Op 19 juli 1793 was als een uitvloeisel van de Franse revolutie het recht op de “propriété intellectuelle” goedgekeurd, in mensentaal: het ontstaan van de auteursrechten.

De toneelschrijver Pierre Beaumarchais richtte meteen de Société des Auteurs et Compositeurs Dramatiques op, waarmee hij o.a. de rechten op Mozarts “Le nozze di Figaro” meende te kunnen afdwingen omdat die gebaseerd was op zijn toneelstuk. Zijn pogingen bleven echter vruchteloos. Het auteursrecht beperkte zich voorlopig immers tot Frankrijk en bovendien waren het de uitgevers die het opeisten nadat zij de auteurs met een aalmoes de rechten op hun uitgegeven werk hadden afhandig gemaakt. Het zou nog een halve eeuw duren vooraleer een en ander zou worden rechtgetrokken. Dat was dan naar aanleiding van een rechtzaak aangespannen tegen een componist, wiens naam helaas in de nevelen van het verleden is verloren gegaan. Deze zat namelijk in een restaurant te eten waar zijn muziek werd gespeeld. Toen hij daarvoor betaald wilde worden, weigerden zowel het orkestje als de restauranthouder op zijn vraag in te gaan. Waarna de man dan ook weigerde zijn eten te betalen. De restaurateur bracht de zaak voor het gerecht, maar verlóór. Zo werd in 1850 de SACEM opgericht (la Société des Auteurs, Compositeurs et Editeurs de Musique), de opvolger van de vereniging van Beaumarchais, maar deze keer wél met rechtsbevoegdheid, zij het nog altijd uitsluitend binnen Frankrijk. Het zal b.v. nog tot 1912 duren vooraleer het Verenigd Koninkrijk en Duitsland mee in de boot stapten.

AUTEURSRECHTEN OF BLINDE BELASTING ?

De Kamer aanvaardde in 1994 het wetsontwerp inzake “de au­teursrechten, de naburige rechten en het kopiëren voor eigen gebruik”. Vooraleer de wet effectief van kracht wordt, dient de geamendeerde tekst nog te worden goedgekeurd door de Senaat en aangevuld met uitvoeringsbesluiten.

Test-Aankoop is gekant tegen dit ontwerp. Niet tegen de bepa­lingen die de rechten van auteurs, uitvoerders en producenten omschrijven en beschermen, maar tegen één van de geplande maatregelen : die welke een speciale bijdrage – eigenlijk een vermomde belasting – bepaalt voor alle materiaal dat kan dienen voor het maken van kopieën voor privé-gebruik van geluids-, audio-visueel en grafisch materiaal. Zo zou de verkoopprijs van videorekorders, bandopnemers en zelfs van fotokopieertoestellen met 3% worden verhoogd en zou de prijs van alle klank- en videocassettes worden verhoogd met 2 fr. per opnameuur.

Test-Aankoop is van oordeel dat dit gedeelte van het wetsont­werp een gemakkelijke maar blinde en onrechtvaardige maatregel is die leidt tot een aantal aberraties. Voor de Verbruikers­unie is het vanzelfsprekend nodig en billijk dat de auteurs worden vergoed en hun rechten worden beschermd bij de verhan­deling van hun werk, maar de konsumenten dragen daar al op velerlei wijzen toe bij : zij betalen voor de auteursrech­ten die in de prijs van boeken, platen en grafische reproduc­ties (kunnen) begrepen zijn, in het leengeld van biblio-, media- en videoteken, in het toegangsticket voor concerten en voorstel­lingen. Zij betalen rechten aan SABAM bij de openbare uitvoe­ring van allerlei werken. Zij betalen kijk- en luistergeld en abonnementsgeld voor de kabel, eventueel zelfs supplementen voor betaaltelevisie. Zonder het gedeelte van hun belastingen te vergeten dat dient voor de financiering van de openbare radio- en TV-zenders of de budgetten van het cultuurbeleid.

Voor Test-Aankoop dient vanzelfsprekend krachtig strijd te worden geleverd tegen de georganiseerde piraterij, de fraudu­leuze handel die erin bestaat werken waarvoor de piraatverde­lers geen auteursrechten noch belastingen betalen, op grote schaal te kopiëren en te verkopen. Deze bedriegers zijn even­wel goed georganiseerd en moeilijk te bestrijden.

Vandaar de verleiding om zijn toevlucht te nemen tot een gemakkelijke maar ongezonde maatregel: blindweg elke aankoop belasten (in de vorm van een bijdrage) van materiaal dat bruikbaar is voor het maken van kopieën, zelfs voor privé-gebruik. Dat leidt tot onaanvaardbare onrechtvaardigheden en aberraties. Consumenten van culturele werken kwijten immers reeds allerlei belas­tingen, rechten en bijdragen. Een bijko­mende bijdrage opleggen voor alle toestellen en dragers die eventu­eel bruikbaar zijn voor kopieën voor privé-gebruik komt erop neer dat dezelfde culturele producten voor de tweede, of zelfs de derde maal worden belast. Wie een film van het TV-scherm opneemt, wordt bijvoorbeeld tenminste driemaal belast: zijn abonnement op de kabel omvat reeds een supplement voor auteursrechten, maar dan zal hij bovendien extra belasting betalen voor zijn videore­corder en nogmaals voor de cassette die hij gaat gebruiken en bewaren.

Deze bijdrage zal worden geïnd bij de aankoop, wat ook het gebruik is dat men van het opnamemateriaal of de cassettes zal maken. De konsument zal eerst een supplement moeten betalen voor “auteursrechten” ook al maakt hij nooit kopieën en neemt hij alleen maar zijn eigen kreaties op : eigen film op casset­te met de camcorder, muziek die hij zelf maakt, de vergadering waarvan hij een verslag moet maken, zijn eigen voordrachten of gedikteerde brieven ….

De auteurs van het wetsontwerp proberen de belasting op privé-kopieën voor te stellen als een billijke kompensatie: konsu­menten zouden massaal culturele creaties kopiëren, waarop de auteurs de rechten ontberen. Dat is echter een veronderstel­ling die niet is aangetoond: de auteurs van de wet hebben het ware gedrag van de gebruikers van registratiematerieel niet bestudeerd. De Britse Consumers Association deed dit wel, in 1991. Dat onderzoek toont ondermeer aan dat 96% van de eige­naars van een videorecorder hun materieel enkel gebruiken om later TV-uitzendingen te bekijken die zij niet rechtstreeks konden volgen (en waarvoor zij, bijvoorbeeld in geval van bioskoopfilms, reeds auteurs­rechten betaalden via het kijk­geld). Klankcassettes worden dikwijls gebruikt om de eigen platen te kopiëren (om selekties te maken, om ze in de auto of via een walkman te beluisteren) waarop reeds auteursrechten werden betaald bij de aankoop.

Ten slotte maken de auteurs van dit voorstel gewag van de hulp van auteurs, kunstenaars en uitvoerders als sociale rechtvaar­diging voor hun initiatief. Maar wie zal het bedrag van de geplande bijdrage incasseren ? In zeer geringe mate de kunste­naars die ervan moeten leven. Na afhouding voor het cultuurbe­leid en voor de werkingskosten van hen die moeten instaan voor de verdeling, zal wat overblijft gaan naar de auteurs en producenten in verhouding tot hun succes, zoals dat altijd het geval is met auteursrechten. Dat betekent dus bijkomende inkomsten voor degenen waarvan het werk reeds het meest bekend is en die het minst behoefte hebben aan dit supplement …

Als V.S.Z. kunnen we met deze redenering akkoord gaan. Wij blijven ons uiteraard inspannen om onze leden-artiesten te geven waarop ze recht hebben, maar deze belasting zal hen inderdaad niets verder helpen. Onze leden-kleinhandelaars daarentegen zullen van deze maatregel veel schade ondervinden, aangezien deze supplementaire belasting de prijzen van video- en audiobanden de hoogte zal indrijven, zodat de verkoop zal teruglopen. Dit bewijst trouwens dat deze banden enkel voor privégebruik bestemd zijn: men zal ze gewoon vlugger wissen en herbruiken!

En dan zijn er nog vragen zoals: “Is opera plots niet langer de ultieme uiting van de bourgeois-kunst?” of is “conserveren” sowieso verkeerd?

Ronny De Schepper

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.