Sedert de BBC overal in Vlaanderen op de kabel zit, zijn een aantal typisch Britse sporten immens populair geworden in Vlaanderen. Snooker en darts b.v. Het geweldige vakmanschap waarmee de Britse zender deze sporten in beeld brengt is daar zeker de voornaamste oorzaak van, maar daarnaast kan men er niet onderuit dat omwille van het vernunft dat wordt gevraagd van de spelers deze beide sporten wellicht meer aanspreken dan gewoon wat « caramboles » op het groene laken of « vogelpikken ». Ergens is dat dus verheugend dat de mensen zelfs in cafésporten blijkbaar toch liever hun hersens beginnen te gebruiken (als men het Britse flegma echter wat te ver drijft, zoals dat met cricket het geval is, dan blijft de populariteit wel wat langer uit). Nu zijn de Aalsterse Keizershallen erg ruim, maar daar een aantal snookertafels in opstellen, dat ging ons toch wat te ver. Geef ons dan maar een lekker partijtje darts, dan hoeven de Russische turners niet over de biljart te springen en gebeuren er geen ongelukken. Een strenge ordehandhaving zal diegenen die teveel Cuba Libres hebben geproefd wel uit de werpbaan houden.

IMG_0011

Het dartstornooi wordt door de socialistische verzekeringsmaatschappij CODEP begiftigd met een prijzenpot ten bedrage van niet minder dan 15.000fr. Het staat open voor iedereen die zich de dag van het feest zelf tussen 14.30u en 15u aanbiedt aan de inschrijvingstafel. Het einde van het tornooi wordt voorzien rond 20u, waarna een huldiging volgt van de winnaars op het grote podium, vlak voor de spetterende rockfuif met Oh Boy.
MET EEN VOGEL OF EEN PIK
We weten dus hoe darts aan zijn populariteit komt in Vlaanderen, maar hoe is dit spel eigenlijk ontstaan? Uiteraard moeten we daarvoor eerst teruggaan naar de oersimpele vogelpik. Zoals de meesten wel zullen vermoeden is de oorsprong te zoeken in een ver en duister verleden. Mits enige overdrijving zouden we kunnen stellen dat als de Oude Belgen het dobbelen moe waren, dit hun nieuwe vermaak werd (naast het aloude tijdverdrijf dat naargelang het Oude Belgen of Oude Hollanders betrof resp. met een vogel of een pik werd beoefend). Zoals gezegd, we overdrijven dan wel enige eeuwen want het was pas in de middeleeuwen dat de technologie voldoende ver was gevorderd om de voorlopers van de fameuze pijltjes te ontwerpen (Gaston Geens zou al van een Eerste Industriële Revolutie hebben gesproken). Dat waren dan korte speren, darten genoemd. In de lange winteravonden hielden de heren ridders zich daarmee zoet in hun tochtige kastelen. Al vlug (wellicht al na de eerste worp) kwam men tot de constatatie dat dikke kasteelmuren redelijk immuun zijn voor speerpunten, vandaar dat men in eerste instantie kleine boomstammetjes in huis haalde om de trefzekerheid te testen. Tot er een klein genie op het idee kwam om zo’n stammetje op zijn zijde te leggen, zodanig dat de jaarringen als een primitief puntenstelsel konden fungeren.
THE LIFE OF BRIAN
Aangezien de BBC hiervan geen rechtstreekse verslagen kon brengen, zijn we uiteraard niet helemaal zeker van deze gang van zaken. Er bestaat dan ook nog een tweede versie. Naast de « wereldlijke » een « geestelijke » als het ware. Die legt het ontstaan van het dartsspel bij de pelgrims die zich op hun lange tochten over zee stierlijk begonnen te vervelen (de verhalen uit hun brevier kenden ze stilaan uit het hoofd) en dan maar met pijltjes die eigenlijk voor de kruisbogen bestemd waren (zoals geweten bekeerde men de heidenen zowel met kruisbeeld als met kruisboog) naar het deksel van de wijnvaten begonnen te gooien. Men kan zich al afvragen wat die wijnvaten aan boord van pelgrimschepen deden, maar helemaal te gek wordt het als men weet dat dit spel het best gespeeld wordt als de wijnvaten leeg zijn! (Het is immers deksels moeilijk gevallen pijltjes op te vissen uit een vol vat, om dan nog over de weerslag op de kwaliteit van de wijn te zwijgen.)
In de loop der eeuwen onderging dit primitieve spel weliswaar een paar oppervlakkige wijzigingen, maar grosso modo bleef het op die manier overleven tot wat wij nu gewoon vogelpik noemen. Om dus echt van darts te kunnen spreken, moeten we ergens een « ingreep » van weer een of ander briljant knaapje kunnen situeren. En waar vinden we zo’n wonderboys doorgaans? In de kunstwereld b.v. En zo komt het dat de schilder Brian Gamlin uit Lancashire (in Engeland, of wat dacht je) rond de jongste eeuwwisseling als uitvinder van het hedendaagse bord met segmentering en nogal ingewikkelde puntentoekenning mag worden geboekstaafd. Artiesten zijn echter misschien wel briljant maar zakelijk zijn het meestal warhoofden. Zo « vergat » Brian een patent aan te vragen op zijn « uitvinding ». Zijn nakomelingen verwensen hem er nog altijd om. Jaja, the life of Brian kan hard zijn…
Echt populair werd darts echter maar na de Tweede Wereldoorlog. De reden ligt voor de hand : de bevrijding en de heropstanding van de economie werd uitbundig gevierd in de pubs (ander vertier voor de gewone volksmens was er nauwelijks) en dat Engelse afwaswaterbier (ook wel eens « lager » genoemd) gaat op de duur zelfs de meest verstokte drinker vervelen… De stap van wedstrijden in bepaalde café’s naar wedstrijden tussen herbergen was uiteraard snel gezet en eigenlijk mag het verwondering wekken dat het nog tot 1973 heeft geduurd vooraleer er een officiële British Darts Organisation werd opgericht.
Al het voorafgaande in acht genomen, dient het natuurlijk geen verwondering te wekken dat alle grote namen uit het darts-wereldje (onnodig te zeggen dat er nu ook al profspelers bestaan) in Engeland of door Engeland gekoloniseerde gebieden zijn te zoeken. In België zijn er nog geen profs, maar gewoon om ze te herkennen als ze toevallig ook in Aalst zouden aanwezig zijn, geven we de namen van de bekendste Belgische darters: Luc Marreel, Willy Logie, Frans Devooght, Bob Renard en Johnny Deley. Hebben de dames — gezien de caféomstandigheden waarin het spel is ontstaan — nog een zekere achterstand goed te maken, dan spreekt het vanzelf dat er geen enkele biologische reden is waarom een vrouw in dit spel zou moeten onderdoen voor een heer der schepping. Aan onze feministen om dit op het RV-feest reeds te bewijzen! De would-be heren-darters mogen alvast sidderen als ze één van deze namen bij de inschrijvingen aantreffen: Rita Lagace, Martine Vande Walle, Maria Dekeyser en Annie Vergeylen.

Referentie
Ronny De Schepper, Darts: vogelpik met hersens, De Rode Vaan nr.42 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.