Het is vandaag al 25 jaar geleden dat de Amerikaanse soulzanger en componist Arthur Alexander is overleden. Hij is enkel bij “de specialisten” bekend en dat is totaal ten onrechte: hij verdient een veel groter publiek.

Arthur Alexander jr. werd geboren in 1940 als zoon van de bouwvakker en gelegenheidsgitarist Arthur Alexander sr. Vanwege de dubbele voornaam werd junior June genoemd. Zijn woonplaats was Alabama, een van de meest racistische zuidelijke staten. Hij groeide op met blues en countrymuziek uit de radio. Zijn moeder overleed, toen hij amper drie jaar was. Toen June vijf of zes jaar werd, hing zijn vader de bluesgitaar aan de muur en stopte met zijn uitzichtloos bestaan als muzikant. De senior had met zijn muziek geen geld verdiend en wilde niet, dat zijn zoon hetzelfde lot te wachten stond. Desondanks voegde June zich op 13-jarige leeftijd bij een plaatselijke gospelgroep The Heartstrings. Met deze groep verzamelde hij zijn eerste podiumervaringen, vooral in de kerk.
Tom Stafford leidde via de ouderlijke drugstore een opnamestudio: Stafford Publishing and Recording, afgekort SPAR Music. Hij produceerde Alexanders debuutsingle, toentertijd nog onder de artiestennaam June Alexander. De single bevatte de songs Sally Sue Brown / The Girl That Radiates That Charm en verscheen bij Judd Records, het kortdurende label van Jud Phillips, de broer van de muziekpionier en Elvis Presley-ontdekker Sam Phillips. Het grote succes liet op zich wachten, maar de titel ontwikkelde zich tot een plaatselijke hit.
Toen Tom Stafford ruzie kreeg met zijn partner Rick Hall, richtte Hall zijn eigen studio Florence Alabama Music Enterprises, afgekort FAME Studios, op. Als eerste plaat produceerde Hall voor FAME een compositie van en met Arthur Alexander. Het was diens tweede single You Better Move On. De song werd qua type van de productie en instrumentatie bewust aangeleund aan de soulhit Stand By Me van Ben E.King. Betrokken bij de opname waren naast David Briggs (piano), Norbert Putnam (bas) en Jerry Carrigan (drums) de beide gitaristen Earl “Peanut” Montgomery en Terry Thompson, die met zijn compositie Get a Shot of Rhythm and Blues ook de B-kant leverde.
You Better Move On ontwikkelde zich tot de eerste commerciële hit van de opkomende muziekscene van Muscle Shoals en klom op tot de 22e plaats van de nationale charts. De single werd achter elkaar gecoverd door Doris Day, The Hollies en The Rolling Stones.
You Better Move On kon verkocht worden aan Dot Records met een zetel in Nashville, de hoofdstad van de countrymuziek, en bezorgde de pas opgerichte FAME Studios het nodige startkapitaal. De song werd dan ook de titel van het bij Dot Records gepubliceerde debuutalbum van Alexander. Om juridische redenen werd de titelsong voor het album opnieuw opgenomen en met reeds vastgestelde niet bekende composities uitgebreid om uit de lp een gegarandeerd hitalbum te maken. Noel Ball van Dot Records had immers geen vertrouwen in de songwriter-kwaliteiten van zijn artiest, door zijn songkeuze spoorde hij Alexander aan om van de zwarte soul richting countrymuziek te gaan. De lp bevatte naast twee eigen composities de coverversies Funny How Time Slips Away van Willie Nelson, Love Me Warm and Tender van Paul Anka, The Wanderer van Ernie Maresca, Hey! Baby van Bruce Channel en Don’t Break The Heart That Loves You van Connie Francis. Grotere aandacht kreeg daarentegen Alexanders eigen compositie Anna (Go To Him), waarbij Kenny Buttrey de drums bespeelde. Anna (Go To Him) werd door The Beatles overgenomen en op hun debuut-lp Please Please Me gebruikt. The Beatles namen ook de songs Soldier of Love en A Shot of Rhythm and Blues over in hun live-repertoire. Gerry & the Pacemakers plaatsten zelfs (deze?) drie songs op hun debuutalbum.
Every Day I Have to Cry, een andere opname met Kenny Buttrey aan de drums, bleef eerst ongepubliceerd, maar ontwikkelde zich daarna tot Alexanders meest gecoverde compositie. Artiesten als Steve Alaimo, Dusty Springfield, The Bee Gees en Ike & Tina Turner namen deze opnieuw op.
Arthur Alexander behoorde spoedig tot de clubscene van Nashville. Na het werk in de studio bezocht hij de multiraciale club The Club Dragon of ging hij voor een drankje naar The New Era, waarin het in 1963 tot een bijzondere ontmoeting kwam. Alexander werd op het podium begeleid door de bassist Billy Cox, die daar samen met een luide gitarist optrad genaamd Jimmy Marbles, een vriend uit zijn legertijd. Deze gitarist accepteerde zelfs de titel You Better Move On in zijn Nashville-repertoire, voordat hij de stad verliet en in Londen als Jimi Hendrix carrière maakte.
Bovendien raakte Alexander tijdens zijn tournee in 1962 bevriend met Otis Redding, die in november 1967 zelfs Alexanders compositie Johnny Heartbreak opnam. Speciaal voor de Britse en Europese markt werd de mono-ep Alexander The Great geproduceerd, die de vier titels You Better Move On, Where Have You Been?, Anna (Go To Him) en Go Home Girl bevatte.
Alexander nam voor Dot Records acht singles op, voordat hij in november 1965 wisselde naar Monument Records. Fred Fosters label was groot geworden dankzij de successen van Roy Orbison, maar moest zich echter na diens afscheid opnieuw oriënteren. Alexanders singles voor Monument Records flopten constant, enkele sterke opnamen bleven tot 2001 ongepubliceerd, zoals Stay By Me, Me and Mine en Don’t Love Me (You Don’t Care). Tot een opname van een lp kwam het helemààl niet.
Pas in 1972 kon Alexander voor Warner Bros. na tien jaar eindelijk weer een compleet album opnemen, dat hij naar zichzelf noemde. Ondanks de populariteit bij zijn muzikale collega’s bleef het succes bij het publiek uit. Anderen scoorden met zijn titels wel chartsuccessen, maar Alexander had met dubieuze contracten de rechten van zijn titels aan anderen overgedragen.
In 1972 coverde Elvis Presley de song Burning Love, kort nadat Alexander de titel als eerste had opgenomen. De originele versie flopte, maar the King had daarmee zijn laatste top 10-hit in de Verenigde Staten.
In 1976 lukte Alexander voor de eerste keer sinds 1962 weer een klassering in de Amerikaanse R&B-charts met Sharing The Night Together (92e plaats), dat drie jaar later een top 10-hit zou worden voor Dr.Hook. Het mocht echter niet baten: toen Elvis in de zomer van 1977 overleed, trok Alexander zich terug uit de muziekbusiness en verplaatste zijn woonplaats van Alabama naar Cleveland. Daar begon hij zijn nieuwe leven als buschauffeur en huismeester in een gemeentelijke voorziening.
In de zomer van 1988 coverde Bob Dylan Alexanders debuutsingle Sally Sue Brown. In juli 1990 werd Alexander opgenomen in de Alabama Music Hall of Fame. Dientengevolge raakten zijn songs opnieuw in de belangstelling. Na meer dan twintig jaar pauze verscheen in 1993 het comeback-album Lonely Just Like Me, ingespeeld met zijn muzikale metgezellen van toen: Dan Penn, Donnie Fritts en Spooner Oldham. Slechts enkele minuten na de ondertekening van de contracten, die hem de rechten van zijn vroegere composities hadden kunnen terugbezorgen, kreeg Alexander een hartinfarct. Drie dagen later overleed hij in het ziekenhuis op 53-jarige leeftijd. (Wikipedia)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.