In het laatste hoofdstuk van de debuutroman van Cor de Jonge « Koren en een koepel van blauw licht » blijkt dat het hele verhaal als manuscript gevonden werd in een onbewoond huis. De romantiek is niet dood. Vinder van de tekst gaat op zoek naar de auteur (maar dat verklap ik dan verder niet) en becommentarieert meteen de tekst. Handig voor een recensent, je moet het slechts overtikken. Daar gaan we dan : « Het hele verhaal is een vernuftige constructie van een stukje realiteit, scherpzinnig waargenomen en vermengd met persoonlijke ervaringen en verlangens ». Of we het daarmee eens zijn is wat anders…

Op de achterflap lezen we ook nog een referentie aan het magisch-realisme, en dat is dan meteen nog grotere onzin. Het inwerken van dromen is een gewoon Freudiaans gegeven, het ten tonele voeren van een droomfiguur, een « hemelboodschapper » (een veredeld, aan het Germaanse ideaal beantwoordend ET-figuurtje) is tezeer een deus ex machina om over een echte vervloeiing van droom en realiteit te kunnen gewagen.
Het grote probleem met dit boek is de overdaad aan filosofie waarin zowel verhaal als karakters compleet verzinken. De essentie daarvan mag nog best leuk wezen, een vleugje fatalisme (tussen geboorte en dood « knutsel je wat aan de rand van je bestaan », pag. 39), wat relativeren (« vooruitgang is al de moeite die Adam gedaan heeft om het Aards Paradijs terug te vinden » pag. 40), uiteindelijk blijkt al die filosofie toch zwakjes, goedkoop en verdrinkt het hoofdpersonage en vooral de psychologie totaal.
« Wat gaat het leven langs vreemde wegen. Wat zijn de verlangens van een mens onberekenbaar, wat is zijn hart ondoorgrondelijk » lees pag. 132. Jaja, dat wist ik ook al, daarvoor heb ik Cor de Jonge niet nodig. Een auteur brengt ons originele ideeën, of blaast oude ideeën nieuwe creativiteit in, of stimuleert de lezer tot nadenken. Maar wat hier dan eventueel als basis-idee had kunnen fungeren, of als tussen-idee en overgang, wordt een te banale conclusie die je onbevredigd laat. Dit weten we al, en er worden verder geen impulsen gegeven, het hoofdpersonage wordt er niet interessanter mee.
Tot overmaat van ramp gaat de auteur de filosofieën die hij bij monde van derden in het rond spuit nog eens voor zichzelf, de ik-figuur, herkauwen, commentariëren en er overvloedig rond-filosoferen. Wat al niet zo bijster origineel was wordt nog eens opgediend als lauwe pap en van voetnoten voorzien.
Geen psychologische ruggegraat, slaapverwekkend gefilosofeer en een verhaal dat meer pretendeert te zijn dan wat het werkelijk biedt. En tenslotte stuit je op zinnen als : « Onbegrijpelijk, dacht ik, zo mooi en nog zo jong en dan al eenzaam ». Waar heb ik dat nog gehoord, zo mooi, zo blond en zo alleen… Jimmy Frey moet nodig contact opnemen met Cor de Jonge. Misschien kan « Koren en een koepel van blauw licht » dan een concept-LP opleveren, maar dat die dan maar aan de popredacteur geven. Elk zijn beurt is niks teveel.

Referenties
Johan de Belie, Een neo-romantisch filosofisch traktaat, De Rode Vaan nr.37 van 1983
Cor de Jonge, Koren en een koepel van blauw licht, Manteau, Amsterdam, 1983, 154 pag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.