Terwijl Gent zich opmaakt voor een nieuwe aflevering van Odegand (morgen), blikken we even terug op het Festival van Vlaanderen van dertig jaar geleden.

« Wanneer begint en wanneer eindigt het Festival van Vlaanderen eigenlijk? » vroeg een Engelse confrater aan Jan Briers sr. toen begin maart de programmatie werd voorgesteld. Geheel naar waarheid antwoordde de afgevaardigde beheerder dat het Festival eigenlijk nooit begint en nooit eindigt, maar als een perpetuum mobile blijft doorgaan en dat reeds sedert meer dan dertig jaar. Anderzijds stipte hij meteen ook aan dat diverse streken in het land wel hun pieken kenden. Zo was in 1988 ongetwijfeld Gent de Festivalstad bij uitstek.
« NIEUWE » ZAAL
Tegelijk is Gent al sedert jaren het zorgenkind van het Festival. De klacht is stilaan wel gekend: Gent heeft geen echte concertzaal. Telkens weer dient er naar gelegenheidsoplossingen te worden uitgekeken en in deze pre-electorale periode was PVV-schepen van onderwijs André Van Hove er dan ook als de kippen bij om een gelegenheidspluim op zijn hoed te steken. Hij « ontdekte » in het oude hospitaal van de Bijloke een zaal die akoestisch voldeed en een voldoende aantal toehoorders kon bevatten en liet ze in allerijl opkalefateren. Ze werd ingespeeld door het Philharmonische Orkest van Moskou, geleid door Dmitri
Kitaenko, maar de Russen zullen alvast geen hoge dunk van het Vlaamse cultuurleven hebben overgehouden. Op uitzondering van een reusachtig schilderij van een gekruisigde Christus die ons voortdurend van over de schouder van de slagwerker aankeek, waren de muren egaal geel gekalkt, zonder ook maar een poging te doen om de onvolmaaktheden, die op rekening van de tand des tijds zijn te schrijven, te verdoezelen.
Nu zou men kunnen stellen : het is allemaal op een drafje gegaan. Akkoord, maar anderzijds hebben we hier te maken met een historisch gebouw waaraan men sowieso niet veel zal kunnen of mogen veranderen. De confrater die al droomde van balkons over heel de lengte van de zaal, zal hopelijk wel realistisch genoeg zijn om te beseffen dat het bij deze droom zal blijven. Bijgevolg kunnen we toch echt niet tevreden zijn met deze « ontdekking ». Om immers voldoende toeschouwers te kunnen « stouwen » werden de stoelen dan maar op een angstaanjagend kleine afstand van elkaar geplaatst (als je geluk hebt, kan dat nog meevallen: je dijen raken die van je buur). En dan dien je er nog rekening mee te houden dat de Russen en ons eigen Muntorkest dat er twee dagen later te gast was, nog niet van de duursten zijn (hoe duurder, hoe meer volk noodzakelijk is om toch een gedeelte van de kostprijs af te betalen natuurlijk). Een en ander maakt bovendien dat je van het orkest met moeite de eerste drie rijen kunt zien, al de rest is aan het oog onttrokken. Solisten zouden bij wijze van spreken zoals in een jazz-orkest moeten rechtstaan als ze aan de beurt zijn !
Maar meer nog dan onze onderste ledematen bekloeg onze keel zich over het gebrek aan accomodatie. Werd er na het optreden van de Russen nog een drankje aangeboden door een valiezen-firma, dan werden we bij de klassieke « happening » (waarover zo dadelijk meer) helemaal drooggelegd. Misschien was dat wel omdat men zich een beetje schaamde voor de toiletvoorzieningen á la Gentse Feesten en hoopte men door deze drooglegging te voorkomen dat de dure toiletjurken van de dames ook letterlijk toiletjurken werden… Kortom, de ongezellige atmosfeer was er de oorzaak van dat we voor het Muntorkest pasten (mede omwille van een fikse bui) en dat we er de voorkeur aan gaven om voor de derde maal nog eens naar « Susan wanhopig gezocht » (« Desperately seeking Susan ») te kijken, onderwijl bedenkend dat in Gent alvast niet enkel Susan, maar ook een concertzaal wanhopig wordt gezocht.
Oh ja, u wil ook nog iets vernemen over de muziek? Ach, wat kunnen we daarvan zeggen ? Het stond bij voorbaat vast dat dit een overdonderend succes zou worden (de muzikanten hadden hun partituur voor twee bisnummers reeds bij), maar met de keuze van het materiaal kunnen we toch niet helemaal akkoord gaan. Over de « Symfonische dansen » van Rachmaninov willen we nog zwijgen, we dachten dat dit een goede appetiser zou zijn, maar na de pauze bleven we met de eerste symfonie van Tsjaikovski toch op onze honger. Naar verluidt heeft de Festivaldirectie zeer sterk bij Kitaenko moeten aandringen om deze symfonie te willen spelen (wellicht dacht hij dat geen kat daarnaar zou willen luisteren, maar daarin had hij ongelijk want midden het « andante cantabile ma non tanto » scheurde zo’n viervoeter plotseling door de rijen). Nu vinden we het erg moedig van de programmatoren om de platgetreden paden te willen verlaten, maar sommige werken zijn wellicht toch niet ten onrechte in de vergeethoek geraakt…
JE BENT JONG EN JE WIL WAT
Zoals gezegd had ook een gedeelte van de « Voices »-happening van het Jong Festival van Vlaanderen in de Bijloke plaats. De happening beperkte zich daar weliswaar tot een belangrijke minderheid die in jeans op een erg melomaan programma afkwam en tot een aantal luisteraars (niet noodzakelijk dezelfden) die hun stramme leden op de stoel vóór hen uitstrekten. Wijzelf hadden voor de twee laureaten van de jongste Koningin Elisabethwedstrijd het popprogramma in de Sint-Pietersabdij laten varen en het was nog een geluk met een ongeluk dat we achteraf hoorden dat Arno en de zijnen er ook niet in geslaagd waren enig enthousiasme op te wekken, want wij van onze kant waren ook alvast deerlijk ontgoocheld. Let op, geen kwaad woord over het talent van Zoë Hwang maar van het programma dat zij bracht (Fauré, Schubert, Poulenc) kon enkel het middendeel (mede dankzij klarinettist Henk Soenen) ons bekoren.
Met Aga Winska lag het dan weer helemaal anders. Zij bracht wel degelijk twee « schlagers » uit het opera-repertoire (Verdi en Donizetti), maar vooraf liet zij zich verontschuldigen omdat zij diezelfde dag reeds een concert in Luik had gezongen en dodelijk vermoeid was. Dat was ook te horen en we vragen ons dan ook af wat haar « fans », die 600fr hadden neergeteld, van dit bliksemoptreden vonden… Haarzelf noch de FVV-organisatoren treft echter schuld. De dubbele boeking was te wijten aan de Muntdirectie (die als Winska’s agent optreedt) en, wat erger is, volgens insiders zou dergelijke handelswijze eerder regel dan uitzondering zijn en zou dit onschatbare talent op die manier wel eens vroeger kunnen uitgebloeid zijn dan voorzien.
In de « goeie ouwe » Sint-Pietersabdij hadden wij vooraf kunnen genieten van The King’s Singers, van Raymond van het Groenewoud en van de nieuwe Dree Peremans-productie Vive le geus. Dit laatste konden we door omstandigheden niet in zijn geheel beluisteren (er is echter een CD van uitgekomen, dus geen nood), maar dat was wellicht niet zo erg, want omdat het toch wel een taaie brok is, neemt men er misschien beter kleine hapjes van.
Deze productie verschilt inderdaad in niet geringe mate van de twee voorgaande (« De IJslandsuite » en « Het Zwarte Goud »). Indien Wannes van de Velde (foto) niet opnieuw de « kop » van de productie was, zouden we zelfs aarzelen om ze in dezelfde lijn te situeren. Naast hem treffen we immers Felicie Verbruggen aan (een nieuwe naam, maar een onverbiddelijk talent) en ook Paul Rans die we nog kennen van bij Rum, maar wiens zangstijl we altijd altijd iets te pathetisch hebben gevonden. Maar meer nog dan dat doen de arrangementen van Walter Heynen en vooral de aanwezigheid van het BRT-koor van Vic Nees deze bewerkte geuzenliederen iets meer gekunsteld, iets « schoolser » klinken dan de mijnwerkers- en vissersliederen.
RAYMOND, RAYMOND, ‘T IS ERNSTIG!
Maar misschien is het dat precies dat bepaalde mensen voor ogen staat bij zo’n « Jong Festival ». Diezelfde mensen allicht die zich erover bekloegen dat Raymond van het Groenewoud « niet ernstig genoeg » was en « te luid speelde ». Toegegeven, het « experiment » met het strijkkwartet en de Afrikaanse percussie bleef onder de verwachtingen (om te beginnen speelden ze al niet samen: enerzijds had Raymond een aantal nummers voor strijkers « gearrangeerd » — al is dàt zelfs misschien overdreven — en anderzijds was de percussie bijna onopvallend aanwezig, tenzij dan in het laatste nummer « Het maakt me niets meer uit ») maar Raymond is toch nooit slecht of zelfs maar middelmatig. En vaak is dat dan precies dóór zijn humor (hij hielp de strijkers hun instrument stemmen tijdens een nummer, « Ik wil de grootste zijn » werd ingeleid door Mozarts « Kleine nachtmuziek », terwijl « Ik wil je hier bij mij » dan weer « Walk right in » als slot meekreeg), al grepen « Wijd en zijd », « Si tous les gars du monde » en nog altijd « Je veux de l’amour » ons ook naar de keel. En dat was ernstig!
Raymond was zijn set overigens begonnen met een kleine imitatie van zijn voorgangers, de al even hilarische King’s Singers. Reeds bij het brengen van een paar madrigalen konden ze enige clownerie niet laten, maar bij de compositie die speciaal voor hun 20-jarig bestaan door Daryl Runswick werd geschreven, « Patents pending », sloegen alle stoppen door. The King’s Singers zijn echter niet alleen vocale clowns, maar vooral vocale acrobaten, dat merkten we nog beter de dag na hun optreden toen zij t.g.v. het door Fred Brouwers gepresenteerde « Meeting voices » als mentors optraden voor een jonge close harmony-groep uit Nederland, The Rosendale Singers. Gewoon op aanvraag uit het publiek gaven zij daar ook spontaan hun versie van Paul Simons « Fifty ways to leave your lover » ten beste, net zoals ze daags tevoren reeds een paar Beatle-hits hadden afgestoft. Als tenor Bob Chilcott in alle ernst dan ook verkondigde dat hij ’s nachts nog naar een video van het concert van Prince had gekeken om te zien of hij ook daaruit niets kon leren, geloven we hem op zijn woord. We wachten reeds met spanning op de King’s Singers-versie van « When doves cry »!
Ondanks de beperkte opkomst zouden we er overigens voor pleiten om in de toekomst deze « Meeting voices » tot een traditie te laten uitgroeien. Wij maakten een paar workshops mee o.a. met jazzzangeres Deborah Brown en met de experimentele performer Shelley Hirsch, terwijl we daarnaast ook nog een video van het Europees Centrum voor Opera en Vocale Kunst uit Alden-Biesen te zien kregen. Voor elk wat wils kortom !
JONG FESTIVAL VAN VLAANDEREN: GEEN KINDERLOKKER MEER
IMG_0001Het Jong Festival van Vlaanderen is een benaming die me steeds heeft geïntrigeerd. Betekent dit dat men zich voornamelijk of zelfs uitsluitend tot een jong publiek richt ? Of dat de uitvoerders « jongeren » zijn ? Of de programmatoren ? Of is het gewoon een « kinderlokker » ? Moeten de jongeren via bepaalde popmuziek « bekeerd » worden tot de Ene Ware Muziek, zijnde de klassieke ? Aan wie konden we het beter vragen dan aan Lukas Pairon, artistiek verantwoordelijke voor het Jong Festival…
Lukas Pairon: Ikzelf zie dat zeker niet zo, maar ik wil wel toegeven dat die gedachte ergens aanwezig was bij de oprichting van het Jong Festival, in het begin van de jaren zeventig. Vooral in het Gentse wou men toen een programmatie opzetten die de jongeren uiteindelijk naar de klassieke muziek zou leiden en dat zou men dan doen via de fameuze happenings in de Sint-Pietersabdij. Daarbij werden verschillende muziekgenres gebracht met grote keuzemogelijkheden. Zelfs dit jaar leeft deze traditie nog verder in ons project rond de zangstem, zijnde « Voices » dat op zaterdag 10 september 1988 in de reeds genoemde Sint-Pietersabdij, maar nu gedeeltelijk ook in de Bijlokeabdij plaatsheeft. De mensen zullen het
procédé van de vroegere happenings daarin zeker nog herkennen, alleen hebben we nu veel thematischer gewerkt en is er ’s anderendaags een niet onbelangrijk aanhangsel met ontmoetingen en workshops e.d.
« Aan bekende namen vragen we altijd om iets speciaals te doen »
— Typisch voor de happening en nu ook voor « Voices » is dat er wel altijd een paar grote namen tussen zitten om volk te « lokken »…
IMG_0002L.P.:
Ja, maar dan vragen we hen toch altijd om iets speciaals te brengen. Een festival moet nu eenmaal een « evenement » zijn, er moet iets te beleven zijn, je mag niet op routine terugvallen. Neem nu Raymond van het Groenewoud b.v., je weet dat hij ooit eens voor een speciale gelegenheid met strijkers heeft gewerkt. Dat was een groot succes, ondanks het feit dat het eigenlijk maar een probeersel was. Ik heb hem dus gevraagd om dit meer uit te werken en Raymond zou Raymond niet zijn mocht hij deze uitdaging niet hebben aangegrepen om niet met nog iets extravaganter uit te pakken. Hij heeft namelijk niet enkel nieuwe arrangementen geschreven voor de strijkers, maar hij heeft daar ook een percussiegroep aan toegevoegd, naast ook nog zijn eigen groep natuurlijk. Voor de percussie heeft hij overigens een beroep gedaan op Chris Joris
— … die met Bula Sangoma ook op ons feest zal te horen zijn, maar ga door, wie komt er nog zoal ?…
41 jan leyersL.P.:
Naast de King’s Singers hebben we ook een nieuwe productie van Thierry Demey, die voor ons een speciale compositie voor zangstem heeft geschreven. Er is een Engels koortje dat Cantabile heet en vooral komische nummers brengt (zij hebben vorig jaar het Star Festival gewonnen). We hebben zelf een selectie gemaakt tussen de laureaten van de Elisabethwedstrijd (Quilian Cheng, Werner Van Mechelen, Aga Winska en Zoë Hwang), maar daarnaast hebben we ook een experimentele vocaliste uit New York, Shelley Hirsch, die twee dagen later ook het Nieuwpoorttheater zal aandoen. Ook het splinternieuwe programma met geuzenliederen dat Wannes van de Velde en andere folk-artiesten voor de BRT hebben gemaakt is er te beluisteren, waarna dit project nog een tiental dagen op tournee gaat. Bij deze reeks concerten die we « Parade » hebben genoemd, omdat allerlei genres erin « paraderen », hebben we ook nog Mathilde Santing en haar groep, maar echte popgroepen zijn eerder ’s avonds te beluisteren: The Scabs, Soul Sister (*), Neon Judgement en Arno.
— Naast de happening werd ook het jazz-aanbod van het FVV reeds snel ondergebracht bij het Jong Festival…
L.P.:
Dat klopt en ook dit jaar is dit weer het geval, zij het alweer met een belangrijke wijziging. We hebben zoals gebruikelijk namelijk de mensen van de Gentse jazzkroegentocht aangesproken, maar dit jaar is dit geïncorporeerd in wat we het European Jazz Festival hebben genoemd en dat een heel weekend in beslag neemt. De dag na de kroegentocht heb ikzelf immers in samenwerking met de mensen van BRT 1 die normaal Jazz Middelheim organiseren — wat dit jaar wegens financiële redenen niet kon — een meer hedendaags jazzprogramma met grote namen zoals Betty Carter e.a. in elkaar gestoken op 24 september ook weer in de Bijloke-abdij, in de « nieuwe oude » zaal die door het FVV zal geïnaugureerd worden. We brengen daar ook een eigen productie met jonge Vlaamse saxofonisten, die wij De Frisse Wind hebben gedoopt en waarvoor wij diverse compositieopdrachten hebben gegeven.
« James Baldwin is het geweten van het Amerikaanse volk »
— En met die eigen productie lichten we reeds een tipje van de sluier op van de nieuwe manier waarop het Jong Festival zich wil manifesteren…
IMGL.P.:
Inderdaad, we hebben dit jaar definitief besloten een andere koers te gaan varen, in die zin dat we meer productiegericht willen gaan werken. Het beste voorbeeld daarvan is uiteraard het James Baldwin Project. Op 14 en 15 september kan men dit gaan bekijken en vooral beluisteren in de Brusselse Ancienne Belgique. Het is een creatie die in onze opdracht gebeurt. De muziek komt van David Linx en Pierre Van Dormael en er zijn tal van befaamde muzikanten bij betrokken uit ons eigen land, maar ook uit New York. Zoals de naam van het project reeds laat vermoeden is het gegroeid rond het werk van de onlangs overleden Amerikaanse auteur James Baldwin. Men mag het overigens niet als sensatiezoekerij in die zin beschouwen, want het project is nog tijdens zijn leven ontstaan. Baldwin was immers zeer goed bevriend met David Linx en reeds een paar jaren geleden hadden zij samen het plan opgevat dat David muziek zou schrijven rond teksten van Baldwin en daarvan een opname te maken. Dat is vorig jaar dan gebeurd, in studio’s in Brussel en in New York, met dezelfde muzikanten die nu voor de live-versie zullen instaan. Voor België zijn dat o.m. Toots Thielemans, Victor Lazlo, Chris Joris, Diederik Wissels, Philippe Allaert en nog vele anderen, waaronder natuurlijk ook Linx en Van Dormael zelf. Zoals je ziet zijn het meestal mensen uit de jazzwereld, al kan men het niet als een louter jazz-productie benoemen. Men kan het zelfs ook als een literaire productie beschouwen, aangezien de teksten van Baldwin gedeeltelijk gezongen maar ook gedeeltelijk gereciteerd worden.
— Wat meteen ook inhoudt dat het eveneens een politiek project is…
L.P.:
Zeker. Baldwin wilde immers een heel duidelijke boodschap in zijn werk meegeven. Tot zijn laatste dagen heeft hij geweigerd te erkennen dat de rassenproblematiek in zijn land « no problem » was en dat er van een werkelijke integratie sprake zou zijn. Hij heeft die term zelfs nooit in de mond willen nemen. En hoezeer deze boodschap een gehoor vond, bleek nog eens ten overvloede toen hij vorig jaar in december overleed. Ik zat toen toevallig in de Verenigde Staten en de reactie op zijn dood was daar dermate emotioneel dat ik er even heb over getwijfeld of we dit project uiteindelijk wel zouden brengen, dat het niet verkeerd zou uitgelegd worden. Maar precies het feit dat hij het geweten van het Amerikaanse volk mag worden genoemd maakt het brengen van een dergelijk project juist interessant. Vooral de muzikanten zelf hebben me daarvan trouwens trachten te overtuigen. Vandaar ook dat ik absoluut dit project ook in de V.S. zelf wil brengen. Muzikaal is dat hoegenaamd geen probleem en is het zelfs een hele eer dat zoiets vanuit Brussel op poten kon worden gezet.
« Sponsors staan huiverachtig tegenover nieuwe creaties »
— Maar het spreekt vanzelf dat daarvoor nog de nodige garanties op tafel moeten worden gelegd…
L.P.:
Zelfs dat ziet er goed uit, nu is komen vast te staan dat Arts Channel — dat zijn de nachtelijke kunstuitzendingen van Sky Channel — het optreden internationaal zal uitzenden en dat uitzonderlijk tijdens de avonduren en wel op 7 oktober om 19.30u. Hopelijk zit Sky Channel dan reeds overal op de kabel. Minister Dewael heeft daarvoor zijn toestemming al gegeven, maar er zijn nu nog onderhandelingen aan de gang met de diverse kabelmaatschappijen. Voor mezelf is het erg belangrijk dat dit zou lukken want ik wens in de toekomst meer en meer eigen producties te realiseren, maar voor het Jong Festival is het veel moeilijker om sponsors te vinden. Voor nieuwe producties geld losmaken bij bedrijven is een heel moeilijke opdracht. We hebben uiteindelijk wel een sponsor gevonden, maar gezien de zeer hoge productiekosten is dat nog erg miniem. Het commercialiseren van zo’n productie is daarom erg belangrijk. Eigenlijk heb je immers maar twee keuzen: ofwel breng je commerciële producties (maar daar moet het FVV zich voor hoeden, vind ik), ofwel ga je producties die op zich niet commercieel zijn, ga je die commercialiseren. En dat kan dan via televisie, radio, plaatopnamen enz.
— Het verwondert me anderzijds wel dat juist het JONG Festival van Vlaanderen moeite heeft om sponsors aan te trekken: normaal mikt de industrie juist bij voorkeur op het jonge publiek?
L.P.:
Ja, maar daar heeft het hier niets mee te maken. Het is enerzijds het feit dat het om creaties gaat, dus om nieuw, onbekend werk en anderzijds kosten dergelijke creaties juist méér dan een gewoon concert. Maar het is natuurlijk waar dat we voor de komst van Béjart naar Gent veel gemakkelijker sponsors vinden…
08 Eva Maria Hagen— Juist door dat gebrek aan fondsen heeft een ander interessant project niet kunnen plaatsvinden: het samen optreden van moeder en dochter Hagen…
L.P.:
Ja, ons begrotingsdeficiet liep dit jaar inderdaad te hoog op om dergelijk risico te nemen, want niet enkel Nina kost heel veel geld, maar ook haar moeder Eva-Maria. Zij is in Duitsland immers een heel bekende zangeres vooral met werk van haar man Wolf Biermann en van Kurt Weill. Maar de contacten zijn er geweest en misschien wordt dat dus iets voor later.
Daar duimen we ook voor!

Referenties
Ronny De Schepper, Jong Festival van Vlaanderen: geen “kinderlokker” meer, maar hoogstaande eigen producties, De Rode Vaan nr.37 van 1988
Ronny De Schepper, “Concertzaal wanhopig gezocht”, De Rode Vaan nr.39 van 1988

(*) Hier situeert zich dus blijkbaar de overgang tussen The Soul Sisters (zo waren ze nog te horen op de Torhout-Werchter Classic) en Soulsister. Op de foto overigens een piepjonge Jan Leyers.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.