Vandaag is het 25 jaar geleden dat de Gentse Opera werd heropend met de tweede symfonie van Mahler (heel toepasselijk “Die Auferstähung” genoemd). Het was een enorm succes voor een afgeladen vol huis, weliswaar vol genodigden (die overigens achteraf “roddelden” dat de akoestiek heel slecht was en de aanpak van dirigent Stefan Soltesz verkeerd). Het “plebs” (waaronder dus ook ikzelf, dat had u al uit de afgunstige commentaar afgeleid) volgde het gebeuren op drie reusachtige schermen op de Kouter. Nadien werd het ook vergast op een recital door Paul Dombrecht en zijn Il Fondamento.

20 marc clemeur“De toestand van het Gentse operagebouw (van architect Louis Roelandt, dezelfde die de aula van de universiteit heeft ontworpen) heeft ons nogal parten gespeeld,” zei Clémeur me destijds. “Als men heel het gebouwencomplex had willen restaureren dan zou men anderhalf miljard nodig gehad hebben. Dat anderhalf miljard was er niet. Dat is heel simpel. Wij hebben de restauratie dus opgedeeld in fases en de allereerste prioriteit daarbij was dat wij zo vlug mogelijk opnieuw in een verantwoord theatertechnisch kader opera wilden kunnen brengen. Dat betekende dat de vernieuwing van de theaterzaal het eerst aan de beurt is gekomen, inclusief de hele toneeltoren, want de toestanden daar waren ongelooflijk. Ik kan overigens niet begrijpen dat een stad als Gent een dergelijk historisch theatercomplex, dat tot de mooiste van Europa behoort, zo heeft laten verkommeren. O.K., de vroegere opera in Gent had misschien niet het niveau dat men ervan verwachtte, maar dan kon men op z’n minst toch hebben overwogen dat deze zaal ook constant voor andere dingen werd gebruikt. Maar goed, het was nu eenmaal zo, we zaten daar nu met die, ik zou bijna zeggen: ruïnes, waarvoor de Vlaamse regering dan het zogenaamde investeringsfonds heeft opgericht. Hierin worden gelden gestort vooral door de stad Gent en door de Vlaamse gemeenschap, maar deels ook door de stad Antwerpen. Dat is dus een financiële constructie die gedurende twintig jaar deze werken met afbetaling van leningen moet kunnen financieren. Ondertussen is de eerste fase van de verbouwingswerken afgewerkt. Dat houdt in: een volledige vernieuwing van de toneeltoren, het zogenaamde logeblok (dat zijn de artiestenloges die zich achter de scène bevinden), de inplanting van de stoelen in de zaal (die trouwens niet meer voldeed aan de veiligheidsvoorschriften), en dan, daarmee samenhangend, het creëren van een decoringang om moderne decors in het theater binnen te brengen. Dat was immers zo’n smal gangetje, want de oorspronkelijke opera-decors waren enkel beschilderde doeken. Een modern theaterdecor is echter driedimensioneel en bevat enorme structuren die daar gewoonweg niet door kunnen. Er moest dus een nieuwe ingang geschapen worden. De brandweer eiste trouwens ook een bijkomende evacuatie. Op die manier is het idee om een brug te bouwen over de Ketelvest er gekomen en nadat het Ministerie van… Landsverdediging zijn toestemming had gegeven (de Ketelvaart moet in geval van oorlog immers bevaarbaar zijn!) is die er ook gekomen. Verder hebben we een belangrijk theatertechnisch bureau aangetrokken, namelijk Hans Wolff uit Amsterdam, dat heel wat nieuwe theaters heeft gebouwd en ook oude theaters, zoals de Haagse Comedie, heeft gerestaureerd.”
“Sommigen wilden dat we gesofisticeerde technische snufjes zouden inbouwen, wat de prijs alweer de hoogte zou indrijven. Ik heb echter gesteld dat dit geen enkele zin heeft aangezien we toch een Vlaamse Opera willen die zowel in Antwerpen als in Gent moet kunnen functioneren. Wat hebben we eraan van een hyper-ingewikkeld theatertechnisch systeem te hebben in Gent dat dan weer niet in Antwerpen kan dienen? Antwerpen is een goed huis. Het is theatertechnisch nog maar pas gerenoveerd en alle regisseurs zijn zeer tevreden over de infrastructuur die daar bestaat. Daarom heb ik voorgesteld: laten we in Gent iets bouwen dat de structuur heeft van Antwerpen, zodanig dat we zonder problemen een enscenering die voor de ene stad gemaakt is, kunnen transplanteren naar de andere. Want dat was juist één van de grootste problemen van de Opera voor Vlaanderen. Vooral dan het feit dat in Gent de toneelopening smaller was. En natuurlijk kan je geen muren beginnen uitbreken. Ondertussen hebben we echter ontdekt dat links en rechts aan de toneelopening in Gent een soort van valse fries was gebouwd, die gemakkelijk kon worden verwijderd, zodat we tot een opening komen die slechts 47cm smaller is dan in Antwerpen. Dat is dus te verwaarlozen. Een ander probleem is dat Gent een minder grote diepte heeft dan Antwerpen. Die wordt in Antwerpen daarom niet altijd ten volle gebruikt, maar ze is wel handig voor decorwisselingen. In Gent kunnen we achteraan niet weg, omwille van de Ketelvest, maar we hebben dat kunnen oplossen door opzij een aantal vroegere bureautjes af te breken en daar een klein zijtoneel te maken. Ik denk dus dat het een zeer goed ontwerp is, dat rekening houdt met de theatertechniek van vandaag zonder daarom allerlei buitenissigheden in te bouwen. Als men weet dat in de Antwerpse stadsschouwburg er een hele techniek staat die nooit gebruikt wordt, dan beseft men ook wel dat men daarin niet te ver mag gaan! Men moet natuurlijk wel een degelijke basistechniek hebben, maar wat dat betreft denk ik dat alle middelen voorhanden zijn.”
“En als de beide operagebouwen opnieuw speelklaar zijn, zal u dan binnen uw muren eender welk gezelschap ontvangen dat de zaal wil bespelen?” was mijn volgende vraag.
“Zo simpel is het allemaal niet,” was het antwoord. “Ook als we niet spelen, hebben we die Bühne immers nodig om te repeteren. Het aantal vrije dagen is dus erg beperkt. Het is echter wel zo dat in Gent de Bühne vrijer moet zijn dan in Antwerpen, aangezien er in Gent veel minder zalen zijn. Ik denk aan de Dubbelconcerten, die nu Stadsconcerten zijn geworden, de Galas Karsenty, de Winterconcerten of het Ballet van Vlaanderen (dat natuurlijk ook in Antwerpen bij ons optreedt). Het grote voordeel van Antwerpen is dat er een enorm groot repetitieplateau is, waardoor we de Bühne in Gent zoveel mogelijk kunnen vrijhouden voor andere initiatieven die daar moeten kunnen plaatshebben. Pas in de allerlaatste fase van het repetitieproces zullen we ermee naar Gent komen.”
– Maar u gaat wel gewoon inspelen op het aanbod, u gaat geen receptieve werking uitbouwen?
Marc Clémeur:
Nee, dat is zeker de bedoeling niet, dat is een functie die in Antwerpen door De Singel en in Gent door Vooruit dient te worden waargenomen. Daarvoor beschikken wijzelf over veel te weinig ruimte en… over veel te weinig geld. Eigen producties maken kost immers zoveel geld dat ik geen centen heb om receptief te werken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.