Het principe van de “dierentuin” zoals wij dat kennen, staat al enkele tijd ter discussie, dat kon men b.v. ook niet uit de weg gaan in de reeks over de zoo van Antwerpen, die enige tijd geleden op de VRT werd uitgezonden. Daarom breng ik ook onder voorbehoud de 225ste verjaardag van wat volgens On this day de eerste echte zoo uit de geschiedenis is: le jardin zoologique de Paris.

There were of course private menageries, if not public zoos, even in ancient Mesopotamia, Egypt, and China. In medieval Europe some monarchs, monasteries and municipalities maintained also collections of wild animals. One was the menagerie in the Tower of London. The oldest existing zoo, at Schönbrunn in Vienna, evolved from a Hapsburg menagerie established in 1752. It was opened to the public in 1779. London Zoo often calls itself the first scientific zoo, but the Ménagerie du Jardin des Plantes was established as part of the Muséum national d’histoire naturelle in revolutionary Paris in 1793. By the way, the abbreviation “zoo” first appeared in Britain about 1847, when it was used for the Clifton Zoo in Bristol.

foto

Een paar dagen geleden is de moeder van Kai-Mook overleden (foto Kristien Depypere). Bovendien mogen we vanaf nu toch stilaan gaan hopen dat de mooie dagen gaan doorwegen. En dus kunnen we een uitstapje naar de Antwerpse Zoo plannen (al zit Kai-Mook voortaan in Planckendael). Dat was 34 jaar geleden ook reeds zo en onder de schuilnaam Raf Trekker “trok” ik toen voor De Rode Vaan naar de Antwerpse Kinderzoo om de stokstaartjes te gaan bezoeken. Dat doe ik nu nog altijd trouwens, als ik eens naar de Zoo ga. Wie ik helaas niet meer kan gaan bezoeken, is Isabelle, die zowat de Kai-Mook van de jaren tachtig was. Helaas is ze echter gestorven midden de jaren negentig.
Babyzoo, zo heette het vroeger en hopelijk sloeg dat op het feit dat er veel aandacht gegeven werd aan het kleine grut in de dierenwereld en niet zozeer aan de « consumenten ». In mijn terminologie zijn baby’s immers tot niet veel meer in staat dan krielen en kraaien, boeren laten en luiers vuilmaken. Kinderzoo is dan ook een veel adequatere benaming en het is alleen maar verwonderlijk dat de directie van de Antwerpse dierentuin heeft gewacht tot-ie helemaal gerenoveerd was, vooraleer deze benaming officieel ingang te doen vinden.
BLOTE BUIKEN
Maar die renovatie mocht er zijn, dat wel. Gedomineerd door het « spinneweb » (een kluwen van klimtouw in een nogal originele vormgeving) wordt het uitzicht inderdaad bepaald door de achthoekige dierenhokken die horizontaal en verticaal zijn opgetrokken, zoals de publiciteitstekst aankondigt.
De « verticale » hokken scheiden de dieren van de kinderen door draad of glas, maar bevatten toch geen « akelige » beesten. Het akeligste beest is trouwens tot nader order nog altijd de mens (de dag dat de slangen een neutronenbom hebben ontworpen zullen we het u zeker melden) zoals een levensgrote spiegel in de nabijheid aantoont, ook al staat deze tekst er niet bij (wat in de Londense zoo wél het geval is).
De « horizontale » hokken daarentegen zijn zodanig geconstrueerd dat misschien kinderhandjes er niet bij kunnen, maar dan toch alleszins grote-mensen-poten, zoals deze jongen natuurlijk weer eens moest demonstreren door een cavia beet te grabbelen (daar heeft-ie dan ook ervaring mee, nog een geluk dat de konijnen een beetje te ver af zaten). Als de wombat ooit eens uit zijn holle boom kruipt, ben ik echter benieuwd of ik ook naar hem mijn hand zou durven uitstrekken. Het zag er immers een nogal groot en vooral log beest uit. Meer kan ik er echter niet over zeggen want Wombie was met geen stokslagen (bij manier van spreken natuurlijk !) uit zijn schuilplaats te krijgen.
En denk nu vooral niet dat het te warm was ! Daarvoor moet je in Vlaanderen immers vroeg opstaan. Neen, het was eerder frisjes, vandaar wellicht dat ook de gouden akoeti’s (of zoiets, ik sla d’r zo maar wat uit) zich gedeisd hielden. Mooie diertjes anders, maar de hartedieven zijn natuurlijk de surikaten, ook wel stokstaartjes genoemd. Je kent ze misschien wel, die beweeglijke diertjes met een spitse snuit die vaak rechtop gaan staan, hun staart als steun gebruikend, waardoor ze een beetje achterover leunen, ongecomplexeerd hun blote behaarde buik tonen en bijgevolg er uitzien zoals een Antwerpenaar die alle cafés in het havenkwartier eens goeiedag is gaan zeggen. Ook hier kon Trekker natuurlijk weer zijn handen niet thuis houden, zij het niet om aan hun staart te trekken. Enerzijds omdat dit niet in zijn vreedzame natuur ligt, anderzijds ook omdat die surikaten toch wel verdomd scherpe tandjes hebben.
ISABELLE FOR EVER
Maar, genoeg Marc Sleen uitgehangen, back to business. Als je denkt dat ik hier ga uitleggen waar de Antwerpse Zoo ligt, dan heb je het goed mis. Een mens kan al net zo goed uitleggen waar de Eifeltoren staat. Maar waar vind ik de kinderzoo in de Zoo ? Ha ! Want dát is interessant. De kinderzoo ligt namelijk naast de zeehonden en naast de mensapen. En dat is interessant, zeg ik, omdat kinderen wel sowieso van álle dieren houden, maar het is toch maar mooi meegenomen dat die kinderzoo in de buurt van « kindvriendelijke » dieren ligt. Stel je voor dat je eerst door het slangenpaleis of voorbij de krokodillen zou moeten ! Dan zouden er misschien eerst nog krokodilletraantjes vloeien…
Neen, de zeehonden en de mensapen dus en wij natuurlijk meteen op zoek naar « ons » Isabelle. En, verdorie, dat wordt al een mooie meid. En al direct met de jongens aan het stoeien vaneigens. Eerst een beetje met haar kontje draaien voor Igor en dan, als-ie de coleire in z’n kop krijgt, rap wegspurten naar het andere hok. Ach, Isabelle, jij en ik, ’t is nog altijd liefde op ’t eerste gezicht.
Voor het eerst ook eens de kans zien om in het dolfinarium binnen te lopen voor een voorstelling. Een half uur op voorhand aanwezig zijn is immers géén luxe ! Maar het geboden spektakel kan de vergelijking met « commerciële » pretparken doorstaan en je hebt hier toch altijd de notie erbij dat ze in de Antwerpse Zoo deze dieren wel geen « mensonwaardige » klusjes zullen laten opknappen.
LUC CLEIREN AAN HET LIJNTJE
Maar bijlange niet ! Natuurlijk is dat Luc Cleiren niet op de foto. En Iwan is het al evenmin. Het is niemand minder dan ons aller Isabelle ! En de enige overeenkomst tussen Luc en Isabelle is dat ze allebei in de Antwerpse Zoo zitten, zij het dan de eerste achter een bureau en de tweede achter tralies. Maar van Iwan kan dat niet worden gezegd. Die is foetsie. Gestolen door een bewonderaar wellicht. En voor ons een gelegenheid om bij mijnheer Cleiren eens te informeren naar het aantal en de hoedanigheid van de dierenbewonderaars die zich dagelijks aan de kassa aanbieden.
L.C. : Zoals voor elke toeristische activiteit zijn juli en augustus voor ons twee topmaanden. We krijgen uiteraard nog altijd veel Antwerpenaars, maar ook veel mensen van buiten Antwerpen, Vlamingen, Walen en Brusselaars, ook zeer veel Nederlanders, redelijk veel Fransen en verder Duitsers, Engelsen, mensen van zowat overal ter wereld, zelfs Australiërs en Afrikanen.
— Zijn daar trends in te bespeuren ?
L.C.
: Ik dacht wel dat de inbreng van de buitenlanders steeds groter werd, ja. Dat is een algemeen verschijnsel dat ook bij hoteliers en zo wordt waargenomen omdat Antwerpen toeristisch beter in de markt schijnt te liggen.
— Stijgt ook het globale bezoekersaantal ?
L.C.
: Neen, daar zitten wij sinds een paar jaar met een kleine teruggang…
— Een constante teruggang ? Of is die ondertussen gestagneerd ?
L.C.
: We kunnen voorlopig nog niet van een stagnatie spreken, al zijn het wel steeds andere factoren die een rol spelen. Vorig jaar hebben we b.v. zeer veel nadeel ondervonden van de noodoplossing rond het Centraal Station. Dit jaar hebben we een nogal forse prijsverhoging moeten toepassen voornamelijk dan voor groepsbezoeken, zodat het aantal schoolreizen b.v. is verminderd. Daar was uiteraard wel rekening mee gehouden maar in cijfers kan dat wel eens tegenvallen. Verder was de maand mei zéér slecht, wat ook zeer logisch is want ik geloof dat het 29 dagen geregend heeft. Ook de drukkend hete maand juli was voor ons nadelig. Bij een hittegolf zoeken de mensen liever het water op.
— Opvallend veel scholen trekken de jongste tijd naar Safariparken e.d. Dat zal ook wel niet goedkoop zijn, maar toch… Ervaart u dat als een concurrent?
L.C.
: Op twee gebieden. Elk toeristisch reisdoel is voor ons een concurrent. Vergeten we daarbij niet dat sinds, laten we zeggen, 1975 de mogelijkheden zowat vertienvoudigd zijn. En er zijn attractieparken bij die een zeer agressieve promotiepolitiek voeren. Komt daarbij dat de mensen vroeger, toen de koopkracht nog iets beter lag, gemakkelijker twee, drie, vier uitstappen op een jaar deden, waar wij nu denken dat zij dat zeker beperken.
— En de aard als zodanig ? De safari-vorm tegenover het bezoek aan de dierentuin speelt dat geen rol ?
L.C.
: Ik geloof van niet. Ik wil niet negatief overkomen maar ik kan mij indenken dat het echt niet prettig moet zijn als men op een warme dag met een gesloten auto in de hitte moet rondrijden. In de zoo ontdek je echter steeds nieuwe dingen, de ene keer besteed je eens wat meer aandacht aan de reptielen, de andere keer aan het aquarium, of de dolfijnen, of de nachtdieren, of noem maar op. De meeste mensen blijven hier trouwens zeer lang, terwijl men een safaripark op een uur, anderhalf uur heeft doorkruist.
— Wat zijn voor het ogenblik de grote attractiepunten in de Zoo ?
L.C.
: Negatief natuurlijk de diefstal van onze Iwan, de dwergchimpansee. Verder zijn er geen grote nieuwigheden. De publiekstrekkers zijn nog steeds de dolfijnen, de nachtdieren en de mensapen.
— Nog wat praktische informatie i.v.m. prijzen ?
L.C.
: Een bezoek aan de Zoo kost 240 fr per persoon vanaf 12 jaar en 160 fr voor kinderen vanaf 3 jaar. Interessant om te vermelden is wel dat de NMBS een ticket verkoopt dat heet « een mooie dag te Antwerpen-Zoo » en dat geeft 50 % reductie op de treinreis, maar ook afslag op de toegangsprijs. Groepsticketten gelden vanaf 15 personen. Hiervoor en ook voor andere inlichtingen kan men steeds terecht op ons telefoonnummer 03/231.16.40. Wij zijn alle dagen open vanaf half negen tot half zeven. Vanaf september wordt dat zes uur en in de winter nog vroeger.
Maar dan liggen wij ook al lang in onze « nest », hoor ! Tot slot toch nog dit : ondanks alle faciliteiten als journalist (gratis toegang, 75 % reductie op het spoor) heb ik die dag voor mijn twee kinderen en mezelf toch een bankje van duizend verteerd. En dát zonder buitenissigheden, tenzij u frieten met een boulet (tja, het restaurant van de kinderzoo is niet bepaald « haute cuisine ») en een ijsje buitenissig noemt. Als Wilfried Martens hier de volgende keer ook eens aan wou denken vooraleer hij weer nieuwe bezuinigingen aankondigt…

Referenties
Jan Draad, Luc Cleiren aan het lijntje,De Rode Vaan nr.34 van 1983
Raf Trekker, Stokstijf stokstaartjes staren, De Rode Vaan nr.30 van 1984

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.