is een terechte kritiek die we inderdaad geregeld moeten slikken. ]k vind zelf dat een festival op zich reeds geen kindvriendelijke formule is. Het is immers voor geen enkel kind aan te raden om gedurende drie dagen zoveel voorstellingen te zien. Maar er is nog een ander, praktisch probleem. Zo probeer ik de mensen aan te raden zo vlug mogelijk te reserveren (op het nummer 091/25.37.32, J.D.), want “professionelen” zijn dat immers gewoon en bijgevolg zitten de voorstellingen soms reeds vol voor de Gentenaars zelf de kans krijgen te reageren. Wijzelf trachten dit te ondervangen door eerst de lokale en pas daarna de internationale pers in te lichten, maar oude gewoonten worden niet snel afgeleerd. Bovendien wie weet er nu veertien dagen op voorhand wat hij met z’n kinderen gaat doen ? Anderzijds kan men het toch ook zo beschouwen dat die volwassenen later op basis van wat ze hier te zien krijgen zelf voorstellingen gaan organiseren en daarmee op hun beurt dan kinderen gelukkig kunnen maken. Eigenlijk is de functie van dit festival nadenken over kindertheater, want dat moet ook gebeuren. Het beste zou zijn elke voorstelling tweemaal te programmeren, maar dat is veel te duur voor ons.
— Voor de echte « freaks » is er ook een boek voorzien ?
C.D.W.:
Inderdaad, naar aanleiding van het vijfjarige bestaan van het festival en als antwoord op de vraag van professionele festivalgangers naar meer en nieuwe informatie hebben wij een tweetalige (Nederlands/Frans) Festival-publicatie gerealiseerd. Naast informatie over de gezelschappen en producties die spelen op het Festival 88 bestaat de grootste bijdrage uit acht artikels rond kindertheater in het algemeen, maar dan wel vertrekkende van één van de acht festivalproducties. Zo heeft Loek Zonneveld van « De Groene Amsterdammer » het over auteurs van Nederlandstalig kindertheater (o.a. Pauline Mol). Marianne Buys van « De Volkskrant » van haar kant bekijkt het aandeel van de regisseur, meer bepaald van Hans van de Boom. Alex Mallens van het Vlaams Theater Instituut heeft het over Tsjechov voor kinderen en dat naar aanleiding van de bewerking van « De Beer » door De Blauwe Zebra. Dick Wessels die als bemiddelaar werkt bij het Centrum voor Creatieve Vorming te Maastricht situeert, uitgaande van de erg extreme reacties op « Moeder in de Wolken » van Mevrouw Smit, de functie en de criteria van de organisator. Inge Sierens, die het Vlaamse kindertheater volgt voor « Ouders van nu », heeft het over het streven van het Speeltheater om erkend te worden als B-gezelschap. Het andere Vlaamse kindertheater te gast op ons festival, Stekelbees zelf dus, wordt onder de loepe genomen door Christel Opdebeeck van « De Morgen » (en ook van de RAT). Roger Deldime van de ULB heeft ook aandacht voor de structuren waarbinnen het kindertheater in België evolueert, maar dan aan de andere kant van de taalgrens. Dramaturge Liliane Soons tenslotte heeft het over het samengaan van vorm en inhoud in het kindertheater.
— In het licht van die belangstelling vanwege de « professionelen » moeten we allicht ook de referaten e.d. zien ?
C.D.W.: Inderdaad, de professionelen die naar zo’n festival komen hebben een behoefte aan een ontmoetingsplaats en met dat doel hebben we in de Brouwerij (vlakbij het Openbaar Kunstbezit in het Patershol) een ruimte omgebouwd, waar ook een aantal referaten worden georganiseerd zoals Erik Anthonis over de relatie organisator-gezelschap en Jaak van Schoor over de inspiratiebronnen van kindertheatermakers. Daarnaast interviewt Jan Middendorp eenieder die iets op z’n lever heeft liggen en dat kunnen dus ook kinderen zijn. In ’t Paviljoen, een huisje van de Gentse Culturele Raad aan ’t Sluizeken, hebben we dan ook nog een paar lezingen van kindertheaterteksten. Vroeger maakten de meeste kindertheaters stukken vertrekkende vanuit improvisaties. Nu vertrekt men eerder van een boek, maar échte kindertheaterteksten zijn nog altijd weinig voorhanden. Wij denken dat we er een aantal hebben ontdekt (van de Nederlanders Pauline Mol en Ad de Bont en van de Zwitser Beat Fäh) en die worden dan gelezen door acteurs van bij ons.
— Wim Van Gansbeke « begeleidt » deze lezingen, maar men mag ze niet als voorstellingen beschouwen?
C.D.W.:
Zeker niet. Hij leest gewoon de regieaanwijzingen en speelt een beetje gastheer voor het publiek, maar het accent blijft liggen op de tekst. Opdat het echter toch niet te saai zou worden, hebben we voor acteurs gekozen, i.p.v. die tekst zelf voor te lezen b.v.
— En de « echte voorstellingen » … ?
C.D.W.:
Die zitten allemaal al voor drie vierden vol, dus dat wordt vlug zijn! Aanraders zijn zeker « Een 1/2 Tuinhuis » van De Blauwe Zebra en « Moeder in de Wolken » van Mevrouw Smit, twee voorstellingen van vorig seizoen die bijna niet in Vlaanderen gespeeld zijn en op dit moment aan hun laatste opvoeringen bezig zijn.
— Iemand anders zou eerder uitpakken met premières…
C.D.W.:
We brengen ook wel twee premières: « Maria Viers Lokaal » van Oud Huis Stekelbees zelf en « Distance of the moon » van het Speeltheater, maar daar is natuurlijk altijd een risico aan verbonden, omdat ik die voorstellingen uiteraard nog niet heb gezien. Ik heb die dan ook eerder gekozen omwille van de manier van werken van die groepen, op basis van hun vorige stukken dus, waarbij men toch met een tamelijk grote zekerheid mag veronderstellen dat ook deze nieuwe producties zullen meevallen. Maar ik vind dat het publiek moet weten dat er een risicofactor inzit. Theater is nu eenmaal zoals koken : een recept mag nog zo goed zijn, bij de bereiding zelf kan er wel eens iets mis gaan…
En koken kost geld. Dat heeft het ook gemeen met theater. En zo staan we weer aan het begin van dit lijntje.

Referentie
Jan Draad, Christel De Weerdt aan het lijntje, De Rode Vaan nr.45 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.