Het is ondertussen ook alweer tien jaar geleden dat Richard Wright, de keyboardsspeler van Pink Floyd, op 65-jarige leeftijd aan kanker is overleden. Wright was erbij van het allerprilste begin tot het laatste reünie-optreden, in 2005 op het concert voor “Live 8”.

De basis van Pink Floyd werd in het begin der jaren zestig gelegd te Londen, waar drie leden (bassist Roger Waters, toetsenist Rick Wright en drummer Nick Mason) van het latere kwartet samen studeerden aan de academie voor architectuur. Met wisselende bezetting spelen ze voornamelijk rhythm’n’bluesnummers, de groepsbenaming Pink Floyd stamt nog uit die tijd, want die refereert naar de voornamen van twee Amerikaanse bluesmuzikanten, Pink Anderson en Floyd Council.
SYD BARRETT
Deze benaming is nog afkomstig van gitarist Roger “Syd” Barrett (een vroegere benaming was o.a. The T-Set, niet te verwarren met de bekende Nederbietgroep), maar toch is hij ervoor verantwoordelijk dat het uitzicht van de groep totaal verandert, als hij met drugs gaat experimenteren. Zijn songs en gitaarspel ondergaan er de invloed van, zodat Pink Floyd de eerste Engelse psychedeli­sche rockformatie wordt.
In 1967 tekenen ze hun eerste platenfirmacontract en komt “The Piper at the Gates of Dawn” op de markt, genoemd naar een hoofdstuk uit het kinderboek “The wind in the willows” (1908) van Kenneth Grahame. Eigenlijk is dit een soort van parabel die het opneemt voor de zwakkeren en diegenen die niet in staat zijn om voor zichzelf op te komen.
Deze productie ver­sterkt hun faam als underground-groep. Barrett geraakt echter steeds meer verslaafd aan drugs en alles dreigt in het honderd te lopen. Om de problemen op te vangen wordt een beroep gedaan op een extra-gitarist: David Gilmour. In 1968 besluit men op een bepaald moment gewoon om Barrett niet langer te gaan ophalen als er een concert dient te worden gespeeld.
Gilmour voelt zich wat schuldig en produceert nog twee solo-albums met Barrett. In 1972 start Barrett nog de groep Stars op, maar bij het tweede concert duikt hij al niet meer op. Van dan af verdwijnt Barrett van het toneel. Er wordt nauwelijks nog iets van hem gehoord. Merkwaardig genoeg, als zijn vroegere makkers in 1975 met “Wish you were here” (de titel alleen al!) hem hulde willen brengen, duikt hij plotseling weer op in de studio “toevallig” bij de opname van “Shine on you crazy diamond” dat een tribute aan hem wil zijn. Maar sindsdien werd alweer niks meer van hem vernomen. Geruchten deden de ronde dat hij in een afkickcentrum zou verblijven, al bleek achteraf dat hij gewoon bij zijn moeder in Cambridge verbleef, waar hij in de zomer van 2006 op zestigjarige leeftijd aan de gevolgen van suikerziekte overleed.
MINIMAL MUSIC
Na “The Piper” volgt “A saucerful of secrets” dat door de bijhorende lightshow met de fameuze alcoholdia’s definitief de faam van Pink Floyd vestigt. Ook de “ernstige” muziekcritici beginnen zich op dat moment voor Pink Floyd te interesseren, aangezien zij er een popversie in zien van de zogenaamde “minimal music” van Steve Reich en vooral Philip Glass.
De volgende elpee, “More”, vormt de soundtrack voor een drugfilm van Barbet Schroeder, waarna met “Ummagum­ma” Pink Floyd in 1969 een round-up brengt van hun beginperiode, onmiddellijk gevolgd door het prachtige “Atom heart mother” (*).
In ’71 is er “Meddle” en een jaar later “Obscured by clouds” maar het is met “Dark side of the moon” (1973) dat ze werkelijk fenomenale verkoopcijfers halen. Toch is niet iedereen even verlekkerd op dergelijke muziek. In onze documentatie troffen we bv. volgende passus aan van de hand van Hilde van Gaelen (in de Gazet van Antwerpen van 10 augustus 1973) naar aanlei­ding van “Pink Floyd in Pompeï”: “We bedoelen niets beledi­gends door te schrijven dat een van de Floyd-nummers wordt gejankt. Dat gebeurt inderdaad door een hond (het betreft “Seamus” uit “Meddle”, RDS). We hoefden er niet eens het hallucinante decor van Pompeï bij om het nare gevoel te krijgen, dat het einde van de wereld nabij is.”
In 1975 is er dus “Wish you were here” met het langoureuze “Shine on you crazy diamond”, maar twee jaar later volgt met “Animals” ontegensprekelijk hun zwakste elpee.
THE WALL
Met “The Wall” gooit Pink Floyd in 1980 het roer volledig om. Van dan af heeft Pink Floyd niks meer vandoen had met de minimalistische beweging. Inte­gendeel zelfs, zoals mocht blijken toen Roger Waters (toch de voornaamste componist van het viertal) dit concept nog eens overdeed ter gelegenheid van de val van de Berlijnse muur. (Dat was overigens op zich reeds een aanfluiting, want buiten het feit dat “The wall” uiteraard “de muur” betekent, hadden de teksten er niets, maar dan ook helemaal niets mee te maken.)
Op dat moment heeft Roger Waters zodanig het laken naar zich toe getrokken dat er onenigheid binnen de groep ontstaat. In 1983 komt er nog een nieuwe plaat uit, maar die krijgt terecht de benaming “The final cut” mee.
Richard Wright is er op dat moment al vanonder getrokken, maar als ook Mason en Gilmour het aan de stok krijgen met Waters, is hij het die de groep uiteindelijk verlaat, zodat Wright zich opnieuw bij zijn twee companen kan voegen. Dit resulteert in 1987 in de CD “A momentary lapse of reason”. Kon ieder rechtgeaard muziekliefhebber wel inzien dat het hier een commerciële hype betrof, dan is de volgende CD van Pink Floyd (nog altijd zonder Roger Waters) “The Division Bell” in 1994 toch vanuit het niets op nummer één van de Amerikaanse verkoopslijsten verschenen. Op die manier is het te verklaren dat eind 1995 producer Jaz Coleman van Killing Joke nog eens langs de kassa wilde passeren door een aantal nummers uit “Dark side of the moon” en “The Wall” voor klassiek orkest te bewerken en uit te brengen onder de titel “Us and them”. Uitvoerders zijn (zoals dat dan meestal het geval is) The London Philharmonic Orchestra, geleid door Peter Scholes.
K.Artman reageerde hier op 16 september 2008 met: “Dit vind ik wel fijn : op mijn 14de huwelijksverjaardag een tekst over mijn favoriete groep (ik heb begin dit jaar 4 maanden quasi nonstop naar het oeuvre geluisterd, middels de box Oh By The Way en de verzamelaar Echoes), mèt zelfs een verwijzing naar twee van mijn lievelingscomponisten (Reich en Glass) – een link overigens die ik zelf nog niet had gelegd, en waarover ik ook nog niets had gelezen, maar die inderdaad niet zo ‘vreemd’ is. Alleen spijtig dat het naar aanleiding van een overlijden is.”

Referenties
Ronny De Schepper, Met je kop tegen de muur, De Rode Vaan nr.? van 1979
Ronny De Schepper, Voor wie er geen Floyd van snapt, De Rode Vaan nr.8 van 1982

(*) Het vocale gedeelte in deze compositie is ongetwijfeld geïnspireerd op de Psalmensymfonie (1930) van Igor Stravinsky.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.