Vandaag is het al 55 jaar geleden dat de Franse zangeres Édith Piaf is overleden.

Ze werd als Edith Giovanna Gassion in Parijs werd geboren als dochter van een Italiaans-Berberse kroegzangeres en een Franse acrobaat. Zij werd door haar grootmoeder, die in Normandië een bordeel runde, opgevoed. Haar debuut als zangeres maakte ze rond haar 15e jaar, toen zij optrad als straatzangeres, al geeft Wikipedia ook al aan dat ze reeds op tienjarige leeftijd Comme un moineau zou hebben opgenomen. In werkelijkheid gaat het hier over een plaat van een zekere Fréhel. Ongetwijfeld heeft de kleine Edith dit nummer wel op straat gezongen, want “un moineau” is een mus, in het Parijse dialect ook wel “un piaf” genoemd…
Toen Piaf 17 jaar was, kreeg ze een dochter (Marcelle), verwekt door Louis Dupont, een Parijse bode op wie zij verliefd was. Het kind stierf op tweejarige leeftijd aan een hersenvliesontsteking.
De eigenaar van het Parijse theater Cirque Médrano ontdekte haar toen zij twintig was. In 1936 trad zij voor het eerst op in dat theater. Ze voelde zich bij het optreden voor publiek extreem nerveus. Het was de nachtclubeigenaar Louis Leplée die haar aanmoedigde om desondanks te zingen. Hij gaf haar de bijnaam La Môme Piaf (Het Meisje Mus), die ze verder zou houden. Leplée werd kort daarna vermoord. Piaf werd oorspronkelijk verdacht van medeplichtigheid, maar uiteindelijk toch vrijgesproken.
Piaf raakte bevriend, zoals Wikipedia het zo keurig omschrijft, met verscheidene beroemdheden, zoals de acteur Maurice Chevalier en de dichter Jacques Borgeat. In 1940 werd het toneelspel Le Bel Indifférent voor haar geschreven door Jean Cocteau. Hier kunnen we wel zeker zijn dat het enkel vriendschap betrof, want Cocteau was homoseksueel.
Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog schreef Piaf haar befaamde lied La vie en rose. Zij was toen zowel bij de Duitse bezetters als onder de Franse bevolking een geliefde zangeres. Na de oorlog trad ze overal in Europa op en breidde haar roem zich buiten Frankrijk uit. Ze nam ook vele jonge artiesten onder haar hoede (als ik nu zelf ook eens de preutse Wikipedia-man mag uithangen). Ik noemde reeds Charles Aznavour, maar er was ook Eddie Constantine, Gilbert Bécaud, Yves Montand en Georges Moustaki. Hij schreef voor haar in 1959 de tekst van de hit Milord. (Marguerite Monnot schreef de muziek en dus niet omgekeerd, zoals André Vermeulen in het VRT-journaal beweerde.) Moustaki zal Piaf ongetwijfeld als “opstapje” hebben gebruikt, maar anderzijds kan men ook moeilijk van Piaf beweren dat ze lang nadacht vooraleer met iemand het bed in te duiken. Hoe dan ook, bij een van de talloze herdenkingsprogramma’s die op de Franse televisie op gezette tijden aan Piaf worden gewijd, vertelde Moustaki niet zonder enige ontroering dat iemand hem had verteld dat ze bij haar overlijden (in 1963) nog een fotootje van hem in haar portefeuille had zitten.
Naast zangers en acteurs had Piaf ook een voorliefde voor sportmannen. Zo b.v. voor de wielrenner André Pousse, die later o.a. een rol zou vertolken (als porno-fotograaf annex leverancier van valse paspoorten) in “Le clan des Siciliens” (Henri Verneuil, 1969). Maar de bokser Marcel Cerdan was dé liefde van Piaf. Cerdan was gehuwd en had drie kinderen. Piaf was zijn maîtresse. In 1949 overleed Cerdan door een vliegtuigongeluk. Piaf kwam haar verdriet moeilijk te boven. Toch huwde zij daarna nog tweemaal. Van 1952 tot 1956 was zij getrouwd met de zanger Jacques Pills, en in 1962 trouwde ze met Theophanis Lamboukas (bekend als Théo Sarapo), een 20 jaar jongere zanger van Griekse afkomst. Het laatste huwelijk leidde tot kritiek. Lamboukas werd ervan verdacht enkel met Édith getrouwd te zijn om haar roem en geld. Als “antwoord” namen ze À quoi ça sert l’amour? op.
Edith Piaf is gestorven aan een inwendige bloeding in Plascassier, een plaatsje in de buurt van Cannes. Haar lichaam werd vervolgens per ambulance naar haar huis in Parijs overgebracht, waar het voor publiek werd opgebaard. De bekendmaking van haar dood volgde pas een dag later. Jean Cocteau, haar grote vriend, werd binnen enkele uren na het horen van dit nieuws door een hartaanval getroffen en stierf ook. Édith werd begraven op de bekende begraafplaats van Père-Lachaise in Parijs. Haar begrafenis trok honderdduizenden mensen naar de straten van Parijs. Charles Aznavour, die zijn carrièrestart aan Piaf te danken had, herinnerde eraan dat de begrafenis van Piaf het enige moment was na de Tweede Wereldoorlog dat het hele verkeer van Parijs stillag.
Op het moment van haar dood was Sarapo (een verbastering van “s’agapo”, Grieks voor “ik hou van je”, een pseudoniem door Piaf gekozen) aan het werk in de film Judex, directed by Georges Franju. In plaats van een fortuin erfde hij zeven miljoen Franse frank aan schulden. Hij werd uit hun appartement op de Boulevard Lannes gezet op kerstmis 1963. Een lied daarover, “La maison qui ne chante plus”, werd een hit. Hij had ook nog een andere grote hit namelijk “Le jour viendra”. Sarapo stierf, niet door zelfmoord zoals vaak wordt verteld, maar door een auto-ongeval in Limoges op 28 augustus 1970. Hij werd begraven naast Piaf en haar dochter Marcelle op Père Lachaise.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.