In New York is Neil Simon gestorven op zijn 91e. Hij werd de “koning van de komedie” genoemd. Zijn theaterwerk vond zijn weg naar de film, de musical en ook naar de Vlaamse podia.

Volgens statistici is hij de meest gespeelde toneelschrijver na Shakespeare. Zijn stukken zijn regelrechte tophits op Broadway en ver daarbuiten. Het komt niet zo vaak voor dat van een en dezelfde schrijver vier stukken tegelijk op Broadway lopen, maar Neil Simon lukte dat maandenlang. Twee maal liepen drie van zijn stukken simultaan op Broadway. Geen levende schrijver kan zich erop beroepen dat er een theater naar hem genoemd is. Het geheim van zijn succes was zijn nauwgezette vakmanschap; hij wist precies hoe een komedie geschreven moet worden. Hij schreef ze op maat, zowel voor spelers als publiek. De personages in zijn stukken zijn voor iedereen herkenbaar en de situaties lijken alledaags zonder dat te zijn.
In 1980 is het niet toevallig dat Goldie Hawn door regisseur Jay Sandrich en vooral door scenarist Neil Simon wordt uitgekozen om de hoofdrol te vertolken in “Seems like old times”, de hommage van Simon aan de screwball comedies. Als tegenspeler werd Chevy Chase uitgekozen, die voor sommigen blijkbaar dé screwball-acteur van dat moment was, maar ook al is hij hier beter dan gewoonlijk, toch blijf ik hem maar tweede garnituur vinden. Daarvoor baseer ik me dan vooral op de National Lampoon-reeks.
Reeds in 1958 schreef Simon wat later zijn grootste succes zou blijken te zijn: “The odd couple”, verfilmd met Jack Lemmon en Walter Matthau. In 1963 debuteerde Mike Nichols als regisseur van “Barefoot in the park” met Jane Fonda en Robert Redford in de hoofdrollen. Het stuk “The Sunshine Boys” over een komisch duo dat het na elf jaar ruzie nog eens samen probeert (een soort van vervolg op “The odd couple”?), werd verfilmd in 1975 door Herbert Ross die een beroep deed op Walter Matthau en Jack Benny. Deze laatste stierf echter tijdens de opnames en werd dan maar vervangen door de onverslijtbare George Burns. In het seizoen 74-75 werd in het NTG ook “Help mij, help mij uit de nood of de jager schiet mij dood” gespeeld in een regie van Kris Betz en in 78-79 “De slons” in een regie van Walter Moeremans. Op 28/1/83 ging in Theater Antigone “Hoofdstuk twee” in première, in een regie van Tine Balder.
In oktober 1984 werd “(They’re playing our) Song” van Neil Simon met muziek van Marvin Hamlisch en liedjesteksten van Carole Bayer Sager gespeeld in het Gentse Arenatheater. De vertaling was van Hugo Heinen, de muzikale leiding van Henk van Dijk en in een regie van Jaak van de Velde. Bepaalde confraters hadden lof voor deze musical waarmee Arena « het jaar van de waarheid » inzette. En zonder nu meteen de superlatieven uit de kast te halen, konden we hen hier toch in volgen. Dit niemendalletje werd vlot en professioneel gebracht door de Belg Robert Borremans en de Nederlandse Carolien van den Berg (het betreft een co-productie). Gezien de kleine bezetting kon ook aan de chorus-line (drie jongens, drie meisjes) meer aandacht worden besteed en dit met goed gevolg (vooral de scène met de speelgoedpianootjes mag hiervoor model staan). Met het draaidecor liep er nu en dan wel eens iets mis, maar een kniesoor die zich daaraan stoort. (De Rode Vaan nr.41 van 1984)
Volgens Erwin Goegebeur in “Film en Televisie” lijkt “Brighton Beach Memoirs” van Gene Saks uit 1986 op de puberteitsdrama’s van John Hughes, maar deze film, op basis van een toneelstuk van Neil Simon, over de groeipijnen van Eugene J.Morris is origineler en daarom nog beter. Het nostalgisch getinte verhaal speelt zich af in een kustplaatsje nabij New York, anno 1937. Eugene is een schrijvertje in spe en vertelt over de grote en kleine problemen van zijn gezin, al dan niet rechtstreeks in de camera. Zijn observaties zijn bijzonder scherp en niet zonder gevoel voor humor. De nauwkeurige reconstructie van de vooroorlogse decors en de sepiabruine kleuren dragen bij tot de nostalgische sfeer, maar het is vooral de jonge acteur Jonathan Silverman die heel wat minder jonge toeschouwers glimlachend doet achteromkijken naar de eigen jeugd. Een gevoel van herkenbaarheid dat in veel moderne jongerenfilms ontbreekt. Deze komedie over een jongen van veertien, vijftien die in zijn dagboek het vooral heeft over zijn familierelaties, de ontluikende puberteit met al de seksuele en emotionele oprispingen werd in die tijd ook gespeeld door het Koninklijk Jeugdtheater.
In 1988 was er “Biloxi blues” van Mike Nichols, zo’n beetje de autobiografie van Neil Simon als beginnende schrijver. Toevallig zag ik rond dezelfde tijd “The gingerbread lady” opgevoerd door het Gentse amateurgezelschap De Melomanen, maar dit Neil Simon-stuk vond ik in tegenstelling tot alle voorgaande een ware draak.
Met “De goede dokter” behaalde Theater Krakeel de eerste prijs in het Tornooi der Lage Landen in Elsloo (NL) en 2e prijs in het Renaat Ravijtstornooi.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.