Morgen zal het al vijftig jaar geleden dat André Poppe bijna de Tour de France had gewonnen!

In een interview liet Jean-Marie Leblanc uitschijnen dat de Tourbazen in de recente Tourgeschiedenis maar eenmaal in de fout gingen, namelijk toen Goddet in de voorlaatste rit van de editie 1968 actief ingreep om het peloton aan te sporen om een kopgroep met o.a. André Poppe terug te halen. “Zoniet had Poppe die Tour misschien wel gewonnen”, dixit Leblanc, die in die ronde meedeed als renner.

Dat er maar weinig gepubliceerd is over de “zaak Poppe” is niet zo heel vreemd als je bedenkt dat het een zaterdagrit betrof. Op zondag beleefde de Tour de tijdrit die tot veler verbazing niet ten gevolge had dat Ferdinand Bracke of Herman Vanspringel de winnaar werd maar Jan Janssen. Begrijpelijk dat dit meer aandacht kreeg in de kranten van maandag. Als het op een andere dag was geweest zou er beslist meer aandacht voor zijn geweest.

Hierbij het relaas van Lucien Berghmans dat verschenen is in Het Laatste Nieuws. Ik heb Lucien Berghmans nog persoonlijk gekend, zij het maar oppervlakkig, omdat het eerder de vriend was van mijn collega Lode De Pooter, met wie hij jarenlang de Vredeskoers en de Tour heeft gevolgd. Jammer dat ik in die tijd dit verhaal niet kende, anders had ik hem er zeker over aangesproken. Nu is het te laat: Lode is al enkele jaren overleden en Lucien ook…

De Tour 68 is die van Georges Van den Berghe geweest, die welke Ferdi Bracke had kùnnen winnen, die welke Herman Vanspringel had móéten winnen, de Tour die Jan Janssen ten slotte won en die evengoed Andre Poppe als laureaat had kunnen krijgen.

Als gij een goed geheugen hebt zult gij u misschien nog herinneren dat de Hobokenaar tijdens de voorlaatste dag, in de rit van Besançon naar Auxerre gedurende 30 kilometer leider is geweest. Hij was nochtans met een achterstand van 12 min 58 op zijn ploegmakker en gele truidrager Herman Vanspringel uit de horlogestad vertrokken. Maar, betrokken in de goede vlucht met zijn zessen, had hij best een kwartiertje voorsprong kunnen houden onder de toren van de Kathedraal van Auxerre indien…

Indien… Men heeft over die vrij mysterieuze rit al vanalles geschreven en verteld. Vermits het ons gegeven is in dit Tour-Magazine alles te vertellen van onze persoonlijke belevenissen (enfin alles, àlles mogen wij voor de welvoeglijkheid toch niet) kan dit verhaal, waarvan wij de authenticiteit waarborgen, misschien een kleine bijdrage vormen mocht later het volledige dossier van die 20ste juli opgemaakt worden.

De rit was als een knetterend vuurwerk begonnen met Napoleon Vanspringel himself in het offensief. Herman wilde blijkbaar degenen die hem op enkele seconden volgden in de algemene rangschikking, imponeren. Maar Herman was nog maar pas in het peloton of Janssen trok er op zijn beurt op los. Na anderhalf uur werd alles kalm. Er bleven nog bijna 200 kilometer te rijden.

“Nu zullen zij zich wel koest houden en ik heb honger,” zei iemand in de wagen. Miel Roegiers duwde al op de gaspedaal van zijn Hino: bestemming omelet of koude schotel. Maar het restaurantje was drommels gezellig. “Ik weet dat gij van snoek met witte boter houdt,” verwelkomde Roger Bastide mij. “De escargots zijn formidabel, het is hier de streek,” stotterde Antoine Blondin in het oor van Lucien Berghmans, terwijl Abel Michea al twee glazen Auxerrois volgegoten had. “Kom, er gebeurt toch niets en er is morgen geen krant…”

Men bracht juist de escargots toen de zes leiders doorreden. “Wij achterhalen ze wel.” Wij schrokken echter toen iemand die het verschil had opgenomen weer binnenliep : 14 min. 40. Andre Poppe was goed en wel leider…

De organisatoren van de Ronde van Frankrijk hebben die zaterdagmiddag tijdens de voorlaatste rit in lijn van Besançon naar Auxerre dan ook met de angst op het lijf gezeten. Enkele dagen voordien hadden ze nog doen doorschemeren dat ze ingeval van Belgische zege, toch de uurrecordhouder Bracke verkozen boven de weinig pratende Herman Vanspringel. En nu, op weg naar Auxerre, had de kleine Poppe zich in een op het eerste gezicht onschuldige ontsnapping gewerkt en was hij gedurende 30 km. drager van de gele trui in de wedstrijd. Zonder het feit dat de Franse sportbestuurders Ducasse en Dumont een gegeven ogenblik aanmaanden te stoppen, hadden de vluchters misschien 20 min. of meer voorsprong genomen en had André Poppe de Tour gewonnen.

Wijzelf hebben met onze auto fel moeten jagen om eerst bij het peloton te komen en dan bij de leiders. Poppe was juist zijn gele trui kwijt: nog twaalf minuten voorsprong. En toen hebben wij een andere Lucien Berghmans ontdekt. Hij de kalme, bescheiden jongen, werd plots een ambitieus bevelhebber. In een oogwenk had hij gemerkt dat het vooraan niet meer vlotte. “Dat wordt de schoonste dag van mijn leven… Poppe móét die Tour winnen,” huilde hij. Hij alleen had het woord: “Rijd tot bij Demuer, Miel!” “Fais rouler ton coureur, Maurice!” “Vooruit Eric (Leman), gij wint die rit!” “Beloof ze alle vijf vijftigduizend frank, Dré…”

Onze Hino haalde de dolste carrousel uit op die kronkelweg langsheen de Yonne, van bij de renners tot in de volgerskaravaan waar mijn vriend, die ook een warme Vredeskoersvriendschap koesterde voor Poppe in een heftig gesprek gewisseld geraakte met René Schepers, de adjunct van Frans Cools. Het mengsel van verwijten en wanhoop dat in Luciens stem trilde was aandoenlijk maar de man kwam er niet door van de wijs: “Ge ziet wel dat Dré het allemaal alleen moet doen, het heeft geen zin…” “Naar voren, Miel!”

Vooraan reden Guyot, Raymond, Ducasse, Lopez-Carril, Wright en Leman inderdaad niet meer aan de kop. Opnieuw begon Lucien bevelen uit te delen. Ik voelde in mijn hals de blik van Felix Levitan maar durfde mij toch maar niet omdraaien. Ik wachtte geduldig op het ogenblik dat hij ons uit de karavaan zou zetten. Zeer bedeesd bracht ik het er dan toch uit: “Kom Lucien, hou er nu mee op, ge ziet wel dat het toch niet baat.”

Tot in Auxerre hoorden wij achter ons alleen zuchten: “Waarom, waarom moesten wij toch gaan eten. Indien ik de zaken vroeger had kunnen in handen nemen, zou het O.K. geweest zijn.” Lucien Berghmans is steeds bij zijn overtuiging gebleven.

Misschien beging ik ook een fout toen ik bedeesd poogde een dumper te zetten op de late sportdirecteurroeping van mijn vriend. Ik heb echter een grote verontschuldiging : ik wist toen niet dat Felix Levitan, discreter dan Lucien weliswaar, via de sportdirecteurs, even vroeger het peloton aangezet had te rijden achter de zes vluchters.

André Poppe winnaar van de Tour? Jacques Goddet zelf raasde in zijn rode auto naar het slapende peloton. Met opgeheven armen smeekte hij om een reactie. De blauwe Belgen keken elkaar aan, Italianen en Fransen wenkten naar elkaar. Dit kon eenvoudig niet. Op hetzelfde moment vlogen alle ploegleiders van de betreffende renners naar de kopgroep, maar het was al niet meer nodig. In die kopgroep zelf was het werk stilgevallen. “Jij zit in de gele trui,” schreeuwden de makkers van Poppe. “Rij jij zelf maar, wij doen het niet meer.” De arme Poppe weifelde niet lang.

“Afstoppen,” riep zijn ploegbaas Cools even later. Binnen tien kilometer liep de winst terug tot amper vijf minuten. Nauwelijks echter was het gevaar bezworen of het tempo in de kopgroep liep weer op. Maar niet meer tot de gevarengrens. ’s Avonds in zijn hotelkamer zegde Poppe ons: “Op het ogenblik dat de Fransen niet meer reden vielen er nog 80 km. af te leggen. Ik kon toch de hele tijd niet op kop rijden en ik moest toch ook aan Herman denken.”

Poppe lachte met het hele geval: “Dat ware de grap van de eeuw geweest indien ik de Tour had gewonnen,” zei hij. En op humoristische toon voegde hij eraan toe: “Men mag nu toch niet zeggen dat ik de vervanging van Van Looy, wiens plaats ik innam, geen eer heb aangedaan.”

De grap terzijde gelaten, mogen we inderdaad zeggen dat Poppe een heel verdienstelijke ronde van Frankrijk heeft gereden. “Misschien dankzij een sleutelbeenbreuk in het begin van het seizoen,” vertelde hij. “In de Ronde van Limburg viel ik. Ik bleef zes weken onbedrijvig en eerst in mei had ik opnieuw de conditie. In de Ronde van Zwitserland verscherpte ik de vorm, eindigde er zestiende en kwam naar de Tour met reserves. Had ik alle klassiekers in het voorjaar meegereden, plus een andere rittenwedstrijd, dan zat ik nu gewis ook op de knieën.”

En indien onze escargots niet zo goed waren geweest dan zou Berghmans misschien « zijn » match tegen Levitan toch gewonnen hebben. Escargots en snoek met witte boter hebben Lucien Berghmans belet Andre Poppe toch naar de Tourzege te loodsen…

Voor dit mooie verhaal ben ik veel dank verschuldigd aan Geert van WielerArchieven. Het raakte blijkbaar een gevoelige snaar, want er kwamen verscheidene reacties op.

Eerst en vooral een ooggetuigeverslag van Luc De Wachter (op 1 december 2011): “Terug in die tijd! Ik had den Dré beloofd indien hij den tour uitreed, hem te komen halen in Parijs. Toen ik de dag voordien op de piste van Vincennes was kwam de adj.directeur van den tour aan, en vroeg aan ons voor wie wij kwamen, toen ik zei voor Dré Poppe, zei hij: ‘Maar die is nu maillot jaune!’ Ik zei tegen mijn vrouw: ‘Amai, wij gaan hier niet rap thuis zijn als dat waar is!’ Enfin na de aankomst zat ik met de ganse ploeg van België A op het middenplein van de piste. Na de huldiging zijn wij, Dré en mijn vrouw naar onze auto gegaan en richting België gereden. Onderweg kon den Dré er niet van zwijgen dat hij 33 contracten met Jean Van Buggenhout had ondertekend. Thuis waren zijn vrouw en natuurlijk supporters om den Dré te verwelkomen. De foto’s stonden toen in Sport ’68, die ik nog steeds heb. Wij denken er nog dikwijls aan, en kijken nog geregeld eens naar de foto’s. Spijtig zijn wij elkaar uit het oog verloren. Maar niet vergeten: den Dré was in het algemeen klassement 14e op 12 min 31 sec en Jean-Marie Leblanc de latere directeur van den tour, 58e op 1u 49 min 36 sec!”

En PC-ke voegt er op 29 oktober 2010 aan toe: “Daarna is hij frieten gaan bakken in het frituur van zijn vader. Jef was de beste frieten bakker van het Kiel. Zijn kraam stond op de hoek van de St.Bernardse steenweg en de Max Roosesstraat, niet ver van het Beerschot-stadion. Indien men toen zei: ‘Jef, den Dré heeft weer goed gereden hé?’ deed hij nog een extra schep bovenop de frieten, die ingepakt waren in telefoonboekpapier. Nostalgie ten top. Inderdaad de beste frieten van heel de wereld (een pakske van 8 of 12 frank!!!).”

Dit verhaal wordt bevestigd door Viviane Michielssen op 1 mei 2012: “Dat klopt, ik woonde daar vlakbij. Mijn opa had toen een sigarenwinkel op nr.255 van de steenweg! Ik dacht dat ze daar allemaal zot werden toen dat gebeurde met den Dré!” En Wis voegt daar tenslotte op 22 oktober 2015 aan toe: “Ja als den Dré won, kreeg iedereen op ’t Kiel van de Jef Poppe een geel klakske en een pak frieten verniet, da was iedereen mee feesten! Ik zijn op zoek naar een foto van toen in d’n tijd van de frietkraam van de Jef Poppe. Heeft d’r iemand dat in zijn bezit van toen die glorietijd op ’t Kiel?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.