35 jaar geleden werd de Opera voor Vlaanderen opgedoekt. In De Rode Vaan hebben wij ons daar heftig tegen verzet en daarom keken wij ook met een angstig voorgevoel aan tegen wat uiteindelijk in de plaats zou komen (De Vlaamse Opera dus). Artistiek gezien zou dit totaal misplaatst blijken, maar het uitgangspunt van de redactie was vooral het volkse karakter van de O.V.V. en het dient gezegd dat De Vlaamse Opera inderdaad veel meer elitair is. Op dat vlak hadden we eigenlijk dan toch gelijk! Ik begin met een kort stukje uit ons jaaroverzicht van 1988, gevolgd door de chronologische lijdensweg van de werknemers van de O.V.V.

Voor de opera IN Vlaanderen was 1988 een rumoerig jaar. Zo werd in de zomer de Opera VOOR Vlaanderen opgedoekt. In de plaats kwam wel een Vlaamse Opera Stichting (VLOS), maar op uitzondering van een spectaculaire Verdi-opvoering in het najaar van 1989 (met José Van Dam in de hoofdrol en… met 1.200fr als toegangsprijs!), zal die pas eind 1991 haar werkzaamheden kunnen starten, althans wat Gent betreft. Voor Antwerpen, waar er geen bijkomende moeilijkheden met het gebouw bestaan, kan dat wel wat vroeger zijn.
Coup de théâtre ook wat de nieuwe leiding betreft: ondanks tegenkantingen van nationaal minister Louis Tobback (bevoegd over de Munt) heeft Gerard Mortier deze op zich genomen. Ook verrassingen bij de andere belangrijke functies: Jef Etcetera De Roeck als artistiek en Rudolf Werthen als muzikaal directeur. Deze laatste is ondertussen trouwens in opspraak gekomen omdat hij bij het Nieuw Belgisch Kamerorkest van Fred Brouwers (de concurrenten van « zijn » Fiamminghi) muzikanten zou hebben willen ronselen zonder langs het aartsmoeilijke examen te moeten passeren. Precies omwille van dat examen (en uiteraard omwille van de verandering van hun openbare statuut naar dat van een vzw) hebben de personeelsleden van de vroeger OVV de gebouwen in Antwerpen en Gent deze zomer wekenlang bezet.
73 opera bezetDe zogenaamde deadline heeft niet voor niets een bijzonder lugubere bijklank. Daar waar onze correspondent vorige week nog de triomfantelijke intocht van Wolfgang Amadeus Mozart in de Gentse opera bejubelde, kreeg u deze vreugdevolle boodschap in de bus… op een moment dat diezelfde opera van Gent door personeelsleden van de O.V.V. werd bezet en alle opvoeringen werden opgeheven tot een akkoord over de toekomst werd bereikt (dat gold uiteraard ook voor Antwerpen).
Nadat de RSZ, de grootste schuldeiser van de O.V.V. (340 miljoen), onmiddellijk beslag had later leggen op de voorhanden zijnde liquiditeiten, d.w.z. de 21 miljoen waarmede men de lonen en de vakantie-gelden voor mei zou uitbetalen, was het gemeenschappelijke vakbondsfront overgegaan tot een bezetting van de beide operagebouwen, niet enkel om de lonen vooralsnog uitbetaald te krijgen, maar vooral om nu eindelijk een definitieve regeling uit te werken, vooraleer op 6 juli 1988 de O.V.V. ontbonden wordt. Daarvoor heeft Dewael een plan op tafel gelegd.
Dit houdt o.m. in dat de twee vestigingen nu ook « echt » (en niet meer louter op papier) zouden worden gefusioneerd, dat de beide steden hiervoor hun subsidie elk van 50 naar 90 miljoen moeten optrekken, waarna de Vlaamse gemeenschap nog 230 miljoen zou bijpassen. Uiteraard zou er in de statuten van die nieuwe operastichting geen sprake meer zijn van het fameuze artikel 42, waarbij de Vlaamse Gemeenschap voor alle schulden zou opdraaien (op dit moment reeds bijna een half miljard), maar anderzijds is dit een verhoging van dertig miljoen tegenover het plafond dat Poma destijds (onstatutair) had ingebouwd. Voor dit plan laat men uitschijnen dat Gent de uitvoering ervan belet door bovendien te eisen dat de staat (en dan meer bepaald het nationale ministerie van openbare werken) ook de kosten op zich zou nemen van de hoogdringende renovering van het Gentse operagebouw, net zoals hij dat heeft gedaan voor de Muntschouwburg…
Doch, hoe reëel deze probleemstelling ook is, er zit nog een addertje (of zeg maar adder, uw mond zal niet scheuren) onder het gras. De vakbonden kunnen namelijk ook niet akkoord gaan met dit plan, aangezien het tevens voorziet in de afvloeiing van 110 van de 366 personeelsleden. En nochtans heeft iemand voorgerekend dat het overlevingsplan van Dewael weliswaar klopt als een bus, maar dan ook op de centiem na. Dat wil dus zeggen dat met het verwerpen van de afvloeiingen ook het plan Dewael meteen overboord wordt gekieperd. Daarom heeft het vakbondsfront zelf een alternatief plan uitgedokterd dat ook financieel haalbaar moet zijn. De huidige regeling (nog afgezien van allerlei andere bedenkingen) is dat immers niet: jaarlijks moet men daar sowieso een verlies van 150 à 200 miljoen incalculeren.
Het plan van het gemeenschappelijk vakbondsfront is wel erg ambitieus. Het kreeg de benaming Nieuwe Vlaamse Muziekstichting mee en behelst eerst en vooral een samengaan met het Ballet Van Vlaanderen (dat dit overigens niet wil: « Waarom een ziek lichaam bij een gezond voegen ? »), zodat er vier productie-polen zouden worden opgericht: opera, operette, musical en ballet. Gent en Antwerpen zouden er daarvan elk twee in huis krijgen, maar de vier producties zouden wel overal en in dezelfde mate te zien zijn (al hoorde men alweer onmiddellijk dat men in Gent toch maar best niet te veel Wagner zou gaan spelen, deze hardnekkige mythe blijft dus ook in vakbondsmiddens standhouden).
Dat het publiek met deze gelijkberechtiging kan instemmen, lijkt ons nogal evident, maar dat dit plan door het Gentse personeel quasi unaniem werd goedgekeurd, stuitte op ons ongeloof. Alhoewel het niet duidelijk uitgesproken wordt, is het immers duidelijk welke stad de operakern in huis zou halen en wie de operette… Een telefonisch rondvraag bij enkele Gentse orkestleden bevestigde echter het vakbondsstandpunt. Eerst en vooral zijn de mensen immers uiterst wanhopig geworden: het is dit of het zal niets zijn. Daarnaast klampen zij zich vast aan het geloof dat het toch nog niet helemaal zeker is dat Gent het operette-orkest zou gaan herbergen en als dit uiteindelijk toch onafwendbaar zou zijn, dan hoopt men op genoeg flexibele mogelijkheden om naargelang van de productie van het ene orkest naar het andere te verhuizen, zodanig dat Gentenaars niet in Antwerpen moeten gaan repeteren en omgekeerd.
Financieel is het vakbondsplan alleszins haalbaar. De oprichting van een operettegezelschap vergt uiteraard een meerkost, maar daarvoor baseert men zich op een nota van minister Dewael aan de Vlaamse Executieve waarin hij de oprichting van een tweede instrumentaal ensemble in het vooruitzicht stelt en daarvoor 73 miljoen wil uittrekken. Het vakbondsfront meent dat dit geld functioneler kan worden aangewend op hun manier. Verder blijft men binnen het budget van 460 miljoen dat Dewael zelf vooropstelt (al wijst men terloops nog eens terecht op het belachelijk klein percentage overheidsgeld dat hier in het algemeen naar cultuur gaat). Bovendien wordt door het vermijden van afvloeiingen ook geld bespaard (want als vastbenoemden hadden de afgevloeiden recht op vijf jaar loon), evenals door de samenvoeging met het BVV, dat dan ook een parastataal statuut zou krijgen, waardoor ongeveer zestig miljoen RSZ-geld zou kunnen worden aangewend voor meer artistieke doeleinden.
Wat het Gentse operagebouw betreft, stelt men een benefietactie voor, ondersteund door de BRT, min of meer naar het model van de talloze initiatieven bij onze noorderburen. Op zich geen slecht idee, maar waar haalt men hier een equivalent voor Mies Bouwman ?
Is het einde van de tunnel nu in zicht? De bezetting gaat alleszins door tot er iets concreets (dat aanvaardbaar is uiteraard) uit de bus komt. Dat kan volgens sommige woordvoerders reeds op het einde van deze week zijn… als Dewael hen tenminste wenst te ontvangen. Zij zijn alleszins tot onderhandelen bereid. « Ons plan is niet te nemen of te laten », zo stelden zij. Waarom b.v. ook niet gedacht aan een plateau voor jonge artiesten zoals de KP-federaties van Gent en Antwerpen in hun solidariteitsbetuiging suggereren?
O.V.V.: Wij zullen doorgaan
Nadat vrijdagvond op het kabinet van Gaston Geens een vergadering plaatshad, waarop naar verluidt een « geheim » voorakkoord over het lot van de Opera voor Vlaanderen werd bereikt, maar waarop de personeelsleden of hun vakbondsafgevaardigden niet waren uitgenodigd, hebben deze laatsten besloten met de bezetting van de gebouwen door te gaan. In Gent zouden maandag nochtans de werkzaamheden voor de vernieuwing van het operagebouw moeten zijn begonnen. Als deze door de bezetting vertraging oplopen, komen een aantal concerten van het Festival van Vlaanderen in het najaar in het gedrang. De bezetters rekenen er uiteraard op dat dit de druk op de regering zal verhogen, ook al heeft de Vlaamse Executieve nog steeds niet officieel gereageerd op het vakbondsplan dat we vorige week hebben voorgesteld (de zgn. Nieuwe Vlaamse Muziekstichting) en al verblijft cultuuurminister Dewael voor het ogenblik zelfs in de Verenigde Staten, zodat het « akkoord » dat met de burgemeesters van Antwerpen en Gent werd afgesloten slechts op 25 mei zal worden bekendgemaakt. De vakbonden vermoeden dat de geheimdoenerij trouwens weinig goeds laat voorspellen wat de personeelsbezetting betreft, temeer daar Roland Tack, de CVP-ondervoorzitter van de Raad van Beheer, zich weliswaar positief heeft uitgelaten over het vakbondsplan, maar dan wel mét afvloeiingen. Anderzijds was ook minister van openbare werken Beysen op het topoverleg aanwezig, wat misschien wel een oplossing voor het Gentse operagebouw in het vooruitzicht stelt.
REACTIES
In afwachting blijven de solidariteitsbetuigingen binnenstromen. Papier is echter verduldig : zo zegt ook het Ballet van Vlaaanderen b.v. zijn steun toe, terwijl anderzijds nogmaals bevestigd werd dat het hoegenaamd niet van het vakbondsplan moet weten (waarvoor een fusie BVV/OVV nochtans essentieel is). Andere reacties kwamen o.m. van de vorige directeur Alfons Van Impe. Aan onze confraters van « Het Belang van Limburg » verklaarde hij: « Geen enkele privé-onderneming zou een gastarbeider op zo’n manier aanpakken. De keuze om in- het vervolg met één koor en één orkest te werken, is uiteraard een volkomen legitieme politieke optie. Maar de statuutwijziging en de gevolgen daarvan voor de werknemers passen in het patroon van geschonden afspraken, waar ik in mijn tijd bij de OvV ook al mee te kampen had. Naar wat ik op dit ogenblik van de plannen weet, lijken de problemen nog niet van de baan. Waar wordt de nieuwe opera straks gevestigd ? Hoe wordt de gevoelige verhouding Antwerpen-Gent opgevangen ? Speelt Gent straks tweede viool ? Ook de statuutwijziging brengt vragen mee: de nieuwe vzw zal zijn sociale bijdragen zelf moeten betalen, bij de intercommunale deed de nationale regering dat. Daardoor gaan de personeelskosten nog zwaarder doorwegen op de begroting. Alles is overigens een kwestie van politieke keuzes: we kunnen ons in dit land wel 5 of 6 regeringen veroorloven, dan moeten er toch drie muziektheaters van af kunnen ? »
Via een « standpunt » in « Het Laatste Nieuws » laat ook de vorige cultuurminister Karel Poma (die eigenmachtig een grendel van 200 miljoen op het fameuze artikel 42 plaatste en zo uiteindelijk verantwoordelijk is voor de schuldenput die bij de oprichting van de VLOS op één miljard wordt geraamd) nog eens van zich horen : « De mislukking van de OvV zat in de statuten ingebakken, die waren opgemaakt in 1981 door de toenmalige CVP-SP-regering. De steden Antwerpen en Gent kregen samen een meerderheid in de raad van beheer, maar verplichtten de Vlaamse Gemeenschap (de minister van cultuur) tot het betalen van alle uitgaven (behoudens 180 miljoen subsidie van de twee steden tesamen). (…) Vier jaar lang heb ik de steden verzocht dit artikel van de statuten te wijzigen. Indien zij hierop waren ingegaan, dan had de OvV een normaal bestaan kunnen leiden, zoals de Filharmonie van Vlaanderen of het Ballet van Vlaanderen. Maar de steden hebben steeds geweigerd. Zij dragen dus een grote verantwoordelijkheid, samen met de ontwerpers van de statuten, hun Pontius Pilatus-politiek heeft de OvV gekelderd. »
De politiek van deze Romeinse tribuun heeft Poma echter zelf blijkbaar ook goed bestudeerd, want hij besluit met zelf de handen te wassen wat het enorme deficiet van de OvV betreft.
En tot slot laten we de huidige artistieke directeur Silveer van den Broeck aan het woord, waarbij we overigens vooraf willen verduidelijken dat de motie van wantrouwen die de bezetters op een bepaald moment hebben gestemd, blijkbaar berustte op wat dan heet « een toevallige meerderheid ». Men beschouwt het nu als een « accident de parcours ». Dat zal zeker het geval zijn na de reactie van van den Broeck in de « Gazet van Antwerpen », die als volgt luidde : « Wat me geweldig tegen de borst stuit, is het aan de deur zetten van mensen die bewezen hebben talent te bezitten. Het personeel moet boeten voor een wanbeleid waar het geen schuld aan heeft. Men solt al twee jaar met die mensen, die nochtans formidabele prestaties hebben geleverd. Overigens vergeet men dat met de nieuwe OVV-leiding de verliezen sterk zijn gedrukt, alhoewel er 100 voorstellingen meer werden gegeven. Volgens mij is het een utopie met één koor en orkest de twee plateaus in Gent en Antwerpen te bespelen. Financieel is het plan te zwak uitgewerkt om realiseerbaar te zijn. Ik vraag me ook af waar men dat miljard gaat halen om de mensen op straat te zetten. »
PARABEL?
We willen immers eindigen met een laatste knipsel, akkoord, het komt uit « Het Laatste Nieuws » van vorig jaar, en de ironische ondertoon moet men er dan maar bijnemen, maar toch hopen we dat het geen parabel is voor wat hier te lande staat te gebeuren. De titel van het stukje luidt « Opera Rijsel verdwijnt » en het gaat als volgt: « Het tekort van de Opera van Rijsel bereikt ongeveer honderd miljoen Belgische fr. Burgemeester Pierre Mauroy, tevens voorzitter van de raad van beheer van de opera, heeft het reddingsplan dat vermindering van personeel voorzag, niet kunnen doorvoeren. Voorts willende muzikanten de proef van kwaliteitscontrole niet afleggen. Het koor staakte. Een vertoning in samenwerking met het festival van Rijsel werd afgelast. Dit heeft de beslissing om de opera op te doeken tegen 31 augustus 1987 zeker bespoedigd. De Opera van Rijsel heeft om te werken 40 tot 50 miljoen Franse fr per jaar nodig, d.i. 260 tot 325 miljoen Belgische fr. Ter vergelijking: de Munt heeft 640 miljoen fr nodig en de cijfers voor de nieuwe Vlaamse Operastichting worden dagelijks druk besproken. In en rond Rijsel is men van mening dat alleen een opera « du Nord » voor de steden Rijsel, Roubaix en Tourcoing samen, voldoende financiële middelen kan verwerven om te bestaan. Maar toen daar sprake van was in 1985, konden de steden niet tot een akkoord komen. »
Het publiek wordt anderzijds wel voor de actie gewonnen door gratis concerten die ook dankzij het heerlijke lenteweer aan de voorbijgangers worden aangeboden. In Antwerpen stond er een klassiek programma op het menu met o.m. Jacqueline Van Quaille en Jean Segani, terwijl Gent het noodgedwongen (het operagebouw ligt er aan een drukke straat) met een populairder programma met beperkte bezetting moest stellen. Hier stalen (uiteraard) Koen Crucke en Jeannine Martony de show. Naar verluidt wordt de Ramses Shaffy-klassieker « Wij zullen doorgaan » ingestudeerd voor latere acties. Die worden ook als « harder » aangekondigd, maar hopelijk bedoelt men daarmee niet de brief die men naar koningin Fabiola wil schrijven…
VLOS WORDT FLOP
Cultuurminister Dewael heeft de knoop doorgehakt. Op een wel erg koele en eigengereide wijze heeft hij de aanslepende moeilijkheden bij de Opera voor Vlaanderen opgelost. Als gevolg van de wet-Nothomb wordt de huidige intercommunale op 5 juli e.k. ontbonden, wat door de minister handig in zijn plan verwerkt wordt. Nu kan de liberale voorman uit de Vlaamse deelregering immers zonder echt te liegen, triomfantelijk beweren dat hij werk creëert. Met de oprichting van een nieuwe vzw — de Vlaamse Operastichting, kortweg de VLOS — vervangt Dewael de opgedoekte intercommunale en zorgt meteen voor 234 arbeidsplaatsen. Dat is het personeel voor één koor, één orkest en één technisch en administratief kader voor de opera van Gent en Antwerpen.
Het cynisme van Dewael tart daarbij echt elke verbeelding. In de huidige intercommunale worden 365 personeelsleden tewerkgesteld. Een eenvoudig rekensommetje leert ons al dat het plan Dewael in plaats van tewerkstelling te creëren ervoor zorgt dat 131 mensen op de keien komen te staan. Bovendien is elk personeelslid van de Opera voor Vlaanderen vogelvrij verklaard, want de nieuwe aanwervingen zullen geschieden op basis van een proef die door een kersverse intendant (zeg maar: manager) zal worden afgenomen en waarvoor iedereen in aanmerking komt. Nochtans bestaat ongeveer 75% van het opera-personeel uit vastbenoemde mensen. Het behalen van een diploma, het slagen in een ingangsexamen, het verkrijgen van een vaste benoeming — toch drie pijlers waarop heel ons maatschappelijk bestel berust — wordt hier dus zo maar aan kant geschoven.
Bovendien kan het niet opnieuw aangeworven vastbenoemd personeel niet eens terecht bij de werkloosheidsvergoeding. De eerste vijf jaar is dat geen probleem, dan wordt driekwart van de wedde doorbetaald, maar nadien wacht deze mensen alleen het OCMW. Dit is niet alleen menselijk gesproken onvoorstelbaar, maar bovendien is het ook totaal onlogisch dat er zoveel geld kan worden uitgetrokken voor de « sociale begeleiding » van de ontslagenen, i.p.v. dit geld constructief aan te wenden om enerzijds de mensen aan het werk te houden en anderzijds te spenderen aan de opera-productie zelf, waarom het tenslotte toch allemaal te doen is.
N.V.M. OPGEDOEKT
Maar zelfs dat wordt in het plan over het hoofd gezien. Aangezien het Gentse operagebouw voor herstellingswerken dicht moet, wordt daar het operaleven gedurende twee jaar met één pennetrek geschrapt. Hier komt niks. Noppes. Om in Antwerpen het gebouw toch niet ongebruikt te laten staan, « mag » het een jaartje functioneren als receptief theater voor ballet, musical en eventueel andere operagezelschappen. Eigen producties zullen er volgend seizoen evenwel ook niet te zien zijn. Niet enkel het publiek zal dit met gemengde gevoelens onthalen, ook de twee betrokken stadsbesturen die in het nieuwe plan elk met negentig miljoen over de brug moeten komen (de Vlaamse Gemeenschap legt dan nog 280 miljoen bij zodat samen met de eigen inkomsten het budget op 500 miljoen wordt geschat), worden dus verzocht een jaar lang te betalen voor… niks. Ze krijgen immers geen opvoeringen in ruil. Bovendien moeten zij instaan voor de « overname » van 26 personeelsleden van het niet-artistieke kader. Typerend voor de koele berekening waarmee het plan werd opgesteld, zonder de minste menselijke overweging, is het feit dat Dewael openlijk toegeeft dat het hem geen donder kan schelen wat de steden met deze mensen aanvangen. Ze kunnen hen tewerkstellen in het personeelskader van de stad, maar ze mogen ook net zo goed instaan voor de « sociale begeleiding », lees: de afdanking…
Aangezien op de koop toe geen afdoende regeling werd bereikt over de financiering van de herstellingswerken van het Gentse operagebouw (er werd een investeringsfonds opgericht, waarin ook Antwerpen — zij het uiteraard met een kleiner bedrag, nl. drie miljoen tegenover Gent met tien miljoen — moet bijdragen, met de belofte dat eens de herstelling een feit zal zijn, dit fonds beide gebouwen ten goede zal komen) en evenmin over de vestiging van de maatschappelijke zetel, kon men verwachten dat de twee partners zich, in tegenstelling tot de Vlaamse Executieve die zich ’s anderendaags reeds achter het plan schaarde, tegen het plan zouden keren. Aanvankelijk zag dit er inderdaad zo naar uit, o.m. via scherpe verklaringen van de Gentse burgemeester Monsaert, maar die is ondertussen bijgedraaid. Het is dus uitkijken naar de reactie van de socialistische Antwerpse burgemeester Cools, die in een eerste reactie echter al evenmin harde taal heeft gesproken…
Het hoeft geen commentaar dat de bezettende personeelsleden van de opera hoegenaamd niet akkoord kunnen gaan met dit drastische plan, dat bovendien ook artistiek een grote gok is. Dewael steekt immers niet onder stoelen of banken dat zijn grote voorbeeld de Brusselse Muntschouwburg is, terwijl eenieder die ook maar iets van opera afweet — met Munt-directeur Gerard Mortier op kop — van de daken schreeuwt dat het speciale, regionale karakter van de Gentse en Antwerpse opera dient te worden behouden, dat men vooral de kans zou moeten geven aan jonge mensen van eigen bodem en dat precies daarom twee afzonderlijke kleinschaliger gezelschappen in Vlaanderen zeker geen overbodige luxe zouden zijn, temeer daar via reisvoorstellingen ook Limburg en West-Vlaanderen zouden kunnen worden bespeeld. Over het ambitieuze vakbondsplan (de NVM, Nieuwe Vlaamse Muziekstichting, zie rv nr. 20) wordt echter met geen woord meer gerept, ook niet door de bonden zelf. Zowel in Antwerpen als in Gent hoorden we dat dit plan wat te overhaast was ineen gestoken. Bovendien, daar het plan staat of valt met het samengaan met het Ballet van Vlaanderen en dit gezelschap dit uitdrukkelijk weigert, is er van een alternatief plan als zodanig eigenlijk geen sprake meer.
Vooral in Gent gingen er stemmen op om uiteindelijk toch het plan van dienstdoend voorzitter van de Raad van Bestuur, Roland Tack, als overgangsfase te aanvaarden. Zoals Tack ook in de televisie-uitzending « De Zevende Dag » nogmaals verklaarde, voorziet zijn plan ook wel in — hem onvermijdelijk lijkende — afvloeiingen, maar dan op een veel beperkter schaal (zestig) en via een soepele regeling (twee jaar vooropzeg). Daarnaast verschilt het niet veel van het plan Dewael, b.v. wat de beheersvorm betreft (de nieuwe intendant) en ook aanvaardt Tack (« tegen zijn persoonlijke mening in », zoals hij op de BRT verklaarde) het samenvoegen tot één koor en orkest. Alleen het investeringsfonds ziet hij op een andere manier gespijsd, o.m. met de gelden die vrijkomen door het sociaal passief.
KPB SOLIDAIR
Daarop volgde een coup de théátre toen de bonden bekend maakten dat zij in het bezit werden gesteld van een personeelslijst, die 281 personeelsleden bevat. Daar waar door de directie en ook in het herstructureringsplan Dewael steeds is voorgehouden dat de OVV 361 personeelsleden telt. Op de lijst die door de Raad van Bestuur werd overgemaakt staan bijvoorbeeld 27 gepensioneerden onder wie oud-directeur Van Impe en zelfs de naam van een overleden personeelslid. Indien men de gepensioneerden weglaat, telt de OVV officieel slechts 245 actieve werknemers. « Het probleem van het overtollige personeel is derhalve opgelost en i.p.v. van afvloeiingen kan men hopen op indienstnemingen », aldus de cynische commentaar van een bezetter.
In één moeite door hadden de bezetters ook een brief geschreven naar de juryvoorzitter van de Elisabethwedstrijd om een klein gebaar van solidariteit te vragen, maar daar werd bot gevangen.
Bleven de eminente dames en heren juryleden dus doof voor de oproep van het opera-personeel, het Vlaams Bureau van de KPB had een dergelijke oproep zelfs niet eens afgewacht om een solidariteitsbetuiging te verspreiden. We lezen daarin o.m. dat « de huidige beslissing het product is van een liberaal budgettair denkend minister, zonder enig cultureel perspectief voor het operaleven in Vlaanderen. Tot dergelijke voorstellen komt men indien men cultuur puur economisch benadert liefst ten behoeve van de fiscale voordelen voor grote financiële groepen. Dit terwijl de banken jaren aan de wurggreep van de OVV hebben verdiend, onder meer via de intresten op voorschotten, wegens het te laat uitbetalen van de overheidssubsidies. De brutaliteit waarmee Dewael het artistieke personeel behandelt, kenmerkt de koele liberale cijferaar, die in de toekomst aan vele jonge muzikaal afgestudeerden een vaste baan in ons eigen cultuurpatrimonium ontzegt.
Artiesten met een vaste benoeming, worden nu bedreigd. Na vijf jaar zullen ze uiteindelijk zonder inkomen vallen. Het is een cultuurbeleid dat de artiest terug het bedenkelijke aureool geeft van de ‘inspirerende’ armoede. Een dynamisch cultuurbeleid moet voor ons een dam opwerpen, tegen de voor de democratie nefaste nevenverschijnselen van de crisis, zoals de vervlakkende importcultuur van multinationale ‘ontspannings’fabrieken die onze cultuur degraderen tot onderschriften bij anderstalige TV-feuilletons.
»
De Vlaamse KP eist dan ook dat « de OVV zijn openbaar statuut behoudt, de tewerkstelling globaal ten volle behouden blijft en bredere ruimte geschapen wordt voor vernieuwing » en verwacht « dat de Vlaamse politici, die morgen de macht zullen hebben in de Vlaamse deelregering, dit dossier blokkeren en neen zeggen aan de degradatie van Vlaanderen tot een cultureel Bokrijk. »
In Gent voerde de plaatselijke KP-afdeling een ludieke actie tijdens de wekelijkse bloemenmarkt op zondagochtend. Op deze markt (die vlakbij het operagebouw plaatsvindt) deelde men een vrolijk ogend pamflet uit met echter een minder vrolijke boodschap. Onder de titel « Gent zingt een toontje lager » werd ook hier beklemtoond dat aan de werknemers van de Gentse opera het geld onttrokken wordt waarmee men nu al jarenlang de banken spijst : « Met de betaalde intresten alleen al zou men een gans operaseizoen kunnen bekostigen, » konden de zondagse wandelaars lezen. Ook herhaalt de Gentse KP haar oproep van enkele weken terug, toen de bezetting nog maar pas een aanvang had genomen, namelijk dat « talentvolle muzikale afgestudeerden in de toekomst steeds minder in eigen land aan de bak zullen komen, » wat uiteindelijk « een hypotheek legt op de ontwikkeling van de muzikale cultuur vanaf de kleinste muziekschool in Vlaanderen. » Tenslotte legde het pamflet ook nog een link tussen de verkrotting van het operagebouw en de verkrotte woonbuurten overal in Gent, die in schril contrast staan met « een opgekuist toeristisch commercieel stadscentrum ». Na hun geslaagde actie werden de KP-militanten door de bezetters van de opera overigens uitgenodigd voor een « drink ».
Het is duidelijk dat men alleen maar kan besluiten dan dat deze VLOS op een enorme flop zal uitdraaien. Zowel op budgettair als op artistiek vlak, maar in onze ogen vooral op menselijk vlak. De manier waarop er met het personeel wordt gesold, is wellicht uniek binnen de sociale geschiedenis en Dewael kan zich gelukkig prijzen dat deze mensen « geen strijdtraditie hebben », zoals het dan luidt in het jargon. Als men onder « harde acties » het blokkeren van een vredegerecht of van een straat verstaat, dan kan hij voorlopig nog op zijn twee oren slapen. Anderzijds is het natuurlijk ook niet zo dat men het opera-personeel zo maar de raad zou kunnen geven om hun licht te gaan opsteken bij de harde kern van de Boelwerf of van Sidmar… Iedere sector heeft immers zijn eigen specificiteiten. Wij hopen dat deze « culturele werkers » de hunne op tijd zullen vinden…
Op bezoek bij de bezetters
Als we in Antwerpen toekomen om even poolshoogte te nemen van de stand van zaken, worden we begroet door Willy Westerlinck, een fagotspeler die toevallig juist werkonbekwaam is omdat zijn pink in een verband ligt.
« Dat komt nog goed uit, » tracht ik grappig te wezen om het vrijdagochtendhumeur te verdrijven. Het blijkt echter helemaal niet grappig te zijn: de dokter heeft een verkeerde diagnose gesteld en de pink is op een slechte manier weer in elkaar aan het groeien. Het werk moet dus helemaal opnieuw worden overgedaan. « Zeker zes maanden achteruit vooraleer ik weer kan beginnen oefenen, » zucht Willy, « en mijn mondspieren beginnen nu ook al stijf te worden! »
« Kissing builds up your mouth » was destijds één van de slogans op Woodstock, maar aangezien ik blijkbaar toch de grappigste ben als de vuilbak buiten staat, doe ik er maar het zwijgen toe. Evenmin durf ik een allusie maken op het « examen » dat hij tegen die tijd dan misschien zal moeten afleggen…
« Wat wil je dan zien? » vraagt Willy, als ik te kennen geef dat het eigenlijk de fotograaf is die vandaag de hardste werker mag zijn. « De slaapzaal », antwoorden we samen als uit één mond. « Die is er niet », is het ontnuchterende antwoord, « ieder kruipt zomaar in een hoekje ».
« Ik begin te begrijpen waarom men die bezetting zo lang volhoudt », mompel ik vanuit mijn mondhoek tegen Jo (Clauwaert, de fotograaf, RDS), maar Willy heeft het gehoord. « Oh nee! » lacht hij, « Het bezettingscomité kijkt nauwlettend toe op het zedelijke peil ». Later zal hij ons ook nog het kleermakersatelier tonen om te laten zien hoe netjes alles nog opgekuist is. Ook hier kuisheid boven alles dus.
Ondertussen zijn we bij de nachtploeg gekomen die met het aloude dobbelspel de verveling tracht te verdrijven. « De Nerveuze Nerviërs » heet het stripverhaal van die andere Antwerpenaar waarin deze bezigheid een grote rol speelt en blijkbaar hebben deze Sinjoren nog altijd het bloed van hun voorvaderen in de aderen, want eens we het pijnlijke onderwerp van de massale afdanking aanraken, komt inderdaad een verbeten nervositeit aan de oppervlakte. Zoals het ook bij een voorstelling meestal het geval is, gaat de aandacht van de publieke opinie immers vooral naar de zangers en het orkest, maar wat met de mannen achter de schermen ? Moeten die ook een examen afleggen b.v. ?
« Examen? » spot er één. « Zien wie de grootste gatlikker is, ja, of wie de langste politieke arm heeft! » Hun « armen » blijken helaas nogal kort te zijn: ze zijn niet vastbenoemd, het ziet er dus slecht uit. Toch zijn zij de meest verbeten bezetters die we hebben ontmoet. Als er ooit een slapte zou optreden (wat nu zeker nog niet het geval is), zullen zij het vuur wel weer aanwakkeren.
Een koorlid en een altviolist komen erbij en nu wordt de discussie opnieuw opengetrokken naar het meer artistieke vlak. En alweer eens blijkt hoe weinig de buitenwereld afweet van wat een opera-orkest zo allemaal doet. Wist u b.v. dat het Antwerpse orkest de studenten van de conservatorium begeleidt bij hun examen en, meer nog, dat het Gentse orkest op dit moment eigenlijk de Brusselse (!) studenten zou begeleiden_ als het geen staking zou zijn natuurlijk.
Uiteraard komen ook de fameuze « audities » ter sprake en hoe jongeren daardoor bevoordeeld zijn tegenover de ouderen, die niet meer zo opgewassen zijn tegen de speciale « examensfeer ». Maar tevens blijkt ook dat het métier van deze ouderen ruimschoots opweegt tegen het jeugdige enthousiasme. Meer zelfs, het spelen in een orkest vergt een heel speciale instelling, waar men moet naartoe groeien. « Met alleen maar jongeren zal het zeker niet gaan », is de conclusie.
Tot slot spreken we ook over de benaming « plan Dewael ». Ik opper: is dat eigenlijk wel zo? Is het eigenlijk geen « plan Huys ? » (naar de directeur van het Gentse muziekconservatorium, tevens raadsman van minister Dewael). Iedereen is ervan overtuigd dat Huys, die nooit een voet heeft gezet in de O.V.V., maar wel steeds bereid was hem te kleineren door naar de Munt te verwijzen, er voor iets tussenzit, maar meer nog denkt men aan koele cijferaars, amuzikale berekenaars die zelfs geen viool zouden herkennen als men ze op hun hoofd stuk sloeg.
Een uurtje later zetten we deze discussie verder in het foyer van de Gentse opera. Het is ondertussen etenstijd en voor een zestal bezetters wordt een krentenbrood aangesneden. Ik krijg ook een plak aangereikt door de heer Van Quickelberghe die zelfs tijdens de bezetting zijn rol van duivel doet-al voorde pers uitstekend blijft vervullen. « De boter moet je er maar bij denken », voegt hij er wel cynisch aan toe.
De karige maaltijd brengt ons tot de vraag of alles nog wel o.k. is met de bevoorrading en zo, maar dat blijkt gelukkig nog dik in orde. Vorige keer schreven we dat solidariteitsbetuigingen vaak slechts vodjes papier zijn en we verwezen daarbij naar die van het Ballet van Vlaanderen, maar andere verenigingen vertalen hun solidariteit soms ook in klinkende munt. En meteen worden we getrakteerd op een pintje dat dankzij de royale steun van ACOD-onderwijs is aangeschaft.
Zoals gezegd, gaat ook hier de discussie vooral over Johan Huys en zijn vergelijking met de Munt. Niemand betwist uiteraard de capaciteiten van deze instelling, maar als ik stel dat de fouten van de O.V.V. altijd dik in de verf gezet zijn en die van de Munt zoveel mogelijk weggemoffeld en als voorbeeld o.a. « De Morgen » geef die, nu er sociale beroering is, krokodillentranen plengt, maar altijd vooraan in de rij stond om O.V.V.-producties af te breken, haal ik een onvermoed succes.
Gelanceerd vertel ik het verhaal van hoe tijdens de halve finales van de Elisabeth-wedstrijd Sylvain Cambreling de aria “Durch die Wälder” uit Webers “Freischütz” moest doen herbeginnen omdat de twee helften van het orkest van een verschillende partituur speelden, valt plotseling een orkestlid, dat tot nu toe stilzwijgend had zitten luisteren, uit: « Heb je dat ook gezien ? Wel, en wie heeft erover geschreven in de krant ? Niemand! Ze durven niet. Maar als wij het waren geweest, dan… ! »
’s Avonds kijk ik het voor alle zekerheid nog eens na en het is waar: er wordt nergens met een woord over gerept. Het was nochtans een opvallend incident, temeer daar de Russische kandidaat (Alexander Naumenko) een slechte beurt maakte, wat o.a. daaraan toch kan te wijten zijn. Hiermee wil ik natuurlijk geen steen werpen naar het Muntorkest. Integendeel, ik sluit me volledig aan bij de lof die voorzitter Traey Cambreling en zijn manschappen toezwaaide voor de haast onmenselijke taak die ze deze week hebben volbracht. Wie dat niet zo op zicht zou beseffen, kunnen we misschien naar bassist Aerts verwijzen die aan Fred Brouwers uitlegde in welke bijna primitieve omstandigheden er diende te worden gewerkt. Neen, eigenlijk niets dan lof dus voor het Muntorkest, maar niemand zal kunnen ontkennen dat er hier geen twee maten en twee gewichten worden gehanteerd.
Over deze waarheid als een koe zijn we daarna gaan mediteren bij een brochette in de « Butterfly », mijn stamcafé bij operavoorstellingen. « ’t Zal hier ook kalm zijn, als de opera dicht is », zeg ik tegen Erik en Mathieu achter de toog. Ze knikken zorgelijk. Dan pas realiseer ik mij dat ik het nu een jaar zonder opera zal moeten stellen. En misschien meer. Sommige doemdenkers zien het Gentse operagebouw zelfs al voor goed dicht. Ik slik. Was ik nu maar zo één van die « taartjesmadammekes » waarover men het zo graag heeft, dan kon ik rustig mijn tranen in mijn soep laten vloeien. Maar dat kan een rv-journalist natuurlijk niet doen. « Geef er ons nog ene », zeg ik dan maar…
IMG_0001Vorige week donderdag demonstreerde het personeel van de Opera voor Vlaanderen in de straten van Brussel. De sfeer was nogal ontspannen omdat er op de valreep uiteindelijk toch een overeenkomst was bereikt tussen de bezetters en de vakbonden enerzijds en de raad van bestuur anderzijds over het zogenaamde plan Tack (met als voornaamste eis: geen afdankingen gedurende twee jaar). Bovendien toonde Dewael zich voor het eerst bereid met de bonden aan tafel te willen gaan zitten. Toch was dit voor het personeel niet voldoende om de bezetting op te heffen, ondanks het feit dat de christelijke vakbondsleiding hiervoor had gepleit (men mag niet vergeten dat Tack CVP’er is en de vorige overeenkomst reeds gestruikeld was over zijn vraag om alvast het Gentse operagebouw te ontruimen zodat de herstellingswerken konden beginnen). Precies dit operagebouw bleek dan echter al vlug een nieuwe struikelsteen, want burgemeester Monsaert liet weten dat Gent niet van plan was 90 miljoen te betalen en géén opvoeringen in ruil te krijgen. Dan moest minister Dewael maar naar een alternatief plateau uitkijken, vond hij. Daarop werd deze heel boos en stuurde een ultimatum naar het Gentse stadsbestuur waarop hij een antwoord wou voor dinsdagmiddag. Uit zijn reactie bleek overigens dat Dewael uiteindelijk het plan Tack toch niet zou aanvaarden, want met het vrijgekomen geld wou hij de herstellingen o.m. financieren. Wat Tack in de gemeenteraad deed uitroepen: « We gaan toch geen stenen met mensen betalen, zeker ». Kortom bij het ter perse gaan is de verwarring compleet. Dinsdagnamiddag komen zowel de bezetters als de vakbonden als de Gentse gemeenteraad opnieuw samen zodat u allicht al meer weet wanneer u deze Rode Vaan in handen krijgt. Wijzen wij er nog op dat het federaal congres van de KP-Antwerpen in een open brief nogmaals opkomt voor het behoud van het openbaar statuut voor de opera en voor de integrale tewerkstelling, dat er ook sprake is van een conflict met de BRT in de persoon van Marc Clémeur die als mogelijk « intendant » tijdens de Elisabethwedstrijd een interview over de operaproblematiek zou hebben verhinderd en tenslotte dat mensen die nog over tickets voor « Don Giovanni » beschikken of een gedeelte van hun abonnement wensen terugbetaald te zien, gewoon het einde van de bezetting dienen af te wachten om zich dan te wenden tot de directie.
OVV: het is gedaan
Het personeel van de Opera Voor Vlaanderen heeft vorige week uiteindelijk toch het plan Dewael voor een oprichting van een nieuwe vzw, de VLOS (Vlaamse Operastichting), goedgekeurd, nadat de vakbonden een sociaal gunstige regeling hadden ontworpen voor het personeel dat niet door de nieuwe stichting zal worden overgenomen. De overeenkomst is vrij ingewikkeld (bijna per individueel geval), maar komt in grote lijnen neer op het feit dat vastbenoemden ouder dan 50 jaar tot hun 60ste « ter beschikking worden gesteld » met behoud van 85% van hun wedde. Daarna moeten ze op pensioen maar wel met een uitkering alsof ze al 65 waren. Voor de contractuelen van dezelfde leeftijd die slechts door een benoemingsstop van de Executieve met een bediendencontract moesten werken, geldt dezelfde regeling. Voor alle andere contractuelen (ook die jonger dan 50) geldt de wettelijke vooropzeg. De vastbenoemden die jonger zijn dan 50 kunnen nog twee jaar bij de oude OVV blijven werken in « alternatieve activiteiten » en daarna kunnen ze nog vijf jaar van een afvloei-regeling genieten. Aangezien hiermee de voornaamste eisen van de vakbonden werden ingewilligd, werd de bezetting van de operagebouwen in Gent en Antwerpen opgeheven. De beide steden hebben ondertussen ook reeds het akkoord ondertekend, zij het met het dringende verzoek om ook voor het seizoen 88-89 een (zij het wellicht noodgedwongen beknopt) programma te voorzien. Wanneer u deze Rode Vaan in handen krijgt, zal ook reeds de nieuwe intendant voor de VLOS benoemd zijn. Na Marc Clemeur wordt nu ook de naam van BRT-medewerker Frans van den Broeck vernoemd.
Gerard Mortier intendant VLOS
Nadat cultuurminister Dewael vorige week reeds de vakbonden had kunnen paaien voor zijn nieuwe operaplan, pakte hij kort daarna met een tweede verrassing van belang uit. Niemand minder dan Munt-directeur Gerard Mortier werd immers aangezocht om voor drie jaar als intendant voor de VLOS (Vlaamse Operastichting) op te treden. Na een korte aarzeling heeft Mortier aanvaard, nadat hij de verzekering had gekregen dat hij in zijn taak zou worden bijgestaan door een artistiek directeur, een financieel-administratief verantwoordelijke en een dramaturg, zodat zijn werk bij de Munt niet in het gedrang zou komen. Hiervoor heeft hij trouwens ook een onderhoud gevraagd met de bevoegde minister Tobback die juist uit vrees voor een « verwaarlozing » van de Munt zich in eerste instantie tegen de benoeming heeft verzet.
Nadat het OVV-personeel oorspronkelijk de bezetting van het Gentse en het Antwerpse operagebouw had opgegeven omdat Dewael beloofd had toch zoveel mogelijk uit het bestaande gezelschap te recruteren en het zo gevreesde « ingangsexamen » te schrappen, is er nu opnieuw enige paniek ontstaan, want Mortier heeft zijn ontevredenheid over de kwaliteit nooit onder stoelen of banken gestoken. Op een eerste persconferentie heeft hij echter reeds gas teruggenomen en beloofd zich aan het akkoord te houden. Positief is uiteraard wel dat er nu geen gevaar bestaat dat men van de VLOS een kopie van de Munt zou willen maken, Mortier is immers wel zo verstandig zichzelf niet te beconcurreren. Hij heeft er dan ook terecht reeds de nadruk op gelegd vooral jong Vlaams talent een kans te willen geven. Ook wenst Mortier de continuïteit in Antwerpen en Gent te waarborgen. In deze laatste stad zal tijdens de verbouwing naar andere schouwburgen, zelfs ’t Kuipke, worden uitgekeken.
GENTSE ORATORIUM VERENIGING VIERT FEEST
20 chateau migraineOnlangs vierde de Gentse Oratorium Vereniging feest in de Gentse opera. Ze deed dat, zoals het voor een dergelijke vereniging past, met de uitvoering van het oratorium « Die Jahreszeiten » van Joseph Haydn.
Uiteraard komen wij zo dadelijk terug op de veertigjarige geschiedenis van de feestelingen, maar eerst moeten wij toch iets vertellen over het orkest dat deze viering begeleidde. Dat stond namelijk aangekondigd als « Het Symfonisch Orkest van Gent ». Het zal u ongetwijfeld als nieuws in de oren klinken dat de stad Gent nu plotseling over een symfonieorkest blijkt te beschikken. Bij nader toezien bleek dit dan ook niet zo te zijn. Onder deze veelbelovende benaming ging « gewoon » het vroegere orkest van de O.V.V. schuil, dat door de vereffenaars was « opgeëist » (zoals een muzikant-vakbondsmilitant het uitdrukte) om deze viering luister bij te zetten.
In het licht van een ongemeen scherp debat, enkele weken geleden in het operagebouw zelf, waarbij Gerard Mortier nogal uithaalde naar de kwaliteit van dit orkest (een voorkeursbehandeling bij de « audities » — zoals dat werd overeengekomen — zint hem niet echt, hij vindt dat de vakbonden zich beter zouden bezig houden met de sociale begeleiding van muzikanten die om diverse redenen — gebrek aan bijscholing, leeftijd, gezondheid, levenswandel — eigenlijk niet meer geschikt zijn om heropgenomen te worden in het VLOS-orkest), waren de oren van alle luisteraars uiteraard uitermate gespitst. En daarom vinden wij het des te spijtiger dat een aantal confraters in deze toch wel bijzondere contekst speciaal hun pen scherpen om van leer te trekken tegen de kwaliteit van de uitvoering van de (overigens voor zijn normen niet zo schitterende) muziek van Joseph Haydn.
Laten wij het dan al niet hebben over (het gebrek aan) motivatie bij muzikanten die in dergelijke omstandigheden moeten werken. Beroepsernst verplicht hen immers zich steeds opnieuw tot het uiterste in te zetten. De muzikant is de gehoorzame dienaar van de componist, zoveel is duidelijk, daarover mag geen misverstand ontstaan. Veeleer zijn er twee andere, niet onbelangrijke elementen die in rekening dienen te worden gebracht. Eerst en vooral : de leegloop is begonnen. Begrijpelijk natuurlijk. De onzekerheid duurt nu reeds lang genoeg. Wie elders aan de slag kan, die is er al vandoor (zowel in het binnenland, het BRT-orkest met name, als in het buitenland). Het spreekt vanzelf dat de meest waardevolle elementen het eerst voor een transfer in aanmerking komen, al heeft het natuurlijk ook te maken met de aanbiedingen die per instrument kunnen verschillen. Zo is de uitstekende klarinettist Eddy Van Oosthuyzen verdwenen, maar zijn evenknie op de hobo, Ivan Dudal, is er nog wel bij (*). Maar niet alleen dat, de vervangers zijn uiteraard nog niet zo ingespeeld en vooral bij de derde violen, waar wij toevallig vlak tegenover zaten (**), gaf dit nogal eens aanleiding tot verschillen in aanzet e.d.
Dan maar over naar de feestvierende Gentse Oratorium Vereniging. Die hadden eigenlijk twee redenen om te feesten: enerzijds uiteraard het ronde getal, maar tegelijk was er ook vreugde omdat het koor uit — wat dan heet — « een diep dal » was geklommen. Volgens de eigen persinformatie was de laatste jaren de kwaliteit fel gedaald, wat zijn weerslag had op het enthousiasme bij de leden en op het ledenbestand zelf. Vergrijzing bedreigde het koor.
In een eerste fase werd naar een vernieuwd (en uiteraard verjongd) bestuur uitgekeken. Zij waren het die beroepsdirigent Jo Ivens uit Hulst lieten overkomen. Daarnaast werd er met succes een jongerenpolitiek gevoerd (ongetwijfeld in de hand gewerkt door de klassieke revival bij de jongeren, waarin de « verafschuwde » Gerard Mortier dan toch maar de hand had), zodanig dat op dit moment één derde van de leden tot « de jongeren » wordt gerekend (in die middens is dat: jonger dan 40 jaar, wat ondergetekende uiteraard vleiend in de oren klinkt).
Een tweede reden is de dirigent. Jo Ivens is de vaste dirigent van het Oratorium-koor en als dusdanig was het begrijpelijk dat zijn aandacht voornamelijk daar naartoe ging (ons inziens was dat trouwens soms nodig), maar dat maakte dat orkest en solisten eerder op zichzelf waren aangewezen. Deze laatsten zongen dan ook voor een groot deel op routine, vooral Zeger Vandersteene, van wie wij toch iets meer hadden verwacht, terwijl ook de mooie sopraan Isabelle Kabatu naar het einde toe iets minder geconcentreerd was, dit in tegenstelling tot de sonore bas Werner Lechte die al die tijd op hetzelfde imponerende niveau bleef. Het orkest daarentegen kon, juist wegens al het voorafgaande, niet op routine terugvallen (hoe zou het nu b.v. met repetities zitten ?) en was daarom een gemakkelijke prooi voor kwaadwillige « miereneukers » (ja, dit woord zal nog wel een tijdje meegaan).

(*) Lang zou het niet duren of Ivan Dudal zou het voorbeeld van Eddy volgen, zij het dat hij naar het Muntorkest verkaste, terwijl Eddy bij het BRT-orkest terecht kon.
(**) “De derde violen”? Waar heb ik dàt gehaald? Wat bedoelde ik daarmee? De altviolen? Of toch maar gewoon de twééde violen?

Referenties
Ronny De Schepper, De O.V.V. is dood, leve de N.V.M.? De Rode Vaan nr.20 van 1988
Ronny De Schepper, O.V.V.: wij zullen doorgaan, De Rode Vaan nr.21 van 1988
Ronny De Schepper, VLOS wordt flop, De Rode Vaan nr.23 van 1988
Ronny De Schepper, Demonstratie door het personeel van de O.V.v., De Rode Vaan nr.24 van 1988
Ronny De Schepper, O.V.V.: het is gedaan, De Rode Vaan nr.27 van 1988
Ronny De Schepper, Gerard Mortier intendant VLOS, De Rode Vaan nr.28 van 1988
Ronny De Schepper, Het opgeëiste orkest, De Rode Vaan nr.49 van 1988
Ronny De Schepper, Jaaroverzicht, in De Rode Vaan nr.52 van 1988

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.