Het is vandaag al 25 jaar geleden dat Geert De Vlaeminck, de 26-jarige talentrijke zoon van cyclocross-legende Erik De Vlaeminck, tijdens een cyclocross te Heist op den Berg door een fatale hartstilstand geveld zou worden in volle wedstrijd.

Hij werd in de tweede van de elf ronden onwel, raakte van het parcours en botste tegen een boom. Het Rode Kruis verleende onmiddellijk hulp. Het duurde echter ruim een half uur voordat een arts aanwezig was, tot mateloze ergernis van De Vlaeminck senior, de zevenvoudig oud-wereldkampioen die als nationaal bondscoach machteloos van dichtbij toekeek.
De verhouding tussen Eric de Vlaeminck en Geert, die één seizoen zonder succes professional was, was overigens niet goed, omdat de vader zich zeer stoorde aan de geringe trainingsinzet van zijn getalenteerde zoon. Het tweetal had nauwelijks contact met elkaar, maar sinds Geert na zijn huwelijk serieuzer werd en in januari zelfs de Belgische titel veroverde leek een toenadering op komst.
Ondertussen ontfermde broer Roger zich over Geert, want de kloof in de familie De Vlaeminck zou ook later nog altijd een feit blijven, zoals Het Laatste Nieuws schrijft n.a.v. een tentoonstelling over Erik in februari 2016: “Na het overlijden van Erik De Vlaeminck begin december werd al snel pijnlijk duidelijk hoe ruzies de familie uit elkaar hebben gerukt. Roger De Vlaeminck had de onmin met broer Erik op het einde van diens leven wel bijgelegd, maar met weduwe Marina kwam het nooit goed. Roger werd zelfs niet uitgenodigd op de begrafenis van zijn broer. Gisteren was de hele familie voor het eerst weer in dezelfde ruimte. Maar het was alsof ze elkaar niet kenden: geen hand, geen knikje, geen blik.
Aan de ene kant van de zaal stond weduwe Marina Swyngedauw, die 31 jaar getrouwd was met Erik, samen met Ria De Vlaeminck, de jongste zus van Erik en Roger. Aan de andere kant – verder uit elkaar kon niet – het groepje met Roger De Vlaeminck, zijn vrouw Katty en Brigitte De Vlaeminck, de dochter van Erik. Zij stond gisteren niet bij haar stiefmoeder. Er werden dan wel geen woorden gewisseld, er werd ook geen ruzie gemaakt: ‘Uit respect voor Erik’. Op de familievete wilde niemand dieper ingaan.”

En Het Laatste Nieuws gaat verder: “De cyclocross die volgende week in Eeklo gereden wordt, droeg ooit de naam van Geert De Vlaeminck, de overleden zoon van Erik en zijn eerste vrouw. Dat de cyclocross ooit de ereprijs Erik De Vlaeminck wordt, lijkt uitgesloten. ‘Daar ga ik nooit mee akkoord’, zegt Swyngedauw. ‘Dik twintig jaar geleden had Erik het heel moeilijk toen de cyclocross postuum de naam van Geert kreeg en de foto van Geert groot op alle affiches stond. Hij wou dat echt niet. Dat was te lastig voor hem. Dus denk ik ook niet dat hij zou willen dat er nu een cross naar hém genoemd wordt.'”
Op 10 januari 1993 was Geert dus inderdaad in Houthalen-Helchteren kampioen van België bij de liefhebbers geworden (zie linkse foto). De discussie over wielerdoden laaide dan ook op na zijn overlijden, aldus het NRC-Handelsblad. De Vlaeminck was in het Belgische wielrennen immers binnen vier jaar het zevende slachtoffer van een hartstilstand. De cardioloog Luc Janssens van het Imelda-ziekenhuis, waarnaar De Vlaeminck werd vervoerd, herhaalde in Het Nieuwsblad nochtans “dat het vooroordeel dat vooral wielrennen een risico-zwangere sport zou zijn, niet juist is”.
In een studie van de Rijksuniversiteit Utrecht uit 1992 (“Plotse dood bij topsport’) staat te lezen dat het overlijden van veertien Nederlandse en Belgische topwielrenners of nog intensief trainende oud-coureurs in de periode 1988-1990 doet vermoeden dat ook andere dan de normale mechanismen hierbij een rol spelen, “waarbij vaak aan doping wordt gedacht. Bij de wielrenners viel de verdenking onder andere op het gebruik van recombinant erytropoëtine of bloeddoping. Van een aantal (overleden) wielrenners is echter bekend dat zij geen doping hebben gebruikt,” aldus de NRC.
Na de dood van zeven Nederlandse renners tussen 1987 en 1990 – Bert Oosterbosch en Johannes Draaijer waren de bekendsten – stelde de medische commissie van de wielerunie (KNWU) een onderzoek in. Het kwam in ijltempo op gang nadat een Zwitserse krant suggereerde dat de Nederlandse wielerdoden het gevolg waren van het gebruik van erytropoëtine, een zuurstof transporterend middel dat prestatie-verhogend werkt. De leider van het onderzoek, de cardioloog Jan Oudhof, zei na afloop er allerminst van overtuigd te zijn dat erytropoëtine heel populair is in het peloton. Over de doodsoorzaak van de renners zeiden Oudhof en zijn collega’s in het duister te tasten.
Oudhof toen: “In de meeste gevallen is nooit autopsie verricht. Ik zeg dan ook niet dat er door doping slachtoffers zijn gevallen.” Eerder vertelde de cardioloog in NRC Handelsblad dat “we een aantal van de overleden wielrenners niet moeten zien als sporters, maar als patiënten. Haal je de patiënten bij de groep weg, dan valt het aantal doden statistisch mee.”
Oudhof wees er toen op dat er duursporters zijn die na een griep, angina of virus-infecties dikwijls niet de nodige rust nemen. “In zo’n geval moet iemand zich liefst medisch laten bekijken, voor hij weer op de fiets klimt. Want het is bekend dat bij vijf procent van de virus-infecties een ontsteking optreedt aan de hartspier of het hartzakje. Dat kan een ernstig verloop hebben, ook sluipend. Als een wielrenner niet goed uitziekt en met koorts aan een zware inspanning begint kan dat leiden tot ritme-stoornissen van het hart met de dood als gevolg. Dat is het verhaal van Conny Meijer, van wie aanvankelijk werd gezegd dat ze aan een hersenletsel was bezweken.”
Dr.L.Schattenberg, de voorzitter van de medische commissie van de KNWU, zei tegen de NRC terecht dat “al te snel” een doodsoorzaak wordt verondersteld. “Het enige wat we nu over De Vlaeminck met zekerheid kunnen zeggen is dat hij dood is. We moeten wachten op verder onderzoek en niet speculeren of heel slordig conclusies trekken.”
Persoonlijk weet ik niet of er naderhand een autopsie-rapport over de dood van Geert De Vlaeminck is vrijgegeven. Dus op zich had de dokter overschot van gelijk. Het is daarom wel wat vreemd dat hij daarop laat volgen: “Onlangs las ik in een rapport van de Wereldgezondheidszorg dat er enige jaren geleden achttien Nederlandse wielrenners zijn overleden door het gebruik van erytropoëtine.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.