Vandaag wordt de voormalige Spaanse bergkoning Federico Bahamontes negentig jaar. Een leuke vraag op quizzen is altijd: hoeveel keer heeft Federico Bahamontes de bolletjestrui gedragen? En het antwoord is: één maal (zie foto), want in de tijd toen Bahamontes nog wielrenner was, was er geen trui voor de leider in het bergklassement en dus ook geen bolletjestrui.

Hoewel geboren als Federico Martín, gebruikte hij in zijn wielerleven de achternaam van zijn moeder, Bahamontes.
In 1959 won hij de Tour de France. Bij het begin van de Tour werd Bahamontes niet gezien als één van de favorieten voor de eindoverwinning. Hij profiteerde echter van een vroege ontsnapping tijdens een etappe in de Pyreneeën. Vervolgens won hij ook nog eens de klimtijdrit op de Puy-de-Dôme. In de Alpen werkte hij samen met medeklimmer Charly Gaul waardoor hij zijn voorsprong kon vergroten. Zowel Henry Anglade als Jacques Anquetil hebben daarna nog wat van hun achterstand in kunnen lopen, maar niet genoeg om de leidende positie van Bahamontes te kunnen bedreigen.
In 1963 en 1964 zou Bahamontes nog twee keer op het podium van de Tour plaatsnemen: als tweede respectievelijk derde in het eindklassement. In totaal heeft hij zeven Touretappes gewonnen. Hij was echter vooral een gevleugeld klimmer, met als bijnaam de Adelaar van Toledo, die maar liefst zes maal het bergklassement in de Tour zou veroveren: in 1954, 1958, 1959, 1962, 1963 en 1964. In die tijd waren de duels met Julio Jimenez legendarisch. Volgens de overlevering werden die achteraf verdergezet… in bed. Toen Bahamontes het niet meer kon halen tegen dit opkomende klimtalent dook hij immers met mevrouw Jimenez de koffer in. Tenzij dit een even grote legende is als het feit dat Bahamontes op de top van de Galibier een ijsje zou hebben gegeten (dit gebeurde namelijk op de Col de Romeyère, bijlange na niet zo’n reus als de Galibier en bovendien moest Bahamontes toch wachten omdat zijn fiets aan herstelling toe was).
Hij is het grote idool van Lucien Van Impe en omgekeerd beschouwt Bahamontes “onze” Lucien ook als zijn opvolger. Lucien tegen mij toen ik hem ging interviewen: “Ik weet nog goed toen ik als jong renner Bahamontes tegenkwam en die zei tegen mij dat ik ‘een echte klimmer’ was. Dan was mijn hart zó groot en wilde ik er ook alles voor doen om dat vertrouwen niet te beschamen.” Samen delen ze ook een afkeer van Richard Virenque, die in de Tourboeken als nummer drie staat geboekstaafd. Virenque behaalde zijn bergpunten echter eerder in het middengebergte dan in het hooggebergte.
In 1956 heeft Bahamontes ook het bergklassement van de Ronde van Italië gewonnen. In zijn eigen Vuelta eindigde Bahamontes als tweede in het eindklassement van de Ronde van Spanje 1957. In dat jaar en het jaar daarop won hij bovendien het bergklassement van deze ronde. Volgens een Baskische wielerliefhebber zou het antagonisme dat teruggaat op de Spaanse Burgeroorlog zich later weerspiegelen in de tweestrijd tussen de Bask Jesus Lorono en Federico Bahamontes. Maar buiten een toevallige naamsovereenkomst (Franco heette eigenlijk Francisco Franco Bahamontes) en enkele sportieve conflicten met name in de Vuelta’s van 1955 tot en met 1961 kan ik hiervan geen aanwijzingen vinden (*).

Ronny De Schepper

(*) Volgens Het Nieuwsblad van 15 juli 2013 zou de naam van Franco ook gevallen zijn bij de opgave van Bahamontes in de Tour van 1957: “Federico Bahamontes, de le-gendarische klimmer, maakte in de negende etappe van de Tour van 1957 een kwalijke val en blesseerde zich daarbij aan zijn linkerarm. Vol goede wil deed de Arend van Toledo nog even verder, terwijl hij zijn gekwetste arm op de rug hield. Plots echter werd hij overmand door emotie. Federico sprong van zijn fiets en probeerde in razernij zijn trui aan stukken te scheuren. Meteen snelde ploegleider Luis Puig – later nog voorzitter van de UCI – toe om zijn kopman te bedaren.
Federico, por favor, rij verder.
– No!
Doe het voor je moeder.
– No!
Voor je vrouw.
– No!
Voor Franco.
– No!

Waarop Bahamontes zijn koersschoenen uittrok en er bovenop ging zitten om zeker te zijn dat men hem niet zomaar op zijn fiets kon zetten. Ploegleider Puig zuchtte eens diep en deed geen moeite meer. Federico gaf op.”
Maar aangezien ook de naam van de Generalissimo blijkbaar Baha niet kon overhalen om weer op de fiets te klimmen kan ook dit dus niet als “bewijs” gelden…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.