Op precies dezelfde dag als Luis Bunuel stierf de tien jaar jongere Britse acteur David Niven. Op het eerste gezicht lijken het twee tegengestelden, maar ze waren beiden wel fervente aanhangers van het aperitieven. Bunuel heeft ooit eens gezegd: “The decline of the aperitif may well be one of the most depressing phenomena of our time.” En als deze zin ooit op het witte doek zou dienen te worden uitgesproken, dan was de flegmatieke David Niven er de geknipte man voor…

James David Graham Niven werd geboren in Londen in een zeer welgesteld milieu, maar zijn vader stierf in de slag om Gallipoli en zijn Franse moeder had het te druk met het aan de haak slaan van een nieuwe militair. Dat werd dan “Uncle Tommy” die zijn hele leven lang een hekel zou hebben aan Niven (en vice versa), waardoor hij al vlug naar een zeer strenge Britse kostschool werd gestuurd. Hier vloog hij al snel aan de deur (Niven geeft in zijn autobiografie “The moon’s a balloon” grif toe dat het ook aan hemzelf lag, dat hij niet enkel een “slachtoffer” was) en dus was de enige “uitkomst” dat hij op achttienjarige leeftijd in het leger zou gaan om daar een officiersopleiding te volgen. N.a.v. de dood van zijn moeder mocht hij op vakantie naar de VS en dat werd voor hem het beloofde land. Na die vakantie studeerde Niven af als luitenant, maar verliet het leger al snel omdat hij het te saai vond en bereikte via Canada opnieuw de VS. Daar raakt hij in allerlei dubieuze avonturen verzeild tot columniste Elsa Maxwell hem aanraadt het in Hollywood te proberen “omdat – op Ronald Colman na – geen enkele acteur in staat is een Engelsman te spelen.” Nog geen jaar later speelde Niven zijn eerste rol als Mexicaan (!) in een western…
Nivens grootste en succesvolste rol uit deze periode was zijn bijrol naast Clark Gable in Mutiny on the Bounty. Tussen 1935 en 1940 speelde Niven in talloze Hollywoodproducties, meestal westerns of in een bijrol als Engelsman. En aangezien “ouderwetse” personages ook vaak door Britten werden vertolkt, kreeg hij eveneens de rol van Edgar Linton aangeboden in “Wuthering Heights” van William Wyler. David Niven dreaded the film not only because he was playing a thankless, secondary role, but because he dreaded working with William Wyler again. Merle Oberon, who played his wife Catherine Earnshaw, was uncomfortable working with Niven after their year long love affair ended in 1936.
In 1940 kwam er abrupt een pauze in Nivens acteercarrière toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Niven keerde terug naar het Verenigd Koninkrijk waar hij zich aansloot bij de Britse landmacht en nam als zodanig in 1944 deel aan de landing in Normandië. “The reaction of the French of Paris to their liberation was that of an undertakers’ convention compared to the behaviour of the Belgians. The tired faces of the soldiers glowed – it made everything seem worthwhile.” (The moon’s a balloon, p.241)
Na de oorlog keerde Niven terug naar Hollywood waar hij zonder enige moeite zijn acteercarrière wist te hervatten. Hij liet zijn vrouw Primula (“Primmie”) Rollo, waarmee hij tijdens de oorlog in Engeland was getrouwd, overkomen, samen met zijn twee jonge kinderen, David Jr. en Jamie, maar jammer genoeg stierf zij kort nadien door een stom ongeluk in de woning van Tyrone Power (tijdens een spelletje in het donker stapte zij een verkeerde deur binnen en donderde de trappen af). Ze was amper 25. Het huis dat zij wou herinrichten in Hollywood was nog niet af, zodat Niven afhankelijk was van de gastvrijheid van zijn vrienden. Toen in het in aanbouw zijnde huis ook nog een doos met de enige herinneringen die hij aan zijn vrouw had werd gestolen (brieven van tijdens de oorlog e.d.), zat hij heel diep. “That night I nearly gave up.” (Idem, p.254)
Dat zou er niet op verbeteren als Samuel Goldwyn, aan wie Niven contractueel verbonden was, hem verplicht terug te keren naar Engeland om daar “Bonnie Prince Charlie” te draaien. De film wordt een flop, zijn kinderen, die juist begonnen te wennen aan hun nieuwe huis in Hollywood, voelen zich vervreemd en hijzelf krijgt opnieuw (na zijn vrijwillige legerdienst tijdens de oorlog) last met de Engelse belastingen, maar hij loopt er wel de 28-jarige Hjördis Genberg tegen het lijf, een Zweeds topmodel, dat op dat moment al eens gescheiden is (van businessman Carl Tersmeden) en ze huwen dan ook tien dagen later (*). Volgens zijn eigen autobiografie lijkt het wel een sprookje (zijn kinderen en zelfs zijn vroegere schoonouders zijn gek op haar), maar volgens postume getuigenissen zou het ook wel eens ‘quite possibly the greatest mistake of his life’ kunnen zijn.
As the marriage remained childless (because of several miscarriages), the Nivens adopted a Swedish girl called Kristina born to another model, Mona Gunnarson, who worked in London. But Niven, who allegedly had an affair with Mona, was always strongly suspected of being the girl’s real father. Two-and-a-half years later, the Nivens adopted a second Swedish orphan, whom they named Fiona.
Maar terug naar de chronologie: in 1950 werd hij door Goldwyn opnieuw verplicht de hoofdrol te spelen in de nieuwe verfilming van The Scarlet Pimpernel in Engeland. Dat was de aanleiding om zijn contract te verbreken, waarna Goldwyn de fameuze zin sprak: “Give Niven his release as from today… he’s through.”(p.264) En dat ziet er oorspronkelijk ook zo naar uit, want zijn eerste film was “The Toast of New Orleans” die diende om Mario Lanza te lanceren. De daaropvolgende film (“a costume thriller“) is zelfs zo slecht dat Niven de titel niet vermeldt: “The result was so bad that the audience thought it was a comedy and as such it became faintly successful.” (p.265) Ik wilde natuurlijk weten over welke film het ging en volgens de Internet Movie Database zou dit “A kiss for Corliss” zijn met in de vrouwelijke hoofdrol een puberende Shirley Temple. Later werd de film opnieuw uitgebracht (als komedie deze keer?) onder de titel “Almost a bride”.
Kortom, het gaat slecht met de carrière van David Niven. Daarom gaat hij voor het eerst sedert zijn legerdienst nog eens in het theater spelen, samen met Gloria Swanson, maar ook dat wordt een afgang. Dan “bekeert” hij zich maar tot de aartsvijand, de televisie. Samen met Charles Boyer en Dick Powell sticht hij zelfs een productiefirma voor televisieseries, Four Star Playhouse (het was de bedoeling dat nog een vierde vedette zich bij het trio zou scharen, maar dat is er niet van gekomen).
Het zal duren tot “The moon is blue” van Otto Preminger vooraleer zijn filmcarrière opnieuw op gang komt. Dat is dan vooral in 1956 wanneer hij nog eens een groot succes binnenhaalt in de Jules Verne-verfilming Around the World in 80 Days. Daarna was hij opnieuw te zien in een verfilming door Otto Preminger, deze keer van Bonjour tristesse van Françoise Sagan met Jean Seberg in de rol van Cecile en David Niven als haar vader Raymond. In 1958 kreeg hij de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol voor zijn bijdrage aan de film Separate Tables, een grote Hollywood-productie gebaseerd op twee eenakters van Terence Rattigan uit 1954. Eveneens legendarisch was zijn rol als cynische explosievenexpert in de oorlogsklassieker The Guns of Navarone. Een ander voorbeeld is het komische “The best of enemies” van Guy Hamilton uit 1961 met als tegenspeler Alberto Sordi, waarbij het komische aspect vooral ontleend wordt aan het feit dat de “vijand” hier dus de Italianen zijn en Italianen zijn nu eenmaal minder demonisch dan Duitsers, denk maar aan de TV-reeks “Allo Allo”.
Hij was ook één van de talrijke minnaars van Grace Kelly geweest en toen hij later, als ze buren waren in Monaco, werd uitgenodigd door prins Rainier, vroeg deze hem welke vrouw hem in het bed het meest had bevredigd (‘t is een vraag als een andere). Niven antwoordde in zijn onschuld: “Grace”. Toen hij aan het verkleurende gezicht van Rainier merkte dat die ook enige belangstelling in die richting had, verbeterde hij vlug: “Gracie Fields!”
In 1963 zou hij de hoofdrol spelen in The Pink Panther, waarin hij de ongrijpbare juwelendief Le Phantome vertolkt die in de film achterna gezeten werd door de onhandige politie-inspecteur Clouseau (gespeeld door Peter Sellers). De bedoeling was dat Niven de held van de film zou worden en Sellers slechts een bijrolletje zou hebben. Sellers maakte met zijn rol als klunzige inspecteur echter zoveel indruk dat hij tijdens de opnames alle aandacht van de regisseur kreeg. Peter Sellers werd de grote ster van de film en David Nivens bijdrage werd gereduceerd tot slechts een bijrol.
David Niven was ook jarenlang kandidaat voor de rol van James Bond. Toen Ian Fleming zijn eerste James Bond-boek schreef had hij zijn vriend Niven al in gedachten (ze kenden elkaar van tijdens de oorlog). Toen men in 1962 de eerste James Bond-film ging maken was David Niven dan ook de eerste keus voor de rol. Hij weigerde deze rol echter omdat hij het te druk had. Later gaf Niven toe dat hij grààg James Bond had willen spelen maar toen Sean Connery er in 1971 mee stopte, werd Niven (hij was toen 62) te oud gevonden voor de rol. Niven speelde wel in 1967 de hoofdrol in de James Bond-parodie Casino Royale. Het werd echter een mislukking waaraan nochtans vijf gereputeerde regisseurs meewerkten. Meestal zegt men dat het onmogelijk is van een parodie te maken op iets wat in feite zelf al een parodie is. Dat deze absurde verfilming van het allereerste Bondboek (verschenen in 1953) überhaupt mogelijk was, heeft te maken met het feit dat het Amerikaanse TV-station CBS onmiddellijk na het verschijnen van het boek de rechten had opgekocht (voor amper duizend dollar) en er reeds in 1954 dus reeds de TV-reeks “Casino Royale” mee had gedraaid. Toen Albert “Cubby” Broccoli en Harry Saltzman in 1960 de rest van het Bond-materiaal kochten, moesten ze dus “Casino Royale” willens nillens laten liggen.
By 1970, Hjördis was drinking heavily and seemed intent on undermining her husband. During an interview at London’s Connaught Hotel, she repeatedly interrupted and corrected his version of events, adding: ‘I’ve heard all these stories a thousand times and they bore me to death.’ Niven, plainly furious, replied: ‘Then please go away and die, darling.’
In 1980, after 32 years of marriage, Niven said of Hjördis: ‘She isn’t good company and she can’t do anything. What she can do is make herself look very good and she can arrange flowers. But that’s all.’
As Hjördis’s drinking rapidly spiralled out of control, rumours spread that the embattled Niven was considering divorce. But he rejected the idea. ‘I would like to be remembered as one Hollywood actor who never got divorced,’ he said.
De laatste jaren van zijn leven koos Niven voor een opmerkelijke verandering in zijn carrière: hij emigreerde naar Zwitserland en speelde hoofdzakelijk nog in Franse films, zoals “Le Cerveau”. “Hollywood had changed completely. The old camaraderie of pioneers in a one-generation business still controlled by the people who created it, was gone. The mystique had evaporated. Wrong it may have been, but when Joan Crawford, Norma Shearer and Marlene Dietrich had graciously consented to give interviews to the press, it was on the strict understanding that the copy would be submitted and could be altered to their taste before it was published. They created and perpetuated their images and — they became immortal. Now, the inevitable reaction had set in and upon us was the era of the vicious, apparently law-suit proof columnist, of Confidential magazine and the telephoto lens. The pipe dream was gone — the lovely joke was over. The asphalt jungle of highways was proliferating everywhere through the once lovely Californian countryside; the famous sunshine was dimmed by automobiles and industry and the scent of fear was attacking the smog-filled lungs of the professional film makers, already resigned to the fact that their audience was brainwashed by television.” (p.298)
Hij overleed in 1983 aan de ziekte ALS. On the day of Niven’s death, Hjördis was in the South of France. She arrived at Château d’Oex paralytic with drink in front of journalists. She was drunk again at Niven’s funeral, hanging precariously onto the arm of Prince Rainier of Monaco. On Christmas Eve 1997, at the age of 78, Hjördis died of natural causes — a stroke — in hospital in Switzerland. She had left instructions that she wasn’t to be buried in the grave beside Niven at Château d’Oex, so she was cremated and her ashes scattered in the Mediterranean.

Ronny De Schepper

(*) Volgens “The moon’s a balloon”. Volgens die postume bronnen was het zes weken later. Hetzelfde meningsverschil is er over de leeftijd van Primmie toen die stierf. 25 dus volgens Niven, 28 volgens die bronnen, die evenwel bevestigd worden door “neutrale” instanties zoals de Internet Movie Database. Waarom Niven erop los liegt in zijn autobiografie over dergelijke verifieerbare materie is me een raadsel.

Referenties
David Niven, The moon’s a balloon, London, Coronet Books, 1971
Biografie gebaseerd op Wikipedia

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.