Het is vandaag al 55 jaar geleden dat de Fransschrijvende Vlaming Eugène Baie is overleden (foto uit het BRT-programma “Ten Huize Van”).

41 La-derniere-page-de-Maurice-MAETERLINCKStilaan wordt het overbodig dat we hier de lof zingen van de reeks “Moeder Vlaanderen en haar Franse kinderen” zoals die nu al enige seizoenen loopt onder de deskundige leiding van Anton Stevens. In al die jaren hebben we Stevens leren kennen als een consciëntieuze en harde werker die zich in zijn onderwerp vastbijt en bijna maniakaal op zoek gaat naar originele documenten om vaak saaie stof visueel toch tot enig leven te brengen. Dat hij zich daarbij soms een snoepreisje veroorlooft om wat straatnaamborden te gaan filmen is hem dan ook volledig vergeven. ’t Moet niet altijd Bob Van Bael zijn…
Zo bracht hij ons voor de aflevering over Eugène Baie (25-9-88) naar een zonovergoten Nice, maar wie dacht dat hij daar met beelden van zonnebadende schonen vandaan zou komen, vergist zich in de ernst van deze knaap.
Tegelijk toonde het Nice-fragment de beperkingen van dit soort ondernemingen aan. Terecht laat Stevens dan ook liever de levende mens aan het woord enerzijds zijn onderwerp zelf in gedateerde maar juist daarom erg sprekende documenten (de onschatbare waarde van Joos Florquin wordt daarbij terloops nog eens onderlijnd), anderzijds overlevenden die een getuigenis afleggen over hun al dan niet vriendschappelijke relatie met de man (wanneer ook eens de vrouw?) in kwestie.
Opvallend is hoe telkens daarbij een warme vonk overspringt tussen interviewer en geïnterviewde, precies omdat de passie waarmee Stevens zich in zijn onderwerp ingraaft een dankbare respons vindt bij zijn gesprekspartner. In het geval van Eugène Baie was dit des te opvallender omdat het leven van deze erudiet (het is de schrijver van de monumentale reeks “Le Siècle des Gueux”) omgeven is door een mysterie dat iedereen wel schijnt te kennen, maar waarover een soort van gentleman’s agreement bestaat om het niet te benoemen. Verlang dus ook van ons geen antwoord op de vraag waarom deze man van eenvoudige komaf toch aan wereldberoemde universiteiten zoals deze van Genève, Parijs en Oxford kon gaan studeren, een wekelijkse gast was aan de tafel van Koning Albert, een speciaal paspoort bij zich droeg dat bepaalde dat hij moest worden behandeld « alsof hij van koninklijken bloede was » en op zijn sterfbed verklaarde dat hij stierf aan dezelfde ziekte als Leopold II…
Hoe dan ook, dit « mysterie » plaatste Baie even apart in deze reeks en was voor ons zeker één van de boeiendste thema’s naast uiteraard het indrukwekkende oeuvre van deze man die zelfs eens kandidaat voor de Nobelprijs is geweest.
Wat anderzijds een constante is in al deze afleveringen, is dat deze « franskiljons » vaak heftiger verdedigers van het Vlaams en van de Vlamingen zijn dan vele Vlamingen zelf (zij zijn b.v. nogal eens geneigd om Nederland te « annexeren » door de invloed van de Vlaamse intelligentia op de Hollandse bloei overdreven te beklemtonen). Om het met een parafrase op de bekende uitdrukking « katholieker willen zijn dan de paus » te zeggen: vaak willen zij Vlaamser zijn dan Karel Dillen…
Eugène Baie werd geboren op 3 augustus 1874 in Anderlecht als zoon van een leertouwer. Bij de dood van zijn vrouw gaat zijn vader in 1895 een tweede huwelijk aan en komt de familie in Mechelen wonen. Aangezien Eugène toen dus al 21 was, kan men hem eigenlijk nauwelijks nog een “Vlaming” noemen, maar kom. Eugène is overigens nog “thuis” omdat hij voortdurend studeert. Zowel in Genève, Parijs als Oxford behaalt hij diploma’s in de Letteren en Wijsbegeerte, de Rechten, Geschiedenis en Kunstgeschiedenis. Rond de eeuwwisseling maakt hij kennis met Emile Verhaeren die hem aanzet tot schrijven. In 1902 verschijnt “L’Epopée Flamande”, dat reeds de kiem bevat die hij in “Le siècle des Gueux” zou uitwerken. In die tijd pleit hij ook voor de oprichting van een soort van Benelux om militair en economisch weerstand te kunnen bieden aan de twee reuzen die ons omringen en bovendien met elkaar overhoop lagen: Frankrijk en Duitsland. Hij maakt trouwens carrière in de internationale diplomatie. Toch publiceert hij ondertussen nog essais als “Sub Rosa et Sub Umbra” (1912) en “Le jeu des ombres sur la voie sacrée” (1922) in afwachting dat hij in 1924 aan zijn levenswerk over de Geuzen begint. In 1939 offert hij er zelfs zijn diplomatieke carrière aan op. Tijdens WO II trekt hij naar Nice. Hij wordt daar bevriend met Maeterlinck die zijn kandidatuur voor de Nobelprijs voordraagt, echter zonder resultaat. Hij stierf op 10 september 1963 en is begraven in Anderlecht. Hij laat een vijfjaarlijkse prijs van 100.000fr na voor het beste buitenlandse boek over de Vlaamse kunst, geschreven in de moedertaal van de auteur.

Referentie
Ronny De Schepper, Vlaamser dan Karel Dillen, De Rode Vaan nr.40 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.