Het is al vijf jaar geleden dat schrijver Hugo Raes is overleden. Iemand moest het mij destijds zeggen, want in de populaire media werd er geen aandacht besteed aan zijn overlijden. Sic transit gloria mundi. Want ooit was Raes toch wel een Grote Naam…

De verbondenheid tussen literatuur en de sociale werkelijkheid kan jammer genoeg zelden zo goed worden aangetoond als ter gelegenheid van een oorlog, bij voorkeur dan nog een wereldoorlog. Om niet te ver terug te gaan in de tijd kan ik dit het best illustreren met de Tweede Wereldoorlog. De ontreddering die deze nooit geziene slachting – en vooral dan het aanwenden van de atoombom – teweeg bracht, had ook zijn weerslag op de na-oorlogse literatuur.
Naast de voor de hand liggende intellectueel verwoorde reflecties op deze wereldcatastrofe waren er ook auteurs die de onreddering gestalte gaven in de eigenlijke vorm van hun werken zelf. Alhoewel het hanteren van een tijdslijn in de literaire geschiedschrijving vaak eerder belemmerend dan verhelderend werkt, zou ik grosso modo toch kunnen stellen dat de inhoudelijke literatuur zich eerder deed gevoelen dan de literair-technische.
ESCAPISME
Het spreekt haast vanzelf dat gezien wat voorafging, de na-oorlogse literatuur doordrenkt was van een hoge dosis pessimisme, of beter nog vertwijfeling, wat zich uit in een nieuwe vorm van escapisme. De twee begrippen zijn soms tegenstrijdig maar convergeren wel op dat ene punt: de ontreddering, het losgeslagen zijn, het wrak-zijn, zoals Van Ostayen het verwoordde na de eerste wereldbrand.
Er zijn er immers die vluchten in de droom, in de magie (magisch-realisten als Johan Daisne en Hubert Lampo), anderen vluchten naar God (de katholieke renouveau met figuren als Paul Lebeau, Maria Rosseels, Frans Van Isacker, André Demedts en Anton van Wilderode), terwijl een derde groep “vlucht” in het Niets, met name de existentialisten, zoals Sartre, Camus en Malraux die zich in de Nederlanden echter redelijk populistisch vertegenwoordigd zien in figuren als Ward Ruyslinck of Jos Vandeloo. “Vlucht” verdiende bij deze laatste groep echter zeker tussen aanhalingstekens te staan omdat zij ondanks het feit dat zij het grootste pessimisme aan de dag leggen, zij toch ook het meest geëngageerd staan tegenover de sociale werkelijkheid. Die tegenstrijdigheid doet zich nog beter gelden als we zien dat in het katholieke, meest optimistische kamp zich erg reactionaire figuren ophouden.
EXPERIMENTALISME
Zoals onderhand iedereen wel weet, brak de vormvernieuwing in de Nederlandse literatuur pas in de jaren vijftig door. Mensen als Hugo Claus, Ivo Michiels, Paul Snoek, Simon Vinkenoog, Lucebert en de reeds vroeger actieve Louis Paul Boon veroorzaakten bewust verwarring met hun associatieve procédés, persoonlijke en dus hermetische symboliek, hun “bewustzijnsstromen”, hun poly-interpretabiliteit en hun absurditeit.
Door een tweede generatie werden deze invloeden reeds beter verwerkt. De vormvernieuwing kwam er gelouterd uit en onder de invloed van een heropflakkerend vitalisme keerde men de maatschappij niet langer vol afschuw de rug toe, maar in een epifanisch elan (poeta vates, de dichter is een waarzegger, een ziener) ging men zich individualistisch-geëngageerd opstellen. Hier reken ik Hugo Raes toe, maar ook natuurlijk Jef Geeraerts, Jan Wolkers, Hedwig Speliers, Marcel Van Maele en Marc Braet.
Hiertegen kwam dan in de jaren zeventig reactie met de documentaire stijl van nieuw-realisten als Jan Emiel Daele, Herman De Coninck, Roland Jooris, Johnnie Verstraete, Patricia Lasoen en Walter Van den Broeck. Het engagement bleef, maar men wilde nu ook de literatuur zelf “democratiseren”, terug naar de “verstaanbaarheid” dus. Literatuur is een kwestie van transpiratie, meer dan van inspiratie (poeta faber, de werker).
Tegen deze achtergrond moet men de figuur zien van Hugo Raes (Antwerpen, 26/5/1929). Heb ik hem “voor de gemakkelijkheid” bij de zestigers (de tweede generatie) ondergebracht, tegelijk is zijn werk een smeltkroes van alle andere omwentelingen in de na-oorlogse Nederlandse literatuur. Dat bleek vooral duidelijk bij de uitgave van zijn “Verzamelde verhalen” ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag.
“Tijdens mijn legerdienst zat ik toevallig in hetzelfde peloton als Hugo Claus en Jan Christiaens,” vertelt Hugo Raes tegen Pascal Verbeken in de Standaard der Letteren. “Na de diensttijd hebben we in ons enthousiasme de culturele vereniging De Nevelvlek opgericht (…) Toen De Nevelvlek me te veel begon op te eisen, ben ik er in 1956 uit gestapt om koortsachtig te gaan schrijven. Een jaar later verscheen de verhalenbundel ‘Links van de helicopterlijn’.”
In de reeks “Grote Ontmoetingen” van Orion gaat Jacques Kersten dieper in op het werk van Raes. Kersten besteedt aandacht aan de algemene thematiek van Raes’ werk en deelt het ook in in vier periodes (dialectisch pendelend tussen optimisme en pessisme). Ook grijpt hij de gelegenheid aan om actuele discussiepunten zoals kritiek op het onderwijs in België (naar aanleiding van de biografie) of abortus en euthanasie (naar aanleiding van “De Vadsige Koningen”) te behandelen. Wel stoort het ontbreken van elke schroom en het onbeschaamd voyeurisme bij het uiteenrafelen van het privé-leven van Hugo Raes.
Al dient natuurlijk te worden toegegeven dat Raes’ romandebuut uit 1961 (“De Vadsige Koningen” dus) goeddeels het geromantiseerd verhaal van Raes’ eigen relatieproblemen is. “Ik was er toen zeer erg aan toe,” aldus Raes tegen Pascal Verbeken. “Je mag gerust stellen dat ‘De vadsige koningen’ een poging was met die zwarte jaren in het reine te komen. Maar de uitzichtloosheid en passiviteit van de zwijgende hoofdpersonages Herman en Deborah waren ook een metafoor voor wat zich op mondiaal vlak afspeelde. Het milieu ging om zeep, de Koude Oorlog bereikte zijn hoogtepunt, de techniek bood geen oplossingen, maar creëerde integendeel nog meer problemen. Je hoefde echt geen misantroop van mijn kaliber te zijn om te zien dat we op een catastrofe afstevenden.”
“Het meest angstaanjagende was nog dat iedereen zich lijdzaam in zijn lot schikte. Dat vond ik pas nihilisme. Vandaar ook de titel die niet alleen op de personages slaat, maar op een hele generatie.”

FRAGMENTEN VAN DEGENERATIE
In december 1972 lazen drie jongelui (Luk De Bruyne, Lieven Dobbelaere en Frank Coppieters) de werken die Hugo Raes tot dan toe reeds had gepleegd en verwerkten die tot het stuk “Fragmenten van liefde”.
In 1972 was ik nog niet met het werk van Raes vertrouwd en ik had dan ook de indruk dat het stuk niet zo geslaagd was. Indien deze jongens overtuigd waren dat “liefde” de boodschap van Raes was, dan brachten zij die op z’n zachtst gezegd merkwaardig voor het voetlicht. Concreter: mijn alternatieve titel was toen “fragmenten van haat”.
Na lezing van deze “Verzamelde verhalen” zie ik echter wel in dat niet het spel maar de titel foutief was. Anderzijds zou echter ook “fragmenten van haat” een vertekening zijn (al zitten er wel veel aanduidingen van misantropie in). Het lijkt me nu dat “fragmenten van degeneratie” nog het beste zou passen.
SCIENCE-FICTION
Pessimisme is inderdaad één van de sleutelwoorden bij Raes. Vroeger meer dan nu. Niet alleen wellicht omdat de hoger geschetste traumatiserende ervaring verder en verder in de mist is komen te liggen. Maar ook vanuit Raes’ persoonlijke approach tot het schrijverschap: net als zovelen is hij immers begonnen met het afschrijven van zijn frustraties als onderwijzer.
De generatie van zestig wordt naast de vitalistische invloed ook doorkruist door een surrealistische tendens. Bij Raes leunt dit sterk aan bij zijn pessimistische levensvisie. In een eerste fase is hij immers nog niet aan “surrealisme” toe. Hij overschrijdt weliswaar de werkelijkheid, maar dan toch “realistisch”. Het is zoals de verkenning van Armstrong op de maan, het is maar een stap (en jammer genoeg geen mijlpaal voor de mensheid). We zouden hier dus kunnen spreken van science-fiction, temeer daar in dit stadium de “wetenschappelijke” aanpak van Raes nog erg groot is. Dikwijls hanteert Raes het beeld van een vorser in een laboratorium. De cleane witkiel die koele berekeningen maakt en zuiver positivistische aantekeningen: het is de waarnemer van de geschiedenis van de mensheid, een waarnemer die tot het besluit komt dat die geschiedenis een degeneratieproces is, een verworden. Een akelige über-werkelijkheid waar gekende of fictieve monsters grijnzend op de loer liggen. In tegenstelling tot zijn collega’s uit de jaren zestig en zeventig is Raes bijvoorbeeld altijd een rabiaat anticommunist geweest, waardoor hij door de literaire kritiek vaak in het reactionaire vakje werd geduwd.
VITALISME
“De sixties herinner ik me als een tijd van hoop,” zegt Hugo Raes tegen Pascal Verbeken. “Na vijftien donkere jaren waarin de Tweede Wereldoorlog bleef nadreunen, zagen we heel geleidelijk wat licht door de wolken komen. Alsof die periode van armoede, werkloosheid en nieuwe oorlogsdreiging eindelijk ten einde liep. Er hing verandering in de lucht, maar de signalen waren nog onduidelijk en verwarrend. (…) Verzet is een vorm van waardigheid, dat hebben de jaren zestig gelukkig geleerd. Ik ben nog altijd een beetje trots dat ik mee de weg heb helpen bereiden naar die roerige jaren.”
Is het dan toevallig dat naarmate Raes een optimistischer ingesteldheid krijgt, hij ook meer en meer de paden van het surrealisme gaat bewandelen? Is het geen schijn-optimisme, dat zijn verwezenlijking enkel vindt in hallucinante taferelen die de werkelijkheid deze keer ver overstijgen?
De vraag hoeft niet te worden beantwoord. De ambiguïteit volstaat. Men dient dan ook niet verwonderd te zijn wanneer men vaststelt dat in andere, maar ongeveer gelijktijdige verhalen de invloed van het vitalisme groter wordt. Ook het vitalisme berust immers op diezelfde tweeslachtigheid: de levenskrachtige oerdrift die de kop opsteekt doet dit meestal naar aanleiding van de confrontatie met dood, verrotting, vernieling. Het is de ultieme redplank, de held met de rug tegen de muur in het doodlopend steegje.
We vinden het allemaal terug in de verhalen van Raes: de dood (Explosie, Kanker), het inwijdingsmotief (Fox), het kosmische gevoel (Desintegratie), de relatie dood-seksualiteit (Raes wil ooit nog eens de “ultieme” erotische roman schrijven, wellicht onder invloed van Anaïs Nin die hem ooit in Hoboken is komen opzoeken)…
Hij was echter zo verbolgen over de kritiek op zijn “Hemel en dier” (de kritiek viel immers meestal over “de modische aanwending van een ver uitgesponnen erotiek“) dat hij zélf een tijdlang verbood dat het werk in Vlaanderen nog werd verkocht.
Stilistisch worden de verhalen van Raes steeds beter met de tijd, ook al geven sommige nog steeds de indruk eerder “stijloefeningen” te zijn (verruiming van woordenschat, experimenteren met zinsbouw, het op poten zetten van een sfeerschepping…). We mogen dan zeker ook niet zeggen dat ze moraliserend van toon zouden zijn. Nochtans houden haast alle “verhalen” (eigenlijk een misplaatst woord: ze zijn eerder beschrijvend dan verhalend) een waarschuwing in. Als beste synthese van zowel de positieve als de negatieve kenmerken lees je bij voorkeur, dan ook “De Amazone”, waarin Raes’ onstuitbare drang naar grootse cataclysmen nogmaals tot uiting komt.
“Is de mens dom of gewoon slecht?” vraagt hij zich tot slot af in de Standaard der Letteren. “Je kunt er een heel leven over tobben en schrijven, maar het staat vast dat je met het mensdom maar beter niets te maken hebt. Het gaat van kwaad naar erger, en het ergste hebben we nog lang niet gehad.”
“Daar zitten we dan met onze goede bedoelingen. Je wil iets ondernemen, maar je bent inmiddels oud en wijs genoeg om te beseffen dat het toch niets uithaalt. Maar misschien is het verlangen iets te veranderen al een vorm van engagement…”

(Zeer) selectieve bibliografie
Ronny De Schepper, Hugo Raes: de geschiedenis als degeneratie, De Rode Vaan s.d.
Jacques Kersten, Hugo Raes, in de reeks “Grote Ontmoetingen” van Orion.
Pascal Verbeken, Waardig verzet, Standaard der Letteren, 16/10/1997.

Een gedachte over “Hugo Raes (1929-2013)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.