Vandaag is het al 35 jaar geleden dat de Franse tenor van het lichtere genre Tino Rossi is overleden. Hij nam meer dan twaalfhonderd liedjes op die samen in totaal meer dan driehonderd miljoen keer over de toonbank gingen. Waardoor hij tot op dit moment nog altijd de best verkopende Franstalige zanger is mondiaal.

Tino Rossi werd geboren op Corsica. In een aanvangsfase is zijn loopbaan erg gelieerd met componist Vincent Scotto (1876–1952). Via Marseille kwam hij in het cabaretcircuit van Parijs terecht. Hij is voor het eerst te zien in een film in Les Nuits Moscovites (1934), maar het is met Marinella (1936) dat hij echt ontzettend populair wordt. Na een tournee door Noord-Amerika in 1938 breekt hij ook door in Canada en de Verenigde Staten. Tijdens de Duitse bezetting is zijn populariteit op z’n hoogst en het ligt dan ook voor de hand dat hij nadien van “collaboratie” wordt beschuldigd. Maar er is méér aan de hand…
Het merkwaardige is dat de Franse Wikipedia zijn uiterste best doet om alle kritiek te weerleggen, terwijl op de Engelse Wikipedia het volgende staat: “At the Liberation, the French authorities reproached him for associating with the French Gestapo (Etienne Leandri, a French gestapist, was a close friend of his), but most importantly for actively supporting collaborationist causes such as the LVF (Légion des Volontaires Français) who recruited French volunteers for the German armies. Tino Rossi and Etienne Leandri had often been dining together at The Claridge Hotel in Paris, where the butler had heard Tino say he favoured an annexion of Corsica by Italy and very much liked fascism. He was arrested in October 1944 and spent three weeks in Fresnes prison (near Paris). Following a trial in 1945, his sentence was relatively light. Unlike his fellow entertainers Arletty, Mireille Balin, Josseline Gaël and Robert Le Vigan), Rossi received a retrospective and largely symbolic work suspension.”
Hoe dan ook, reeds in 1946 staat hij opnieuw aan de top met “Petit Papa Noël”, wat hem ook de eerste gouden plaat uitgereikt in Frankrijk oplevert. Een jaar later trouwt hij met Rosalia Cervetti (1923-2003), een danseres uit Nice, die als Lilia Vetti optreedt. Nog een jaar later speelt Tino Rossi in “La belle meunière” (“Die schöne Müllerin”, jawel) van Marcel Pagnol een Franz Schubert die zodanig verliefd is op de molenaarsdochter Brigitte (gespeeld door Jacqueline Pagnol) dat hij onmiddellijk in dienst treedt van de molenaar. En dat met zijn slechte longen! (Schubert was een kettingroker.)
In 1953 was hij te zien in “Tourments” en ondanks het feit dat hij dan toch al een flink aantal films op zijn actief heeft, is hij totaal ongeloofwaardig. Dat hij nauwelijks emoties kan tonen als hij iemand “dreigend” bij de revers moet nemen, tot daaraan toe, maar dat hij zelfs niet op een treffelijke manier gewoon door het beeld kan lopen, dat geeft toch te denken!
Als de opkomst van de rock’n’roll Tino Rossi’s genre van muziek in de verdomhoek duwt, blijft hij toch nog succes oogsten dankzij vele televisie-optredens. Hij heeft ook enkele “ernstige” opnames van liederen van Jules Massenet (1842–1912) en Reynaldo Hahn (1875–1947) gemaakt en speelde in totaal in 25 films.
Om af te sluiten een citaat van Frans van den Broeck: “Arthur Schopenhauer zei het reeds vóór mij: “Muziek is de rechtstreekse weerspiegeling van het leven.” En dat is een voor hem onverwacht “marxistische” uitspraak. Dat klopt namelijk met wat Karl Marx zegt over de infrastructuur en de suprastructuur. De infrastructuur is altijd materieel en daaruit groeit de culturele, intellectuele of psychische suprastructuur. En dan merk je dat pop alleen mogelijk is in dit tijdperk van mediale technieken, van consumptie-zakgeld en van een geestelijk onvolgroeide en steeds meer aan haar lot overgelaten jongere generatie. Ik geef toe dat Tino Rossi net zo goed een reflectie is van de jaren dertig, waarmee ik via mijn grootouders ben opgegroeid, maar wat zien we bij de huidige generatie? Die kennen hun grootouders bijna niet meer. Dat continuë doorgeven van een besef van vroeger is er dus ook niet meer. En als ik dat dan afweeg ten overstaan van de manier waarop ik ben grootgebracht, dan vind ik het eigenlijk jammer dat de doorsnee-mens vandaag zo rijk is. Al onze comfortabilia hebben namelijk de Sehnsucht de nek omgewrongen, het verlangen naar iets. Om in termen van “Suske en Wiske” te spreken: er is op de jongeren dromendiefstal gepleegd.”
Toch moet ik ook nog vermelden dat Raymond Thielens op 26 september 2013 hierop reageerde met: “In 1964 ging mijn pa op reis naar Corsica en kwam terug met verschillende vinylplaatjes van Tino Rossi, waar onder meer opstond: Ajaccio, een lofzang op de hoofdstad. Zo heb ik als puber ook kennis gemaakt met Tino en de glinstering in mijn pa’s ogen is altijd in mijn geheugen gebleven, als er nadien gesproken werd over Corsica. Nooit zal ik ook de hilarische scène vergeten die kort na zijn reis gebeurde bij vrienden waar hij op bezoek kwam: mijn pa die altijd opgemonterd was, kwam de kamer binnen met een vrolijk BonGiorno, waarop één van de genodigden, toevallig een Italiaan, die zo blij was om zijn moedertaal te horen in Vlaanderen meteen repliceerde met een tirade van Italiaanse zinnen, waarop mijn pa zijn mond openviel en al de anderen in de kamer begonnen te gieren van ’t lachen omdat die wisten dat mijn pa geen gebenedijd woord Italiaans sprak.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.