Op 5 juli 1968, morgen precies vijftig jaar geleden, werd voor het eerst in de Tourgeschiedenis een renner uitgesloten na een positieve dopingcontrole. De twijfelachtige eer komt toe aan een halve Belg, José Samyn (foto).

Het was wel degelijk de eerste uitsluiting, met andere woorden er waren wel al andere incidenten (*) geweest, die aanleiding gaven tot controles. Over het algemeen wordt echter aanvaard dat men het dopingprobleem pas serieus is gaan aanpakken na de dood van Tom Simpson, maar het begon al midden jaren zestig wat uit de hand te lopen met dingen zoals schuim op de mond (**) of niet merken dat de wedstrijd gedaan was (***). Zelfs vroeger nog, in het Belang van Limburg van 20 juni 1961 kon men al lezen: “De Italiaanse wielrenner Bruno Busso (30) is zondagnacht in het ziekenhuis van Chivasso (nabij Turijn) overleden nadat hij er zondagnamiddag was opgenomen ten gevolge van een inzinking die hij doormaakte in de Ronde van Piemont. De juiste oorzaak van het overlijden werd door de dokters niet opgegeven. Het zou wellicht niemand verwonderen moesten wij hier andermaal te doen hebben met een geval van opwekkende middelen, dat faliekant is uitgevallen.”
Datzelfde jaar was er nog een geval. De laatste rit van de Ronde van Duitsland, Trier-Köln (217 km) werd gewonnen door Martin Vangeneugden in een incidentrijke spurt. Alessandro Fantini, eerder al winnaar van de 4de rit, kwam zwaar ten val en werd in zorgwekkende toestand naar het ziekenhuis afgevoerd. Alessandro Fantini bleek een schedelbreuk opgelopen te hebben na een val veroorzaakt door een hersenbloeding die hij kreeg tijdens de spurt. De chirurgen konden hem echter niet opereren om reden van de hoge concentratie aan amfetamines die in zijn bloed aanwezig waren. Een dag later overleed Alessandro Fantini, 29 jaar oud.
De volksgezondheid was alleszins de aanleiding voor controles in België. Die gebeurden namelijk door het gerecht in het kader van volksgezondheid. Waarna de UCI dat in 1966 overnam, met eerst deklasseringen en later zelfs schorsingen. Ik meen mij te herinneren dat na het WK de eersten, Altig, Anquetil, Poulidor, Motta, Stablinski, geschorst werden, en toen ze toch aan de start van Paris-Luxembourg kwamen, ze niet meer mochten starten in de 2de rit. Maar er werd nadien niet meer op teruggekomen, ze werden zelfs niet uit de uitslag geschrapt. En een en ander liep trouwens niet van een leien dakje. Met name Jacques Anquetil leidde een stakingsactie ertegen in de Tour van 1966. Verder waren er in 1966 ook elders dopingcontroles, met positieve gevallen en weigeringen (o.m. LBL), maar nadien werd over alles vlotjes de spons geveegd.
Voorheen waren er dus al in België (zeker 1965, misschien nog niet in 1964) dopingcontroles geweest door het gerecht, met soms hilarische verhalen (die al dan niet echt waren) daarrond in de pers. Zo het verhaal van de renner die vroeg om zijn banaan (met daarin een dopingpil) in de rijkswachtcombi te mogen opeten en Rentmeester die zwanger was (een verhaal dat achteraf puur verzinsel zou blijken). Veel van die verhalen stonden in Vlaanderen in Zondagnieuws (een tijdschrift uit een grijs verleden, begonnen als de zondagskrant van HLN) en vooral Kwik, die zelf de mosterd gingen halen bij een aantal Franse sensatieblaadjes. Dopingonderzoeken met bestraffing zijn inderdaad pas serieus vanaf 1967 begonnen, met ook Jos van der Vleuten op weg WK, Freddy Ruegg bij de stayers en een pakket zware bestraffingen voor de rechtbank in België (o.a. Willy Van Neste). Jacques Anquetils werelduurrecord (47,493km/uur op 27-9-1967) werd niet erkend nadat hij de dopingcontrole weigerde en weigeren stond gelijk aan positief zijn. Bij mijn weten werd er echter geen schorsing aan gekoppeld. Er werd immers zeker niet altijd geschorst, dat is denk ik pas van de laatste twintig jaar. De straf in een etappekoers was vaak terugzetting in de rituitslag en 10 minuten tijdstraf. Geen schorsing. In de uitslag van ééndagswedstrijden werd je gewoon geschrapt. Die plaats werd niet opgevuld tenzij in de top drie.
José Samyn zelf werd in 1946 geboren in de Franse grensgemeente Quiévrechain, maar had tot 1964 de Belgische nationaliteit, waarna hij zich liet naturaliseren tot Fransman. Samyn maakte in de Ronde van ’68 deel uit van de Franse A-ploeg, samen met onder meer Roger Pingeon, Raymond Poulidor en Jean Stablinski. Hij werd betrapt op het gebruik van corydrane (amfetamine), uitgesloten en een maand geschorst. Samyn reageerde onthutst en overwoog zelfs even te stoppen met koersen maar hervatte dan toch. Helaas werd hem sowieso geen lange carrière gegund. Hij verongelukte op 28 augustus 1969 bij een zware val in de kermiskoers van Zingem. Hij botste er tegen een verkoper van programmaboekjes. José Samyn overleed op 30/08/1969 in het UZ Gent, twee dagen na zijn val. Hij was amper 25 jaar oud. Jaarlijks wordt in zijn geboortestreek – weliswaar aan de Belgische kant van de grens – nog Le Samyn gereden als profkoers van eerste categorie. Vanaf 1970 werd de GP van Fayt-le-Franc immers opgedragen aan de overleden coureur.

(Met dank aan Patfey, Jan De Smet en Het Nieuwsblad)

(*) B.v. de bijna dood ervaring van Jean Malléjac op de Mont Ventoux in de Tour van 1955.
(**) Al moet men een beetje opletten met dergelijke uitspraken. Ook later, in “cleane” Tours zag men vaak renners (b.v. in tijdritten) met schuim op de mond over de meet komen.
(***) B.v. Tuur Decabooter in 1961 in Harelbeke-Antwerpen-Harelbeke (nu E3-prijs).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.