Zoals ik elders al eens heb verteld, heb ik mijn koersfiets in Brussel gekocht, een Motobecane, in de Lemonnierlaan, waar toen ook de redactie van De Rode Vaan was gevestigd en de handelaar was net zoals wij een trouwe bezoeker van café Au Coup d’Eclat. Hij gaf daar zo vaak tournées générales dat ik me wel verplicht voelde om mijn fiets bij hem te kopen. Maar voor het dagelijkse onderhoud was dat natuurlijk geen goede beslissing. Daarom werd Walter Godefroot (toen nog gevestigd naast de spoorweg aan het Gentse Sint-Pietersstation) mijn fietsenhandelaar.

21 walter godefrootWielerliefhebbers zullen nu wel zeggen: zijn vrouw zeker!, want Walter was in die tijd sportbestuurder en dus vaak van huis. Maar voor één keer speelde het Toeval eens in mijn voordeel en ik heb Walter wel degelijk vaak ontmoet in zijn winkel.
Zo heeft hij me ook de fietsen voor mijn kinderen verkocht, waarbij ik vooral uiterst tevreden was over die van de kleinste. Voor amper 5.000 fr. mocht ik immers een state of the art renfietsje hebben dat volgens Walter nog aan Axel Merckx had toebehoord. Aangezien het fietsje herspoten was met daarop de naam van Walter zelf hechtte ik eerlijk gezegd geen geloof aan het verhaal, tot ik Eddy Merckx ging interviewen en die mij wist te vertellen dat het wel degelijk wààr was. En toen we enige tijd later een ritje maakten met die fietsen en verloren reden in de omgeving van Drongen, wie zette er ons toen vanuit zijn woning weer op het rechte pad? Inderdaad, alweer Walter Godefroot. En dan denk ik overigens nog niet eens dat Walter op dat moment wist dat ik hem nog ooit had geïnterviewd voor De Rode Vaan. Dat was immers in 1983 aan de telefoon voor onze wekelijkse rubriek “Aan het lijntje”. Dat was toen ook in volle Ronde van Frankrijk en ik begon dan ook met: 17 walter godefroot“Als u dit nummer in handen krijgt, is de Ronde van Frankrijk reeds een week op weg en hebben de Hel van het Noorden en enkele tijdritten misschien reeds voor bepaalde beslissende wendingen gezorgd. Wijzelf spraken echter met Walter Godefroot (winnaar op punten in 1970, nu fietsenhandelaar in Gent) vlak voor de start. Of er aan zijn prognoses iets dient gewijzigd kan je op televisie zien op 13 juli in het programma « Met Mike (Verdrengh) in zee », maar zo te zien zit er veel waarheid in Walters voorspellingen…
— Geen Hinault, Walter, dus vele kanshebbers ?
W.G.
: Ja, iedereen en niemand kan nu winnen natuurlijk (lacht). Maar mijn grootste favoriet is toch Phil Anderson. En dan ook wel Johan van der Velde.
— De namen die u laat vallen behoren alle tot de jonge generatie, terwijl er uit andere hoeken meer « gevestigde » favorieten naar voren worden geschoven, namelijk Van Impe, Zoetemelk en Kuiper. U staat daar sceptisch tegenover ?
W.G.
: Die hebben zeker niet afgedaan en er vallen trouwens nog namen te noemen zoals die van de Zwitser Breu die zeker de beste klimmer is of een aantal Spanjaarden. Van de drie genoemden is Zoetemelk de grootste kandidaat. Ik hoop natuurlijk dat Lucien Van Impe mij verrast, maar ik denk dat hij op zijn leeftijd net « iets » mankeert om een echte winnaar te kunnen worden. Kuiper daarentegen komt volgens mij helemaal niet in aanmerking voor de eindoverwinning.
— De merkwaardigste figuur bij de trits kanshebbers vind ik Sean Kelly. Van spurter tot mogelijk winnaar. Faut le faire !
W.G.
: De vraag is uiteraard : hoe zal Kelly uit het hooggebergte komen ? In Parijs-Nice en de Ronde van Zwitserland kan hij dat aan, maar in de Ronde dient er met een 23 of een 24 twee of drie cols na elkaar beklommen. En we hebben reeds vaker gezien dat er renners zijn die het in Zwitserland konden, maar in de Ronde niet meer. Eigenlijk weet niemand hoe sterk Kelly is, maar als men in het verleden kijkt zou ik durven zeggen dat hij zeker zo sterk is als Jan Janssen en die heeft ook de Tour gewonnen, hé !
65 walter godefroot— Er wordt inderdaad vaak naar die spannende Ronde van 1968 met Janssen-Van Springel-Bracke verwezen en dat belooft. Te meer daar er nu ook voor het eerst amateurs meerijden. Colombianen om precies te zijn. Hoe staat u daar tegenover ?
W.G.
: Voor de wielersport is het zeker interessant. Jammer dat de Oost-Europeanen weggebleven zijn. Levitan spreekt altijd van « mondialisering » en daardoor was het zeker noodzakelijk geweest dat de Russen en Oost-Duitsers met hun beste renners waren afgezakt. Toch kunnen die Colombianen, afgaande op hun prestaties in de Ronde van de Toekomst, voor de verrassing zorgen. Maar dan enkel in het hooggebergte. Op het vlakke zijn ze zeer begrensd. Ik zou zelfs verbaasd zijn indien ze niet vóór de bergen reeds tegen een zekere achterstand opkijken.
— Voor de Belgen zit er niks anders op dat ritten kapen ? Vanderaerden ?
W.G.
: Verrassend dat hij meedoet, zeker, maar het is een talent. Ik had hem zelf in de ploeg gewild als Capri-Sonne ermee doorgegaan was, dus ik heb zeker vertrouwen in hem. Maar natuurlijk een eerste Ronde… In de finale is dat een ware heksenketel, dus dat vergt wel enige aanpassing. Anderzijds zijn er niet veel rassprinters meer, zodat het er wel inzit dat hij een paar ritten wint.
— Tot slot : volgend jaar opnieuw Walter Godefroot in de Ronde ?
W.G.
: Zeker niet ! Dit jaar zat er wel een kans in. Net zoals Luis Ocana de Colombianen begeleidt, had Levitan mij aangezocht om de Russen, de Polen, of de Oost-Duitsers op te vangen. De voertaal is daar immers Duits en dankzij mijn twee jaar bij een Duitse firma trek ik toch zeker mijn plan in die taal. En ik moet zeggen dat ik daarin wel geïnteresseerd was. Maar bij de beroepsrenners zie ik het echter niet meer zitten !
— Als men evenwel volgend jaar dat aanbod zou herhalen dan misschien toch… ?
W.G.
: ’t Zou een belevenis zijn, hé.”
Ik eindigde dan ook met de opmerking: “Heeft iedereen dit goed gelezen « ginderachter » ? Dan danken wij u.” Maar een directe reactie is er destijds niet gekomen vanuit die hoek, men kan echter in zekere zin wel zeggen dat hij dit tien jaar later waarmaakte, toen hij de Duitse ploeg Telekom onder zijn hoede kreeg. Tussendoor had hij wel ervaring opgedaan als ploegleider bij het Kempische IJsboerke, waarvoor hij zelf nog als renner had gereden…
16 walter godefrootW.G.:IJsboerke was een typisch Belgisch merk uit de Kempen van de selfmade man Staf Janssens dat ijs aan huis leverde. Dat wekte sympathie. Staf Janssens was een echte wielerliefhebber. De ploeg was als zijn lief. Hij stak er sloten geld in. Als je als renner iets moest bespreken, kon dat rechtstreeks met hem in de fabriek. Stafs broer Jos was de eerste sportdirecteur en een grote fan van mij. Zonder IJsboerke was ik wellicht nooit ploegleider geworden, want ik was nogal eigenzinnig. Maar toen ik tegenover Jos mijn hele waslijst voorwaarden opgesomd had, zei hij gewoon: ‘Goed, je kunt maandag beginnen.’
Het eerste truitje was rood-wit, maar het meest legendarische was geel met blauwe mouwtjes. Dat was een probleem in de Tour. De ploeg moest een nieuw truitje ontwerpen met dikke blauwe en gele strepen. Dat is nu een collector’s item. IJsboerke was de eerste goed gestructureerde Belgische ploeg naar Italiaans model. Qua kleding, materiaal en wagenpark waren we het neusje van de zalm. We waren internationaal een van de eerste ploegen met een rennersbus (*). In één seizoen wonnen we honderd koersen, weliswaar heel wat kermiskoersen, maar in 1978 won ikzelf bijvoorbeeld mijn tweede Ronde van Vlaanderen in het truitje van IJsboerke. In 1979 en 1980 werden nog onder meer zes Touretappes en de groene trui (Rudy Pevenage) gewonnen.

Referenties
Jan Draad, Walter Godefroot aan het lijntje, De Rode Vaan nr.28 van 1983
Michaël Van Damme, IJsboerke keert terug in het peloton, Het Nieuwsblad, 4 december 2013
De foto in Peugeot-trui is van Erik Westerlinck

(*) Volgens de Nederlandse documentaire “Hoe een bordeel de Tour binnenrijdt” was de allereerste rennersbus die van het amateursteam van Sauna Diana, een bordeel dat sinds midden jaren zeventig werd gerund door Corrie en Frans Siemons in Zundert (maar José De Cauwer spreekt dat tegen: volgens hem was het Daf Trucks om voor de hand liggende redenen). Hun zonen Jan, Marc en Ruud waren op dat moment lid van de Zundertse wielervereniging. Vóór en na hun wedstrijden moesten zij zich op straat omkleden, achterin de auto of bij mensen aanbellen en vragen of ze mogen douchen. Corrie en Frans vonden dat het ook anders kan en kochten een Engelse dubbeldekker om deze om te bouwen tot een bus waarin kon worden gewassen en gekookt. De equipe van Sauna Diana baart ook sportief opzien: ze rijden een internationaal programma (o.a. in de DDR) en brengen profrenners voort, waarvan Eddy Bouwmans – later winnaar van de witte trui van beste jongere in de Tour – de bekendste is. De oude dubbeldekker wordt opgevolgd door een luxueuzer en moderner exemplaar dat vaak wordt ingehuurd door profteams, zoals dat van GB-MG (met Mario Cipollini en Johan Museeuw) of TVM (met Phil Anderson, Steven Rooks, Gert-Jan Theunisse en niet te vergeten: de broertjes Siemons zelf). Pas in een later stadium gingen deze ploeg over tot de aanschaf van een eigen bus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.