Moondance is een vzw die zich vooral het lot van jonge Vlaamse rockgroepen aantrekt. Dat doet men op een nogal professionele manier, goedgemaakt tijdschriftje incluis, waarin men verder wenst te gaan dan het puur publicitaire werk. Vandaar dat ondergetekende voor één keer in de huid kroop van Walter Mortelmans (*) om Ronald Van Rillaer, cabaretier, cultuuranimator bij de stad Antwerpen en één van de organisatoren van het Steenfestival, over deze laatste gebeurtenis even aan de tand te voelen.

— Zaten jullie bij de stad Antwerpen met een soort frustratie? Brussel heeft Mallemunt, Gent heeft de Gentse Feesten, Leuven heeft Marktrock, Antwerpen had niks?
Ronald Van Rillaer:
Zo zou ik het niet stellen. Antwerpen is altijd een cultuurstad geweest. Dat er de jongste tijd wat minder gebeurde, heeft wellicht ook wat met de creativiteit van de stad te maken, maar anderzijds moet de tijd ook rijp zijn om zo’n festival te organiseren. Door het succes van de Boulevard of Broken Dreams merkten we dat het moment gekomen was.
— Toch kan je moeilijk zeggen dat de editie 1987 een onverdeeld succes was. Slecht weer, niet altijd even veel enthousiasme bij het publiek, problemen met de buren. Wat hebben jullie van die eerste keer geleerd en hoe gaan jullie het in 1988 aanpakken ?
R.V.R.:
Het weer viel inderdaad tegen. Maar de belangstelling was OK. Er zijn meer dan 80.000 mensen geweest. Als je weet dat we geen verlies hebben geleden met de activiteiten die in de tenten werden georganiseerd, kan je toch besluiten dat het prima in orde was. Uiteraard hadden de buitenactiviteiten minder succes, maar dat had dan te maken met de miezerige weersomstandigheden. Een ander probleem waren de tenten. Qua accomodatie is dat vanzelfsprekend niet perfect om theater te brengen. Stel dat je toneel speelt in een tent en er komt een vrachtwagen voorbij gereden. Wij stoorden misschien de buurt, maar we werden zelf ook door die buurt gestoord.
— Geluidsoverlast was inderdaad een bijkomend probleem.
R.V.R.:
Dat is gedeeltelijk onvermijdelijk als je met rockgroepen werkt, maar we hadden ook een deel van de publieke opinie tegen. We kregen al klachten binnen om kwart voor negen, toen Toots Thielemans moest beginnen.
— Dat lijkt mij nu niet bepaald een luidruchtig muzikant…
R.V.R.:
Da’s geen hard rock. Het is zo dat die buurt (Scheldekaaien en omgeving, J.D.) op gebied van architectuur zodanig slecht in mekaar zit, dat het daar op een geluidstrechter leek.
— Een ander punt van kritiek op de programmatie van ’87 is dat een aantal groepen verschillende keren werden gebracht.
R.V.R.:
Dat is een beetje het gevolg van een beperkt budget én van de organisatie achter Boulevard of Broken Dreams, die ons lang aan het lijntje heeft gehouden.
— Dit jaar (1988 dus) verhuis je naar het Theaterplein voor de Stadsschouwburg.
R.V.R.:
Voor een groot deel, ja. Zo kunnen we de tegenslagen van vorig jaar opvangen. Een deel van de programmatie komt in de schouwburg en de buitenactiviteiten zullen zeker om tien uur afgelopen zijn, zodat discussies over nachtlawaai tot een minimum beperkt worden.
— Het Steenfestival is een festival van de stad Antwerpen. Is het niet lastig iets op poten te zetten in een land, waar de overheid niet steeds blijk geeft van creativiteit ?
R.V.R.:
Tja, wat de nationale overheid doet, gaat ons hier niet zo aan. Wij zien wat er in Antwerpen mogelijk is. Als je merkt dat wij toch serieuze prospectiekansen krijgen en dat wij een enorme vrijheid hebben om creatief aan ons festival te werken zou ik toch zeggen dat wij in een ideale positie zitten. Mocht de stedelijke overheid ons zeggen wat wij moeten programmeren, dan zouden de zaken anders liggen. Maar de stad heeft het volste vertrouwen in de programmatiecommissie.
— En die programmatiecommissie is samengesteld op basis van partijkaarten ?
R.V.R.:
Helemaal niet. Er is nog nooit een woord over politiek gesproken binnen die groep. Het heeft ook geen enkel belang bij welke partij je bent. Wie goede ideeën heeft, heeft goede ideeën.
— Drie van de Moondance-groepen staan dit jaar op de affiche. Mogen we daaruit afleiden, dat het ook de bedoeling is jong Belgisch talent een kans te geven ?
R.V.R.:
Zeker. Wij trachten zoveel mogelijk minder bekende groepen een kans te geven om in voorprogramma’s op te treden. En ik hoop voor Nightcrowd Bluesband, A Toast to Johnny! en Na Rocka, dat zij volgend jaar opnieuw naar het Steenfestival mogen komen. Maar dan als top of the bill, zoals dit deze zomer met The Soul Sisters en Line Up Oona het geval is. (**)
— Je beseft toch dat ze tegen die tijd een flink stuk duurder zullen zijn ?
R.V.R.:
Dat is op zich geen probleem. Een groep mag van mij 100.000 fr vragen als ze die 100.000fr ook opbrengen.
“Mag het ook een beetje meer zijn ?” was het traditionele grapje ter afsluiting, alluderend op het middenstandsaspect van zo’n festival.
Maar nu weet je nog niets over de activiteiten van mijnheer Van Rillaer zelf. Daarom ben ik blij dat ik op de vrije kolom naast “het lijntje” (de kolom van de “snippertjes” dus) iets gekleefd heb over zijn eigen carrière. Die tekst (die dus niet van mij is) begint als volgt:
Dat het crisis is… dat weet iedereen. Dat er problemen bestaan zoals terrorisme, werkloosheid, drugverslaving, doemdenken, politieke verloedering, aids… dat weet ook onderhand iedereen.
Dat er iets bestaat als Kabaret, en dan nog Vlaams Kabaret… dat weet dus niemand… of toch bijna niemand. Cabaret?… Als het nu nog met een C geschreven werd, ja dan… van horen zeggen… maar met een K?! Toch speelt het Gezelschap Ronald van Rillaer weldra zijn 1000ste voorstelling. Uiteraard was er ook al een eerste Krisiskabaret. Een programma waarin Mijnheer van Rillaer en Mijnheer Huyben een fors alternatief op-de crisis boden. Met hun zogenaamde « crisisklep » veroverden ze onmiddellijk het hart van duizenden mensen. Crisiskabaret 1 kende 209 voorstellingen. 60.000 hebben het gezien en op alle plaatsen werden door de organisatoren nieuwe data vastgelegd voor het nieuwe programma.
Dan kwam Crisiskabaret Twee met Ronald van Rillaer en Johannes Kimpen. Op één seizoen werden 125 voorstellingen gespeeld, je zou voor minder dement worden. Toch stellen veel mensen zich de vraag: wie zijn deze beide heren? Goed…. hier gaan we:
Ronald van Rillaer startte met zijn cabaretneigingen in het jaar 1978 en won meteen het in die tijd beruchte en internationaal befaamde « Humor-festival van Knokke-Heist ». Met zijn cabaretgroep, beter bekend onder de naam van Toost, speelde hij 110 voorstellingen, wat voor die tijd in Vlaanderen uniek te noemen viel. Van deze productie verscheen 1 langspeelplaat, later volgde er nog een singel waarop het mooie nummer « Sacharov » werd afgedrukt. Wij schrijven 1980.
Verschillende jaren toert Ronald verder rond met diverse cabaretprogramma’s, tot hij samen met Jef Huyben van start gaat met het Crisiscabaret. Vrij snel volgt er een nieuwe singel (volledig uitverkocht) met het nummer Angelique. En even later komt Crisiscabaret twee, samen met Johannes Kimpen. Het Crisiscabaret speelt in een eigen stijl, een stijl waarbij iedereen zich lekker voelt: slim en dom, arm en rijk, links en rechts, Nederlanders en Belgen want het programma is universeel, ondanks de typische Vlaamse eigenheid die bewust behouden blijft.
Het Crisiscabaret speelt overal: Antwerpen, Amsterdam, Brussel, Nijmegen, Hasselt, Den Haag, Kluisbergen… steeds is het publiek verrukt over dit cabaretduo, uniek in Nederland omdat het « Vlaams » is, uniek in België omdat het « cabaret » is. Ronald van Rillaer schrijft ondertussen ook 3 kindercabaret-programma’s en in 1985 maakt hij een toneelstuk over het leven van Frans Lamoen, een Vlaams revue-artiest van begin deze eeuw. Frans Lamoen kende in die tijd heel wat succes in België en Nederland. Het toneelstuk werd unaniem lovend door de perskritiek ontvangen. Tevens verscheen er een LP over Frans Lamoen, een uniek document dat door middel van 78-toerenplaten werd samengesteld.

Referentie
Jan Draad, Ronald Van Rillaer aan het lijntje, De Rode Vaan nr.31 van 1988

(*) Wat is me dat allemaal? Wat ik er 25 jaar later van maak: eigenlijk komt dit interview uit dat tijdschrift van Moondance en werd het afgenomen door ene Walter Mortelmans. En omdat ik die week een beetje lui was blijkbaar, heb ik dat dan maar overgenomen als Jan Draad in de rubriek “Aan het lijntje” in De Rode Vaan…
(**) Line Up Oona is volgens mij een stille dood gestorven. Ik zou m.a.w. begot niet weten wie deze mensen zijn of waren. The Soul Sisters daarentegen, daarvan veronderstel ik dat dit de vroegste versie van Leyers, Michiels en Soulsister is…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.