Vandaag is het precies vijftig jaar geleden dat de Franse schrijver, essayist en publicist, Jean Paulhan, is overleden.

Paulhan studeerde filosofie aan de Sorbonne en verbleef van 1907 tot 1911 als leraar en goudzoeker op Madagaskar. Na zijn terugkomst gaf hij een groot aantal Madagaskariaanse liederen en spreekwoorden uit onder de titel Les hain-tenys merinas (1913). Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakt hij ernstig gewond bij Saint-Mard, waarover hij verhaalt in zijn prozadebuut Le guerrier appliqué (1917).
Paulhan oefende grote invloed uit op het Franse literaire leven als uitgever en redacteur van vooraanstaande Franse literaire tijdschriften, zoals de “Nouvelle Revue Française” en tijdens de Tweede Wereldoorlog “Les lettres Français clandistines”. Jonge schrijvers werden door hem aangemoedigd en in bescherming genomen. Als verzetsman verdedigde hij onder meer Pierre Benoit.
Paulhans medewerkster en geheime geliefde Anne Desclos schreef in 1954 de spraakmakende erotische roman L’histoire d’O. Dat kwam als volgt: Jean Paulhan merkte eens op dat vrouwen geen erotische roman konden schrijven. Om zijn ongelijk te bewijzen schreef Anne een sadomasochistische roman die in juni 1954 gepubliceerd werd onder de naam Pauline Réage.
Het auteurschap van “Histoire d’O” was lange tijd omstreden, vooral omdat men niet wou aannemen dat een vrouw “zoiets” had kunnen schrijven. De belangrijkste kandidaat was lange tijd uiteraard Jean Paulhan zelf. Dit geachte lid van de Académie Française zou dan niet alleen de schrijver van het “woord vooraf” van “O”, maar ook de auteur van het boek zelf zijn. Alleszins was het Paulhan, die samen met uitgever Jean-Jacques Pauvert door het gerecht werd vervolgd en niet de schrijfster zelf, toen er een klacht tegen het boek was neergelegd. (De uitkomst van de klacht was dat er geen publiciteit voor het werk mocht worden gemaakt – een effectieve maatregel blijkbaar, want het was géén bestseller, het werd eerder ‘doorgegeven’ – maar het werd niet uit de handel genomen.)
In het boek “O m’a dit” van Régine Deforges gaat Pauline Réage echter in de clinch met Jean Paulhan. Dat zou de schizofrenie wel heel erg ver drijven, vond ik. Bovendien wordt er dan voor Réage een imaginaire biografie opgesteld die weinig interessant is. Dat leek me dus allemaal teveel “deuxième degrée” om nog fictie te zijn. Ik veronderstelde dus toen al dat Réage was wie ze ook bleek te zijn: de respectabele echtgenote van een respectabel man, die zich eens één keer aan iets buitensporigs heeft gewaagd en daarom sterk aan haar anonimiteit was gehecht. Pas in juli 1994, toen ze al 86 was, heeft ze aan The New Yorker haar ware identiteit onthuld: het betrof de schrijfster, vertaalster, uitgeefster en lid van de jury van de Prix Femina, Dominique Aury, schrijversnaam voor Anne Desclos (1908-1998). Met haar pseudoniem wou ze verwijzen naar Paulhan, maar ook naar Pauline Borghese en Pauline Roland, een socialistische strijdster voor de rechten van de vrouw op het einde van de 19de eeuw. Réage is de landstreek waar haar vader destijds een huis had.
Ze bevestigde tevens wat ze reeds in de inleiding van het vervolg (“Retour à Roissy”, 1969) had geschreven en het verhaal dat ze aan Deforges heeft verteld in ’75, namelijk dat ze het boek heeft geschreven om de tanende interesse van haar minnaar voor haar opnieuw aan te wakkeren. En die minnaar was dus Jean Paulhan, die overigens op dat moment reeds meer dan zeventig was. Toch is het haar blijkbaar gelukt, want ze bleven geliefden tot zijn dood op 83-jarige leeftijd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.