Morgen zal het 125 jaar geleden dat de Franse schrijver Guy de Maupassant is overleden.

Toen Gustave Flaubert zijn intrek had genomen in Normandië, werd hij daar de mentor van Guy de Maupassant, die op dat moment nog (o.a.toneelstukken) schreef onder het pseudoniem Joseph Prunier. Als de Maupassant (op voorspraak van Flaubert, maar toch tegen zijn zin) tewerkgesteld wordt in Parijs, vindt hij er soelaas in de “schunnige roeiersclub” van de Goncourts, Zola, Toergenjev en anderen. Hij levert er sportieve prestaties in meerdere betekenissen van het woord, zodat hij uiteindelijk met syfilis wordt opgezadeld. Dat drukt hem echter niet te neer, wel dat de anderen hem stilaan niet langer als “een beloftevolle schrijver”, maar als “een mislukte auteur” beginnen zien.
Daarin komt echter verandering als hij in 1880 naar Normandië terugkeert om er “Boule de suif” te schrijven. Dit kortverhaal gaat over een reisgezelschap dat door een Duitse patrouille (tijdens de Frans-Duitse oorlog) wordt tegengehouden en pas zal worden vrijgelaten als één van de dames de soldaten ter wille is. Aangezien er ook een prostituée bij het gezelschap is, wordt deze door de medereizigers min of meer gedwongen zich aan te bieden. Naderhand wordt ze daarvoor wel op de hak genomen. Met deze metafoor voor de hypocrisie van de Franse bourgeoisie wordt de Maupassant (terecht) als de nieuwe Zola binnengehaald.
Vijf jaar later volgt de “consecratie” met de publicatie van “Bel-Ami”, un roman d’apprentissage, dont l’action se déroule à Paris. Le roman retrace l’ascension sociale de Georges Duroy, homme ambitieux et séducteur, parvenu au sommet de la pyramide sociale parisienne grâce à ses maîtresses. Sur fond de politique coloniale, Maupassant décrit les liens étroits entre le capitalisme, la politique, la presse mais aussi l’influence des femmes, privées de vie politique depuis le code Napoléon. Satire d’une société d’argent minée par les scandales politiques de la fin du XIXème siècle, Bel-Ami est une œuvre inscrite dans le mouvement du naturalisme. Ainsi l’ascension de Georges Duroy peut être comparée à la propre ascension de Maupassant. En effet, Bel-Ami est la description parfaite de l’inverse de Guy de Maupassant, Georges Duroy devenant un arriviste et opportuniste, dont Maupassant se moquera tout au long du roman.
PIERRE ET JEAN
De korte roman ‘Pierre et Jean’ (1888) is een buitenbeentje in het oeuvre van de Maupassant, de realist/naturalist. Het is immers een duidelijk psychologische, freudiaans getinte roman voor er sprake was van de theorieën van Freud. Het werk speelt in Le Havre waarheen het gezin van voormalig juwelier Gérôme Rolland verhuisde vanuit Parijs, met echtgenote en inwonende zonen Pierre, geneesheer, 30 jaar, en Jean, jurist, 25 jaar. Niemand in de familie werkt maar teert op het bestaande kapitaal. Via een zeer mooi tafereel als het gezin op zee gaat vissen (ze bezitten een boot), laat de auteur ons kennis maken met de personages, het gezin én de weduwe Rosémilly die een prominente rol zal vervullen. Reeds vlug wordt gesuggereerd dat Pierre van kindsbeen lichtelijk jaloers was op zijn jongere, meer verwende broer Jean.
Plots arriveert het bericht dat Jean een grote erfenis ontvangt van een vroegere huisvriend van de familie, Maréchal, die al zo’n tien jaren uit beeld verdwenen was. Hij is nu rijk. Vader Gérôme is, als weinig gevoelig materialist, louter verheugd; zijn echtgenote blijft ietwat dromerig achter. En Pierre… moet hij jaloers zijn? Hij dwaalt die avond rond bij de haven, ontmoet zijn broer. Nee hij gunt het hem.
Hier is de Maupassant meesterlijk wanneer hij de psychologische processen weergeeft in de beschrijvingen van wat er te zien is of wat er gebeurt: het water, de lichten van de vuurtorens – alles weerspiegelt het innerlijk van wat in Pierre roert. Een andere keer zal hij hetzelfde doen als hij de mist waarin de stad/de haven lijkt te verzinken de uitdrukking is van de wanhoop waarin Pierre zich bevindt. Na de confrontatie met zijn broer verneemt Pierre twee losse opmerkingen die hem aan het denken zetten: hoe vreemd dat alleen Jean deze erfenis krijgt… zal men hier niet over roddelen? Hij tracht de twijfel weg te duwen. Nee, zijn moeder is tot overspel niet in staat geweest.
Hij besluit om zijn broer geld te vragen om voor zichzelf een huis te huren en zo een dokterspraktijk te beginnen. Hij vindt een geschikte woning. Inmiddels gaat hij langs bij een vriend, een verarmde (vluchteling) Poolse apotheker die opnieuw twijfel zaait betreffende de erfenis. Steeds meer details bevestigen zijn vermoeden; ook het bestaan en inmiddels verstopte portretje van de overleden Maréchal versterkt zijn achterdocht. Hij zet zijn moeder onder druk om het portret op te diepen – zij beseft dat hij doorheeft dat Jean de zoon is van Maréchal en sinds dat ogenblik is hun relatie verziekt en haar leven een hel.
Jean wenst zich als advocaat te vestigen en was reeds dadelijk met zijn moeder op zoek gegaan naar een eigen woning. En had deze gekocht… net deze die Pierre wou, wat ze uiteraard niet wisten. Dit is niet van aard om de band tussen de broers te verstevigen. Terwijl ook onderhuids een lichte strijd gevoerd wordt om de mooie weduwe Rosémilly. Een maand later gaat het ganse gezin, met Rosémilly, op daguitstap. Daar verloven Jean en mevr.Rosémilly zich. ’s Avonds wordt de nieuwe woning van Jean ingewijd. Toevallig blijven tenslotte de broers alleen in huis, met nog hun moeder in een aangrenzende kamer. En dan barst het drama los: Pierre verhaalt aan Jean de toedracht. Terwijl hun moeder een zenuwtoeval krijgt vlucht hij het huis uit; Jean vergeeft zijn moeder en belooft alles te regelen. Reeds de volgende dagen zorgt hij er voor dat Pierre scheepsarts kan worden. Geen pijnlijke confrontatie meer tussen moeder en zoon, de jaloezie is voorlopig een halt toegeroepen.
‘Pierre et Jean’ mogen we betitelen als een psychologisch boek. En dan verwijs ik meteen naar wat de Maupassant zelf schrijft: “Volgens hen (hij bedoelt voorstanders van de objectiviteit) moet de psychologie verborgen zitten in het boek zoals zij in de werkelijkheid schuilgaat achter de voorvallen des levens.” En dat is nu precies wat hij hier doet, de karakters niet ontleden maar hen via de gebeurtenissen (en de sfeer) aan de lezer presenteren en openbaren. Het citaat komt overigens uit het essay ‘De roman’ dat hij zelf liet vooraf gaan aan ‘Pierre et Jean’. Hij behandelt daarin ook stijlen, genres, critici, en zijn leermeesters Flaubert, Zola, Balzac en vooral Louis Bouilhet. De roman is naast een interessante en spannende psychologische studie, een meesterwerkje van sfeer qua beschrijvingen van natuur (hier zee, haven) en stad. Waarmee de Maupassant zijn karakters opbouwt en de twee toch reeds oudere Jean en Pierre eindelijk tot volwassenwording brengt. Hij schrijft ook zinnelijk. Tot slot wil ik u niet onthouden hoe hij bijvoorbeeld een secundair personage als de apotheker Marowsko neerzet: “Hij bewoog, deed alles met rukjes die hij nooit helemaal afmaakte, nooit strekte hij zijn arm helemaal, spreidde hij zijn benen wijd uiteen, voltooide hij een beweging volledig. Zijn ideeën leken op zijn manier van doen, hij gaf ze aan, stelde ze in het vooruitzicht, schetste ze, suggereerde ze, maar hij bracht ze niet geheel tot uitdrukking.” De mensen van de Maupassant léven!
VERHALEN
Behalve zes romans waarvan de belangrijkste – naast ‘Bel-Ami’ en ‘Pierre et Jean’ – ‘Une vie’ was, schreef hij reisliteratuur, toneel en liet een bundel poëzie na. Poëzie die evenmin mag onderschat worden. O.m. het schitterende ‘Nuit de neige’: “La grande plaine est blanche, immobile et sans voix…”. Maar toch schittert de Maupassant als verteller van honderden verhalen die in bladen verschenen en die hij daarna telkens bundelde. Het is inderdaad niet gratuit dat men hem uitriep tot de ‘vader van het kortverhaal’. Met zestien volumes bij de hand duikt de lezer onder in de wereld van deze grimmige auteur. Grimmig ja, humoristisch, zelfs ronduit grappig. Maar het is dan hoofdzakelijk spottend want de medemens ontkomt niet aan zijn scherpe ontledende blik. Het individu wordt ontkleed, relaties in hun hemd gezet, de maatschappelijke verhoudingen aan de schandpaal. Hij ontziet in zijn verhalen vrijwel niemand. Of toch, een kind ontsnapt wel eens aan zijn venijn. Of de dorpsgek. In hen vindt hij onschuld, net als bij de dieren die zo vaak deel uitmaken van het verhaal. Dieren, de natuur… en dan vooral Bretagne en Normandië. Al waagt hij uiteraard uitstapjes naar Parijs en de mondaine plaatsen als Nice.
De Maupassant is geen romantisch auteur ondanks zijn aandacht voor fauna, flora en landschap. Ze dienen de sfeer waarin het gebeuren zich afspeelt; en zo tovert hij weliswaar schitterende poëtische scènes voor ogen. Hij is echter evenmin een naturalist. Zijn schetsen zijn zuiver realistisch, wars van overdrijving. Zijn personages, soms de boeren, maar meestal de middenstand of hogerop de notabelen, de mensen van het kasteel. Het doet er nauwelijks toe. Het blijft een intreurig gezelschap dat elkaar bedriegt, dat elkaar het licht in de ogen niet gunt, ruziet. Huwelijksperikelen zijn schering en inslag. Soms is hij sarcastisch (een schitterend verhaal over een bijbelgenootschap op reis). Het is wel zo dat – boeiend en tragisch – in het historische verloop van het schrijven van de verhalen merkbaar is hoe de Maupassant aftakelt. In die zin dat zijn verhalen steeds weemoediger, triester en negatiever worden. De humor verdwijnt meer en meer. Begrijpelijk, hij die zich uiteindelijk – omdat zijn ogen te slecht werden – moest laten voorlezen door zijn buurvrouw uit Etretat: het is het begin van de definitieve neergang. Vaak is een tekst dan ook deprimerend. Zijn kijk op de wereld – en de mens – , al nooit optimistisch, wordt steeds zwartgalliger. De verhalen die hij de laatste van zijn vruchtbare jaren schreef waren van een ander gehalte. Ze behandelden meer de psychiatrie, gingen over hallucinaties. Zodat de vraag zich stelde in hoeverre de geestestoestand van de auteur verzwakt was. Maar de teksten zelf overleefden hun meester in ieder geval. En de verhalen blijven, gedrenkt in spot en bittere scherts, pareltjes. En ook dan is de Maupassant nog steeds de vader van het kortverhaal.
Ondertussen begint echter zoals reeds aangegeven ook de syfilis zijn werk te doen. De Maupassant schrijft koortsachtig nog een heel oeuvre bij elkaar, maar kan zijn lot uiteindelijk niet ontlopen. Ook al doet hij op de nieuwjaarsnacht van 1892 nog een poging om er zelf een eind aan te maken (door zich de keel over te snijden), toch zal het nog tot 6 juli 1893 duren vooraleer hij zal “mogen” sterven. Die achttien maanden daartussen brengt hij door in het krankzinnigengesticht van Passy, op handen en voeten zijn uitwerpselen opetend en uitbrakend dat hij Christus is.

Johan & Jan de Belie-Segers

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.