Veertig jaar geleden verscheen onderstaand stukje in mijn televisierubriekje “Hebjetgezien” in De Voorpost.

Dat Cleo Laine een aardig stukje kan zingen – en er soms ook nog wat effectenjagerij bijdoet — zal wel niemand ontkennen. Muzikaal was er dus weinig aan te merken op het gladgepolijste showprogramma dat zij ons vanuit Hollywood aanbood. Maar qua televisie was de uitzending toch niet zo denderend. De eerste buitenshots, bij ondergaande (of opgaande?) zon, lieten nochtans het beste vermoeden. Nadien bleek het echter toch maar om een louter zaaloptreden te handelen met brave afwisselende beelden van zangeres en publiek. Met een hoop storende lichtweerkaatsingen in de spots. Neen, van de TV-shows zoals realisatoren deze in Europa zien, heeft men in de States nog niet veel kaas gegeten. (**)
Hollywood stond overigens nog een aantal keer in de kijker deze week, maar dan vooral de vedettenwereld, die er — zo wil de legende het toch — zich schuilhoudt. Er waren twee huldeprogramma’s voor twee goden van het witte doek, Clark Gable en Mary Pickford, maar het beste huldebetoon voor een acteur is nog steeds een film waarin hij zelf schittert en zo ging eigenlijk Marlon Brando met die eer lopen. Overigens is On the waterfront evenzeer een hulde aan regisseur Elia Kazan. Brando en Kazan zijn bovendien elk op hun eigen manier rebellen tegen de Hollywood-glamour. Brando liet eens een oscar afhalen door een Indiaans meisje dat toen een speech afstak waarin zij opkwam voor de rechten van de Noord-Amerikaanse Indianen (een voorloper dus van de acties die nu in België gecoördineerd worden door BANAI, het Belgisch Actiecomité voor de Noord-Amerikaanse Indianen). Kazan van zijn kant heeft in de periode van de heksenjachten op communisten van McCarthy veel te lijden gehad en heeft zijn ervaringen nu te boek gesteld in zijn schitterende autobiografie. (***)
Maar toch wil ik ook nog een woordje zeggen over Gable en Pickford.
Mary Pickford was America’s sweetheart, het symbool van de pure, reine maagd. En het weze haar toegegeven: zij was erg braaf. Zo braaf zelfs dat zij de liedjes van Mae West niet eens met de titel durfde te noemen. Toch denk ik, wanneer men bepaalde foto’s van haar bekijkt, dat veel van haar bijval is terug te voeren tot een soort voorloper van het Lolita-complex (genoemd naar het boek van Vladimir Nabokov over de liefde van de reeds veertigjarige Humbert Humbert voor de nog geen veertienjarige Lolita Haze), zodat al haar onschuld toch in feite ook ergens minder zuivere gevoelens oproept.
En dat Clark Gable nog model heeft gestaan voor Bugs Bunny (namelijk toen hij met zijn grote oren eens een wortel zat op te knabbelen), zal je misschien wel reeds weten. Maar hiermee ben ik dan toch bij een volgend thema: kinderprogramma’s.
Daar we tekenfilms reeds vroeger hebben behandeld, valt de rest uiteen in twee kategorieën: de belerende en de zuiver ontspannende.
Bij de didactische kinderprogramma’s zijn we vol lof vooral over Sesamstraat (naar wie is dat niet?), maar ook over Rondomons. Twee Amerikaanse programma’s dus, maar gelukkig omgezet naar het Nederlands, zodat de allerkleinsten het kunnen verstaan (vandaar dat we De kinderen van appartement 47 A niet meetellen, want dat richt zich eerder — ook al door zijn kalverliefde-problematiek — tot tieners). Toch opmerkelijk hoe open de nieuwe lichting van Amerikaanse kinderprogramma’s is. Als men dat vergelijkt met de vroegere propaganda die in Walt Disney b.v. verweven zat!
Voor de oudere kinderen is er ook een zeer leerzaam programma op Nederland: De Toverlantaarn, waarin zij vertrouwd gemaakt worden met het medium film. Onlangs was overigens Walt Disney aan de beurt.
Het is opvallend hoe ook in de louter verhalende filmpjes “stichtelijke” lessen worden ingesloten. De Pruimenboom van Hieronymus van Alphen maakt dus nog steeds school. De belerende toon in De Fabeltjeskrant is soms wat storend, maar het woordgebruik (en indien nodig: de woorduitleg) en de onweerstaanbare figuurtjes maken dit toch tot een beter kijkstuk dan de mattere Bereboot. Alhoewel ook dit aanslaat bij de allerkleinsten natuurlijk.
Persoonlijk stel ik Peppi en Kokki niet op prijs (te veel practical jokes, d.i. grappen waarbij iemand de pineut is) maar mijn zoontje is er dol op en daarom wil ik hen wel als krediet meegeven dat zij de actie becommentariëren, wat voor kleine kinderen erg belangrijk is.
Maar de grote kinderen dan tenslotte. Die konden deze week genieten van dé tekenfilm bij uitstek: Yellow Submarine. Dat was nog eens echt genieten!

(*) Naar een liedje van Della Bosiers.
(**) Dit is eigenlijk een stukje van Lode De Pooter waarvoor er in De Rode Vaan geen plaats meer was.
(***) Ondanks het feit dat ik die autobiografie als “schitterend” kwalificeer had ik die duidelijk nog niet gelezen, want anders had ik moeten weten dat Kazan juist een verrader was en dat met name On the waterfront als een zelfrechtvaardiging was gedraaid.

Referentie
Jan Segers, Met Cleo in de kinderwagen, De Voorpost, 13 juli 1978

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.