Het is vandaag al tachtig jaar geleden dat Robert Leroy Johnson, een van de invloedrijkste Amerikaanse bluesartiesten aller tijden, is overleden op 27-jarige leeftijd in de buurt van Greenwood, Mississippi. Na een van zijn optredens zou hij whisky hebben gedronken die met strychnine zou zijn vergiftigd door een jaloerse echtgenoot van een van zijn scharrels. Hij overleed enkele dagen later. Of er wel sprake was van een strychninevergiftiging wordt echter betwijfeld. Officieel is ook niet bekend waar Johnson is begraven. Er komen drie locaties in aanmerking en er bestaan twee verschillende grafstenen, die beide pas veel later zijn geplaatst. Kortom, veel raadsels over een artiest die in zijn eigen nummer “Crossroads” zong dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht om beter gitaar te kunnen spelen. (Wikipedia)

Johnson woonde het eerste deel van zijn leven op een plantage waar hij bluesharmonica leerde spelen, maar het was zijn wens om gitaar te leren spelen. Binnen zeer korte tijd lukte het hem, met behulp van onder meer de mysterieuze Ike Zinneman, het instrument meer dan voldoende te beheersen. Deze prestatie bracht de fabel in de wereld dat Johnson zijn ziel had verkocht aan de duivel. Hij zou op een nacht naar een kruispunt zijn gegaan om daar gitaar te gaan spelen. Om middernacht zou hij benaderd zijn door een grote, donkere man (de duivel), die hem zijn instrument afpakte, het voor hem stemde, en het, in ruil voor zijn ziel, aan hem teruggaf waarna hij het perfect zou kunnen bespelen. Waar of niet, hij haalde hiervoor wel de banvloek van de Kerk over zich.
Robert Johnson zwierf daarna rond in het zuiden van de States. Van 1936 tot 1937 nam hij 29 nummers op, waaronder “Dust my broom”, “Crossroads blues”, “Love in vain”, “Hellhound on my trail” en “When you got good friends”. Zijn opnamen behoren tot het beste blueswerk ooit opgenomen. Johnson had echter twee grote gebreken: drank en vrouwen, en dit werd hem dus noodlottig.
Johnson is misschien wel de figuur die de grootste invloed heeft gehad, zowel in de country als de city blues. Zijn teksten waren steengoed, zijn vocale vertolkingen diep doorvoeld en zijn gitaartechniek bijna volmaakt (aldus Karel Bogaert). Hij is de beste bottleneckgitarist in de blues tot nog toe. Zijn nummers werden opgenomen door ontelbare blueszangers als Elmore James, Muddy Waters, J.B.Hutto, John Henry Barbee, Homesick James Williamson, Hound Dog Taylor, Johnny Shines en bluesrock-bands als Cream, The Rolling Stones, Canned Heat, Blues Project, Fleetwood Mac, John Mayall…
In 1995 schreef Sherman Alexie de roman Reservation Blues, waarin Robert Johnson een van de romanfiguren is. In de roman leeft Robert Johnson nog. Hij heeft in 1938 zijn eigen dood in scène gezet om de duivel te misleiden. Na 60 jaar vindt hij het genoeg geweest en gaat hij naar Big Mom in een Spokane-indianenreservaat om zijn pact met de duivel te doorbreken. Hij geeft zijn gitaar aan de hoofdpersoon in het verhaal, Thomas Builds-the-fire, die een all-Indian rock&roll band begint.
In de film O Brother, Where Art Thou? (2000) is er ook een personage “Tommy Johnson”, een blueszanger die zijn ziel zou hebben verkocht aan de duivel. In tegenstelling tot wat veel mensen denken is hij geen verwijzing naar Robert Johnson, maar naar de echt bestaande blueszanger Tommy Johnson, over wie ook gezegd werd dat hij zijn ziel aan de duivel had verkocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.