Vandaag is het 130 jaar geleden dat het lichaam van het eerste slachtoffer van Jack the Ripper, Mary Ann ‘Polly’ Nichols, werd gevonden in Whitechapel, in London’s East End. Ze was ongeveer 42 jaar oud en was een prostituée, zoals alle latere slachtoffers van the Ripper. Opvallend: vier jaar later verschijnt er in Het Laatste Nieuws een feuilleton over “Jack the Ripper”, dat wellicht als eerste Vlaamse misdaadroman kan gelden. De auteur was Raf Verhulst, een flamingantisch dichter en journalist, die tevens de geestelijke vader is van “Robert en Bertrand”.

Daarna was er in de jaren dertig “Het complot der flaminganten” van een andere journalist, Theo Huet (een medewerker van Karel Van Wynendaele). Het merkwaardige voor die tijd is dat de flaminganten worden belaagd door de fascisten! De voornaamste Vlaamse detectiveschrijver in die tijd is echter natuurlijk John Flanders alias Raymond de Kremer alias Jean Ray (1887-1964). Flanders was vooral actief bij de zogenaamde Vlaamse Filmkes, die navolging kregen in de Ivanov-reeks. Zich inspirerend op Maigret, creëerde Sacha Ivanov (Rachel Van Overbeke, 1888-1943) inspecteur Robert van de “Geheime Politie van Gent”. Een voorloper van “Flikken” als het ware…
In de jaren veertig volgde dan in Antwerpen Anton van Casteren, die later naam zal maken als schrijver van ontelbare afleveringen van “Schipper naast Mathilde” en als hoofdredacteur van TV-Express. Daarnaast was er Aster Berkhof met “De heer in de grijze mantel” (1943), meer recent nagevolgd door John Vermeulen met “Solorace” (1988), Libera Carlier met “Langs de kade” (1988), Staf Schoeters met “De draak achterna” (1984) en Bart Holsters (°1953) met “Blokje om, hoekje om” (1986) en “Koude kunstjes” (1988), telkens met de ironische en herkenbare Jean-Pierre Willems als spilfiguur. Het betreft hier allemaal Antwerpenaars, die hun verhaal in ’t Stad situeren, wat ook het geval is bij Patrick Conrad, al draagt diens boek de misleidende titel “Louisiana” (1996).
Maar het meest van al speelt gepensioneerd journalist Piet Teigeler (°1936) in op de Antwerpse context met zijn reeks rond John Carpentier & Leo Dewit, die begon met “Een dode op Sint-Anneke” (1995).
Bob Mendes van zijn kant debuteerde reeds in 1986 met “Bestemming terreur” (over de kaping van een jumbojet), maar literaire erkenning kwam er pas in 1988 met “Een dag van schaamte”. Een beetje eigenaardig, want stilistisch is dit alleszins een onbeholpen werk.
Met zijn op de realiteit geënte plots is Mendes natuurlijk een navolger van Jef Geeraerts met de boeken rond zijn progressieve commissaris Eric Vincke die terzijde wordt gestaan door de eerder rechtse Freddy Verstuyft.
Voor “Sanpaku”, een misdaadroman rond een zeldzame cello, had Geeraerts informatie nodig over het intieme seksuele leven van homoseksuelen. Daarvoor deed hij naar eigen zeggen een beroep op Gerard Mortier. “Sanpaku” is het Japanse woord voor “doodsogen”, een duistere kracht die aan samoerai werd toegeschreven. Het werk is dan ook geen detectiveroman in de lijn van de andere boeken van Geeraerts, maar hoort bijna in het magisch-realisme thuis.
Op hetzelfde moment als “Sanpaku” (namelijk, hoe kan het ook anders, de boekenbeurs van 1989) verscheen nog een andere Vlaamse detectiveroman die zich in muzikale middens afspeelde. “Het Teplitzkwartet” was het romandebuut van Jan L.Broeckx (Antwerpen, 1920-2006), bij leven en welzijn professor musicologie aan de Gentse universiteit en nu aan een nuttige vrijetijdsbesteding tijdens zijn pensionering toe. Het werd een whodunit die volledig baadt in de eliminatietechniek van de oeroude Angelsaksische traditie. Dat Teplitzkwartet is een tot dusver onbekend werk van Ludwig van Beethoven dat in handen komt van een strijkkwartet (Broeckx’ lievelingsgenre) dat met de uitvoering daarvan een onafwendbare neergang wil afremmen. Wees gerust, het Zwitserse Nägelikwartet waarover Broeckx het hier heeft, bestaat helemaal niet. En dat zogenaamde Teplitzkwartet ook niet, al heeft de gelegenheid waarvoor het zou geschreven zijn (de ontmoeting met Goethe in Teplitz) zich wél voorgedaan. De ontrafeling van de misdaad gebeurt aan de hand van de partituur op een Eco-logische manier en het zal dus wel geen toeval zijn dat de “onuitstaanbaar intelligente” (p.223) gelegenheidsdetective (en musicoloog, what else?) Lorenzo Galli heet. Als “Watson” heeft hij dan al geen “Adson”, maar toch een dokter, zijnde zijn huisknecht (!) Georges. Maar in plaats van een surplus bij het magere “whodunit”-stramien te zijn, rijdt Broeckx zich hier vast in ongeloofwaardige personages en situaties met een typische Agatha Christie-ontknoping (alle verdachten worden samengebracht in het landhuis van Galli) als toetje. Dat het taalgebruik nogal gezwollen is (“Ze trilde nu van haar kapsel tot de vetheuveltjes van haar knieën. Onder haar rok leken haar ronde dijen te sidderen” p.21), tot daaraan toe, maar dat dit zodanig doorwerkt in de dialogen dat deze totaal onuitspreekbaar worden, is natuurlijk een doodzonde.
En alsof het niet opkon verscheen nog altijd op datzelfde moment ook “De bochtenrijder van de opera” van Johny Van Tegenbos (pseudoniem van Lucas Vanclooster, °1958). Men krijgt hierin een beeld van de Munt onder het beheer van Gerard Mortier, via de chauffeur van de directeur, wat de latere VRT-journalist inderdaad ooit is geweest. Toch zet de confrontatie tussen de jongeman van vooraan in de twintig, die in een popgroepje speelt, het nog jongere Lolita-nichtje van de directeur en het hele operawereldje misschien nog het meeste aan om er toch eens kennis mee te maken. De flauwe pseudo-detective intrige van een zoektocht naar een verloren gewaande opera van Heinrich Schütz (“Daphne”) moet men er maar voor lief bijnemen.
Johny Van Tegenbos had op het einde van de jaren zeventig reeds twee boeken over tehuisjongeren geschreven (ook autobiografisch, maar dan in de zin dat hij opvoeder is geweest): “Ik ben eeuwig jong” en “Een opvoeder”, maar dan duurde het tien jaar voor hij met “De bochtenrijder” en “Funyu” (over de liefde van Thomas voor een Japans violistje) opnieuw te voorschijn kwam. Tussenin heeft hij o.a. bij Maatwerk gewerkt en op die manier was hij b.v. aanwezig op de benefietdag voor De Rode Vaan in Antwerpen.
Uit Gent kwam lange tijd alleen weduwe Oppermans. Volgens Herman Brusselmans was dit ook normaal: “Het is onmogelijk om een goede misdaadroman te schrijven die zich in Gent afspeelt: er gebeurt te weinig.” Maar sinds 2003 hebben we niet alleen de City Parade maar ook Bavo Dhooge (°1974) erbij. Met een roman die de titel “Smak” meekreeg dan nog wel. Dus kon ook de Gentse stadsdichter Roel Richelieu Van Londersele (°1952) niet achterblijven. Een jaar later lag “Onzichtbaar” in de rekken. Samen met Dhooge was er ook nog Stefaan Van Laere (°1963), die zijn beroep als journalist niet wegsteekt in zijn debuut “Botero” en zeker niet een jaar later in “Tango Mortale”, waarin persfotograaf Johan Martens een hoofdrol speelt.
In 2004 debuteerde ook Marthe Maeren (pseudoniem voor Bernadette Demeulenaere, °1959) met “Dode Letter” (Manteau). Zij geeft onbeschroomd toe dat zij zichzelf heeft geportretteerd in haar hoofdfiguur Frieda Degraeve, “een gedreven advocate”. Zij heeft ook een merkwaardige verklaring voor de populariteit van vrouwelijke schrijfsters van detectiveverhalen, namelijk de dialogen: “Ik ken geen enkele man die een realistische dialoog tussen twee vrouwen kan schrijven – ze hebben geen idéé hoe bitsig vrouwen onderling kunnen zijn.” (Zone 09, 7/7/2004)
In navolging van Nicci French (eigenlijk het echtpaar Nicci Gerard en Sean French) is weduwe Oppermans het pseudoniem voor het schrijversduo Wim Trommelmans en Françoise Opsomer, die in “Feestelijk vermoord” (1991) niemand minder dan Erik Hoet (lees: Eric Goeman) opvoeren bij het oplossen van een moord tijdens de Gentse Feesten, die het immobiliënproject van het Zuid als thema heeft. In de herfst van 1998 laten ze opnieuw van zich horen, deze keer met een verhaal gesitueerd in Antwerpen (“Gevallen Stad”, met een knipoog naar Paul van Ostayen). Uiteraard is het Vlaams Blok (vermomd als de partij “Vlaanderen Voor Ons”) het onderwerp en de Marokkaanse Fatima het slachtoffer. Ondertussen is de “weduwe” als koppel uit elkaar gevallen, maar als schrijvers zouden ze toch nog verder werken.
Axel Bouts (°1938) is uit Kortrijk afkomstig, maar zijn “Wolven” zijn minder geslaagd. In West-Vlaanderen is de vroegere CVP blijkbaar de pineut als het om verweving tussen overheid en misdaad gaat, want dat geldt ook voor Pieter Aspe(slag), de ex-conciërge van de Heilig-Bloedkerk in Brugge, die in 1995 op 42-jarige leeftijd met “Het vierkant van de wraak” (Manteau) debuteerde.
Dat zo’n “verankering” gewenst is, mag blijken uit “Paarse dijen” van wetenschappelijk Knack-medewerker Dirk Draulans. Hij situeert zijn roman in het luchtledige en die blijft daar dan ook hangen. Al is de hoofdfiguur een kabinetsmedewerker, toch komt zelfs Brussel niet tot leven in deze roman, die ook voor de rest erg gekunsteld overkomt (wat voor een wetenschapper toch wel merkwaardig is). Het vermengen van droom en werkelijkheid is reeds eerder nefast gebleken om met een echt misdaadverhaal uit te pakken (cfr. “Twice upon a time” van Johan de Belie, samen met ondergetekende). En ook de erotische component is van dezelfde kunstmatigheid. De cliché-beschrijvingen van erg conventionele vrijpartijtjes “volgens het boekje” blijken dan achteraf inderdaad niet bevredigend te zijn, zodat het vrouwelijke hoofdpersonage (de vrijgevochten partner van de kabinetsmedewerker) het in verkrachtingsfantasieën gaat zoeken. Maar als die fantasieën dan zoals gezegd de realiteit beginnen te raken en die realiteit bovendien een vakbondsconflict blijkt te zijn, dan kan de roman zijn beloften toch niet waarmaken. En zelfs al zijn de “goei” uiteindelijk toch de “goei” en de “slechte” de “slechte” (alhoewel het er de hele roman door juist omgekeerd uitziet) en zelfs al zou het einde met de twee vrouwen die voor elkaar kiezen i.p.v. voor al die macho-mannen normaal gezien in mijn lijn moeten liggen, toch vind ik het geen goede roman. Allicht omdat het bij het schrijven als zodanig fout gaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.