The Quarrymen waren voor John Lennon en Paul McCartney wat tien jaar later de Blommenkinders voor Erik Westerlinck en mij waren. Dat kan tellen als opener, hé! Het dient dan ook vooral ter relativering: die Quarrymen lieten in de verste verte nog niet vermoeden dat hieruit ooit The Beatles zouden voortkomen. In de zomer van 1958 was ook George Harrison komen aansluiten en de jongens besloten dat het tijd was om een plaat op te nemen. En aangezien het toeval niet bestaat deden ze dit, net als Elvis Presley vijf jaar eerder, bij een zekere mijnheer Phillips…

Percy Phillips had echter niet de reputatie van zijn Amerikaanse naamgenoot Sam Phillips. Hij had wel een kleine studio (Phillips’ Sound Recording Services) op 38 Kensington, Liverpool, tussen de keuken en een voorste plaats die dienst deed als winkel voor huishoudtoestellen.
De Quarrymen boekten de studio op 12 juli 1958. Toen Lennon, McCartney, Harrison, drummer Colin Hanton en pianist John “Duff” Lowe aankwamen waren ze verrast te zien hoe klein en technisch rudimentair alles was, met een eenzame microfoon in het midden van de kamer.
Phillips eiste dat zij betaalden voor ze zouden starten met de opname. Elk lid van de groep betaalde uiteindelijk 3 shilling en 6 pence, maar Phillips vroeg vervolgens een toeslag om de kosten van het overzetten van de opname op een plaat te dekken. Daar ze dit te duur vonden stelde hij voor om direct op vinyl op te nemen. Dit betekende één take en daarmee gedaan.
De groep had besloten om “That’ll Be the Day” van Buddy Holly op te nemen als een van de twee nummers. Het andere nummer stond nog niet vast.
Nadat “That’ll Be the Day” was opgenomen wilde Phillips er gauw een einde aan maken en vroeg om direct een volgende nummer op te nemen. Ze vroegen enige tijd om te repeteren, maar Phillips weigerde : “For seventeen and six you’re not here all day!”
Paul McCartney stelde dan “In spite of all danger” voor (een zeer vroege compositie van McCartney met van Harrison), ook al hadden Lowe en Hanton het nog nooit gehoord.
Na de opname gaf Phillips de groep een fragiele 78-toerenplaat, een zgn. acetate. Deze opname circuleerde binnen de groep, elk lid mocht ze gedurende een week bijhouden (en draaien).
De acetate ging in de loop der tijden verloren tot Lowe hem terugvond tussen zijn ouwe spullen in 1981 en hem verkocht aan McCartney. De opnames kwamen in 1995 terecht op Anthology 1. (Berichten uit het verleden)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.