Vandaag is het vijftig jaar geleden dat Tony Hancock, volgens Humo “de grondlegger van het sitcomgenre“, is overleden. Nu heb ik het met specialist Geert Stadeus wel vaker over dit genre gehad (het resultaat van dat mailverkeer vind je hieronder) en die naam was nog nooit gevallen. Daarom ben ik op het internet een en ander gaan opzoeken. En, jawel, Hancock mag misschien wel “de grondlegger van het sitcomgenre” worden genoemd (*), maar dan toch enkel omdat (1) hij louter in tijd voorafgaat aan de series die hieronder worden vermeld (hij dateert nog uit de tijd dat comedy live werd uitgezonden) en (2) het “dankzij” zijn breuk met zijn schrijvers Ray Galton en Alan Simpson is dat deze dan aan “Steptoe and son” zijn beginnen schrijven, wat toch een voorloper kan worden genoemd van “Till Death Us Do Part” (vind ik, maar kenners mogen me altijd tegenspreken). Op een bepaald moment kwam Hancock rechtstreeks tegenover Steptoe te staan en zoals Wikipedia fijntjes opmerkt: “Critical comparisons did not favour Hancock’s series.” Hancock, “rumored to be a closet homosexual”, maar dan wel met ingewikkelde verhoudingen met vrouwen van collega’s e.d., ging aan de drank tot op 24 juni 1968 een gewilde combinatie van vodka en amfetamines een einde maakte aan zijn leven.

Ik ben ervan overtuigd dat reeksen échte televisie zijn. Een eenmalig drama heeft de kijker niet helemaal mee. Hij ziet het en het is reeds voorbij. Als er echter vervolgen zijn, dan komen die personages ‘op zijn schoot zitten’, die komen tot leven in de huiskamer. En dat is typisch televisie,” aldus Jan Matterne in het interview dat ik in 1984 van hem afnam. Het is dan ook niet echt verwonderlijk dat Nora Tilley n.a.v. zijn dood in Het Nieuwsblad van 17/6/2009 verklaarde: “Jan is écht de grondlegger van de Vlaamse sitcom. Dat genre bestond gewoon nog niet.
Nora bedoelt dan natuurlijk: “in Vlaanderen”, want zoals de naam al aangeeft (sitcom is de samentrekking van “situation comedy”) is de oorsprong van het genre te vinden in de Angelsaksische landen. Ikzelf ben dol op Britse sitcoms, maar Geert Stadeus wees me erop dat de oer-sitcom Amerikaans is en bovendien een tekenfilm: jawel, “The Flintstones”, die liepen (**) van 1960 tot 1966.
Geert Stadeus: “De eerste Britse sitcom waarin met name de invloed van Fred Flintstone goed te merken was, was trouwens Till Death Us Do Part dat van 1966 tot 1968 liep, gevolgd door enkele opvolgseries in de jaren zeventig. Nog duidelijker was de invloed op het Amerikaanse All In The Family (***), dat van 1970 tot 1979 liep en dat zelf eigenlijk een Amerikaanse remake was van Till Death. Toch was All In The Family in its own peculiar way uitzonderlijk. Satire of hoe je het ook wil noemen, een wat kritische kijk op de eigen samenleving, kon altijd in de States maar wel als er wat ‘afstand’ werd gecreëerd. The Flintstones was een tekenfilm over de prehistorie, maar verwees veel meer naar de jaren vijftig dan naar de jaren zestig: afstand tot de kijker. Of lachen met de Amerikanen maar dan door de ogen van een ‘alien’, letterlijk. Mijn favorieten zijn Alf en Third Rock From The Sun maar eigenlijk deed Mork & Mindy net hetzelfde. Zelfs The Fonz in Happy days kan men als een “alien” beschouwen.” (Hij wàs het trouwens ook, want in het Amerikaans is ‘alien’ zowel een immigrant als een buitenaards wezen. Over die dubbelzinnigheid heb ik het uitgebreid op mijn pagina over SF-films).
MAKIN’ IT
Op woensdag 7 november 1979 moesten we voor de laatste keer het onnozele “disco“-feuilleton “Makin’ it” (“Maak het maar waar”) ondergaan.
Eind goed, al goed, zou ik zeggen want nadat de “rebel” (jawadde!) Tony op 31 oktober reeds weer naar huis is gekomen, is de titel van de laatste aflevering “Vrienden voor het leven”. Dus, dat belooft!
Negen afleveringen zal deze onzin dan geduurd hebben. Kort voor een dergelijke reeks, lang voor zulk een onding.
En voor wie het nog niet door had, ziehier de rolverdeling:
Billy Manucci (gespeeld door David Naughton, foto, tevens zanger van de titelsong, geschreven door Dino Fekaris en Freddie Perren, het duo dat ook verantwoordelijk is voor “I will survive”): Richie Cunningham
Tony Manucci: Arthur Fonzarelli (de Fonz)
Kingfish: Ralph the Malph
Bernard Fusco: die andere onnozelaar (die af en toe eens iets zong)
Tina Manucci: Richie’s jongere zus
Dorothy Manucci (overigens gespeeld door de oudere zus van John Travolta, Ellen Travolta): Richie’s moeder (de Amerikaanse oer-moeder)
Joseph Manucci: Richie’s vader (de ruwe bolster en de blanke pit)
De grieten: de grieten
Kortom, “Makin’ it” was een platte doorslag van “Happy Days” met nóg slechtere dialogen, nóg flauwere grappen, nóg minder intrige en vooral: met veel slechtere muziek!
ALL IN THE FAMILY
“All In The Family” was in 1970 echter precies zoals zijn doelgroep: nikske afstand. Bovendien werd soms verwezen naar (politiek) hete hangijzers die nog niet waren afgesloten – completely not done. En soms was het dansen op een koord: er is een aflevering waarin twee zwarten inbreken bij Archie en hem bedreigen met zijn eigen pistool. Bizar hoe die aflevering nergens echt van racisme kan worden beschuldigd en hoe de hele teneur juist is van: we moeten heus niet allemaal een wapen in huis halen. Kortom, een heel andere invalshoek dan bij het Britse “Are you being served?” dat vaak ook politiek geladen is, maar dan uiterst conservatief (ook al wordt ook vaak de draak gestoken met stiff upper lip captain Peacock). Zo worden b.v. de vakbonden voortdurend onder vuur genomen, met als “hoogtepunt” (zeg maar: dieptepunt) de aflevering over de “tea break”.
Geert Stadeus: “Overigens, The Flintstones waren oorspronkelijk wel degelijk bedoeld voor een volwassen publiek. Ik heb het even nagekeken en het is de allereerste tekenfilmserie die startte en bleef verder lopen in prime time (en zeker in het begin van de jaren zestig lagen kinderen toen gewoon al in bed) en tot The Simpsons is dat nooit meer geprobeerd met een tekenfilmserie. Hun eerste ‘verschijningen’ waren al meteen laat op de avond, want dat was dan ook als onderdeel van de Tracey Ullman Show. The Flintstones werden in Europa weliswaar tijdens het ‘kinderuurke’ uitgezonden maar zelfs vandaag gebeurt dat zelden in Amerika.
Je merkt dat ook wat aan de merchandising, zowel bij Simpsons als Flintstones: haast evenveel gadgets en dure hebbedingen dan speelgoed, dat dan uiteraard wel op kinderen gericht is.”

Maar of The Flintstones echt voor volwassenen was bedoeld, daar twijfel ikzelf toch aan. Natuurlijk waren er talrijke knipogen naar de volwassenen (al was het maar door het overplaatsen van moderne uitvindingen naar de prehistorie), maar die gaven meestal geen “maatschappelijke commentaar”, dacht ik.
En dan is er het probleem van de erotiek. Toch een onderwerp dat men in volwassen sitcoms niet onbesproken kan laten. Bij “The Flintstones” merk ik daar niets van. Bij “The Simpsons” zijn er soms wel echtelijke spanningen (de fantasieën van Marge over Ned Flanders die ze dan projecteert in een “historisch” boek, Homer als manager van countryzangeres Lurlene, enz.), maar die kwamen in “All in the family” bijna niét voor, meen ik me te herinneren. Daarvoor was die vrouwfiguur (Edith) te onderdanig. Het ging wel bijna voortdurend over het generatieconflict en dan nog niet zozeer met de eigen dochter, maar met de schoonzoon (Michael, beter gekend onder zijn scheldnaam “Meathead”).
Maar andere spanningen tussen Archie en Edith zijn er natuurlijk wel – het is een pure machtsstrijd tussen die twee. En het generatieconflict speelt ook tussen Edith en dochter Gloria. Eigenlijk moet je het zien in een tijdsgeest dat contestatie wel in was, maar het feminisme duidelijk nog niet doorgebroken. Zelfs de rebelse ‘meathead’ Michael vertoont nog enkele sexisitische trekjes. En ’t is een migrantenkind, ook belangrijk in de serie.
Sommigen geloven echter niet zo in de theorie van Fred Flinstone als inspiratie voor Archie Bunker, daarvoor blijft “All In The Family” veel te dicht bij de oorspronkelijke idee van “Till Death Us Do Part”. Alleen, voor één keer was de Amerikaanse remake grandioos beter dan de Engelse oorsprong.
In het geval van “The Simpsons” zou je kunnen zeggen dat Bart Simpson ook wel voor het nodige conflict zorgt, maar hier ligt het wel helemaal anders. Eerst en vooral zijn Bart en Lisa (om nog van Maggie, “the other kid”, te zwijgen!) veel jonger, waardoor de reeks soms de verkeerde indruk wekt toch voor kinderen bedoeld te zijn. Bovendien is het conflict minder rechtlijnig, want hoeveel keer Homer Bart ook de keel mag dichtknijpen, toch is er ook een soort “bonding” tussen hen beiden en dan wel op basis van superdom zijn. In die zin is er soms meer “conflict” met de verstandige dochter Lisa, die om toch een zekere verbondenheid met haar vader te voelen na enkele “opofferingen” van zijn kant (museum, bibliotheek, concert) vrijwillig meegaat naar zijn geliefkoosde wedstrijden in het vernielen van auto’s.
Pijnlijk accuraat vond ik overigens de aflevering waaruit bleek dat Homer zo achterlijk was omdat hij als kind zoveel kleurkrijtjes in z’n neus had geduwd dat één was blijven steken in zijn hersenen. Na verwijdering is Homer dan even “normaal” maar daardoor wordt hij door zijn omgeving (behalve door Lisa) zodanig afgestoten dat hij op het einde vraagt om het krijtje weer terug te steken!
Archie Bunker daarentegen is zeker een ijverige werker, typisch iemand die met een bijbaantje hogerop wil. Hij werkt op een overslagbedrijf geloof ik maar na zijn uren rijdt hij met een taxi in NY. Bovendien zou ik Archie Bunker niet boudweg ‘dom’ noemen. De hele serie door is er hard aan gewerkt om van hem geen ‘dommerik’ te maken, maar wel een man die door zijn omgeving en achtergrond bepaalde denkbeelden is bijgebracht waarin hij vastzit. Daarom juist zegt die serie zoveel over de Amerikaanse samenleving van de jaren zeventig. Dat was niet gelukt als Archie echt een eendimensionele domoor was geweest. Vele mensen vonden hem zelfs een sympathiek personage, maar dat zegt natuurlijk ook iets over die mensen!
Maar eigenlijk is dat ook een beetje het geval met Homer Simpson. Het Britse tijdschrift “Men’s Health” heeft hem trouwens uitgeroepen tot ‘filosoof van het decennium’. Homer heeft volgens de redactie “een generatie geleerd hoe de uitdaging van het moderne vaderschap aan te gaan en te winnen”.
Annelies Roebben in Het Laatste Nieuws van 19/4/2006 tegen Matt Groening: “Je gebruikte je familie als inspiratie voor de show. Jij heet plots Bart, maar jouw echte pa heet ook Homer, je moeder Marge. Lisa en Maggie zijn in het echt ook je zussen. Wat vinden zij daar eigenlijk van?”
Groening: “Ik vond het wat onnozel om voor Matt Simpson door te gaan. Ik ben voor Bart gegaan omdat dat een anagram is voor Brat, vervelend nest (lacht). Bij de rest van de familie gebruikte ik enkel hun namen. Ze lijken voor de rest ook helemaal niet op The Simpsons. (…) Als ik geweten had dat The Simpsons zo groot geworden waren en dat de reeks zo lang zou lopen, had ik twee keer nagedacht voor ik mijn personages naar mijn familie noemde. Ik had de impact onderschat. Iedereen denkt nu dat het er in mijn familie zo aan toe gaat als ten huize Marge en Homer. Zij worden er dagelijks mee geconfronteerd en moeten ermee leven. Maar gelukkig vinden ze het niet erg.”
Kortom, Onslow uit “Keeping up appearances” (gespeeld door Geoffrey Hughes) is de enige van de vier Fred Flintstone-clonen (de andere drie zijn Archie Bunker, Homer Simpson en Frank Bomans) die van de “welfare state” profiteert (“didn’t need no welfare state, everybody pulled his weight“). Hoe Homer zijn dagen (weliswaar op zijn werk) in ledigheid doorbrengt, weten we allemaal (de occasionele kernramp die hij af en toe veroorzaakt even terzijde gelaten). Frank Bomans had ooit een eigen loodgietersbedrijf, maar heeft ook al achter de vuilniskar gelopen (“My old man’s a dustman”). Overigens zie je die ook meer in beeld met een flesje pils in de hand (in tegenstelling tot de blikjes van Onslow, Homer en Archie) dan echt aan het werk, maar kom. Ik geef toe dat het tonen van iemand die gewoon zijn werk doet geen interessante televisie oplevert, maar het is er desondanks toch ook wat “over”. Eigenlijk is Fred Flintstone zelf, naast Archie dus, nog de enige noeste werker, als je het zo bekijkt.
Daarom durf ik ook wel eens (voor de grap) beweren dat Onslow mijn rolmodel is. Van die vijf archetypische personages gaat mijn sympathie alleszins nog altijd het meeste (zo niet uitsluitend) naar hem. Al was het maar omdat hij in tegenstelling tot de anderen wel lui maar niet dom is…
Overigens is Onslow de enige die in zijn serie eerder een neven- dan een hoofdfiguur is. Wat Frank Bomans betreft, volgens “kenners” (ik volg “Thuis” amper een paar jaar, “kenners” volgen “Thuis” al van bij de start) is de serie zonder hem (en nog een paar anderen) niet denkbaar. Op die manier kan je hem wel als een hoofdpersonage beschouwen, al is dat bij een soap moeilijker te definiëren begrip dan bij een sitcom. Maar Fred, Homer en Archie zijn duidelijk hoofdfiguren. Met een ‘nevenfiguur’ kun je altijd wat verder gaan. Denk maar aan het Jeff-effect in “Coupling” (ten opzichte van Steve uiteraard). De kleurloosheid van het mannelijke hoofdpersonage van “Keeping up appearances” wordt daarmee ook een beetje “rechtgezet”.
“Keeping up appearances” vind ik echter niet zo goed, evenmin als de series van Jonathan Lynn, zoals “Yes minister” met Paul Eddington, die we nog kennen uit “The Good Life”. Nu dàt was nog eens een serie (met Richard Briers als Tom Good, Felicity Kendall als zijn vrouw Barbara, Paul Eddington als zijn buurman Jerry Leadbetter en Penelope Keith als diens vrouw Margo). In de laatste aflevering wordt reeds een allusie gemaakt op de nieuwe reeks waarin Keith de hoofdrol speelt, nl.”To the manor born”. Dit is dus ook weer een voorbeeld van een reeks die voor nevenfiguren (Eddington en Keith) uiteindelijk beter uitpakte. Dat heeft misschien ook te maken met de seksuele innuendo’s. En dan heb ik het niet zozeer over die aflevering, waarin beide paren zich – onder invloed van te veel eigen gestookte alcohol – bijna aan partnerruil bezondigen, want dat vond ik er wat over. Nee, ik denk b.v. aan die keer toen Tom een jurk die Margo aan Barbara had geschonken als vogelschrik gebruikte. Waarop Margo verbolgen reageert: “If you don’t take down my dress, I will call the police. (Hapert even) I know that this came out all wrong, but you know what I mean!”
SLAPSTICK
Van absurde humor ben ik geen grote fan. Tenzij misschien van “The young ones”, een serie van de BBC uit 1985 met Rik Mayall (de betweterige Rick), Nigel Planer (de hippie Neil), Christopher Ryan (de macho Mike), Ade Edmondson (de punk Vyv) en Alexei Sayle als de huisbaas Jerzy.
“The worst week of my life” is eigenlijk de Britse versie van “Meet the parents”. Het geestige is zelfs dat de acteur die de hoofdrol speelt op één letter na twee keer dezelfde is: in de Amerikaanse film is het Ben Stiller, in de Britse serie Ben Miller (ze lijken zelfs op elkaar!). Ik was geen grote fan van “Meet the parents”, onder meer door die Ben Stiller, waarvan ik – met een understatement – géén fan ben. Maar ook wel omdat Robert de Niro onuitstaanbaar dicht op de realiteit zit als voormalig CIA-agent. Daarom vond ik voor één keer de sequel “Meet the Fockers” beter. Jawel, de hoofdfiguur heet Focker, dus in deze tweede film maken we kennis met zijn ouders. Dat waren dan Dustin Hoffman en Barbra Streisand, die totaal “over the top” gaan als hippiekoppel. Maar vooral de voorspelbare slapstick staat me aan in die film. Daarom trouwens dat ik de Britse serie nog zoveel beter vind. Daar gaat het immers om on-voorspelbare of toch minder voorspelbare slapstick.
Ben Miller (in Humo): “Toen ik het script voor het eerst las, heb ik hardop zitten lachen op de tube in Londen.
Dat is inderdaad een norm. Zelf ben ik een keer in lachen uitgebarsten tijdens een “studie” op het college. Het was doodstil, zoals dat moet op zo’n moment, en mijn lachbui bracht dan ook de nodige hilariteit teweeg. De leraar kwam bij me om te zien wat me zo aan het lachen had gebracht. Het was een fragment uit “Kijk, mama, zonder handen” van Hugo Claus in de fameuze editie van zijn “Acht toneelstukken”. De man keek mij streng aan: mocht ik dat wel lezen? (We spreken hier over het gezegende jaar 1968.) Helaas voor hem: jazeker, het was me door mijn leraar Nederlands Anton van Wilderode aangeraden. Weliswaar voor “Suiker”, maar dat mocht toch niet beletten dat ik ook de andere stukken zou lezen, zeker?
Maar goed, ik heb Ben Miller onderbroken. De man ging verder: “Het had alles wat goeie humor voor mij dient te hebben: misverstanden, plaatsvervangende schaamte en slapstick – als Laurel & Hardy-fan ben ik gék op slapstick. Een man die op een hark stapt is voor mij het toppunt van humor.”
Dan moet hij nogal gelachen hebben met de aflevering van “The Simpsons” waarin Sideshow Bob op wel tien harken stapt!
Mijn favoriete slapstickmoment daarentegen is de legendarische “pratfall” van David Jason uit “Only Fools And Horses”. Een ‘pratfall’ is een pure slapstick term voor iemand die tegen de vlakte gaat enkel en alleen voor de grap. Het heeft in dit geval te maken met dat luik aan de toog dat open staat om de kelners door te laten, maar je moet het natuurlijk zien om ermee te kunnen lachen.
Ik denk trouwens dat slapstick vroeger gemakkelijker was, dat je nu echt verrassend moet uitpakken met timing en wat al meer om daar nog indruk mee te maken. Door het feit dat in “The worst week of my life” Sarah Alexander meespeelt, ga je b.v. onmiddellijk vergelijken met “Coupling” en dat is eigenlijk niet serieus, want “The worst week” is pure slapstick, terwijl “Coupling” technisch ingenieus in elkaar zit (denk aan de “split screen”-episodes, met een half uur verschil of zo). Dan stel je vast dat men daar de lat zo hoog heeft gelegd dat er voortaan altijd wel een “maar” op zal volgen. Maar zoals gezegd, die “maar” slaat dan echter zeker niet op het hogere gehalte slapstick dat aanwezig is. Want ik hou daar eigenlijk wel van. De scène waarbij de das van Howard (Ben Miller) onder die doodskist terechtkomt b.v. Of als hij zijn schoonmoeder omhelst met die rammelaar in zijn zak (geen konijn, maar zo’n speeltje voor baby’s). Hilarisch was ook de “ontharingsscène” uit de “spin-off” “The worst christmas of my life”.
“The worst week” zelf werd in 2010 als een tweedelige Franse televisiefilm nagemaakt door Frédéric Auburtin. De man volgt het Britse scenario bijna woord voor woord, ook al moesten een paar typisch Britse accenten noodgedwongen verdwijnen (het klassenonderscheid is in Frankrijk minder expliciet aanwezig). Niets gaat natuurlijk boven het origineel, maar ik durf er toch veel op verwedden dat Franse kijkers, die het origineel uiteraard niet kennen, toch goed zullen hebben gelachen!
Slapstick is overigens een hoofdstuk apart. Neem nu “Cold feet”, deze BBC-serie leunt zozeer tegen de werkelijkheid aan dat ik ze nauwelijks een sitcom zou durven noemen. Soms gaan de makers zelfs ongegeneerd de dramatische kant op. Maar de meest tragische aflevering, namelijk die met de dood van Rachel, eindigt wel met pure slapstick, namelijk als Adam met de asse van zijn vrouw op café gaat en Pete ze per ongeluk omstoot zodat een gedeelte in de asbak belandt. Net op het moment dat hij de asse opnieuw in de urn wil doen, komt de cafébaas de asbakken uitkuisen.
Dat slapstick-effect op zo’n dramatisch moment is zo opvallend, dat men er in de aflevering nadien nog eens op terugkomt. Op het moment dat de asse van Rachel wordt verstrooid, zegt David aangedaan: “Er blijft toch weinig over van een mens als je dat nagaat”, waarop Pete opbiecht: “Dat is mijn fout. Ik heb de urn omgekieperd op café.” Adam zegt dat hij er niet te veel moet mee inzitten: ook hij heeft de urn eens omgestoten in de auto en zoontje Matthew heeft ze zelfs over zijn hoofd getrokken.
Daarover gesproken, Kenneth Connor, de begrafenisondernemer Monsieur Alphonse uit “‘Allo ‘Allo”, die eind november 1993 op 74-jarige leeftijd aan kanker is overleden, bleek letterlijk een humorist tot in de kist te zijn. Hij liet zich namelijk cremeren op de tonen van “Smoke gets in your eyes”.
In 1990 was het overigens ook bijna afgelopen met hoofdrolspeler Gordon Kaye (René) toen tijdens een storm een reclamepaneel werd losgerukt dat zich door zijn voorruit boorde en zijn schedel in tweeën spleet. Hij kwam er wonder boven wonder door. Het ironische bij Kaye is vooral dat hij zich in het feuilleton ontpopt als een echte macho, die het met heel zijn personeel aanlegt, terwijl hij zich met tegenzin de complimentjes van de janetterige luitenant Grüber moet laten welgevallen. In werkelijkheid is Kaye echter homofiel!
Over homofielen gesproken, in “The Full Monty” blijken twee van de zes dansers homofiel te zijn, dat herinner je je vast wel. Op de begrafenis van de moeder van één van de twee, zien de anderen dat die twee elkaars hand vasthouden. Daarop zegt de hoofdrolspeler (Gaz) tegen Dave iets waarbij hij de uitdrukking “queer as folk” gebruikt. Dan barsten ze alle twee in lachen uit. Nu is mijn vraag: ligt deze dialoog aan de oorsprong van de titel van de serie “queer as folk” of bestond die uitdrukking daarvoor al in het Engels. En hoe moet je dat trouwens eigenlijk vertalen?
“’Allo ‘Allo” is een product van David Croft (1922-2011). Hij begon zijn carrière als scenarist met “Dad’s army” (van 1968 tot 1977). Eigenlijk was hij hier nog de assistent van Jimmy Perry. Die putte uit zijn eigen ervaringen in de “home guard” (het burgerleger dat Engeland moest verdedigen als Hitler zou binnenvallen) en schreef zichzelf in de serie als Frank Pike.
In hun tweede samenwerking (“It ain’t half hot mum”, 1974-1981) was het Croft die uit zijn ervaringen als majoor in India en Singapore putte. Hierin krijgen we ook het verschijnsel dat elk karakter zijn eigen one-liner heeft. Het is echter niet duidelijk of Croft hiervan ook de uitvinder is of het gewoon ergens heeft opgepikt en gepopulariseerd. Vooral het samenspel van de acteurs Donald Hewlett en Michael Knowles is opvallend en zij mogen dan ook samen optreden in “You rang M’lord”, het laatste project van het duo Perry en Croft. Voor “Are you being served” (1972-85) werkte Croft immers samen met Jeremy Lloyd (1929-2014). Deze laatste werkte in de jaren vijftig in een chique kledingzaak, wat hem inspiratie verschafte voor de avonturen in het warenhuis van de Grace Brothers. Enfin, doorgaans is het de “pussy” van Mrs.Slocombe die allerlei avonturen beleeft, maar dat gebeurt dan buiten beeld uiteraard. De kreet “are you free, mister Humphries?” zal helaas nooit meer weerklinken, want acteur John Inman is in 2007 overleden. En daarmee zijn we terug bij het homo-erotische subthema van “’Allo ‘Allo”, dat Croft eveneens met Jeremy Lloyd schreef (tussen 1982 en 1992).
De taak van Croft en Lloyd is ondertussen vooral overgenomen door Richard Curtis en dat zegt u terecht niets, maar als ik u verklap dat dit de man is achter “Not the nine o’clock news”, “Mr.Bean” en “Blackadder”, dan gaat er natuurlijk al een lichtje branden. Rowan Atkinson en Curtis zijn trouwens onafscheidelijk. Zo was Atkinson ook te zien in de eerste bioscoopfilm die werd gedraaid naar een scenario van Curtis, namelijk “The tall guy” (1989) met Emma Thompson en Jeff Goldblum. Daarvóór had hij al opgetreden in films als “Never say never again” (1983) en “The witches” (Nicholas Roeg).
Rowan Atkinson, beter bekend als Mr.Bean en ook wel als Blackadder, verzet zich overigens tegen een noodwet die het aanzetten tot religieuze haat strafbaar maakt. Atkinson zegt dat dit kan leiden tot de arrestatie van komieken en cartoonisten die de spot drijven met godsdienst. De wet komt er op vraag van religieuze leiders die kwetsbare groepen in bescherming willen nemen na de aanslagen in de VS. Rowan Atkinson eist in een brief aan The Times het recht op om met alle godsdiensten te lachen: “Ik heb religieuze figuren uit mijn eigen christelijke achtergrond belachelijk gemaakt. Als deze wet erdoor komt, riskeren de makers van Monty Python’s Life of Brian een celstraf.” (Belga, 18/10/2001)
Het “Save it for mondays”-project op de BBC echter, waarbij een drietal comedy-series na elkaar worden gegeven, is mij zwaar tegengevallen. In “The Kumars at n°42” wordt op een dergelijke manier geacteerd (vooral door de stokoude grootmoeder die door de jonge schrijfster Myra Seeal wordt gespeeld) dat in vergelijking “F.C.De Kampioenen” (****) een voorbeeld van subtiel spel kan worden genoemd! Maar ja, dat noemt men dan camp.
De scenario’s van “Dr.Terrible’s House of Horrible” zitten wat beter in elkaar, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Ook dit valt onder de noemer “camp”. Misschien daarom dat deze twee series door de beruchte pdw in Humo werden aangeprezen, terwijl de derde, die hij niet noemt, voor mij juist de enige is die door de beugel kan. “Mr.Charity” is immers een vrij traditionele sitcom. Aangezien ik uit de sociaal-culturele sector kom, zal ik me natuurlijk wel beter kunnen herkennen in deze serie, waarvan het uitgangspunt een liefdadigheidsinstelling is die door zo’n moderne manager wordt geleid. Mijn vrouw, die voor de Post werkt, kon trouwens ook heel wat referentiepunten ontdekken!
Tijdens de Gentse Feesten 2012 kwam er een Vlaamse theaterversie van de Britse tv-reeks Fawlty Towers uit 1975. Het is pas de tweede anderstalige toneelversie van de reeks, volgens de Gazet Van Antwerpen (waarom moet ik dat dààr lezen en niet in De Gentenaar?). De eerste zou merkwaardig genoeg in Duitsland te situeren zijn. Dat zal dan allicht niet de aflevering “Don’t mention the war” geweest zijn! (*****) Hoofdrollen zijn in Gent weggelegd voor Jeroen Maes (Basil), Gerdy Swennen (Sybil) en Marc Lauwrys (Manuel). Tina Maerevoet (Paulien uit “Thuis”) speelt Polly. Gerdy Swennen speelt overigens ook mee in “Thuis”: zij is de lesbische moeder van Jana.

Ronny De Schepper
(met heel veel dank aan Geert Stadeus)

(Zeer) selectieve bibliografie
Peter Vantyghem, Het genie van David Croft, Het Nieuwsblad 16/2/2008.

(*) Hij had alvast zijn familienaam mee. Denk aan de sketch van Monty Python, waarin een vader zijn kinderen uitlegt vanwaar de familienamen komen: “Mr.Smith was a blacksmith, mr.Baker baked bread, mr.Taylor made suits and so on.” Waarop één van de kinderen: “And what did mr.Hancock do?”
(**) De aandachtige lezer zal opmerken dat het eigenlijk “liep” moet zijn: The Flintstones staat hier als titel van een serie en niet als elke Flintstone apart. Maar ergens roept de meervoudsvorm bij mij het “lopen” in hun automobiel op. Daarom dus.
(***) De buurman van Archie wordt gespeeld door Vincent Gardenia (1921-1992), bij het grote publiek vooral bekend als de vader van Cher in “Moonstruck”.
(****) “Toen Albert en Paola een paar jaar geleden bij een rondleiding op de VRT per toeval in de vipbar op de acteurs van F.C.De Kampioenen botsten die hun teksten aan het lezen waren, bleken Albert en Paola de reeks totaal niet te kennen. Daarom ben je nog niet compleet wereldvreemd, maar toch…” Aldus Tom de Leur in Het Nieuwsblad van 7 september 2013. Mij lijkt het dat het de Leur is die een beetje wereldvreemd is: iedere Vlaming weet toch dat de Saksen-Coburgs nooit naar de VRT kijken. En uiteraard evenmin naar VTM, VT4 of de NOS.
(*****) In een Gazet van Antwerpen van een week later (7/6/2012) kan ik het antwoord op mijn vraag lezen: het is namelijk een productie van het Fakkeltheater, die daar reeds op 13/12/2012 in première gaat. En als dit dezelfde voorstelling is als de Duitse, dan kwam er daar juist wél de “Don’t mention the war”-aflevering in voor. Want uiteraard kwamen niet alle afleveringen in aanmerking om op scène te worden gezet. De centrale scène is immers het hotelrestaurant en men moet dan ook vooral vanuit deze locatie focussen. En “The Germans” speelt zich bijna helemaal dààr af (de twee andere afleveringen die in aanmerking komen voor dramatisering zijn “Dragonfly” en “The hotel inspector”). Maar op de Duitse televisie werd de aflevering zelf wel degelijk overgeslagen. Overigens ook in andere landen waren er censuuringrepen die al bijna even hilarisch waren als de serie zelf. Zo werd Manuel in Spanje een Italiaan (en in de VS een Albanees!) en de KRO vond dat het gezeul met een lijk niet door de beugel kon.

7 gedachtes over “Tony Hancock (1924-1968)

  1. A propos, een heel goed voorbeeld van die drama/comedy mix is TEACHERS.
    Ik heb dat per ongeluk ontdekt. Het zit zo: ik was ooit een fan van de sitcom Chalk, over onderwijzers in een school. Toen Amazon mij op basis van eerdere bestellingen de reeks TEACHERS aanbeval (in promotie bovendien), ben ik er stomweg op ingegaan. Ondertussen weet ik dat Chalk de reeks was die ik écht wilde, maar Teachers van Channel 4 blijkt enorm mee te vallen. Afleveringen van drie kwartier, geen lachband, maar wel veel humor. Een hoog Coupling gehalte zelfs. De teneur is een beetje: twintigers geven les aan tieners, maar eigenlijk staan zij zelf emotioneel nog op dezelfde hoogte. Zeer geestig

    Wat vind je trouwens van Green Wing?

    Liked by 1 persoon

  2. De Flintstone’s vijftig jaar, wel wel.
    Vorig jaar bezocht ik eens het Huis van Alijn, niet dat ik het zo met heemkundemusea heb. Maar het is een mooi gebouw, het was mooi weer en de binnentuin lokte uitnodigend. Eerst zie je de bekende oude spullen, oude wiegjes, nauwe kleertjes waarmee ze de kinderen toen martelden, en ik bekeek dat allemaal welwillend en verveeld. Maar dan kwamen enkele zaaltjes waar men de sfeer van de jaren vijftig en zestig en zeventig opriep. En toen vond ik het helemaal niet meer leuk. Als de wereld van mijn jeugd nu al in een museum te vinden is! Ik was daar rap weg.
    De Flintstone’s vijftig. Où sont les neiges d’antan?

    Groetjes,
    Jan

    Like

  3. Vroeger was alles beter, de tekenfilms waren meer kindvriendelijk, je had op film gebied tenminste nog idolen. En de humor in sitcoms en andere comedy is tegenwoordig allemaal hetzelfde, ze steken het alleen in een ander jasje.

    Fawlty Towers was mijn favoriet, samen met Are you being served. Dit soort humor krig je niet meer terug helaas..

    Liked by 1 persoon

  4. De Flintstones vijftig jaar, wel wel.
    3 jaar geleden bezocht ik eens het Huis van Alijn, niet dat ik het zo met heemkundemusea heb. Maar het is een mooi gebouw, het was mooi weer en de binnentuin lokte uitnodigend. Eerst zie je de bekende oude spullen, oude wiegjes, nauwe kleertjes waarmee ze de kinderen toen martelden, en ik bekeek dat allemaal welwillend en verveeld. Maar dan kwamen enkele zaaltjes waar men de sfeer van de jaren vijftig en zestig en zeventig opriep. En toen vond ik het helemaal niet meer leuk. Als de wereld van mijn jeugd nu al in een museum te vinden is! Ik was daar rap weg.
    De Flintstones vijftig. Waar is de tijd gebleven?

    Groetjes Anja

    Liked by 1 persoon

  5. Op MijnSerie.nl vind je informatie over je favoriete televisieseries in de vorm van nieuws, recensies, video’s, afleveringen, kijkcijfers, prijsvragen en meer.We houden je op de hoogte van het laatste nieuws, waarschuwen je als er een nieuwe aflevering is uitgezonden, raden je andere series aan en meer.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.