Veertig jaar geleden won Bernard Hinault zijn eerste Tour “die doodbloedde voor de Belgen”, zoals ik op aangeven van Lode De Pooter titelde in mijn nabeschouwing voor De Rode Vaan.

Op woensdag 19 juli heeft Bernard Hinault de Ronde van Frankrijk 1978 gewonnen. Maandag tevoren, in Alpe d’Huez had zijn zwaarste concurrent, Michel Pollentier (op dat moment gele-truidrager met 18 seconden voorsprong op Hinault), zichzelf naar huis « geplast » en op die bewuste woensdag, in de afdaling van de Granier, was vechtjas Hennie Kuiper zwaar ten val gekomen.
Kuiper stond op dat moment reeds op 5’31” en was op zichzelf dus niet meer zo gevaarlijk (al was hij sterk aan het terugkomen) maar hij had de wedstrijd nog kunnen opentrekken en lastig maken.
Toen Kuiper dus weggevallen was, werd het meteen duidelijk dat Hinault de Ronde zou winnen want Zoetemelk zou alweer de schaduwrijder blijven, die hij steeds is geweest.
Heel even had het er de schijn van dat althans Louis Caput (sportdirecteur van de ploeg Zoetemelk) iets in zijn schild voerde, want hij stuurde Christian Seznec vooruit (met de Flandria-Fransman René Bittinger) en deze bouwde zo’n typisch ouderwetse voorsprong op dat hij op een bepaald moment virtueel leider werd.
Seznec, een tweederangsrenner eigenlijk (dat was duidelijk toen hij er op de Champs Elysées niet in slaagde het « gat » naar het groepje Kneteman dicht te rijden), kon het « wonder » uiteindelijk niet waarmaken, maar hield er toch een vijfde plaats in de rangschikking aan over.
Tussen hem en Hinault-Zoetemelk zitten er in de eindstand nog de Portugees Joaquim Agostinho en onze landgenoot Joseph Bruyère. Agostinho reed veruit zijn beste Tour en indien hij een ploeg rond zich zou gehad hebben, had er misschien meer in gezeten. Lange Jojo daarentegen deed nóg beter. Hij kende slechts één mindere dag, namelijk in de moordende rit naar Alpe d’Huez, waarin hij met één klap 11’8″ verloor op Bernard Hinault. In het eindklassement telde hij slechts 9’4″ achterstand…
Op de zesde en de achtste plaats treffen we dan de twee jongeren aan van de Raleigh-ploeg : onze landgenoot Paul Wellens en de Nederlander Henk Lubberding. Met daarbij dan de nog jongere Johan van der Velde (winnaar Ronde van Romandië) heeft Peter Post alvast een wissel op de toekomst genomen.
Het « heden » heeft hem echter ook geen windeieren gelegd. De Nederlandse ploeg met Engels kapitaal was goed voor elf ritzeges op een totaal van 25. Dus bijna de helft, want de « ritzege » in Valence d’Agen (*) komt ook de ploeg Post toe (vooral dan Gerben Karstens), zij het gedeeld met Hinault himself of moeten we zeggen Cyrille Guimard ?
Tussen de twee revelaties staat ouwe rat Francisco Galdos, de enige Spanjaard die min of meer overeind is gebleven. Er zijn geen “gevleugelde klimmers” meer. De vleugels van onze eigen Lucien Van Impe waren trouwens ook nog te weinig voorbereid op dit hard labeur. Jammer voor Lucien die echt niet verdiende vergeten te worden (al was het dan maar voor een banket voor ex-Tourwinnaars).
Ook echte sprinters waren er niet meer bij. Vooraan in de uitslag vond men dikwijls namen als Pescheux, Patritti, Bertin… Jammer eigenlijk. Jacques Esclassan kon ondanks twee ritzeges zijn klasse van vorig jaar niet bevestigen. Freddy Maertens is een verdiend winnaar op punten, maar eerder bij gebrek aan tegenstand. Zijn drie etappe-overwinningen wegen niet op tegen die van Jan Raas b.v., toch geen typisch sprinter !
Toch zat er tot en met Alpe d’Huez spanning in deze Ronde. Het was een spanning die eerder een gevolg was van een nivellering naar onder (waarover onze TV-reporters het zo graag hadden) akkoord, maar persoonlijk houden wij daar meer van dan van een wedstrijd waarin een superieure Merckx iedereen op tien minuten rijdt.
Michel Pollentier heeft toen echter de pees bescheten (om in de skatologische terminologie te blijven). Zijn fraude moet dan ook flagrant geweest zijn, anders had men de Tour én de wielersport nooit zo verminkt. Zelfs niet terwille van een Bernard Hinault, zoals kwatongen beweren, want Hinault is eerder een Bretoen dan een Fransman en zijn leidinggevend optreden tijdens de stakingsactie zal bij de heer Lévitan ook niet in goede aarde gevallen zijn.
Bij zijn collega’s is Hinault echter op weg een graag geziene figuur te worden. Het « wegschenken » van de bergprijs aan Mariano Martinez werd alleszins erg op prijs gesteld.
Pollentierke heeft door zijn onbezonnen daad zichzelf ook uitgeschakeld voor het wereldkampioenschap. De selectie die nu uit de bus is gekomen is wel een sterke, maar verre van een homogene. Dierickx, Godefroot en Ludo Peeters zullen trachten de Duitser Thurau aan een titel te helpen.
Maertens krijgt nu enkel Demeyer mee en – het “nieuwe gezicht”, Zeepcentrale, kan verrassend maar terecht een beroep doen op twee renners : Van den Haute en Van Springel. Verder zijn er dan nog de eenzaten De Vlaeminck, Bruyère, Demuynck, Van Looy en Wellens.
De Nederlander Jan Raas zal de BWB dankbaar zijn… (**)

Ronny De Schepper

(*) Een toespeling op de stakingsactie waarin de Raleigh-ploeg, naast die van Renault, zowat de koptrekkers vormde.
(**) Ook een toespeling op iets wat zovele jaren later niet meer duidelijk is: Paul Wellens reed voor het TI-Raleigh van Jan Raas.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.