Vandaag wordt Robbie Robertson, de Canadese zanger en gitarist met indianenbloed in de aderen, 75 jaar. Wij kennen Robbie vooral als lid van The Band, maar mijn Canadese vriend Alcide stipt ook nog aan dat Robbie Robertson est aussi un compositeur de musique de films (“Raging Bull” – “The King of Comedy” – “The Color of Money”). Il est aussi acteur, producteur et scénariste.

Mijn eerste filmbespreking voor De Rode Vaan was “The last waltz” van Martin Scorsese, een concertfilm over het afscheid van de rockgroep The Band (dat was ook de reden waarom ik de film moest/mocht bespreken en niet Lode De Pooter, de filmredacteur van DRV). Alhoewel de kopie van het artikel (“The Band zal niet meer walsen”) die ik in mijn bezit heb niet gedateerd is, kan ik toch met zekerheid stellen dat het een artikel uit augustus 1978 is. Ik herinner me namelijk een scherpe uitval van Frank Jacobs op de redactievergadering en Frank was de man die ik op de redactie zou vervangen. Hij begon op 1 september in het onderwijs en ikzelf had het onderwijs pas verlaten en werkte al twee maand als vakantiejob op DRV. Frank verweet mij dat het geen filmbespreking was. Alhoewel de heftigheid van zijn uitval in mijn ogen ook een beetje verried dat Frank de keuze van de redactie om precies mij als vervanger voor hem te kiezen niet helemaal onderschreef (of zeg maar: helemààl niet onderschreef), moet ik hem anderzijds toch ook een beetje gelijk geven. Het is namelijk zo dat ik het moeilijk heb om een concertfilm ook echt als een film te beschouwen. Zelfs Woodstock, de “film” die ik het meeste heb gezien (overigens ook een film waaraan Martin Scorsese zijn medewerking verleende), vind ik niet echt een film. Meer zelfs, precies omdat het geen echte film is, heb ik hem zoveel keer gezien. Ik kan namelijk telkens opnieuw verrukt worden door de optredens en dat heeft eigenlijk weinig met het filmische aspect te maken. (Voor wie het wil weten, de “echte” film die ik het meest heb gezien, is “Casablanca“.) Maar goed, slecht of niet, hier is mijn recensie…

Teitietatuutei. Als Robbie Robertson een West-Vlaming zou zijn geweest, had hij daarmee het “Last Waltz”-project kunnen omschrijven: ’t is tijd dat het uit is.
Als men iemand voor de vuist weg zou vragen welke de oudste nog actieve rockgroep is, dan antwoordt die steevast: The Rolling Stones. The Band van Robbie Robertson overtreft dit echter: zestien jaar zijn ze samen in de huidige samenstelling en drummer Levon Helm was al in 1957 bij The Hawks! (De vroegere benaming werd gewijzigd sinds deze een pejoratieve bijklank kreeg tijdens de Vietnamoorlog.)
Maar nu is het dus gedaan. Robertson: “On the road zijn is veel te gevaarlijk: Hendrix, Joplin, Elvis, Holly enz. zijn eraan bezweken. En als het dat niet is, is het de ouderdom. Twintig jaar op tournee. Aan zoiets zou ik zelfs niet durven dénken.” (“Ik zou wensen dat we allen forever young zouden blijven,” zingt Bob Dylan in de film.)
Daarom raapte Robbie zijn centen samen, nodigde de vele muzikale vrienden van The Band uit en besloot op de eigenste plaats waar ze gestart waren (in Billy Grahams Winterland, San Francisco) een grandioos afscheidsfeest te geven.
Om dit niet te laten verloren gaan voor het nageslacht, besloot hij het ook op film te laten vastleggen. En daarmee had hij groot gelijk. Want “The Last Waltz” is niet zozeer een afscheid van The Band, als wel van een hele generatie.
Vooral in de drie studio-opnames (The Last Waltz zelf, The Weight en Evangeline), met prachtige belichting en een zwierige camerabeweging, is deze in-droeve waarheid sterk voelbaar: we worden allen oud en rockmuzikanten niet in het minst (want die vullen – als ik mag verwijzen naar de sullige interviews – blijkbaar hun tijd enkel met vermoeiende dingen als zuipen, drugs en wijven neuken). Ik heb in heel de film slechts twee mooie, jonge gezichten gezien: bassist Rick Danko (nochtans ook niet van de jongsten) en natuurlijk Emmylou Harris. Al de rest was oud, dépassé
Robertson deed bewust een beroep op Martin Scorsese (Mean streets; Alice doesn’t live here anymore; Taxi driver; New York, New York), omdat deze reeds had meegewerkt aan Woodstock en Elvis on Tour. En toch wordt er geen gebruik gemaakt van split-screen in deze film! (Applaus!) Wel een sobere camerabegeleiding (zo veel mogelijk met vaste camera’s) met een mooie kadrage, voor zover dit mogelijk is bij die deksels onverwachts bewegende rockmusici.
Een “muzikale” montage (de beeldwisseling verandert naargelang er iemand invalt) rondt het geheel volmaakt af. Volgens mij kon het niet perfecter, wat echter niet wil zeggen dat het een perfecte film is.
Het gelul terzijde gelaten (typisch voorbeeld: drummer Helm vertelt dat het zuiden een smeltkroes is van verschillende soorten muziek – blues, country, Tin Pan Alley – waaruit iets nieuws is ontstaan; Scorsese: wat dan wel? Helm: rock’n’roll natuurlijk!), kom ik steeds meer tot de bevinding dat het filmen van rock onbegonnen werk is. Zelfs de “absolute” film van Adrian Maben, “Pink Floyd at Pompei” faalde hierin. Maar binnen zijn mogelijkheden is “The Last Waltz” best te genieten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.